PlusReportage

Eigenaar Yvonne van Hotel-Café De Zwaan in Ransdorp is lief en warm – maar met biljart worden de mannen afgeslacht

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

Hotel-Café De Zwaan is een begrip in Ransdorp en omgeving. Vroeger kwamen vooral de biljarters ‘een bakkie doen’, nu is het ook een pleisterplaats voor wandelaars en toeristen. De mannen aan de bar vinden eigenaar Yvonne (59) nog steeds ‘een wilde’.

Een serene dorpsrust op zaterdagmorgen. Nu en dan zoeft een ploeg wielrenners met suizende velgen over de beklinkerde Dorpsweg in Ransdorp. Scherp tekent het houten puntdak van Hotel-Café De Zwaan zich af tegen de blauwe lucht. De Heinekenvlag aan de gevel wappert. Het terras is op dit uur nog uitgestorven.

Binnen houden rode veloursgordijnen het daglicht tegen. Een stilleven van lege barkrukken en tafels, zwijgende gokkasten en een onbespeeld biljart. Aan de muur tegelspreuken, Cinzano- en Martini-spiegels en verschoten foto’s van hoogtijdagen en bekende bezoekers als Jan Smit, Imca Marina en René Froger. Sky Radio uit de luidsprekers.

“Hé goeiemorgen, had je helemaal niet gezien.” Achter de bar verschijnt in badjas eigenaresse Yvonne van ’t Riet. Ze rukt een gordijn open, knippert even met haar ogen tegen het felle zonlicht en geeuwt. “Kom zo terug, hoor. Effe wat aantrekken.”

Niet veel later is ze er weer, de vrouw die ruim 59 jaar geleden achterin in dit café werd geboren. Ze wijst de plek: “Waar nu de toiletten zijn, was toen de slaapkamer.”

Haar ouders Jaap en Annie van ’t Riet kochten café De Zwaan in 1956. Al sinds 1901 is het gevestigd aan de Dorpsweg 70. Toen het te koop kwam, hadden Jaap en Annie daar wel oren naar. “Mijn vader kwam van een boerenbedrijf in het dorpje Noorden, bij Woerden. Mijn moeder groeide op in Amsterdam, waar haar ouders een melkzaak hadden. Een nieuw avontuur in Ransdorp zagen ze wel zitten. Mijn vader reed hierheen, zag de weiden, koeien en schapen en riep meteen: ‘We nemen het!’ Mijn moeder zei: ‘Je hebt het nog niet eens gezien.’ Maar ze hebben het toch gedaan.”

De eerste tijd werkte Jaap van ’t Riet overdag in de Amsterdamse haven en runde Annie samen met een buurvrouw het café. “Later bouwde mijn vader achter in de tuin twee schuurtjes waar we konden wonen. Daar woon ik nu nog steeds. Hij is toen ook kamers op de bovenverdieping gaan verhuren.”

Dansavonden

Hotel-Café De Zwaan was een geliefde ontmoetingsplek voor lokale verenigingen, zoals de Waterlandse Harmonie en voetbal-, klaverjas- en biljartclubs uit de omgeving. Het café stond bovendien bekend om de bruisende dansavonden. Yvonne van ’t Riet: “De toeristen, fietsers en wandelaars die bijvoorbeeld het Trekvogelpad lopen, zijn pas de laatste jaren gekomen. Die had je hier vroeger niet.”

In de keuken sjouwt Corry Punt (76), even mager als krachtig, onvermoeibaar met kratten frisdrank. Ze woont een tiental meters bij het café vandaan. “Ik behoor al zo’n vijftig jaar tot de inventaris en help graag een handje mee. Mijn man was een Holysloter en kwam op zijn vijftiende al bij ome Jaap en tante Annie in het café. Ik heb nog op Yvonne gepast toen ze klein was.”

Ingelijste foto’s aan de wand tonen vader Van ’t Riet achter de tap, in een wit overhemd met dunne, zwarte stropdas. Op een andere, in kleur, is Yvonne als kind te zien. Ze zit op haar knieën op de toog, met haar trotse ouders achter zich.

“Mijn zus en ik groeiden op in het café. Al jong hielpen we mee met lege glazen ophalen, de hotelkamers schoonmaken, afwassen en strijken,” vertelt ze.

Ze wilde eigenlijk ‘iets met taal’ doen, maar besloot in 1996 toch om het café over te nemen met haar man Ron, die vijf jaar geleden overleed. “Ron deed de boekhouding, maakte soep en draaide gehaktballen, ik stond achter de bar. Mijn ouders zijn inmiddels al ruim twintig jaar dood, maar hielpen nog lange tijd mee. Er zijn genoeg vaste klanten die hen hebben gekend. Ik heb wel een generatie of tig meegemaakt.”

Ze spreekt ferm, met lage stem, schuwt geen krachttermen. Kort, witblond haar – “Je hebt een stoer hoofd, daar hoort een stoere kleur bij,” zegt haar kapper. Iets guitigs in haar blik, al doet dat woord bij een vrouw als Van ’t Riet te tuttig aan. ‘Een vrouw met wie je paarden kunt stelen,’ zou wijlen Rijk de Gooyer over haar zeggen.

Hoewel stamgasten haar ‘een wilde’ noemen, ze de mannen ‘afslacht met biljarten’, op de tafel danst als de avond op stoom is en toiletbezoek dan bruusk aankondigt met ‘ik ga even mijn poes op de bak zetten’, heeft ze tegelijk een onmiskenbaar zachte uitstraling.

De vaste bezoekers roemen haar erom. Dat ze zo lief, schappelijk, puur en warm is: ‘Een topvrouw!’

“Zij máákt de tent. Een echte Amsterdamse die zegt waar het op staat en goed meegaat in het feest,” zegt Jelle Aaij (65) later op de middag. Samen met zijn kroegmaat Ton Roosendaal (72) zit hij aan een hoge, ronde tafel in het schemerige café. Hij gebaart naar de bar, waar Ina Bonte met een achteloze routine glazen staat te spoelen: “Ina ook. Een écht kroegwijf. Mooi!”

Het personeelsbestand van Van ’t Riet bestaat uitsluitend uit doorgewinterde ‘kroegwijven’. Goed verzorgde vrouwen, zo rond de zestig jaar, die je niets meer hoeft te vertellen over het leven, over mannen met een slokkie op en dansen op de tafels. De een na de andere perfecte schuimkraag tapt Bonte. Met een balpen turft ze de bestelde bieren af; voor elke stamgast een apart papiertje. “De gas- en lichtbetalers noemen we die,” grinnikt ze.

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

Paaldansen

De landerige sfeer, met een handjevol mannen dat lusteloos hun biertjes naar binnen giet, wordt al minder landerig. Michel (63) maakt zich los van een skai-lederen barkruk om zich bij het gesprek te voegen. “Corry! Ook zo’n wilde vrouw. Die heb ik nog zien paaldansen.”

Corry Punt, in de weer met theedoeken vouwen, schudt wat afwijzend van nee, mompelt ‘vroeger misschien ’es’. Michel houdt vol: “Echt. Ze springt zo tegen het plafond. En die feesten hier! Beachparty, Ibizafeest. Er was zo’n dame met slagroom…”

Hij speurt opgewonden de collage met foto’s vol blije, glimmende gezichten af: “Waar is ie nou? O, hier.” De foto toont een vrouw liggend op tafel, bedekt met een laag slagroom, een ananas en een mannenhoofd tussen haar benen. “Dat soort dingen dus!”

Michel kwam in 1983 voor het eerst bij Hotel-Café De Zwaan. “We schaatsten vanuit Noord door de weilanden hiernaar toe. Twee flessen Jägermeister gedronken en toen moesten we nog terug. Tegen de wind in, zand op het ijs. Nog altijd ga ik hier twee keer per week heen met een stel vrienden. Het mooie is dat je vanuit de stad meteen in een rustig dorp terechtkomt. Je wandelt door de weilanden, hoort de vogeltjes fluiten. Prachtig.”

Roosendaal, met grijze paardenstaart, maakt een wegwerpgebaar: “Ach, sodemieter op. Jij bent toch helemaal geen vogeltjesman!” En vanuit zijn mondhoek tegen Aaij, trommelend op de fruitautomaat: “Kun je een tientje wisselen?”

Aaij en Roosendaal bezoeken Hotel-Café De Zwaan vaker sinds hun stamkroeg IJ-Zicht aan de Nieuwendammerdijk sloot. “Alle biljarters uit IJ-Zicht komen nu naar Ransdorp. Op dinsdag en woensdag is het hier biljartavond.”

Aaij stond als timmerman in de bouw vanmorgen vroeg al een huis te renoveren. Hij heeft zijn werkbroek nog aan, duimstok en potlood in zijn binnenzak. “Na het werk doe ik dan nog even een bakkie.”

Uitsmijter

‘Een bakkie doen’ is in Hotel-Café De Zwaan een eufemisme voor een biertje achteroverslaan. Buiten op het terras is het een écht bakkie koffie, vaak met een stuk appeltaart erbij. Op de menukaart alleen simpele gerechten als een uitsmijter, een broodje bal, een tosti, een portie kaas en leverworst of ossenworst.

Buiten strekken wielrenners de benen, vergapen toeristen zich aan het uitzicht, kletsen buurtbewoners bij, eten kinderen met hun ouders een ijsje, parkeren senioren hun e-bike tegen de schutting en zoeken ze een plekje in de tuin. Een bedaard geroezemoes. In de verte een strakke horizon. Grazende koeien in de weiden.

Schommelend op het water nadert een bootje met twee vriendinnen. Ze varen via een sloot naar de achtertuin van De Zwaan om aan te leggen. Blootvoets wandelen ze naar de Dorpsweg om op bankjes aan voorkant van het café te gaan zitten. “Daar kun je lekker mensen kijken.”

De gebronsde Lia ten Have (62) nestelt zich met een dik boek op het rustige terras. “Mijn man is binnen aan het biljarten met de jongens. Ik ga lekker lezen. Ik ben een buitenmens. Héérlijk in het zonnetje. Sigaretje erbij.”

Ze raakt aan de praat met Van ’t Riet. Die tobt de laatste dagen wat met haar gezondheid. Ten Have richt zich op uit haar stoel en ontfermt zich over dat probleem: “Wat jij doet is púúr tillen. Karáktertillen. Koop nou gewoon zo’n boodschappenkarretje. Niks voor schamen dat je denkt ‘ik ben geen oud wijf’. Gewoon doen. Ik heb het ook.” Van ’t Riet knikt. “Ik ga ’es kijken voor zo’n ding. Dan gooi ik die hele tyfuszooi voortaan in dat karretje.” Ten Have: “Op het Waterlandplein moet je zijn. Daar hebben ze hele leuke.”

Hangplek

Aan de voorzijde van het café heeft zich inmiddels een groepje druk pratende twintigers verzameld. De aanstichter is Raymond (29), de zoon van Van ’t Riet, die nog thuis woont en het café met zijn jeugdvrienden als hun ‘hangplek’ beschouwt. “Het waren allemaal van die kleine opsodemieters, moet je ze nu zien,” verzucht Van ’t Riet.

Achter in de tuin gaat Corry Punt onverstoorbaar door met ‘karaktertillen’. Met een grote vracht lege bier- en frisdrankflesjes in haar armen loopt ze richting het café. Haar dunne gestalte werpt lange schaduwen op het terras.

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

Terwijl de gasten in de tuin vanzelf gedempter gaan praten, zwellen binnen de gesprekken juist aan en gaat de volumeknop verder open. Jarenzeventighits. Waterloo van ABBA. Stayin’ Alive van de Bee Gees. Kaatsende ballen op het biljart. Bonte draaft af en aan met dienbladen vol vers getapt bier. Tegen een wat troebele stamgast die afrekent: “D’r staat ook nog wat van je.” En dan vergoelijkend: “Maar dan weten we dat je terugkomt.”

Edwin Breedijk (53) deelt toastjes met tonijn uit. Hij woont vlakbij, op de Bloemendalergouw, en is sinds 1991 al kind aan huis bij De Zwaan. “Ik loop zo de keuken in, alsof ik thuis ben. Vandaag maak ik broodjes rookworst. Die haal ik bij mijn neef, Piet Idsinga, een biologische slager op het Waterlandplein. Ik heb ook wel eens hamburgers van hem. En laatst tien kilo kippenpoten. Ik ben niet de enige die dit doet. Om de beurt maken we iets te eten voor elkaar. Andijviestamppot, chili con carne, saté, soep.”

Van ’t Riet heeft zich tussen de gasten gevoegd. Hoewel ze zich niet zo lekker voelt vandaag, is ze ook blij dat het allemaal weer kan: zeven dagen per week open. “Ik zag mijn bankrekening slinken in die coronatijd. Om toch wat nuttigs te doen, hebben we alles wat aan de muren hangt schoongemaakt, de vloer geschuurd en de hotelkamers deels opgeknapt. Ik had buiten wel coffee to go, maar je mist toch de sfeer. En voor het weekend heb ik ook alweer twee hotelboekingen van wandelaars.”

Haantje

Boven biedt een eenvoudige hotelkamer zicht op de stompe toren van Ransdorp. Het gouden haantje bovenop schittert in de late zon. Om het uur slaat de klok. Pas laat in de nacht sterft de muziek en het rumoer in het café weg. Gedempt afscheid van personeel bij de deur: “Von, je weet het, als je me nodig hebt, dan bel je.”

De natuur verovert de stilte terug. Kikkers kwaken, vogels piepen. ’s Morgens vroeg dendert een tractor over de Dorpsweg. En dan de kordate stappen van Corry Punt op het plaveisel. Haar douchenatte, grijze haar keurig gekamd. Gerammel van de sleutelbos. Een nieuwe dag in Hotel-Café De Zwaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden