Achter de schermen

Elke avond een feestje? Hans van der Beek weet hoe dat moet

Al bijna vier jaar struint Hans van der Beek alle feestjes, openingen en presentaties in de stad af. Zijn avonturen lees je zes dagen per week in de rubriek Schuim. ‘Ik heb een personage van mezelf gemaakt.’

Schuimverslaggever Hans van der Beek Beeld Linda Stulic

Het klinkt als een droombaan, feestjes afgaan en daarover schrijven.

“Mensen denken vaak dat het makkelijk is, maar vaak is het juist moeilijk. Soms ga ik ergens naartoe en dan gebeurt er helemaal niks. En dan moet ik er toch ruim 400 woorden over schrijven. Dan moet ik van een drol een taartje maken. Vaak zijn het wel leuke feesten, is er heerlijk eten en leuke mensen, maar wat mensen vergeten is dat ik daar aan het werk ben. Ik moet een stukje schrijven. Het is geen vervélend werk, maar het is wel werk.”

Wat zijn de evenementen waar je het meest naar uitkijkt?

“Ik hou van evenementen met gekkigheid. Het kan me niet veel schelen of er veel BN’ers zijn, maar ik vind het leuk als het een beetje raar is. Laatst was ik bij een Cougar party, bij Sexyland in Noord, dat vind ik fantastisch. Maar ik hou ook wel van hele chique feesten. Een tijd geleden alweer was er een Moët & Chandonfeest in Huize Frankendael. Een soort Eyes Wide Shut-feest. Iedereen moest met een maskertje komen en in gala, en er hing een soort filmische sfeer. In een van die zalen stonden een halfnaakte man en vrouw, gewoon als decoratie. Vervolgens kwam er een vrouw binnen die een aria begon te zingen. En dan ging ze weer weg. Bizar. Moët & Chandon is erg goed in over the top feesten organiseren, ze hebben ook een keer een eiland van zand gestort achter het Amstel Hotel.”

Hoe word je dat eigenlijk, Schuimreporter?

“In het begin vroegen mensen vaak: wat deed je hiervoor? Maar ik heb altijd voor Het Parool gewerkt. Nu bijna 25 jaar. Maar ik ben nooit iemand geweest die de voorpagina haalde met eigen nieuws, ik was altijd al meer van de sierstukjes. Ik heb veel interviews gedaan, portretten en reportages. En ik ben naar twee EK’s en één WK geweest, niet voor de voetbalverhalen maar voor de vrolijke verhalen eromheen.”

Het was een logische stap.

“Voor mij was het een logische keuze en voor de hoofdredactie ook. De rubriek bestaat nu zo’n tien jaar. Het was altijd een goedlopende rubriek, maar mijn voorgangers waren meestal na een jaar op. Het waren vaak ook jonge mensen, die misschien iets te veel gingen meefeesten. Er bestaat ook het gevaar dat je jezelf iets te serieus gaat nemen; iedereen trekt aan je en wil je uitnodigen voor events. Dan ga je denken dat je een hele meneer of mevrouw bent. Sommige van die collega’s begonnen in de zomer en dan vanaf oktober, november waren ze onuitstaanbare diva’s geworden.”

Dat overkomt jou niet.

“Het zal de leeftijd zijn, en ik neem mezelf niet al te serieus. Ik heb ook het grote voordeel dat mijn privéleven dit werk toelaat. Ik heb twee kinderen maar die wonen meestal bij hun moeder. Ze zijn 20 en 18; het kan ze niet meer zoveel schelen of ik thuis ben of niet. Mijn vriendin woont in Haarlem en werkt ook ‘s avonds, dus we zien elkaar sowieso alleen in het weekend. Als je een jong gezin hebt, is deze baan natuurlijk niks. En je raakt sociaal gehandicapt. In het begin nam ik nog wel vrienden mee naar events, omdat ik het zo jammer vond dat ik ze weinig zag. Maar dat werkt toch niet, want die willen dan gezellig bijkletsen terwijl ik daar echt ben om te werken. Maar ja, als ik tramchauffeur was geweest of nachtportier had ik het ook gehad. Ik ben eigenlijk de nachtportier van Het Parool.”

En na het feestje?

“Ik kom thuis, ga tikken en daarna ben ik natuurlijk klaarwakker want ik heb net zitten tikken. Dan pak ik een borreltje en ga tv kijken of een filmpje. Ik heb mijn ritme terug van mijn studententijd: ik slaap tussen 3 en 11. Dat ritme zit er nu wel helemaal in. Overdag zoek ik de agenda bij elkaar, daar gaat stiekem ook nog best veel tijd in zitten. Op een goede dag is het moeilijk kiezen, maar ik zit ook vaak genoeg te mailen en internet af te struinen naar iets leuks. De uiteindelijke mix in de week moet goed zijn en we moeten er natuurlijk op letten dat we geen dubbelingen hebben in de rest van de krant. Die uiteindelijke selectie maak ik samen met de chefs.”

Op die feestjes vloeit de drank rijkelijk en komen de schalen bitterballen voortdurend lang. Kun je zo wel op je gezondheid letten?

“Mensen maken zich vaak zorgen over hoe die arme jongen dat nou volhoudt, elke avond feesten en zuipen. Maar mijn stukje tik ik meteen als ik thuis ben, en je kunt niet aangeschoten tikken. Dus met drank hou ik me sowieso al in. Wat eten betreft ging het in het begin fout: dan at ik een normale avondmaaltijd en ging ik daarna naar het feest. Maar dat moet je niet doen, want met al die hapjes die je krijgt, eet je uiteindelijk toch weer een halve maaltijd. Nu eet ik gewoon minder van tevoren.”

Wat is de grootste uitdaging van het werk?

“Dat je soms op plekken komt waar niks gebeurt en je van een drol een taartje moet maken. Maar dat vind ik ook juist de sport. Wat wel écht een uitdaging is: al die namen. Je kunt schrijven wat je wilt, maar als je iemands naam verkeerd schrijft dan is dat wat ze onthouden. En het zijn er veel! Ik heb eens uitgerekend dat ik per jaar ruim drieduizend mensen op de foto zet. Dus ik vraag drieduizend keer per jaar: ‘En hoe spel ik dat?”

Word je vaak aangesproken op feestjes, dat mensen je herkennen?

“Ja, behoorlijk. Dat blijft gek om mee te maken. De rubriek is ook veel persoonlijker dan voorheen. De opdracht aan mijn voorgangers was: beschrijf het feestje. Mijn opdracht was: beschrijf hoe Hans van der Beek naar een feestje gaat. Nu is het echt ‘Hans van der Beek was op een feestje’. Dat persoonlijke werkt goed, merk ik, daar krijg ik de meeste reacties op. Of ze vragen: ‘hoe gaat het met je zonen?’ want dat hebben ze dan een keer gelezen. ‘Je hebt een personage van jezelf gemaakt,’ zei een collega laatst. Ja, dacht ik, zo is het ook.”

Is het nog even vol te houden?

“Zeker. Ik heb mijn vorm gevonden, ik heb alle vrijheid en een prachtige plek in de krant.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden