PlusExclusief

Erik Whien is de meest gewilde theaterregisseur van dit moment: ‘Kijken jullie naar míj́? Is dit mijn moment?’

Erik Whien. Beeld Frank Ruiter
Erik Whien.Beeld Frank Ruiter

Acteurs staan in de rij om te werken met theaterregisseur Erik Whien (44). Zelf voelt hij zich ‘ongemakkelijk’ bij al die lof en aandacht. Hij schuift de eer door naar de schrijvers en gelooft meer in teamprestaties. ‘Wat ik doe, is een vrij egoloos klusje.’

Lorianne van Gelder

In zijn huis in Amsterdam-Noord heeft Erik Whien net nog met stoelen geschoven. De stoel met armleuning zet hij bij de muur. Die is voor de journalist. De simpele houten stoel is voor hem. En zet hij wel of geen koekjes op tafel? Er ligt ook nog een nonchalant stapeltje kranten en schoolwerkjes van zijn kinderen. Hij schuift het heen en weer. Een bosje bloemen in een vaas maakt het af.

Whien is de meest gewilde theaterregisseur van dit moment. Acteurs als Malou Gorter, Bram Suijker en Hannah Hoekstra werken heel graag met hem. Jacob Derwig noemt hem ‘absoluut mijn lievelingsregisseur’. Op het afgelopen Theatergala, waar de grote acteurs- en toneelprijzen worden uitgereikt, kreeg hij indirect drie onderscheidingen. De Louis d’Or, de belangrijkste prijs voor mannen, ging naar Emmanuel Ohene Boafo in Sea Wall, een regie van Whien. Twee keer mocht hij zelf een prijs in ontvangst nemen, omdat de laureaten Jaap Spijkers en theatermakers Rebekka de Wit en Anoek Nuyens die avond met de bekroonde voorstelling De Zaak Shell elders in een theater stonden. Hij deed ‘slechts’ de eindregie. Whien betrad het podium en las in hun plaats hun speech voor.

“Dat is de essentie van Erik,” zei zijn vriendin, de actrice Hannah van Lunteren. “Hij staat niet graag in het middelpunt, maar wil wel waardering voor zijn werk.”

Zelf zegt hij: “Mijn worst nightmare is dat ik ooit zelf een prijs win. Dit was ideaal: ik hoorde de hele tijd mijn naam, maar ik hoefde niets voor mezelf in ontvangst te nemen.”

U zet dus alles naar uw hand, u regisseert zelfs dit bezoek, maar u wilt niet in de spotlights staan?

“Het is een vorm van bescheidenheid en onzekerheid. Ik breng mensen bij elkaar en maak op basis van een boek of een toneelstuk een zo mooi mogelijke voorstelling. Ik ben de sturende kracht en heb wel een visie, maar ik ben geen ­theatermaker met een leeg canvas die helemaal vanuit zichzelf van niets iets gaat maken. Wat ik doe, is een vrij egoloos klusje.”

U creëert liever de voorwaarden waarin iedereen het beste uit zichzelf kan halen.

“Ik ben een goede luisteraar. Ik denk dat ik steeds meer mezelf terug zie op toneel. En dat is dan een heldere, kernachtige weergave van de tekst of het boek dat ik heb gekozen. Ik zie ook steeds meer dat ik het heb geënsceneerd, dat ik dingen belangrijk maak door het eruit te tillen of juist dingen weg te laten.”

Is dat pas sinds kort? Het klinkt alsof u zich onnodig bescheiden opstelt.

“Ik heb lang repertoiretoneel geregisseerd: Tsjechov, Ibsen en Shakespeare. Dat zijn grootheden, dan ga je je automatisch nederiger voelen. Als een voorstelling geslaagd was, dacht ik dat het alleen kwam omdat het toneelstuk steengoed is. Of dat de acteurs fantastisch zijn. Ik heb met Jacob Derwig en Maria Kraakman de voorstelling Who’s afraid of Virginia Woolf? gemaakt en dacht dat het vooral aan hen en de andere acteurs lag dat mensen het goed vonden. Ik zei ook altijd: ik win nooit de regieprijs. Daar ben ik niet boos over, maar dat snap ik. Het is niet de regie die het meeste indruk maakt.”

En dat in een land waar regisseurstheater, toneel naar de hand gezet van een uitgesproken regisseur, een begrip is.

“Ik heb regisseurs in een generatie boven me, mannen als Ivo van Hove, Johan Simons, of Gerardjan Rijnders, bij wie dat zo is. Zij zijn de kunstenaars. Je gaat naar een voorstelling van Simons, of Van Hove.”

Hij is even stil.

“Ik voel nu al bescheidenheid opkomen, maar ik ga het toch zeggen: heel misschien weten mensen inmiddels dat ze naar een voorstelling van Erik Whien gaan.”

U zegt dat met veel moeite.

“Ik voel me ongemakkelijk.”

Terwijl u als een van de meest geliefde en gelauwerde regisseurs van het moment wordt gezien.

“Waarom vind ik dat zo ongemakkelijk? Dat zal wel met mijn jeugd te maken hebben. Het gaat over aandacht en gezien worden voor iets wat ik niet herken. Dat ik denk: kijken jullie naar míj́? Is dit mijn moment? Ik snap wel dat men niet meer om me heen kan, want ik had ineens vier genomineerde acteurs, dus een plus een is twee. Maar ik dacht niet...”

… dat is hartstikke terecht?

“Nee. Stom hè?”

Was er bij u thuis een sfeer van ‘doe maar normaal dan doe je al gek genoeg’?

“Meer de sfeer dat het niet om mij ging. Ik was wel de clown in huis, de grappenmaker. Maar mijn moeder was depressief, dus waren de kaarten zo geschud dat het altijd over mijn moeder moest gaan. Als kind was ik daar sensitief voor. Zij moest gelukkig zijn. Als zij gelukkig was, dan klopte het systeem en was ik ook gelukkig.”

null Beeld Frank Ruiter
Beeld Frank Ruiter

Whiens vader werkte bij de post, vijftig jaar lang. Zijn moeder was huisvrouw. Het gezin woonde in Gendt, met dt, tussen Arnhem en Nijmegen. In huize Whien was de liefde voor het theater niet vanzelfsprekend. Als kind ontdekte hij op eigen houtje eerst langspeelplaten van André van Duin, later televisie van Van Kooten en De Bie, Theo & Thea, Rembo en Rembo. Daarna volgde de jeugdtheaterschool en een fascinatie voor musicals, waarvoor hij in zijn eentje naar Londen en New York ging.

Op de Toneelacademie in Maastricht viel alles op zijn plek. Whien ging acteren, voor toneelgezelschappen, maar ook voor het comedyprogramma Nieuw Dier, met Jeroen van Koningsbrugge en Dennis van de Ven. En hij begon met regisseren.

Acteur Jaap Spijkers vertelde eens hoe u regisseert. U bent eindeloos bezig bent met het minutieus verplaatsen van rekwisieten voordat hij het toneel op ging. Hij dacht zelfs op een gegeven moment: wat is die gast in vredesnaam aan het doen?

“Het is controle, en ik doe het altijd. Net voor jij kwam, deed ik het dus ook. Ik ­probeer me in te leven, me te verplaatsen in de gast of de acteur. Ik loop een rondje over het toneel. Ik probeer te begrijpen wat ik die acteur ga aandoen. Dat verplaatsen, rechttrekken, precies neerzetten is een beetje bezwerend. Er zullen acteurs zijn die het superirritant vinden, maar tot nu toe werkt het wel. En er zit ook altijd humor in mijn werk. Comedy is een ijsbreker. Hoe zwaar het onderwerp ook is, ik zorg dat er altijd wel iets te lachen is.”

U wordt door acteurs geroemd omdat u hen zoveel vertrouwen en ruimte geeft. Maar er lijkt geen moment waarop u de controle verliest.

“Het is een soort valse vrijheid. Emmanuel Ohene Boafo speelde Sea Wall op één plek, maar ik wist precies waar hij moest staan. ‘Wacht even, je moet hier een meter naar links,’ zei ik dan.”

Doelgericht, dat kan hij zeker zijn. Dat zal zijn vriendin Hannah kunnen beamen. Ze kennen elkaar van de Toneelacademie in Maastricht. Hij zag haar veel spelen. Het liefst zag hij alles van haar. Maar ze was bezet. Ze zagen elkaar in de theaterkroegen van de stad, ze praatten en lachten veel, hij stuurde haar grappige filmpjes. Lang had Van Lunteren niet door dat Whien meer in haar zag dan een leuke ­collega, maar toen haar relatie voorbij was, maakte hij zijn eerste move. “Hij weet wat hij wil,” zou ze later zeggen, “en dirigeert daar met zachte hand naartoe.”

Niet veel later werd zoon Oskar geboren en verhuisden ze naar Noord, met een bakfiets voor de deur.

Bent u altijd zo doelgericht en zelfverzekerd? Heeft u weleens geen idee gehad wat u doet?

“Zeker wel. Bij Toneelgroep Oostpool bijvoorbeeld. Ik regisseerde De misantroop van Molière, en dat had ik totaal niet in de vingers. Ik had het stuk niet om de juiste redenen gekozen en toen wist ik het gewoon niet. Dat was verschrikkelijk, ik raakte ervan in paniek.”

Hoe kon dat gebeuren?

“Nederland acht grote theatergezelschappen en een heleboel kleine. Wat er bij Oostpool gebeurde, is de lelijke kant van die grote gezelschappen: je moet produceren, produceren, produceren, en door. Ik moest zo veel maken, dat ik niet meer mijn intuïtie kon volgen. Daarom wilde ik ook nooit artistiek leider worden.”

U wordt waarschijnlijk voortdurend gevraagd.

“Zonder onbescheiden te zijn: ik word veel gevraagd te solliciteren. Ik snap het ook, want we hebben in Nederland een theatersysteem waar mensen zoals ik nodig zijn. Dan gaat er weer ergens een regisseur of artistiek leider bij een groot gezelschap weg en is er een nieuwe nodig. Het is ook het systeem waarvan technici, marketingmensen, acteurs en productieleiders afhankelijk zijn. Maar succes is makkelijk, terwijl als het niet goed gaat, het echt zwaar wordt.”

Gebeurde dat destijds bij Toneelgroep Oostpool?

“We hebben daar gouden jaren gehad, maar vanaf een bepaald punt werd het minder. Je voelde ‘klak’ dat het werd afgebroken. Ik denk nog steeds dat artistiek leider zijn een enkeltje kan zijn naar een burn-out.”

Dit weekend staat Slachthuis vijf, de jongste voorstelling van Whien bij Theater Rotterdam, in Internationaal Theater Amsterdam (ITA). Het is een voorstelling over de dood, over oorlog, over eenzaamheid, maar dan luchtig en speels, gebaseerd op het gelijknamige boek van de Amerikaanse schrijver Kurt Vonnegut. Bram Suijker speelt de hoofdrol, bijna slapstickachtig, geestig, maar ook gedragen. Het is een verhaal over de afschuwelijke uitwassen van oorlog, maar ook over het cyclische van het leven. En er wordt geen woord te veel gezegd of een beweging te uitbundig gemaakt.”

Anoek Nuyens, uw dramaturg bij deze voorstelling, zei: ‘Erik is niet geïnteresseerd in acteurs die alles uit de kast trekken. Doe maar minder, zegt Erik vaak. Daardoor ga je als toeschouwer niet zo zeer bewonderen, maar eerder vereenzelvigen met de acteurs. Je kunt dichterbij komen.’

“Mijn materiaal is vaak zo goed, nu ook weer bij Slachthuis vijf, dat ik heel nabij de kern wil komen van wat Kurt Vonnegut bedoelde: dat de enige waarheid in het leven de dood is. Ik vind dat een fantastisch thema. Het is de grootste puzzel die we moeten leggen, de grootste waarheid waar we iets mee moeten. Dat we hier zitten in de wetenschap dat alles verdwijnt. Dat is toch een rare paradox? We kunnen ons druk maken, of zenuwachtig worden, terwijl we weten dat het eindig is. We weten ook nog eens dat in het licht van de eeuwigheid ons eigen leven eigenlijk niks is. En toch kunnen we het leven zinvol maken. Dat vind ik een wonder.”

Is dat besef ontstaan na de dood van uw ouders? Zij overleden een paar jaar geleden kort na elkaar.

“Mijn moeder heeft zelfmoord gepleegd, de dag voor de sterfdatum van mijn vader. Vrienden van mijn ouders ­zeiden steeds tegen haar; geef het een jaar, dan zijn alle seizoenen er een keer overheen gegaan. Maar zij wilde dat niet. Ook omdat ze, denk ik, dacht: maar dan? Dan komt er nog een jaar en dan nog een jaar en dan nog een. Ze vond het leven al vreselijk, maar mijn vader was haar houvast. Toen hij wegviel, was haar leven één groot vraagteken. Mijn broer woont op Bonaire en ik woon in Amsterdam. Toen heeft ze gedacht: wat doe ik hier? Vanaf het moment dat ze doodging, dacht ik: ik snap het wel, je hebt voor iedereen nu iets ­geregeld. Die daadkracht vond ik knap.”

De meeste mensen zouden hier ­woedend over zijn.

“Ja, daar ben ik voor in therapie.”

Hij lacht ongemakkelijk.

“Mijn therapeut zegt: het is ook vreselijk voor jou. En dan denk ik: ja, ja. Maar ik zie nu dat ze me ook met iets heeft opgezadeld.”

Bent u bang voor de dood?

“Nee. Alleen voor hoe je doodgaat. En voor de mensen die overblijven is het ook verdrietig. Maar zelfs verdriet kan prettig zijn. Toen ik werd gebeld dat mijn moeder was overleden, heb ik een uur lang heel heftig gehuild, op de grond. Heel intens, maar in mijn herinnering was het ook fijn. Omdat je dicht bij iets bent. Je bent helemaal uit je hoofd.”

Heeft de dood van uw ouders u veranderd?

“Enorm. In diezelfde tijd kreeg ik ­kinderen. Het was echt een volwassenwordingsritueel. Toen ik Revolutionary Road bij Theater Rotterdam in 2017 maakte, was mijn moeder net dood. Sindsdien lijkt het alsof al mijn voorstellingen over de dood gaan, van Slachthuis vijf tot Verdriet is het ding met veren, en ook Eindspel van ­Beckett, dat binnenkort weer gaat spelen.”

null Beeld Frank Ruiter
Beeld Frank Ruiter

Revolutionary Road gaat over Frank en April Wheeler in suburban America, en eindigt met April die een abortus bij zichzelf pleegt. Aanvankelijk dacht ik dat het in een plas bloed moest gebeuren, een soort Griekse tragedie; heftig. Maar toen dacht ik: nee, het is heel rustig. Ze maakte een einde aan een ongelukkig leven. Ik dacht aan mijn moeder. De laatste tien minuten speelden ze in alle rust, kalm. Ik had ineens eigenaarschap over de dood. Net als Vonnegut schrijft: de dood is niet erg, het is onderdeel van het leven. Het is een soort bron waar veel uit voortkomt, het geeft je ook iets.”

“Theater maken werd een dure therapie. En als je het goed doet, heeft het publiek daar ook wat aan.”

Waarom maakt u theater?

“Het is mijn manier om dingen begrijpelijk te maken. Als ik het journaal kijk, begrijp ik niets van het leven. Ik snap niet waarom het zo vaak fout gaat in de wereld. Maar als ik naar theater kijk, snap ik het beter. Ik snap de verhalen.”

Toch verkeert het theater in crisis. Ondanks de afgeschafte coronamaatregelen, lopen de zalen niet vol.

“Het is stil komen te liggen. Letterlijk. Voorheen hadden we al 30 procent kaartverkoop als je alleen al zei dat je zou komen. Nu moet je meer je best doen. Daar moet toch iets goeds uit gaan komen.”

Theater blijft een niche.

“Het zijn gescheiden werelden, film en theater. Mijn vriendin Hannah filmt veel, dat lijkt me ontzettend leuk. Ik denk dat mijn manier van werken wel zou passen bij film. Het is al bijna camera-acteren wat ik acteurs meegeef.”

En film blijft. Theater verdwijnt.

“Soms maak ik de prachtigste dingen, waar ik echt trots op ben, maar dan zijn we drie maanden op tournee geweest en hebben achtduizend mensen het gezien, wat veel is, voor theater. Terwijl een telefilm alleen al honderdduizend mensen bereikt.”

Het zijn die aantallen, die een in het theater geroemd regisseur als Whien voor het grote publiek minder zichtbaar maken. Ook de aandacht voor de acteurs in de media, de bekende namen, maken dat de mensen achter de schermen anoniemer blijven.

Misschien kent het grote publiek u nog niet, maar inmiddels bent u ook buiten Nederland niet onopgemerkt ­gebleven...

“Ja, ja, ja. Ik houd dat nog wel af. Ik vind het buitenland nog te ver weg, met twee jonge kinderen. Ik wil een goede vader zijn, ik wil hier zijn. Johan Simons polste me voor zijn theater in het Duitse Bochum, maar ik kreeg vanmorgen een afzegging van de buitenschoolse opvang van mijn oudste zoon, en als ik nu in Bochum zou werken, of ergens anders in het buitenland, dan kan ik hem niet ophalen. Ik ga niet zomaar zeven weken in Berlijn iets maken; ik wil alleen iets maken wat ik echt wil. Londen of New York zou ik ooit wel willen, dat is die oude jeugddroom. En ik denk ook dat wat ik maak, daar past.”

Stel dat u wordt gevraagd om ­ITA te gaan leiden, mocht Ivo van Hove ooit vertrekken?

“Dan zou ik het niet alléén willen doen, maar met een groep makers. Ik ben heel geïnteresseerd in regisseurs om mij heen, voel me verbonden met hen en bovendien geloof ik in de groep, meer dan in het individu. Een regisseur van de oude garde zei laatst: ‘Kom Erik, stoot mij van de troon. Je moet je verantwoordelijkheid nemen.’ Als ik dat hoor, krijg ik alleen maar zin om lekker in de tuin te gaan schoffelen en mijn zoons naar zwemles te brengen. Dat vind ik mannetjesgebral. Het is het equivalent van verplicht in de sportwagen van je vader moeten willen rijden. Dat wil ik niet. Ik wil mooie voorstellingen maken, op mijn voorwaarden.”

Op 7 en 8 mei is Slachthuis vijf bij ITA te zien. Op 28 en 29 mei staat daar Eindspel.

erik whien jeugdfoto, PS van de week 7 mei Beeld x
erik whien jeugdfoto, PS van de week 7 meiBeeld x

Erik Whien
16 april 1978, Gendt

2000
Afgestudeerd aan de Toneelacademie in Maastricht
2000-2009
Acteur en regisseur voor verschillende gezelschappen, waaronder Toneelschuur Producties
2009
Nieuw Dier, sketchprogramma bij Talpa
2008-2013
Regisseur bij Toneelgroep Oostpool
2013-2016
Regisseur bij o.a. Toneelschuur Producties
2016-heden
Vaste regisseur bij Theater Rotterdam
2016-heden
Eindregie bij makers als Marjolijn van Heemstra, Anouk Nuyens, BOG. en Sadettin Kirmiziyüz
2021-heden
Regisseur bij Het Nationale Theater in Den Haag

Erik Whien woont samen met actrice Hannah van Lunteren en hun twee zoons van 6 en 4 in Noord.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden