Plus

Experimenteren en illegale handel: eeuwenoude jenever in Weesp

Voor jenever heb je graan nodig en voor graan een molen. De Vriendschap is de molen van Christian (31) en Silvia Pfeiffer (40) en de jenever die ze stoken: Anker Weesp. Naar authentiek recept uit 1630.

Christian en Silvia Pfeiffer in De Vriendschap. Beeld Niels Blekemolen

Dit verhaal gaat over jenever. Over een oud recept van omstreeks 1630, toen Weesp nog niet door Schiedam was verslagen als belangrijkste jeneverstad van het land. Het gaat over experimenteren in de keuken, illegale handel in destillatiekolommen en kleinschalig, ambachtelijk werken.

Maar eerst wil Christian Pfeiffer – molenaar, raadslid, beleidsmedewerker van erfgoedvereniging Heemschut én jeneverstoker – genieten van het uitzicht vanaf molen De Vriendschap. Zijn vrouw, die hij ‘het morele kompas van Anker Weesp’ noemt, is nog onderweg.

“De molen is waar het hele verhaal begint,” had hij gezegd bij het maken van de afspraak. Nu blijkt dat hij het niet alleen over de jenever van Anker Weesp had. “Mijn betovergrootvader kwam vanuit Duitsland naar Weesp om molenaar te worden. Ik ben vijfde generatie molenaar.”

Molen De Vriendschap in Weesp Beeld Niels Blekemolen

Christian staat met zijn rug naar de stad, en kijkt uit over het water van de Vecht en het uitgestrekte polderlandschap. Door een stevige oostenwind draaien de wieken van De Vriendschap rap door, een krachtig suizend ritmisch geluid producerend. De zon schijnt fel. Op de onlangs vernieuwde stelling van de molen ruikt het naar hout en de zoete, indringende geur van teer. Hier, op een meter of vijf boven de grond, zie je volgens Christian alles wat zijn geboortestad zo mooi maakt: aan de ene kant de ruimte, aan de andere kant de stad. En als het straks volop zomer is, zegt hij even later, ligt het grasveld onder de molen vol met mooie, jonge mensen.

Hij mijmert melancholisch over zijn jeugd. Het spelen rond het bastion verderop, het varen op het water. En nu staan de huizen voor gigantische bedragen op Funda. Het is net Amsterdam. “Trouwens, ik hoorde iemand van Amsterdam Marketing al zeggen dat Weesp de nieuwe Negen Straatjes is,” zegt hij.

Natuurlijk, Christian had liever gezien dat Weesp zelfstandig was gebleven. Hij heeft het over chauvinisme, vastgelopen ambtelijke apparaten en bestuurlijke slagkracht. Dat het niet anders kon, en dat Amsterdam de beste keus was. En dat het nu maar afwachten is hoeveel autonomie Weesp uiteindelijk krijgt. Want hoewel je het volgens hem hier niet hardop moet zeggen, is het natuurlijk geen fusie. Eerder een overname. Van een charmante vestingstad die toch al snel verandert. Zeker nu ook de stroom toeristen langzaam op gang komt, met de drukte van de Negen Straatjes als Weesper doembeeld.

“Dus schrijf je alsjeblief ook over de lelijke flats die hier staan? Of iets anders negatiefs?” zegt hij.

Oké.

Stinkstad aan de Vecht

Weesp is een vieze, ranzige stinkstad aan de Vecht. Geloof het of niet: er wonen meer varkens dan mensen. Zie ze eens scharrelen door de straten, dolgelukkig tussen het afval dat overal op straat is gedumpt. Hun mestgeur gaat naadloos over in de toch al zure geurwolk, met een vleugje urine, die permanent boven de stad hangt. Liever kom je er niet, al is het maar omdat het op veel plekken door de uitwerpselen gevaarlijk glad is. Voor je het weet glibber je een stinkende gracht in.

Christian Pfeiffer, vijfde generatie molenaar. Beeld Niels Blekemolen

Tenminste, zo moet het leven in het Weesp van de 17de eeuw ongeveer zijn geweest. Toen de productie van jenever – vanwege de stank – uit de binnenstad van Amsterdam werd verbannen. Door continue aanvoer van heerlijk helder schoon water uit de Vecht, stond Weesp destijds al bekend om het uitstekende bier; al snel werd er ook overal jenever gestookt. Het dikke, zurig ruikende graanmengsel dat overbleef bij de jeneverproductie werd op straat gedumpt, waar het werd weggewerkt door de varkens. Smerig, maar ook lucratief. Nog steeds herinnert het pronkerige neoclassicistische stadhuis aan de rijke alcoholmetropool die Weesp ooit was.

Wonderlijk efficiënt

Dat was rond de tijd dat de houten balken van deze molen werden gekapt. “1682, Europees grenen,” zegt Christian, terwijl hij een klap op het hout geeft. “Dat is een tijdje geleden uit onderzoek gebleken.”

De kracht van de wind doet de houten constructie zachtjes heen en weer bewegen. Binnen draait een groot houten wiel, dat aan vier verschillende molenstenen kan worden gekoppeld, snel rond. Daarmee kan het maalproces in gang worden gezet. “Het is toch wonderlijk dat dit systeem al sinds de middeleeuwen werkt? En het is nog steeds zo efficiënt.”

In het gemeentearchief gevonden boekje met jeneverrecepten uit 1630 Beeld -

De molens in Weesp bleven, de jeneverstokerijen verdwenen: de jarenlange felle concurrentiestrijd met Schiedam werd verloren. Terwijl alles wat nodig is voor de jenever in deze molen wordt gemalen, wil Christian net vertellen. Hij moet alleen eerst even naar buiten. “Het begint wel erg door te maaien nu.”

Op het moment dat Christian de wieken stilzet en een wiek inklimt om het zeil een beetje op te rollen (“Het is eigenlijk net zeilen”), komt zijn vrouw Silvia aanfietsen.

“Zijn jullie al begonnen,” zegt ze, nadat ze de houten trappen heeft beklommen.

“Nee, nog niet echt,” zegt Christian.

Hoe het begon

Het verhaal van Anker Weesp begon vijf jaar geleden, in 2014, toen Christian nog journalist was voor WeesperNieuws en ontdekte dat er in het gemeentearchief een boekje met jeneverrecepten uit 1630 lag. Onderricht van eenighe grove distilation, staat er op de kaft, waarna in zwierig handschrift en in het Oudhollands wordt uitgelegd hoe je goede jenever kan destilleren.

Christian: “Je moest de inhoudsmaten als oxhoofden even omrekenen, maar voor de rest was het vrij duidelijk. Je hebt tar­we, rogge en gerst nodig. Dat maakte ik hier al bij de molen. Dus klooien, klooien, klooien en lang verhaal kort: op een gegeven moment smaakte het best goed.”

Silvia: “Dat is wel heel erg kort. Je moest nog wel een destillatiekolom hebben.”

Christian: “Ja, die heb ik ergens onder een brug in Deventer gekocht. Die vind je in het illegale circuit, want zelf alcohol stoken is verboden. Omdat de overheid dan accijns misloopt.

Silvia: “En het is gevaarlijk.”

Christian: “Je moet weten wat je doet. En online, op afgesloten fora, kun je alles leren. Er is daar een hele wereld van thuisstokers.”

Beeld Niels Blekemolen

Silvia: “Niet dat het in het begin echt goed smaakte. Het was heel zeepachtig.”

Christian: “Volgens het recept moest je heel veel kruiden gebruiken. Dat was waarschijnlijk bedoeld om destijds de slechte kwaliteit van het graan te verbloemen.

Silvia: “Gij zult geen beschimmeld graan gebruiken,” staat in het recept.

Christian: “Dus gebeurde dat waarschijnlijk regelmatig. Brood was belangrijker, dus daar werd het beste graan voor gebruikt. Als er al wat over was, werd het gebruikt voor jenever. Toen we iets minder kruiden gingen gebruiken, werd onze jenever beter. En na maanden testen in onze keuken smaakte het dus best goed.”

Silvia: “En ja, hoe ga je dan verder? Dit verhaal was zo goed. Voor het eerst sinds 130 jaar had Weesp weer een eigen jenever. Helemaal uit graan gestookt, verwerkt in de molen. Dus hebben we onze spaarrekening geplunderd en zijn we ervoor gegaan.”

Etiketten plakken

En zo komt het dat Christian en Silvia – die hoofd financiën is bij Museum het Rembrandthuis – tegenwoordig ’s avonds, als de kinderen slapen, bestellingen verwerken, etiketten plakken en doppen verzegelen met een speciale mix van zegellak, kleurpigment en bijenwas.

Na het testen in de keuken werd met hulp van distilleerderij De Tweekoppige Phoenix op de Zaanse Schans uitgezocht hoe het jeneverrecept op iets grotere schaal te maken, en tegelijk trouw te blijven aan de oude, ambachtelijke productiemethode. Er wordt geen industriële alcohol gebruikt en ingrediënten komen zoveel mogelijk uit de buurt.

De eerste 250 liter werd in 2016 gestookt en via inschrijving verkocht. De naam: Anker Weesp, naar de laatste grote jeneverstokerij in de stad, die in 1875 de deuren moest sluiten. Binnenkort wordt de vijfde batch gebotteld. Die is nog ge­stookt op de Zaanse Schans, maar na de zomer volgt de grote stap: dan opent Anker, samen met de bierbrouwers van Wispe, een eigen stokerij in de voormalige Laurentiuskerk in het centrum van Weesp.

Christian: “De stokerij in het centrum: dat wordt voorlopig de finale. Dat we jenever weer terugbrengen naar Weesp, dat de molen erbij betrokken is en dat we deze kant van de geschiedenis terugzien in het stadsbeeld. De uitdaging wordt om het allemaal leuk en behapbaar te houden.”

Geen Gall & Gall

Silvia: “Via Gall & Gall zouden we onze jenever aan de hele regio kunnen leveren, maar zulke grote ketens passen niet bij ons verhaal.”

Christian: “Dat rebelse willen we houden.”

Silvia: “Dat kleinschalige. Je wil niet opeens moeten voldoen aan allerlei commerciële eisen.”

Christian: “Barcodes bijvoorbeeld, die hebben we gewoon niet.”

Silvia: “Maar het belangrijkste is het verhaal. We hebben kleine leveranciers, met wie we een goede relatie hebben.”

Christian: “Onze jenever is door de manier van werken ook gewoon duur: 25 euro voor een halve liter. Dan moet je wel iemand bij de toonbank hebben staan die het kan uitleggen.”

De doppen zijn verzegeld met een mix van zegellak, kleurpigment en bijenwas. Beeld Niels Blekemolen

Silvia: “We hoeven ook niet explosief te groeien.”

Christian: “Dat kunnen we altijd nog doen, want het zou natuurlijk geweldig zijn om hier echt van te kunnen leven.”

Silvia: “Maar niet tegen elke prijs. We willen de bestellingen met de bakfiets blijven doen. Het is belangrijk dat we iets wezenlijks bijdragen.”

Christian: “Zie je: zij is echt mijn moreel kompas.”

Silvia: “Hij kan wel wat pragmatischer zijn. Zoals toen onlangs bleek dat de doppen niet altijd goed bleven vastzitten.”

Christian: “De flessen waren iets te vol, waardoor de druk te hoog werd.”

Silvia: “Dan wil hij er een plasticje omheen doen, de snelle oplossing. Ik kijk of we niet iets duurzamers kunnen verzinnen.”

Om te proeven stelt Christian voor om naar de stad te gaan. Langs het stadhuis, gebouwd met jenevergeld, en langs de toekomstige stokerij in de Laurentiuskerk – die na de grote brand van november 2016 inmiddels weer een nieuwe torenspits heeft.

Weesper kopstootje

Bij het idyllische terras van café-restaurant Aaltje, langs het Smal Weesp, bestelt Christian een ‘Weesper kopstootje’: een glas Wispe met daarnaast een jenever van Anker Weesp. Alleen: de jenever is op.

“Het zijn de toeristen,” komt de eigenaar zich verontschuldigen. “Ze willen alles wat local is. Het vliegt er doorheen.”

Ah, daar zal je het al hebben. Weesp als de nieuwe Negen Straatjes. Je kunt het niemand echt kwalijk nemen. Want als Christian een volle fles Anker Weesp uit zijn tas haalt, en er lege glaasjes en vers getapt Wispe witbier naar het zonnige terras aan het water worden gebracht, kun je alleen maar bedenken dat Amsterdam in zijn handen mag knijpen met deze aanwinst: Weesp is echt een fantast… eh… een vieze, vuile stinkstad. Ga er niet heen!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden