Plus

Expositie toont weggevoerde Joodse bewoners Rapenburgerstraat

In het Stadsarchief is een tentoonstelling over de Rapenburgerstraat en de weggevoerde Joodse bewoners. Een reconstructie aan de hand van oude foto's, politierapporten en anekdotes.

Moses Hangjas Beeld Stadsarchief Amsterdam

De 'Joodse' Rapenburgerstraat in het hart van de Jodenhoek was de straat van het proletariaat. De meeste mensen waren venters. De straat zat vol winkels en bedrijven: een hoedenfabriek, diamantslijperij, kolenhandel en zuurfabriek. Beneden zat de handel, boven woonden de mensen - bijna allemaal Joden - vaak verdeeld over piepkleine voor- en achterwoninkjes.

Moses Hangjas, straatventer van fruit, gloeilampen, manchetten en knopen, was een van de Joden die met zijn gezin, bestaande uit negen kinderen, op nummer 16-III-voor woonde. Later werd nog een tiende kind geboren. Hij had behoorlijk veel moeite de kost te verdienen, blijkt uit talloze rapporten die Guus Luijters voor zijn boek Rapenburgerstraat 1940-1945 opdook.

Hangjas (40) schreef een aangrijpend briefje aan het Bureau voor Maatschappelijke Steun nadat hij in 1940 door het bureau was betrapt op het verkopen van zijn spullen op de markt terwijl hij steun ontving. Hij moest een kleine twintig gulden terugbetalen. Hangjas zat met de handen in het haar en smeekte om uitstel van betaling.

"Aangezien ik geen cent verdiene kan wegens verbod om appellen langs de weg te verkopen (...) Ik weet niet rond te komen."

Luijters zocht in gezins- en verhuiskaarten van het Stadsarchief uit wie er in de Rapenburgerstraat hebben gewoond. Aan de hand van rapporten van het Gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijke Steun en het politiebureau Jonas Daniël Meijerplein, krantenartikelen, marktkaarten, Joodse Raadkaarten en transportlijsten beschreef hij hun levens. "Het beeld is soms vaag, soms verbazingwekkend scherp, maar altijd tragisch," schrijft Luijters in zijn voorwoord.

Meijer Beugeltas Beeld Stadsarchief Amsterdam

Gedeporteerd
Van de deportaties, die in september 1942 begonnen, heeft vrijwel niemand in de straat de oorlog overleefd. "Nog geen 10 van de 1500 ­bewoners. Ik ken geen straat waar zoveel mensen zijn vermoord. Het heette 'de straat zonder spijt'. Je kon er niet uit via zijstraten," zegt Luijters.

Het gezin Hangjas werd in september 1942 ­gedeporteerd en vermoord. Op de foto die op zijn marktvergunning staat, kijkt Moses Hangjas, met pet en stropdas, recht in de camera.

Het gezin-Meijer Beugeltas woonde met drie kinderen op nummer 46-II-voor. De koopman van groente en fruit had een standplaats op het Waterlooplein. Zijn 10-jarige zoon Abraham stond in 1940 in een politierapport vermeld omdat hij tijdens het spelen op een 'aldaar liggende' schuit in de Oude Schans was gevallen. "De ouders zijn niet in staat de eventuele beloning te betalen." Het hele gezin is in de oorlog weggehaald en vermoord. In het boek staan foto's van Meijer en z'n zoontjes Isaac en Levie.

In 1945 was de Rapenburgerstraat onttakeld en verlaten. De even kant werd gesloopt. Nieuwbouw kwam ervoor in de plaats. Van de oneven kant resten slechts een paar panden. Luijters loopt door de straat en houdt stil voor het Bussenschutpoortje, de entree naar een hofje. "Daar was de armoede groot. Hoewel de Valkenburgerstraat, Uilenburg, Joden Houttuinen en Rapenburg de echte krottenbuurten waren."

Lampenkappennaaisters
In de Rapenburgerstraat zaten veel onderwijsinstellingen. Het opperrabbinaat zat op nummer 109 in de Rapenburgersjoel. Even verderop het café Waterlooplein, eens de bestuurskamer van het in 1943 ontruimde Nederlands Israëlitisch Meisjesweeshuis en de nagenoeg geheel ongeschonden Portugese Synagoge.

In het boek staan foto's van de huizen, voor, tijdens en na de oorlog, het Portugees Israëlitisch Ziekenhuis, een schoolklas kinderen en de mensen uit de straat. Luijters vond advertenties waarin kleine ondernemers om lampenkappennaaisters, machinestikkers, lompensorteerders en fietsjongens vroegen, evenals rouwadvertenties, aankondigingen van concerten van onder meer Het Joodsche Strijkkwartet, bar mitswa-vieringen en een lied over de wijnwinkel van Stein.

"Als Niesan aangekondigd wordt,/ Zegt moeder tegen vader:/ 'Vergeet de wijn van Stein toch niet'/ Want Pesach komt al nader.'

Ramp voor de stad
Aan het begin van de oorlog pleegden sommige Joden zelfmoord. Echtpaar Swaab op 33 I maakte er met hun drie kinderen op 15 mei 1940, de dag van het bombardement op Rotterdam, een eind aan. Het politierapport meldt dat het gezin door gasverstikking om het leven is gekomen. 'Op de vloer lagen bedden gespreid waarop de slachtoffers naast elkaar waren gelegen.'

Het boek eindigt met een artikel uit Het Parool van 14 juli 1945 . 'De Joodse bevolking is meer dan gedecimeerd. (...) Dit kan men niet anders noemen dan een slachting. Amsterdam zal jarenlang ondervinden, dat dit verlies een ramp is, groter dan de hoofdstad ooit heeft getroffen.'

Rapenburgerstraat 1940-1945 van Guus Luijters verschijnt 20/2. Uitg. Nieuw Amsterdam, €19,99.

Beeld Laura van der Bijl

Dubbeltentoonstelling

Het Stadsarchief houdt vanaf 23 februari tot 17 juni een dubbeltentoonstelling over de verdwenen Joodse levens uit de Rapenburgerstraat en de weinige voltallige Joodse gezinnen die de oorlog overleefden. De exposities tonen de gevolgen van de Jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog.

Rapenburgerstraat 1940-1945 schetst de straat en zijn bewoners aan de vooravond van de oorlog. De 'nagebouwde' straat toont portretten, brieven, en politierapporten van veel bewoners, die meestal in grote armoede leefden.

Op de expositie Samen weer aan tafel vertellen zeventien personen uit gezinnen die voltallig terugkeerden, hoe het was om een nieuw bestaan op te bouwen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.