PlusReportage

Expats, jonge gezinnen en vergrijzing: bewoners Buitenveldert met elkaar in gesprek

Fleur en Eric. Beeld Ernst Coppejans @stichting Open mind
Fleur en Eric.Beeld Ernst Coppejans @stichting Open mind

Meer expats, meer jonge gezinnen en meer vergrijzing: de samenstelling van Buitenveldert is de laatste jaren sterk ver­anderd. Oude en jonge bewoners gingen met elkaar in gesprek voor de expo­sitie Aangenaam! ‘Mijn buurvrouw van nummer 81 appt me elke ochtend goedemorgen.’

Lara Aerts

Eric (61) is projectleider in het sociale domein en woont 23 jaar in Buitenveldert. Fleur (25) is assistent-accountant en sportlerares en woont anderhalf jaar in deze buurt.

Eric: “Een zwembad, dat zou ik wel willen in de buurt. Met een café erbij en een terras. Mensen kunnen er sporten, ontspannen, hun buren ontmoeten. Een zwembad heeft iets zonnigs. Stel je voor dat je niet op vakantie kunt, maar je hebt wel een zwembad om de hoek. Dan kun je laagdrempelig toch een leuk uitje maken.”

Fleur: “Ik ga vooral voor dat café. En meer bomen in de straat. Verder zou ik het leuk vinden als er meer samenhang was in de buurt. Mijn huisgenoten en ik zijn van plan in de zomer een buurtbarbecue te organiseren.”

Eric: “Een buurthuis vind ik een heel goed idee, maar hoe hou je daarna de contacten gaande? Dat is moeilijk in deze buurt. Ik ben opgegroeid in de Staatsliedenbuurt, daar kende iedereen elkaar. Ik zou wel een buurthuis willen, met activiteiten voor groepen mensen. Voor Turkse ouderen, voor eenzame mensen, voor jongeren, voor expats. Dan hebben mensen al een connectie met elkaar vanwege een gezamenlijke achtergrond.”

Fleur: “Ik woon met drie huisgenoten. Wij hebben bijna geen contact met onze buren. Als wij een feestje geven, zijn de buren welkom. Een paar komen, maar de meeste mensen niet.”

Eric: “Ik ben voorzitter buitendienst van de bewonerscommissie. Toen ik de administratie ging ophalen bij een vrouw verderop in de straat realiseerden we ons dat we elkaar nog nooit hadden gezien, terwijl ze er al achttien jaar woont.”

Fleur: “Zoek jij het contact met je buren actief op?”

Eric: “We hebben een heel fijn trappenhuis met veel sociale controle. Mijn vrouw Marianne is net bij de buurvrouw langs geweest. En boven ons woont Marcel, de broer van een bekende voetballer. Als je je buren kent, kun je elkaar ook makkelijker aanspreken als er bijvoorbeeld geluidsoverlast is.”

Fleur: “In onze flat wisselen de bewoners constant. Ze komen niet langs om zich voor te stellen, ik zou dat wel leuk vinden. Al moet ik eerlijk zeggen dat ik me ook niet voorstelde toen ik hier kwam wonen.”

Eric: “Een tijd geleden heb ik een heel plan gemaakt om buurtbewoners tot elkaar te brengen. We schreven mensen een brief met het voorstel langs te komen voor een kop koffie of thee. Maar na zo’n bezoek hielden mensen weer afstand. Ook wilden we een welkomstpakket maken voor nieuwe buurtbewoners, compleet met informatie over grofvuil en zo. Dat is niet van de grond gekomen. Wel hebben we toen onder andere fietsenrekken laten plaatsen voor een nettere straat en een enquête onder bewoners gehouden over de staat van hun woningen.”

Fleur: “Jammer dat zoiets niet lukt.”

Eric: “Tja, ik snap het ergens ook wel. Mensen hebben het druk met hun gezinnen en banen.”

Fleur: “Ze zijn erg op zichzelf gericht, denk ik.”

Fon en  Hans. Beeld Ernst Coppejans @stichting Open mind
Fon en Hans.Beeld Ernst Coppejans @stichting Open mind

‘Als ik hier ’s avonds laat over straat loop, voel ik me veilig’

Hans (82) is econoom en woont zestig jaar in Buitenveldert. Fon (36) is data-analist, komt uit Vietnam woont sinds een maand in deze wijk.

Fon: “Ik heb speciaal gekozen voor Buitenveldert vanwege het groen. Het Amstelpark en het Amsterdamse Bos zijn vlakbij. En de mensen hier zijn vreedzaam. Als ik ’s avonds laat over straat loop, voel ik me veilig.”

Hans: “In de jaren zestig verhuisde ik vanuit het centrum naar deze net gebouwde wijk. Je kon hier als starter nog een appartement kopen op een mooie plek, met een school in de buurt voor je kind. Ik woon hier nog steeds graag. Ik ben een enthousiast wandelaar en ik loop zo de natuur in.”

“Buitenveldert is sindsdien radicaal veranderd. Vroeger had je hier vooral jonge, Nederlandse mensen; zij zijn nu senioren. Er zijn veel buitenlanders komen wonen, wel zestig nationaliteiten. Ik heb vroeger veel gereisd, dus ik sta open voor mensen uit alle landen. Maar ik merk wel dat er minder sociale cohesie is. Vroeger kende iedereen elkaar, je zei elkaar gedag. Dat is nu anders.”

Fon: “In mijn vorige buurt gaf ik computerles aan asielzoekers. Ik vond het heel leuk om mijn kennis te delen. Nu ik hier gesetteld ben, ga ik binnenkort op zoek naar vrijwilligerswerk dat ik in Buitenveldert kan doen.”

Hans: “Op mijn 82ste ben ik behoorlijk druk. Ik ben hoofdredacteur van de Wijkkrant Buitenveldert-Zuidas en werk voor museum Huis Bartolotti. Ik zit in een lobbygroep voor de belangen van ouderen in deze buurt. Ook ben ik in gesprek met de stad over een seniorencomplex op de Zuidas. Allemaal vrijwilligerswerk.”

Fon: “Wordt het in Nederland trouwens echt geaccepteerd als je zomaar bij je nieuwe buren aanbelt? Als ik dat zou doen bij mensen in mijn flat, ben ik bang dat ze schrikken of dat ik ze een ongemakkelijk gevoel geef. Het lijkt me ook een beetje eng; ik weet niet wie ik aantref aan de andere kant van de deur.”

Hans: “Veel nieuwe bewoners zijn niet geïnteresseerd in hun buren. Ze komen zich niet voorstellen, zeggen geen goedemorgen of goedenavond. Dus neem ik zelf het initiatief om langs te gaan. Volgens mij vinden ze dat leuk. Logisch: wie houdt er nou niet van positief contact? Mijn nieuwste buren kwamen gelukkig wel kennismaken, dat was heel gezellig.”

“Buitenveldert is een woonwijk waar niet is nagedacht over ontmoetingsplekken. We hebben geen terrasjes en cafés. Ik heb het initiatief genomen om dertig bankjes in de wijk te plaatsen, gefinancierd door het stadsdeel. Oudere mensen kunnen onderweg van hun woonzorgcomplex naar de winkel of het park even gaan zitten en een praatje maken.”

Fon: “Wat een goed idee! Ik ben opgegroeid in Ho Chi Minhstad. Daar heb je elke honderd meter een koffiezaakje of streetfoodtentje. Als je in Azië iemand uit de buurt tegenkomt, lach je naar elkaar en zeg je: zullen we samen eten? Dat zou ik hier ook wel willen.”

Susan en Rashmi. Beeld Ernst Coppejans @stichting Open mind
Susan en Rashmi.Beeld Ernst Coppejans @stichting Open mind

‘Ik heb niet gewacht tot de buurt naar mij toekwam, ik ging er zelf op af’

Susan (82) komt uit Suriname en is gepensioneerd docent. Ze woont zeventien jaar in Buitenveldert. Rashmi (47) uit India is internetondernemer en woont sinds een jaar met haar twee pubers in deze buurt.

Rashmi: “Mijn zus en moeder wonen al jaren in Nederland. Toen mijn moeders gezondheid achteruitging, was het een logische beslissing om hierheen te verhuizen. De afgelopen twintig jaar woonde ik in Japan en Singapore. Maar ik ben geboren en getogen in India.”

Susan: “Ook ik heb Indiase roots. Ik groeide op in Suriname, maar mijn vader kwam uit India. Op mijn 21ste verhuisde ik met mijn man naar Nederland. Ik was een werkende moeder, dat vonden Nederlanders destijds gek. Terwijl in Suriname alle moeders buiten de deur werkten.”

Rashmi: “Ik kwam hier wonen tijdens de pandemie. Omdat ik thuis werk, heb ik nog niet zoveel mensen ontmoet. Als ik mijn buren zie in de lift, probeer ik een praatje te maken. Maar ik merk dat ze terughoudend zijn. In Singapore was het makkelijker om contact te maken. In elke buurt heb je een wijkcentrum met een cafeetje erbij. Er worden pingpong-, karate- en muzieklessen gegeven voor kinderen. Volwassenen kunnen er dansen en koken. De hele buurt smelt er samen.”

Susan: “Toen ik hier kwam wonen, ging ik op zoek naar een tennisclub en werd ik vrijwilliger in een verzorgingshuis. Zo kreeg ik contacten. Ik heb niet gewacht tot de buurt naar mij toekwam, ik ging er zelf op af.”

Rashmi: “Ik heb ook geprobeerd vrijwilligerswerk te doen, maar mijn Nederlands is nog niet goed genoeg. Ik hoor van meer expats die iets voor de buurt willen doen dat taal een obstakel is. Maar ik blijf het proberen.”

Susan: “Ik woon in een seniorenflat. Vroeger kende ik iedereen. Praatje hier, praatje daar. Dat is veranderd. De mensen op de galerij hebben hun gordijnen dicht. Stel dat er iets met een bewoner mis is: niemand die het ziet. Laatst kwam ik een buurvrouw van 92 tegen met haar rollator. Ik had haar al twee maanden niet gezien. Vroeger spraken we wel, maar nu houdt ze het af.”

Rashmi: “Ik denk dat we door corona een beetje gedesocialiseerd zijn. Vooral de mensen op leeftijd zijn geïsoleerd geraakt. Zelf houd ik enorm van ouderen. We kunnen veel van ze leren, en vice versa. Mijn moeder leerde op haar zeventigste schilderen van een jongere; in ruil daarvoor gaf zij Engelse les. Voor beiden gingen er nieuwe werelden open. Zulke connecties zijn heel belangrijk. Daarom ben ik nu bezig een onlineplatform te maken, waarop mensen hun kennis met elkaar kunnen delen. Betaald of onbetaald.”

“Plekken waar je mensen kunt ontmoeten kunnen de buurt levendiger maken. Zoals cafés, terrassen en buurtwinkeltjes. Nu gaan mensen naar een grootschalig en anoniem winkelcentrum.”

Susan: “Ik heb eigenlijk alles wat ik nodig heb. Tennissen doe ik niet meer, maar ik heb nog steeds mijn vrijwilligerswerk. Wel mis ik de jongeren. Hier tegenover was een studentenflat. We hadden veel contact. Iedereen moest huilen toen ze vertrokken.”

Uzi en Bubacar. Beeld Ernst Coppejans @stichting Open mind
Uzi en Bubacar.Beeld Ernst Coppejans @stichting Open mind

‘Ik kwam hier per toeval terecht, maar wil nooit meer weg’

Uzi (63) komt uit Israël, geeft Hebreeuwse les aan de universiteit van Leiden en woont 27 jaar in Buitenveldert. Bubacar (22) komt uit Gambia, is kok, huismeester en ontwerper en kwam anderhalf jaar geleden naar deze buurt.

Bubacar: “Ik ben altijd bezig. Ik heb stress en probeer daar afleiding van te vin-den. En ik wil iets nuttigs doen voor de samenleving.”

Uzi: “Wat doe je allemaal?”

Bubacar: “Er is in Amsterdam een aantal plekken waar je als ongedocumenteer-de terechtkunt, zoals het Wereldhuis aan de Nieuwe Herengracht. Daar ben ik elke dinsdag huismeester. Organisaties als Here to Support, Amsterdam City Rights en PrintRights houden zich bezig met mensenrechten van ongedocumen-teerden. We komen bij elkaar, volgen en geven workshops en we ontwerpen kleding.”

Uzi: “Wat vind je van deze buurt?”

Bubacar: “Ik heb er geen problemen mee. Maar ik ben er weinig, ik ben meestal in andere stadsdelen. Elke dinsdagavond sport ik bij Klabu aan de Haarlemmer-straat. Iedereen mag meedoen, of je nou geld hebt of niet. Ik ben ook veel te vinden bij boerderij De Meent, waar ik vrijwilligerswerk doe.”

Uzi: “Ik kwam per toeval in Buitenveldert terecht, maar ik wil er nooit meer weg. Het is groen en rustig, en die Noord/Zuidlijn, wow! Ik ben in vijf minuten op de Albert Cuypmarkt, in elf minuten op het Centraal Station en in een kwartier in Noord. Het is waanzinnig.”

Bubacar: “Ik ga op de fiets. Ik maak vaak tochtjes langs de Amstel, dan fiets ik naar Ouderkerk en weer terug.”

Uzi: “Hoe reageren mensen op jou in deze buurt? Groeten ze je, zijn ze vriendelijk? Of kijken ze verbaasd, zo van: wat doet hij hier?”

Bubacar: “Als ik door de buurt loop, maak ik van alles mee. Van heel vriendelijk tot een verbaasde blik. Iedereen is verschillend.”

“Ik hou enorm van koken. Elke donderdag en vrijdag bak ik brood bij Gist, een spiritueel centrum. En ik kook voor de Voku, de Volkskeuken in De Pijp. We koken vegan en buren kunnen komen eten. Ik zou ook wel een Voku in Buitenveldert willen. Zo’n ontmoetingsplek mis ik wel een beetje.”

Uzi: “Ik eet vaak bij mijn buren. Ze zijn opgegroeid in India en Indonesië en kunnen heerlijk koken. Mijn buurvrouw van nummer 81 appt me elke ochtend goedemorgen. Ze heeft mij aangesteld als degene die haar overlijden moet melden bij het AMC als het zover is, want ze wil haar lichaam ter beschikking stellen van de wetenschap. Waarschijnlijk duurt dat nog wel even, want ze weet zeker dat ze honderd wordt.”

“Het enige wat ik mis in de buurt, zijn etnische winkeltjes. Een Turkse supermarkt, een Marokkaanse bakker, een Aziatische toko.”

Bubacar: “En dan met die producten koken voor de buurt. Dat lijkt me wel wat!”

Peer en Danielle. Beeld Ernst Coppejans @stichting Open mind
Peer en Danielle.Beeld Ernst Coppejans @stichting Open mind

‘We zitten altijd bij winkelcentrum Rooswijck, met rollators en al’

Peer (84) is kunsthistoricus en woont sinds acht jaar in Buitenveldert, in seniorenflat Vivaldi. Daniëlle (19) studeert aan de Academie Artemis en woont een jaar in de Student Experience op de Zuidas.

Daniëlle: “Ik woonde eerst in Osdorp, bij een vrouw op zolder. Maar ik mocht geen bezoek ontvangen en om negen uur ’s avonds moest het stil zijn. Niet ideaal voor een student. Gelukkig werd ik na een tijd ingeloot bij dit studentencomplex.”

Peer: “Ik woonde eerst aan de Amsteldijk. Maar ik werd wat ouder en na twee inbraakpogingen werd het tijd voor een seniorenflat. Wonen in een gemeenschap voelt veiliger dan wanneer ik individueel ergens woon en op mezelf ben aangewezen.”

Daniëlle: “De Student Experience ziet eruit als een hotel, met een lobby, lange gangen en aan weerszijden studio’s. Ik had een echte studentengemeenschap ­verwacht, maar ik heb geen idee wie mijn buren zijn. Ik zie ze nooit, ik ken niet eens hun gezichten. Alleen de rokers hebben contact met elkaar. Die zie ik steeds gezellig in de tuin staan.”

Peer: “Ik heb juist veel contact met buurtgenoten. We zitten altijd bij winkelcentrum Rooswijck, met rollators, scootmobiels en al. Maandag begraven we onze gangmaker, ome Cor. Zo’n geweldige, aparte vogel. We gaan met de hele groep naar de uitvaart. Nu hij dood is, is het veel stiller. Maar nee, ik verveel me geen moment. Zoals Ome Cor altijd grapte: laat mij maar met rust.”

Daniëlle: “Ik zie in het winkelcentrum Gelderlandplein vaak ouderen stuntelen met hun rollators en de boodschappen. Daarom heb ik me aangemeld bij de Algemene Hulpdiensten Buitenveldert. Nu doe ik wekelijks boodschappen voor een dame van 94. We drinken koffie en dan luister ik naar haar verhalen. Volgens mij is ze best eenzaam en ben ik de enige die over de vloer komt.”

Peer: “Ik doe vaak hand- en spandiensten in het verzorgingshuis tegenover mijn flat. Daar eet ik ook regelmatig. Als ik later van het padje af ga of niet meer voor mezelf kan zorgen, kan ik daar gaan wonen. Dat vind ik een fijn idee.”

Daniëlle: ‘Ik vind de buurt best chic en netjes. In het volkse Osdorp voelde ik me meer op mijn gemak. Toen ik hier net kwam wonen, zei ik iedereen gedag en lachte ik naar mensen, maar er kwam nooit iets terug. Meer interactie zou ik heel leuk vinden.”

Peer: “Bij mij in de buurt zegt iedereen gedag, ook als je elkaar niet kent. Maar ik snap wat je bedoelt. Bij het Gelderlandplein en de Beethovenstraat hebben sommige mensen kapsones. De groep waar ik mee omga, bestaat juist uit mensen met allerlei achtergronden. Cor werkte vroeger bij de reinigingsdienst, Jos in de bouw en Edwin in de farmacie. De een is voor Ajax, de ander voor PSV. Dat levert grappige gesprekken op, we hebben de grootste lol. Wel zou ik willen dat er voor alle inkomensgroepen werd gebouwd in de buurt. Een gemengde populatie is natuurlijk het leukst.”

Ali en Omer. Beeld Ernst Coppejans @stichting Open mind
Ali en Omer.Beeld Ernst Coppejans @stichting Open mind

‘Als ik straks alleen nog wolkenkrabbers zie, vertrek ik’

Ali (36) uit Iran is software engineer en kwam een maand geleden naar Buitenveldert. Omer (45) uit Israël is docent wiskunde en natuurkunde. Hij woont zeven jaar in Buitenveldert met zijn vrouw en zoon.

Omer: “Ik vind het fijn dat er overal groenstroken, veldjes en parken zijn. Alleen: de begroeiing is zo saai. Het zijn heggen en struiken die weinig meer doen dan de grond bedekken. Stel je voor dat er moes- en voedseltuinen zouden zijn die je met de buurt onderhoudt? Ik wil daar best het initiatief toe nemen.”

Ali: “Mij lijkt het mooi als de vele platte daken in Buitenveldert begroeid zouden zijn. Met grassen en mos.”

Omer: “En zonnepanelen! Dan kunnen we meteen van het gas af.”

Ali: “Hiervoor woonde ik in een volksbuurtje vlak bij het Amstelstation. Ik was daar een van de weinige buitenlanders. Toen ik daar weg moest, vond ik in deze buurt een relatief betaalbaar huurhuis. Ik vind het fijn dat Buitenveldert geen toeristische bestemming is. Ik hou van de rust.”

Omer: “Als ik reuring wil, ben ik zo in een ander deel van de stad. Met de expats maak ik weleens een praatje, maar met de oudere Nederlandse bewoners heb ik niet zo veel contact. Mijn Nederlands is nog niet zo goed en over het algemeen bemoeien buren zich niet met elkaar. Enerzijds is dat jammer, aan de andere kant is het ook prettig om privacy te hebben.”

Ali: “Heb jij de buurt zien veranderen in de afgelopen zeven jaar?”

Omer: “Ik woon op de bovenste ver­dieping van een flat met uitzicht op de Zuidas. Om de zoveel maanden zie ik een nieuw gebouw aan de horizon verschijnen. Nu vind ik het nog prima, maar als ik straks alleen nog maar wolkenkrabbers zie, vertrek ik.”

“In Buitenveldert heb je niet één bar. Ja, een hotelbar die vroeg sluit. Dat is echt heel ongebruikelijk: een stadswijk zonder horeca.”

Ali: “Ik vind het geen probleem. Ik ga naar De Pijp als ik uitga met vrienden.”

Omer: “Nou, stel je voor dat er gewoon een of twee bruine kroegen zouden zijn. Waar je low key een biertje kunt drinken en je Nederlands kunt oefenen met je buren?”

Ali: “Als kind ging ik met mijn moeder in Iran boodschappen doen. Het was een sociaal uitje, we gingen van winkel naar winkel en iedereen kende ons. Hier ga ik naar het Gelderlandplein: een saaie beleving. Ik zou graag naar een dagelijkse of wekelijkse markt gaan in Buitenveldert, met producten uit de regio. Laatst was in het Frankendaelpark de Pure Markt, daar heb ik van genoten. Ze hadden er niet alleen eten, maar ook tweedehandsboeken en zelfs een hoedenmaker. Ik heb daar een goed passende ambachtelijke hoed gekocht van een verkoper die echt passie heeft voor zijn vak.”

Aangenaam!

Voor de expositie Aangenaam! – een samenwerking tussen stichting Open Mind en de gemeente Amsterdam – zijn twaalf bewoners uit Buitenveldert en de Zuidas geportretteerd. Zondag wordt de expositie geopend in het Huis van de Wijk in Buitenveldert, daarna reist hij door naar OBA ­Buitenveldert en ­CIRCL op de Zuidas.

stichtingopenmind.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden