PlusInterview

Elke Wiss wil mensen vragen leren stellen: ‘We zijn te bang voor ongemak’

Theatermaker en praktisch filosoof Elke Wiss (34) schreef een boek over het stellen van goede vragen: Socrates op sneakers. Altijd handig, zeker in deze tijd.

Elke Wiss: ‘We hebben nooit geleerd om vragen te stellen.’Beeld Ruud Pos

Een beetje spannend is het wel, iemand interviewen die een boek heeft geschreven over het stellen van goede vragen. En vooral: waarom we daar zo slecht in zijn.

Elke Wiss, theatermaakster en praktisch filosoof, volgde zes jaar geleden een cursus praktische filosofie die cruciaal bleek te zijn voor de totstandkoming van haar boek. Een handvol deelnemers lunchte samen en deed een vragenronde: heb je kinderen? Zo ja, kwamen er vervolgvragen, zo nee, ging de beurt door naar de volgende.

Vreemd, vond Wiss. Want hoezo een gesprek over kinderen beginnen en dat enkel voeren met een select clubje? Toen een vrouw van begin veertig even later aan de beurt kwam en antwoordde dat ze geen kinderen had, raapte Wiss haar moed bijeen en vroeg: “Heb je daar zelf voor gekozen?” Het gesprek viel stil, de vraag werd haar niet in dank afgenomen. De vrouw gaf later aan dat ze het ‘heel vreemd vond dat mensen denken dat ze dat zomaar kunnen vragen’.

Wiss dacht: ik wil dat kunnen vragen. Op een manier die niet zo veel schaamte en stress oproept. Ze ging cursussen en workshops geven, en bundelde haar kennis en ervaringen in een boek. “Ik ben erachter dat je schaamte en stress niet altijd kunt voorkomen, maar wel dingen kunt doen om de kans erop te verkleinen. Ik wil interessante gesprekken voeren die leiden tot meer perspectivische lenigheid. Daar gaat het boek over. Hoe kun je je eigen perspectief loslaten en dat van de ander verkennen.”

Nog even over die vraag: dat kon subtieler.

“Ik gooide hem gewoon met mijn beste intenties plompverloren over de schutting. Vanuit de wens om anders om te gaan met vragen stellen en het mijnenveld dat we daaromheen creëren. Na dat moment ben ik me gaan verdiepen in de kunst van het stellen van vragen.”

Waarom zijn we daar zo slecht in?

“Dat heeft meerdere redenen. Om te beginnen: we zijn niet gewend om het niet-weten te verdragen. Deze tijd van het coronavirus is illustratief: er zit weinig anders op dan accepteren dat we niet alles weten. Dat is moeilijk, en daarom flansen we veel te snel een mening in elkaar. Iedereen is plots expert en weet hoe virussen zich verspreiden. Dat scoort, niemand zit te wachten op twijfel.”

“We hebben ook nooit geleerd om vragen te stellen. Vanaf de basisschool zijn we vooral getraind op kennisreproductie. Aannemen wat de juf of meester zegt. Ons lichaam vindt het daarnaast belonender wanneer we over onszelf praten. Je maakt dan dopamine aan. Dat verklaart waarom we op verjaardagen graag over onszelf ventileren, en het moeilijk vinden om de brug naar de ander te maken.”

“Bovendien maken we het stellen van vragen als maatschappij veel te spannend. We hebben ooit bepaald: over deze onderwerpen vraag je niks. Dat is vreemd; zo vullen we voor de ander in welke vragen hij vervelend vindt en welke niet. Terwijl iemand altijd kan zeggen: bedankt voor je vraag, maar daar wil ik nu niet over praten.”

Dat is best ongemakkelijk.

“Hoezo? Het alternatief is je vraag inslikken uit angst voor ongemak. Dat vind ik veel kwalijker. De mooiste dingen in het leven zijn nu eenmaal niet zonder risico. Als iemand de vraag niet wil beantwoorden, ben je dapper geweest. Je gesprekspartner kan ook zeggen: wauw, wat fijn dat je die vraag stelt. We smoren potentieel mooie gesprekken veel te snel in de kiem door ons eigen ongemak. Dat vind ik aanmatigend naar de ander toe, en egoïstisch naar jezelf.”

Waartoe leidt het stellen van een goede vraag?

“Verbinding en wijsheid. Er kunnen waanzinnig mooie gesprekken uit voortvloeien. Mensen die deelnemen aan mijn workshops komen vaak de tweede les naar me toe en zeggen: ik voerde ineens een heel ander gesprek met mijn partner. Of: ik vroeg bij mijn beste vriendin toch eens door naar dat ene dat ik altijd ontwijk. Daar kwam een supermooi gesprek uit, ik heb dingen geleerd die ik nog niet van haar wist.”

Mensen zoeken naar verbinding en betekenisvolle relaties?

“Ja, maar toch vinden we het moeilijk om de diepte in te gaan. Wanneer ik tijdens mijn workshop vraag waarom mensen meedoen, is het negen van de tien keer omdat ze veel gesprekken hebben met vrienden en collega’s, maar telkens blijven hangen op ‘hoe was je weekend?’ en ‘heb je nog wat leuks gedaan?’ We gaan te snel. We denken dat we geen tijd hebben voor een goed gesprek. Terwijl de honger naar verbinding, wijsheid en nieuwe perspectieven misschien wel groter is dan ooit.”

Hoe ga je de diepte in zonder dat het geforceerd overkomt?

“Luister goed naar de ander, niet je eigen verhaal willen vertellen. Gooi het eens open wanneer je iets hoort waarnaar je nieuwsgierig bent. Bijvoorbeeld: ‘Ik hoor je dit zeggen, ik zou er graag iets over willen vragen. Je hoeft niet te antwoorden, maar ik ben benieuwd.’ Zo hou je het voor iedereen veilig. Als daar een mooi gesprek uit voortkomt, is het zaak door te vragen en zuiver te blijven luisteren.”

En dan stel je soms een gevoelige vraag.

“Ja, want er is niets pijnlijker dan wanneer je iets ergs overkomt, bijvoorbeeld het verliezen van je kindje of een andere dierbare, en anderen besteden daar geen aandacht aan. Terwijl ze weten wat er is gebeurd. Dan is er niemand die vraagt: hoe is het met je? Enkel omdat we niet weten hoe we dat ongemak moeten verdragen. Verdieping gaat nu eenmaal niet van een leien dakje.”

Kun je iemand helpen door je eigen, vergelijkbare verhaal te vertellen?

“Je eigen verhaal kan troosten, als je er op een goed moment iets over loslaat. Maar vaak zijn we te snel en te groots. Iedereen kent die types wel, die na één minuut iets zeggen als: ‘Ja, mijn tante heeft ook net haar baby verloren, en…’ In het boek bespreek ik vier types waaraan je je ergert. Het gaat om onderbreken, ratelen en je eigen standpunt herhalen, denken aan wat je wilt gaan zeggen terwijl de ander spreekt, de opmerking ‘dat heb ik ook!’ (maar dan erger) en de help- en adviesreflex.”

Wat is uw valkuil?

“De adviesreflex. Die lijkt net als de helpreflex minder dominant, maar ze gaan niet over degene die zijn verhaal kwijt wil, maar over jezelf. Je luistert niet, maar je wilt het oplossen. Stel: een vriend vertelt dat hij ruzie heeft met zijn vriendin. Hij weet niet wat hij moet doen. En jij zegt: ‘Heb je dit al geprobeerd? Ik zou het zo en zo doen. Check dit artikel daarover.’ Daar zit die vriend niet op te wachten. Hij wil zijn verhaal kwijt.”

Kunt u door dit boek nog ongedwongen een gesprek voeren?

“Door me te verdiepen in dit onderwerp is dat wel veranderd. In het begin ging ik met iedereen socratische gesprekken voeren – alleen maar vragen stellen om een nieuwsgierige houding te ontwikkelen. Het was een soort verliefdheid, ik wilde de hele wereld er kennis mee laten maken. Daar zat niet iedereen op te wachten. Het is ook niet altijd handig. Soms moet je met een vriendin een fles wijn opentrekken en zeggen: het leven is kut. Neem nog een glas.”

“Maar het levert me veel helderheid op. Gesprekken zijn leuker, efficiënter. Wanneer mensen gaan wauwelen, vraag ik: wat zeg je nou eigenlijk? We praten minder langs elkaar heen.”

Vertelt u minder over uzelf dan anderen?

“Door mijn opvoeding heb ik die neiging al minder. Als kind leerde ik van mijn ouders om goed te luisteren en niet te veel ruimte in te nemen. Ik hoef mijn verhaal niet per se kwijt, daarom kan ik goed reguleren wanneer ik iets neerleg over mezelf en wanneer niet. Ik vind het ook ongemakkelijk om veel over mezelf te praten. Het liefst zeg ik iets en ga dan terug naar de ander. Dat is leuker, mijn eigen verhaal ken ik al.”

Kan dat doorschieten?

“Ja, ik moest wel leren om soms een stukje van mezelf te laten zien aan de ander. Anders wordt het een kruisverhoor. Het duurde een poos voordat ik dat doorhad, maar tegenwoordig kan ik erg genieten van het delen van een goed verhaal.”

Elke Wiss: Socrates op sneakers, Ambo|Anthos, €20,99.

Een goed gesprek voeren ten tijde van het coronavirus

Volgens Elke Wiss is dit de uitgelezen mogelijkheid om een meer verrassend gesprek dan normaal te voeren met bijvoorbeeld je partner en kinderen. “Wanneer je aan tafel zit, kun je niet vragen hoe het op school was. Je kunt corona als haakje nemen om de verdieping op te zoeken. Waarom gaan er zo veel mensen tóch naar het strand? Wanneer is burgerlijke gehoorzaamheid noodzakelijk? Wanneer weet je ergens genoeg van om er een mening over te hebben?”

“En je kunt aan een ander vragen hoe het thuis is. Dat is een vraag die je normaal niet snel stelt, maar nu is iedereen benieuwd: lukt het om te werken en de kinderen om je heen te hebben? Als iemand dan antwoordt dat het stressvol is, zeg dan niet: ‘bij mij ook!’ maar vraag diegene waarom het stressvol is.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden