PlusReconstructie

En dan sta je als ambulancechauffeur bij het dodelijke ongeluk van je zoon

Ambulancechauffeur Annemiek Valent. Beeld Marc Driessen
Ambulancechauffeur Annemiek Valent.Beeld Marc Driessen

Ambulancechauffeur Annemiek Valent (51) trof haar zoon Gian (19) aan bij een dodelijk ongeluk. Over deze traumatische ervaring schreef ze het boek En dan is het jouw kind dat alles overstijgt.

Het was om 4.13 uur. Een rustige nachtdienst voor de ­Amsterdamse ambulance, 21 november 2015. Er kwam op het scherm een melding binnen van een ongeluk op de Heemstedestraat, bij het Hoofddorpplein: ‘Auto tegen een boom, in brand. Slachtoffers?’ Annemiek Valent zat achter het stuur van de ambulance. “We waren er zo,” zegt ze. “We konden niet te dichtbij parkeren, want daar stonden de politie en de brandweer al. Wij zeggen altijd tegen elkaar wat we zien, dus ik zei tegen mijn collega: die zit wel ­behoorlijk in de prak.”

Annemiek Valent zit aan haar keukentafel in een gezellig rijtjeshuis in Badhoevedorp. In de gang en in de woonkamer hangen foto’s van blozende jongens, haar zoons Gian en Roan. Ze rijdt sinds 2007 op de ambulance in Amsterdam-West, daarvoor zat ze in de wijkverpleging. “Het ­onverwachte van dat werk is leuk. Je weet nooit waar je ­terechtkomt, bij wie, in welk huis.”

En zo kwam ze deze novembernacht, ruim vijf jaar geleden, bij een autowrak in de Hoofddorppleinbuurt. Ze laat een foto zien: de voorste helft van de auto lijkt wel verdwenen, de voorbumper ligt meters verderop, de deur van de bestuurdersstoel is over de achterdeur geschoven. Het ziet er nauwelijks meer uit als een auto.

En toch herkende ze die nacht opeens het linkerachterraampje. Dat was intact gebleven. “Het was de auto van mijn ex-man,” zegt ze. “Daar heb ik ook weleens in gereden. Ik heb het meteen gezegd, volgens mij is dit de auto van mijn ex, en ben toen gaan kijken naar het nummerbord. De ‘86’ in het kenteken herkende ik. Mijn collega zei: ‘Er rijden zo veel zilvergrijze auto’s rond als deze.’ Maar niet met dit kenteken, zei ik.”

Hulpverlener én nabestaande

Ze vertelt het bijna mechanisch, ontdaan van elke emotie, alsof ze van een afstand naar zichzelf kijkt. Vanaf dit ­moment in de tijd wisselt ze tussen twee rollen: die van hulpverlener en die van nabestaande. Als hulpverlener hield ze een tweede ambulance tegen – er viel niemand meer te redden – en deed ze sporenonderzoek. En als ­nabestaande vroeg ze de politie het kenteken te checken. “Dat doen we nooit, het maakt de ambulance niet uit wie erin zit, wij komen voor het slachtoffer.”

Toen de politie bevestigde dat het autowrak op naam van haar ex stond, stortte ze in. Ze zakte door haar benen, gilde dat ze gek werd, trok aan haar haren.

De mededeling dat er geen 53-jarige man in de auto zat, drong niet tot haar door.

Nu spreekt de hulpverlener weer. “De politie had ook wel door dat ik er niet aan wilde. Zij hebben geleerd om op zo’n moment zoveel mogelijk informatie te geven. Een agent zei dat een getuige had gezien dat het om Gian ging. Honderd procent, zei die jongen, maar ik herkende hem niet, en de agent sprak Gians naam verkeerd uit, dus ik dacht: het klopt niet. Een andere jongen zei: hij werkt bij steakhouse Amon in Badhoevedorp, maar dat was jaren geleden, dus ik dacht: je kent hem niet goed genoeg. Mijn brein wilde het niet accepteren.”

Er zitten gaten in haar herinnering. Ze weet nog wel dat ze, vlak voor ze van de Heemstedestraat wegreden, haar ex heeft gebeld. Hij nam op. “Dat was wel een bevestiging dat er iets anders aan de hand was.” Staat de auto voor de deur, vroeg ze hem. De auto was weg, zag hij, en Gian ook. Op dat moment nam een agente haar telefoon over. Valent, droogjes: “Die moest toen opeens een slechtnieuwsgesprek voeren, onvoorbereid.”

Er was geen ontkomen meer aan: het was hun 19-jarige zoon Gian, student installatietechniek aan het ROC ­Amsterdam, die achter het stuur had gezeten. Zonder rijbewijs. Dit was bij de Amsterdamse ambulance nog nooit ­gebeurd: dat een collega aankomt bij een ongeluk waarbij haar eigen kind is omgekomen. Eén agent had de tegenwoordigheid van geest om de tweede ambulance, die ­Valent net had weggestuurd omdat er niets meer te redden viel, te laten blijven. De chauffeur kreeg de instructie niet van Valents zijde te wijken.

Even chillen

De eerste tijd was ze enorm bang. Toen ze na het ongeluk terugkwam op haar werk, durfde ze haar uniform niet uit te trekken, uit angst dat ze het nooit meer aan zou doen. Autorijden vond ze opeens doodeng. Een halfjaar later durfde ze voor het eerst de ambulance weer in. Achterin, rijden deed ze sowieso niet. “Ik vond het verkeer zo eng, met de snelheden die wij maken.” Een posttraumatische stressstoornis. Therapie hielp. Met EMDR werden de beelden die op haar netvlies gebrand staan van de zwaarste ­lading ontdaan.

Ze is een paar dagen later terug geweest op de plaats van het ongeluk. Dit is de reconstructie: Gians scooter was die nacht stukgegaan, hij was om drie uur ’s nachts thuisgekomen en had toen zijn vaders auto gepakt ‘om nog even te chillen’. Bij het Hoofddorpplein was hij vrienden tegengekomen. Tegen hen zei hij dat hij ‘naar osso’ ging, naar huis, en daarna heeft hij nog flink vaart kunnen maken.

Op de Heemstedestraat zit een kleine bocht in de weg, een chicane. Die miste hij, waarop zijn wielen loskwamen van de grond en in het gras van de trambaan terechtkwamen. ­Gian had daarop een ruk aan het stuur gegeven en schoot naar de andere kant van de weg, recht op een boom af. ­Valent, nu puttend uit jarenlange ervaring op de weg: “Wij leren altijd: kijk waar je heen wilt. Maar hij keek waar de auto naartoe ging. Dus hij stuurde weg van die boom – recht op de volgende af. Toen was het klaar.”

Heftige maanden volgden. Niet alleen van rouw, maar ook van puur detectivewerk. Valent liet Gians telefoon ­oplappen, en ontdekte in zijn whatsappverkeer dat hij al maanden de auto van zijn vader leende. Met toestemming. Dat hij hem zelfs een keer mee naar school had genomen en betrapt was toen hij de auto in de personeelsgarage parkeerde. Ze hadden, helaas, alleen zijn vader gebeld – die wist er al van. Ze las ook alles wat je niet wilt lezen over ­alcohol, en drugs.

Gian. Beeld Marc Driessen/privéarchief
Gian.Beeld Marc Driessen/privéarchief

Puber 2.0

“Gian was een puber 2.0,” zegt Valent. “Enorm sociaal, met veel vrienden in allerlei delen van Amsterdam. In Badhoevedorp, in Zuid, in West. Hij deed veel wat God verboden had. Ik wist wel dat ie veel blowde, maar ze vertellen je niks, hè, op die leeftijd. Alles zat in die telefoon.”

Ze is heel erg kwaad geweest op haar ex. “Hij ontkende ­alles, maar het stond zwart-op-wit. Geen idee wat hem had bezield om Gian de auto uit te lenen.” Ze kan het hem niet meer vragen. Negen maanden na het ongeluk met Gian klapte hij zelf ook tegen een boom, in Hoofddorp. Een ­ongeluk, neemt Valent aan. “Hij dronk, ook als hij moest rijden.” Het was een eenzijdig ongeluk, dus de oorzaak is niet verder onderzocht.

Ze is het verhaal gaan opschrijven. Haar eigen relaas van wat er gebeurd is, aangevuld met bijdragen van collega’s, voor wie de gebeurtenis ook traumatisch is geweest. Tijdens haar therapie had Valent al veel op papier gezet. Met dit boek, dat vandaag wordt gepresenteerd, een paar dagen voor ­Gian 25 jaar zou zijn geworden, wil ze ook jongeren en hun ouders waarschuwen. “Ik vind het zo erg dat ik Gian niet eerder ben tegengekomen, hij reed met die auto in mijn werkgebied. Maar kinderen doen van alles. Ze denken echt dat ze onsterfelijk zijn.”

Annemiek Valent: En dan is het jouw kind dat alles overstijgt. Uitgeverij Buro Mension, €22,50.

Foto’s van zoons Gian en Roan bij Annemiek Valent in huis. Beeld Marc Driessen
Foto’s van zoons Gian en Roan bij Annemiek Valent in huis.Beeld Marc Driessen

Eerst denken, dan doen

Jonge automobilisten, tussen de 18 en de 24 jaar, zijn naar verhouding vaker betrokken bij een dodelijk ongeluk dan oudere. Het risico van mannen in die leeftijdscategorie is zelfs tien keer zo hoog. Dit blijkt uit cijfers van SWOV, voor wetenschappelijk onderzoek naar verkeersveiligheid. Dat hoge risico wordt veroorzaakt door een gebrek aan rijervaring, maar ook door de hersenontwikkeling en sociale gevoeligheid.

Het deel van de hersenen dat zorgt dat mensen eerst denken en dan pas doen, is pas rond het 25ste levensjaar volledig ontwikkeld. Jonge automobilisten rijden vaker onder invloed van drugs, maar ze rijden ook vaker in moeilijkere omstandigheden: met oudere auto’s, of in het donker. Ze hebben naar verhouding meer ongevallen in de nacht, vooral de weekends. Ook zijn ze vaker betrokken bij eenzijdige ongelukken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden