James Worthy. Beeld Agata Nowicka

‘Er is een oorlog gaande. Ook hier in Amsterdam’

Plus James Worthy

Op de afterparty van een kunstexpositie staat een man met een onalledaags montuurtje lijntjes te maken met een creditcard die verlopen is. Hij staat in de keuken. De cocaïne ligt op een snijplank. Maanwitte golven op een zee van hout. Op de koelkast hangen gezinsfoto’s. Strand. Geboorte. Bruiloft. Dagje uit. Op de wasmachine liggen twee Disneybroodtrommeltjes uit te lekken op een theedoek.

Een andere man loopt de keuken in. Hij klikt de waterkoker aan en vraagt de bebrilde sneeuwschuiver of hij misschien weet waar de theezakjes liggen. Dan ziet hij de lijntjes liggen.

“Gast, dat kan echt niet meer.”

“Wat kan niet meer?”

“Die drugs. Je bent de maffia aan het faciliteren.”

“Jij draagt sportschoenen die door peuters worden gemaakt.”

“Dat weet ik. Ik ben ook niet perfect.”

“Inderdaad. Wie drinkt er nou thee op een afterparty?”

“Ik probeer mijn leven te beteren.”

“Door thee te drinken?”

“Het is een begin.”

“Het is een valse start. De arbeidsomstandigheden op theeplantages liggen vaak ver onder de maat.”

“Er ligt een gram coke voor je neus. Denk je dat de mensen die op cocaplantages werken elk jaar een kerstpakket vol ragout en luxe soepstengels krijgen?”

“Nee, maar ik probeer dan ook niet mijn leven te ­beteren.”

“Maar waarom niet?”

“Omdat ik kan leven met het feit dat ik de slechterik ben.”

“Ik zeg niet dat je slecht bent. Ik zeg alleen dat je je kop uit het zand moet halen.”

“En dan? Wat is er zo mooi boven het zand?”

“Dat weet ik niet, maar het voelt er vast beter. Waar komt dit spul vandaan? Colombia? Mexico? Jij snuift de kogels rechtstreeks de wapens van al die kartels in.”

“Hoe weet je dat?”

“Mijn vader werkt bij de politie. Hij weet dingen. Er is een oorlog gaande. Ook hier in Amsterdam. Mensen zoals jij houden een crimineel systeem in stand dat zich kenmerkt door buitensporig geweld.”

“Dus ik moet jouw vaders werk gaan doen?”

“Nee, hij wil gewoon dat je nadenkt over de rol die je speelt in deze keten.”

“Ik gebruik dit juist zodat ik heel even niet na hoef te denken.”

“Dat is te makkelijk.”

“Nee, wat je vader doet is te makkelijk. Niet ik, maar hij leeft met zijn kop in het zand.”

“Verklaar je nader, El Chapo.”

“Hij spreekt mij aan, omdat zijn stem te zacht is om de echte boeven mee aan te spreken. Je vader zit in het pierenbadje. Hij is bang. Hij staat verstopt achter viaducten met een laserpistool. Hij beboet meisjes die zonder licht door de stad fietsen.”

“Je kent mijn vader niet.”

“En jouw vader kent mij niet. Hij kan geen haaien vangen en nu spreekt hij mij aan omdat ik ze af en toe kruimeltjes voer.”

“Steek je kop maar verder in het zand. Je faciliteert de maffia.”

“Je thee is klaar, Baantjer.”

“Er kleeft bloed aan je neusvleugels.”

“En jouw vader is een vogelverschrikker die bang is voor vogels.”

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden