Plus

Eetpatronen: de dunne grens tussen abnormaal en normaal

Eten en eetgewoonten zijn steeds meer onderwerp van heftig debat. Gezond eten wordt een filosofie, met voor- en tegenstanders. Maar wat gezond en normaal is en wat ongezond en abnormaal, is niet zo makkelijk te bepalen.

Beeld GettyImages

Wat is normaal eetgedrag? Is dat het ongezonde gesnaai waar onze omgeving dagelijks toe uitnodigt en waar velen van ons regelmatig in vervallen? Of is dat een gezond en beheerst eet­patroon dat voldoet aan strenge morele criteria, maar dat lang niet iedereen kan volhouden? En waarom rekenen we elkaar zo streng af op ­'ander' eetgedrag?

Een abnormaal eetpatroon
Extreme voorbeelden van verstoord eetgedrag herkennen we allemaal als abnormaal. Bijvoorbeeld ernstige eetstoornissen. Die komen ­helaas veel voor. De Nederlandse website Proud2bme meldt dat meer dan 100.000 meisjes tussen de 12 en 18 jaar kampen met een eetstoornis. Dat betreft dan vaak anorexia nervosa en boulimia nervosa, twee ernstige aandoeningen die een officiële psychiatrische diagnose hebben.

Er is geen discussie over dat het hier gaat om 'abnormaal' eetgedrag. Maar als we weten wat abnormaal is, weten we dan ook wat normaal eetgedrag is? Een Nederlandse zorginstelling die gespecialiseerd is in eetstoornissen, schrijft dat een normaal eetpatroon bestaat uit 'regelmatig en voldoende eten'.

Mensen die periodiek vasten of door hun werk onregelmatig eten, hebben in die visie een abnormaal eetpatroon. Mensen die dagelijks junkfood eten, hebben volgens deze definitie een normaal eetpatroon. Ook als ze daarmee op de lange termijn hun mentale en fysieke gezondheid schaden.

De meerderheid bepaalt wat normaal is
Wat we als samenleving normaal vinden, is veranderlijk. Wat in een bepaalde tijd en op een bepaalde plaats door de meerderheid als gangbaar en vertrouwd wordt ervaren, wordt als normaal beschouwd. Wat bij een kleine minderheid gangbaar is of nieuw is, wordt abnormaal ­gevonden.

Een ouder die zijn kind veganistisch of met rauw voedsel opvoedt, is volgens velen bezig met het opdringen van een abnormaal en gevaarlijk voedingspatroon. Een peuter die ontbijt met suikerrijke Coco Pops, luncht met witte boterhammen met jam, 's middags limonade drinkt en 's avonds pizza eet, heeft volgens velen een normaal eetpatroon.

Dat oordeel gaat dan meestal voorbij aan het feit dat de veganistische kinderen van wie de ouders goed opletten dat er geen tekorten aan bepaalde voedingsstoffen ontstaan, wellicht een gebalanceerdere voeding krijgen en daardoor een gezondere fysieke en mentale ontwikkeling doormaken dan veel kinderen met een 'normaal' eetpatroon.

Wat afwijkt van normaal wekt weerstand op
Hoewel er eigenlijk geen goede definitie van een normaal eetpatroon bestaat, hebben de meeste mensen daarover wel een duidelijke opvatting. Meestal is dat een patroon waarin ze zichzelf goed herkennen. Vervolgens wordt wat mensen abnormaal vinden vaak het onderwerp van ridiculisering, het wordt als inferieur beschouwd.

Een Canadees onderzoek wees uit dat vegetariërs en veganisten doorgaans negatief beoordeeld werden door doorsnee 'omnivoren'. Dat oordeel was extra negatief als de omnivoren een rechtse ideologie aanhingen en de vegetariërs en veganisten vooral vlees afwezen omwille van het milieu of dierenwelzijn.

Uitzonderingen van 'normaal' worden vaak onaangenaam gevonden. Eetgewoonten, ook als ze zo goedaardig en geweldloos zijn als veganisme, kunnen als bedreigend worden ervaren.

Vegetarisme en veganisme zijn in Noord-Amerika nog relatief uitzonderlijk. Net als hier enkele decennia geleden. Vegetariërs moesten in die tijd bij vrijwel elk etentje weer uitleggen waarom ze geen vlees aten (en vaak genoegen nemen met een gebakken ei). Restaurants waren doorgaans dan ook slecht ingesteld op vegetariërs, laat staan op veganisten.

Dat is in de afgelopen decennia danig veranderd. Zelfs zodanig dat vleeseters in gezelschappen van een meerderheid van vegetariërs hun keuze om vlees te eten moeten verantwoorden en verdedigen.

Voedselkeuze als identiteit
Een vleeseter zal, indien gewenst, makkelijker wat vegetarisch klaarmaken voor zijn gasten dan een vegetariër een biefstuk voor een vleesetende gast. Veel niet-vegetariërs klagen dan ook over vleesmijders als mensen die zich boven hen verheven voelen en als zedenmeesters hun keuzes aan hen opdringen.

Voedselkeuzes kunnen zodoende een ideologie worden. Ideologische keuzes bepalen deels iemands identiteit. En daardoor kan kritiek op voedselkeuzes als kwetsend worden ervaren. En dat is ongunstig voor iemands zelfbeeld en gevoel van eigenwaarde.

Franse onderzoekers zagen dat mensen die glutenvrij aten en zich aansloten bij een online community, daar samen een nieuwe sociale identiteit ontwikkelden. Daarin bevestigden ze de rationaliteit van hun keuzes, wisselden ze hun negatieve ervaringen met 'graaneters' uit en strategieën om die te hanteren en ook tips hoe anderen te overtuigen ook glutenvrij te gaan eten. Goed voor het zelfbeeld. Als je steeds bevestigd wordt in je eigen waarheid, is er geen discussie meer.

Goed en gezond versus slecht en ongezond
Volgens de Groningse sociaal-psycholoog ­Suzanne Täuber is het zelfs zo dat 'gezond ­leven' voor velen een morele norm is geworden. "Mensen die gezond leven, zijn minder solidair met mensen die van die norm afwijken en ze stigmatiseren erop los," stelde zij in een recent interview met Kennislink.

Er is dus wederzijdse stigmatisering. De mensen die horen bij de ­grote meerderheid met een ongezond voedingspatroon, vinden anderen die zich allerlei restricties opleggen maar starre idealisten. Die idealisten vinden op hun beurt de anderen maar nalatige en immorele types.

Velen voelen zich een beter mens dan anderen als ze meer aandacht hebben voor het welzijn van dieren en de planeet. Maar de meeste vleeseters hebben vast ook het beste voor met dieren en het milieu.

Zo speelt onnodige polarisatie in toenemende mate een rol in de discussies over voeding. Je voedselkeuzes zijn óf goed en gezond óf slecht en ongezond. De in toenemende mate felle discussies over de vraag of alcohol, koolhydraten, eieren, e-nummers, kokosolie of flesvoeding voor baby's schadelijk dan wel nuttig zijn, lijken te gaan over verschillende wetenschappelijke inzichten.

Maar in werkelijkheid zijn ze vooral het gevolg van verschillen in opvattingen en vooroordelen van de discussianten. Helaas ­levert de voedingswetenschap maar uiterst ­zelden absolute zekerheden die voor iedereen en in alle omstandigheden gelden.

Normaal eten bestaat niet
Zo zijn er dus minstens vier totaal verschillende criteria voor normaal eetgedrag: een subjectieve maat, afgeleid van wat door de meerderheid gangbaar en wenselijk wordt gevonden. Een ­objectieve statistische maat. Dat wat biologisch het beste bij ons zou kunnen passen. Of dat wat het beste past bij een moreel gekozen uitgangspunt.

Zoals bij zoveel kwesties in onze samen­leving helpt het om over voedingsgewoonten niet in zwart-wittermen als 'normaal' en 'abnormaal' te denken, maar beredeneerde keuzes van mensen te accepteren en niet te veroordelen.

Lees ook: De simpele waarheden over gezond eten en Ongezond gedrag heeft diepere oorzaken dan armoede

Jaap Seidell is hoogleraar voeding en gezondheid bij de VU Amsterdam. Jutka Halberstadt is psycholoog en universitair ­docent kinderobesitas bij de VU.

Van de auteurs verscheen onlangs het boek Jong­leren met voeding - kleine en grote vragen over een ­leven lang gezond eten (Uitgeverij Atlas Contact).

Een objectieve definitie van normaal?

In de geneeskunde is 'normaal' vaak een statistisch begrip. Zo werd decennialang het gemiddelde gewicht met een beperkte spreiding eromheen als ­'normaal' beschouwd. Bij de zwaarste 15 procent was er bijvoorbeeld sprake van overgewicht en de zwaarste 5 procent had obesitas.

Dat bleek niet hanteerbaar toen vrijwel de hele bevolking steeds zwaarder werd. De grenswaarden voor overgewicht en obesitas moesten naar steeds hogere gewichten worden verlegd, waarmee wat 'normaal' werd genoemd mee veranderde.

Een objectieve definitie bleek dus ook aan context gebonden. Sinds enkele jaren hebben we daarom een vaste (maar wel arbitraire) definitie van waar overgewicht begint.

De biologie kan ook helpen om vast te stellen wat normaal is voor onze soort. Ons ­lichaam (maag-darm­kanaal, gebit, stofwisseling) en brein (aan­geboren voorkeuren en regulatie van voedsel­inname) hebben zich grotendeels ontwikkeld als gevolg van een voedselaanbod dat honderdduizenden jaren lokaal gebruikelijk was. Maar wat is normaal in een abnormale voedsel- en leefomgeving zoals we die nu voor onszelf hebben gecreëerd?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden