PlusExclusief

Ervaringsdeskundige en Amsterdammer van het Jaar Jason Bhugwandass: ‘In een gesloten jeugdinstelling ben je niet veilig’

Still uit documentaire 'Jason', van Maasja Ooms, vorig jaar bekroond op het Idfa. Volgens Jason Bhugwandass is zijn verhaal geen uitzondering: ‘Kinderen raken psychisch beschadigd in een gesloten jeugdinstelling.' Beeld Jason, Maasja Ooms
Still uit documentaire 'Jason', van Maasja Ooms, vorig jaar bekroond op het Idfa. Volgens Jason Bhugwandass is zijn verhaal geen uitzondering: ‘Kinderen raken psychisch beschadigd in een gesloten jeugdinstelling.'Beeld Jason, Maasja Ooms

Jason Bhugwandass (24) werd onlangs Amsterdammer van het Jaar voor zijn strijd tegen gesloten inrichtingen in de jeugdzorg met stichting ExpEx en Het Vergeten Kind. Na een succesvolle campagne nam de Tweede Kamer kamerbreed een motie aan dat dit soort instellingen moet verdwijnen. ‘Niemand deed zijn mond open.’

Els Quaegebeur

Jason Bhugwandass (24) haalt een kleine bruine speelgoedhond gekleed in een hulphondjasje uit zijn rugzak en zet hem op zijn schouder. Het hondje heet Lennon, Bhugwandass kreeg hem als een soort afscheidscadeau van jeugdzorg voor zijn achttiende verjaardag.

Wat symboliseert Lennon voor je?

“In de jeugdzorg liep ik een angststoornis op doordat ik de hele tijd in een gesloten instelling zat. Ik was niet meer gewend buiten te zijn toen ik terugkeerde in Amsterdam. De supermarkt, de tram – alles waar ik als gesloten-jeugdzorgkind niet heen mocht, durfde ik niet meer heen. Toch moet je je met vrij weinig begeleiding weer leren bewegen in de maatschappij. Lennon hielp me erdoorheen, en nog. Niet als symbool maar letterlijk, als iets om te kunnen vasthouden.”

Bhugwandass groeide op in een gezin bepaald door huiselijk geweld. Als kind viel hij niet op. Hij deed het goed op school, had aardige vriendjes, om hem waren nooit zorgen. In zijn tienerjaren begon hij depressief te worden, steeds erger. Dat vertelde hij aan niemand. Tot hij op een dag niet meer uit bed kon komen, verlamd door de depressie. Bhugwandass was inmiddels zestien, sneed zichzelf en was suïcidaal. Pas toen gingen de alarmbellen rinkelen. “Ineens was duidelijk hoeveel problemen zich hadden opgestapeld. Ze plaatsten me direct gesloten, zonder pogingen het eerst wat minder ingrijpend aan te pakken, met ambulante zorg of een andere vorm van open jeugdzorg.”

Bhugwandass kon ook niet naar school omdat hij in 5 vwo zat. Dat niveau kon de instelling intern niet bieden en hij mocht niet naar een gewone school. Hij zat vaak alleen in de groepsruimte, of zat de hele dag opgesloten in een kamer.

Documentairemaker Maasja Ooms maakte over hem het pijnlijk eerlijke portret Jason, dat vorig jaar werd bekroond op het Idfa. Zijn verhaal is geen uitzondering, benadrukt hij. “Kinderen in de gesloten jeugdzorg gaan vaak van de ene onveilige omgeving: thuis, naar de andere: de instelling. Letterlijk onveilig ook, naast emotioneel. Ze ondervinden veel geweld. Aangetoond is dat driekwart van de kinderen in de jeugdzorg te maken krijgt met geweld, op een gesloten afdeling is het nog meer. Je bent daar niet veilig, je kunt er niet weg, het onderwijs is ondermaats, de behandelingen voldoen niet en je verliest het contact met buiten.”

Zijn er binnen gesloten instellingen nog steeds isoleerruimtes?

“In 2018 kondigde Hugo de Jonge een verbod op isoleercellen aan, instellingen kregen drie jaar om af te bouwen. Een enkele hield zich aan de afspraak, maar de meeste niet. Nu is het de bedoeling dat aan het eind van het jaar alle isoleercellen voor kinderen buiten gebruik zijn. Ik heb er weinig vertrouwen in, gezien de verbroken beloftes in het verleden.”

“Bovendien zijn andere vormen van afzondering wel toegestaan. Kinderen zitten dan in een ruimte die eufemistisch ‘chill out-kamer’ of ‘time out-ruimte’ heet. Bij ons in Gelderland was dat een lege kamer met kussens op de muren en de grond. Leger dan een isoleercel. Niet heel chill.”

Wanneer moeten kinderen daarheen?

“Dat verschilt. In mijn tijd gebeurde het om verschillende redenen: bij woedeaanvallen of agressie, als iemand suïcidaal of anderszins gevaarlijk voor zichzelf was, en als straf. In sommige instellingen was het gewoon protocol: als je aankomt, ga je eerst even naar de isoleercel.”

De associatie met een gevangenis is niet vergezocht, legt hij uit. “Vanaf de jaren negentig werden veelvuldig kinderen gesloten geplaatst in jeugdgevangenissen om een gebrek aan plekken in de open jeugdzorg op te vangen. Kinderen zonder strafblad belandden tussen soms doorgewinterde criminelen en moesten zich onderwerpen aan het volledige regime. Pas in 2008 kwam er een omslag. De kinderen zonder strafblad, ‘civielrechtelijke plaatsingen’, gingen naar wat wij nu gesloten jeugdzorg of ‘JeugdzorgPlus’ noemen. In de praktijk veranderde er weinig: leegstaande gevangenispanden kregen de naam zorginstelling en veel personeel uit jeugdgevangenissen ging direct over naar de gesloten jeugdzorg. Zij namen de cultuur van de gevangenis mee. Daarom heeft gesloten jeugdzorg daar zoveel van weg: alleen het naambordje is omgeklapt.”

“Daar komt bij dat rechtsbescherming voor kinderen in de gesloten jeugdzorg minder goed is geregeld dan die voor kinderen in de jeugdgevangenis, of in de kinder- en jeugdpsychiatrie, met alle gevolgen van dien.”

Hoeveel kinderen leven nu in zo’n gesloten instelling?

“Het cijfer daalt sinds 2018. Vorig jaar waren het er 1584, in 2020 1804. Dat is mooi, maar elk kind in een gesloten jeugdzorginstelling met minimale rechtsbescherming is er een teveel. Ze raken er psychisch beschadigd, vaak nog ernstiger dan ze al waren. Onderzoek wijst uit dat gesloten zitten voor geen enkel kind de passende zorg is.”

De jeugdzorg wordt nu weer gecentraliseerd. Wat verwacht je daarvan?

“Voor de gesloten jeugdzorg is centralisatie niet relevant. Het moet ophouden en het maakt niet uit wie het regelt, als het maar verdwijnt. De staatssecretaris beloofde na de aangenomen Tweede Kamermotie dat ze voor de zomer een plan zou presenteren voor de afbouw én met een goed alternatief zou komen.”

“Ik denk niet dat je de gesloten jeugdzorg kunt vervangen door één alternatief. Het gaat immers om maatwerk. Intensieve ambulante zorg zou veel vaker uitkomst kunnen bieden, net als kleinschalige woonvoorzieningen: groepen van maximaal vier kinderen die begeleid in een gewoon huis wonen. Als een gesloten plaatsing toch nodig blijkt, moet dit in de kinder- en jeugdpsychiatrie, waar de rechtsbescherming beter is, maar niet meer in de jeugdzorg.”

“Het belangrijkste is dat ernstig beschadigde kinderen zich ergens zo normaal mogelijk kunnen ontwikkelen, want als het je laat gaan, kan het snel mislopen. Ik was een 5 vwo-leerling, deed enorm mijn best. Er ging een knop om, iemand werd gebeld en binnen no time behoorde ik tot de zogenaamd meest gedragsgestoorde kinderen van Nederland. Omdat ik een depressie had na jaren van misbruik. En alles wat daarna escaleert, komt in jouw dossier als jouw probleem. Maar ja, ik heb nog geen plan gezien, de situatie is vaag nu.”

Hij drinkt zijn appelsap, houdt Lennon vast en zegt dat hij zijn zegeningen telt. “Gelukkig was ik oud toen ik in de jeugdzorg terechtkwam. Bijna zeventien. Het gegeven dat ik lang over het hoofd ben gezien, heeft een deel van mij gered. Je zal maar dertien zijn en dit vijf jaar meemaken.”

Heb je contact met kinderen die nu gesloten zitten?

“Het is nauwelijks mogelijk buiten te weten wat binnen gebeurt. Gelukkig mogen kinderen nu iets vaker een telefoon gebruiken. Via TikTok vertellen ze me wat er wel en niet gebeurt. Hun verhalen stemmen triest. De problemen zijn veelal hetzelfde. De aangekondigde verbeteringen vallen tegen in de praktijk. We stoppen met isoleren, zegt een instelling. Dat blijkt dan niet te kloppen, een verhuizing naar een nieuw pand is dan de verandering. Het dreigt zo een vastgoedtransitie te worden, maar het gaat natuurlijk niet alleen om die gevangenispanden, het gaat om de hele cultuur.”

Hoe zit jij er nu bij?

“Ik studeer psychologie aan de universiteit en ik woon op mezelf, in De Pijp, zonder GGZ. Dat zijn grote stappen. Ik ben in jaren niet zo stabiel geweest, maar gelukkig ben ik niet. Ook daarom blijf ik me concentreren op de gesloten jeugdzorg. Wij kunnen dit voorkomen. We moeten het ook voorkomen, want ervan herstellen is zo moeilijk. Of het mij gaat lukken – ik weet het niet.”

Geeft de stichting ExPex houvast?

“Waar ik houvast aan heb, is de studie. Dat betekent meedoen, een normale plek hebben in de wereld, in Amsterdam. Met de stichting hebben we een betrokken groep, we zijn er voor elkaar. Dat is fijn, maar de blijvende concentratie op jeugdzorg is ook slecht voor mij. Het zou beter zijn als ik wat afstand kon nemen, maar dat kan niet, want het gaat nog jaren duren voor er echt iets gebeurt. Problemen in de gesloten jeugdzorg worden nog steeds niet serieus genoeg genomen en de mensen die het beleid maken worden er niet zelf door geraakt. Ze voelen het niet. Het gaat niet om hen en het gaat niet om hun kinderen. Wat maakt hun het uit of gesloten instellingen over vijf jaar, tien jaar of helemaal niet verdwijnen? Dat is frustrerend, zeker als je bedenkt waar iedereen zich wel druk over maakt.”

Rijen voor de incheckbalie op Schiphol.

“Ja, we zijn verantwoordelijk voor het opsluiten van onschuldige kinderen in een gevangenissetting. Duizenden kinderen die nog nooit een kans hebben gehad, raken nog verder getraumatiseerd. Terwijl de oplossing zo duidelijk is. Je moet voor kinderen zorgen, ze liefde, aandacht en bescherming geven.”

“Zo veel mensen wisten al van de ellende in de gesloten jeugdzorg, mensen die er hebben gewerkt, mensen met een netwerk die aan touwtjes kunnen trekken, maar niemand deed zijn mond open. De jongeren die zich inzetten voor de succesvolle campagne die een Kamermotie veroorzaakte en een belofte van de staatssecretaris afdwong, zijn allemaal zelf beschadigd in de gesloten jeugdzorg. Het is mooi dat we iets bereiken, maar dat de betrokkenheid, die hopelijk eindelijk ergens toe leidt, van ons moet komen is diep triest.”

Meer informatie: expex.nl en hetvergetenkind.nl

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden