PlusAchtergrond

Eten afhalen nieuw? In het oude Rome deden ze niet anders

Het afhalen van eten is veel ouder dan we denken.Beeld Rosa Snijders

Een halve gebraden kip in aluminium servies of een oestertje voor onderweg? De Amsterdamse horeca moet het momenteel hebben van afhaal en bezorging. Zo nieuw is dat niet.

Restaurants en cafés in Amsterdam bieden sinds de horecasluiting massaal afhaal- en bezorgmaaltijden aan. Van kant-en-klare maaltijden tot pakketten met instructies om thuis een driegangendiner te bereiden: corona brengt, gedwongen, de culinaire creativiteit naar boven. Eten ­afhalen of laten bezorgen is echter allesbehalve een ­moderne frats. Zo leefde het gros van de inwoners van het oude Rome voornamelijk van afhaalmaaltijden.

“Brandgevaar was een constante dreiging in Rome en ­andere grote steden in de oudheid,” vertelt Geralda Jurriaans-Helle, conservator van de Klassieke Wereld en het Nabije Oosten in het Allard Pierson Museum. “Leden van de lagere klassen woonden met het hele gezin in een ­kamertje in een insula, een soort flatgebouw van meerdere verdiepingen, waar koken op open vuur niet raadzaam was. Je kookte dus iets ongevaarlijks als patina, een omelet met groenten of vis die in een aardewerken vorm (patina) in smeulende kooltjes werd gegaard.”

“Of je haalde eten op straat bij een thermopolium: een eettentje met een toonbank aan de straat. Daar stonden grote aardewerken vazen, dolia, gevuld met warme ­gerechten – meestal stoofpotten van peulvruchten en groenten, want dat was voedzaam en goedkoop. Je vulde je nap en at het ter plekke op, of bracht het mee naar huis. Er zijn geen bronnen die het bewijzen, maar ik kan me zo voorstellen dat een kind of de vrouw des huizes een aantal porties haalde voor de hele familie. Het was een heel ­gebruikelijke manier van eten voor de gewone Romein.”

Kistjes met eten

Straatverkopers bleven bestaan in middeleeuws Europa, zo kon je in vroegmodern Amsterdam oliebollen, wafels, poffertjes en gebakken vis op straat kopen. Ook herbergen boden afhaaleten aan, zegt historicus Maarten Hell, die in 2017 promoveerde op Amsterdamse herbergen van 1450 tot 1800. “Er waren in de 17de eeuw meerdere luxe herbergen in de stad, speciaal voor rijke vreemdelingen als ­regenten, religieuzen en ambassadeurs. Zulke logementen boden een uitgebreide service aan, zo kon je er ontbijt- en lunchpakketjes voor onderweg krijgen; die staan als ‘koude keuckens’ op de jaarrekeningen.”

“Reizigers namen graag kistjes met eten mee voor op schepen en in rijtuigen, maar de service werd ook door Amsterdammers gebruikt. Regenten inspecteerden bijvoorbeeld regelmatig wegen en waterwerken rondom de stad, waarbij ze ruime hoeveelheden eten en – vooral – drank meenamen.” Jammer: er werd niet vermeld wát er zoal in de kistjes zat. Hell: “Ik vermoed dat pasteien ­gebruikelijk waren. Die werden in die tijd veel gegeten en ze zijn makkelijk mee te nemen; en brood, wijn en bier. Het kon ook luxer: de kastelein van het Oudezijds Heerenlogement ging een keer in persona mee met een tochtje op het stadsjacht om voor een stelletje vips – regenten, buitenlandse ambassadeurs – oesters te openen.”

Volgens Hell verkochten kleinere herbergen waarschijnlijk ook eetpakketjes. “Er waren ontzettend veel zeeliedenlogementen in Amsterdam, maar daar is veel minder bronmateriaal van overgebleven. Ik ken wel een verslag van twee Franse zeelieden, die op de boottocht van ­Amsterdam naar Texel – van waaruit grote zeeschepen vertrokken – kruiken water meehadden, gekregen van de waardin van hun herberg.”

Al deze voorbeelden gaan over eten voor op reis. Hell vond geen bronmateriaal over Amsterdammers die in herbergen maaltijden afhaalden voor thuis, maar dat wil niet zeggen dat het niet gebeurde. “Zeker is dat het in die tijd in Londen gebruikelijk was – Constantijn Huygens junior schreef er bijvoorbeeld over. Daarbij waren er in 17de-eeuws Amsterdam verschillende crises, die tevens de ­horeca raakten. Herbergen konden ook toen extra inkomsten van lokale stedelingen goed gebruiken.”

Bami in de pan

In de loop van de 20ste eeuw werd het afhalen en laten ­bezorgen van maaltijden in Amsterdam steeds gebruikelijker, blijkt uit krantenadvertenties. Was het Joodse Hôtel Frankfort op de Nieuwe Hoogstraat in 1900 nog nieuw met zijn ‘tot aan huis bezorgen van Diners’, vanaf eind jaren vijftig adverteerden meer restaurants met de service.

‘Wij bezorgen [uw rijsttafel] ook aan huis’, vermeldde restaurant Palau Djawa aan de Lange Leidsedwarsstraat in 1957. Een restaurant in de Spuistraat berichtte datzelfde jaar dat ze ‘halve gebraden kippen in aluminium servies’ aan huis leverden, met ‘geb. aard. en rösti, appelmoes of tutti frutti’, voor 3,75 gulden per persoon.

De grootste hit in naoorlogs Nederland werd de afhaalchinees. Al aan het begin van de 20ste eeuw vestigden Chinese havenarbeiders zich rondom de Binnen Bantammerstraat, waar ze pensions en eettentjes openden die vooral door andere Chinezen werden bezocht. Na 1945 groeide het aantal Chinese restaurants die zich op Nederlandse en Nederlands-Indische gasten richtten en hybride Chinees-Indische-Nederlandse gerechten serveerden. Rond 1960 waren er in het land ruim tweehonderd Chinees-Indische restaurants; begin jaren tachtig bijna tweeduizend. Porties bij ‘de Chinees’ waren ruim en niet duur, en het was vaak nog goedkoper om eten af te halen, in een meegebrachte pan.

“Je eigen pan meenemen was in eerste instantie gebruikelijk. Plastic bakken kwamen vermoedelijk in de jaren zeventig op en waren echt ingeburgerd in de jaren tachtig, de hoogtijdagen van de Chinees-Indische restaurants,” zegt Mark van Wonderen, auteur van het fotoboek Chin.Ind.Spec.Rest. – een verdwijnend Nederlands fenomeen. Sommige etablissementen waren nog eerder. Toen de vader van Vivien Shum, de huidige eigenaresse van restaurant Wong Koen op de Middenweg, in 1967 in de keuken kwam werken, werden er al plastic verpakkingen ­gebruikt voor de afhaalmaaltijden.

Een kok aan huis

‘Ze razen met hun pizza’s en pasta’s naar alle uithoeken van de stad,’ zo beschreef Het Parool in augustus 1988 het nieuwe fenomeen pizzabezorgers, overgewaaid uit de Verenigde Staten waar bezorgketens als Domino’s sinds de ­jaren zestig bestonden. In Amsterdam boden meerdere pizzeria’s zo’n bezorglijn aan: ‘Niet voor niets zijn de houten dozen waar de pizza’s in gaan sinds een maand in vrolijke kleurtjes geverfd en rijden de koeriers rond in flitsende pakken met de naam van de pizzeria erop. Deze pizzalijn móet opvallen tussen de andere.’

Ook in het hogere segment bestond bezorging. Restaurant Dikker & Thijs, dat sinds 1922 op de hoek van de Prinsengracht en de Leidsestraat huisde, bood volgens Het Parool in 1989 een heel assortiment aan. ‘Hadden ze al sinds mensenheugenis een soort beroemde dampende kerst­diner-aan-huis-service, nu is er veel meer. (…) Variërend van broodje kaas tot kreeft en kalfshaas in bladerdeeg. Alle maaltijden kunnen warm aanbellen, of kant en klaar voor in oven en magnetron, of nog niet bereid maar als losse ­ingrediënten. (…) En wie helemaal alles op een presenteerblaadje wil, kan een ober meebestellen. Of Kok.’

Een kok thuis bestellen is niet erg coronaproof, en ook op andere vlakken is het bezorgcircuit flink veranderd. In 2000 begon een jonge ondernemer Thuisbezorgd en vanaf 2015 kwamen daar concurrenten Foodora, Deliveroo en Uber Eats bij. Sindsdien zijn de fietskoeriers niet meer uit het stadsbeeld weg te denken, al kiezen meer restaurants er nu voor zélf een bezorgservice aan te bieden, om de volle prijs te kunnen incasseren.

Opvallend is ook dat er tijdens deze tweede horecasluiting meer koks zijn die niet hun hele menukaart ter bezorging aanbieden, maar slechts één gerecht aanbieden. Bij Entrepot haal je hamburgers, voor een gehaktbal ga je naar Baut en bij Paindemie van restaurant Maris Piper koop je tosti’s en wentelteefjes. Ter plekke op te eten, of mee te nemen naar huis voor het hele gezin. Net als in die Romeinse flatgebouwen.

Ook in Azië

18de-eeuwse Koreaanse bronnen doen vermoeden dat naengmyŏn (koude noedels) en haejangguk (‘katernoedels’) werden bezorgd op locatie: in het koninklijk paleis en tijdens picknicks in de bergen.

Zeker is dat het in Japanse steden eeuwen geleden gebruikelijk was om eten thuis te laten bezorgen, vertelt Katarzyna Cwiertka, hoogleraar Modern Japan aan de Universiteit Leiden. “Daar bestonden speciale cateringservices voor. Je had shidashi, een feestelijke maaltijd voor meerdere personen, die inclusief kommetjes en tafels naar iemands huis werd gebracht – de eerste vermelding daarvoor staat in een dagboek uit de 16de eeuw – en demae, een wat simpeler maal. Afbeeldingen van demae-bezorgers zijn veel te vinden op houtsneden uit de 18de en 19de eeuw; toen was thuisbezorgen dus al een gevestigd gebruik.”

Het beroemde Indiase dabbawala-systeem – bezorgers brengen huisgemaakte lunches in stapelbare lunchboxen (tiffins) van huis naar kantoor en weer terug – dateert van rond 1900 in Mumbai. Inmiddels brengen ongeveer 5000 bezorgers dagelijks rond de 200.000 lunches rond in het hele land.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden