PlusAchtergrond

Een rijkdomsgrens van €2,2 miljoen voor de superrijken: radicaal? Deze ‘limitaristen’ vinden van niet

2,2 miljoen euro wordt gezien als rijkdomsgrens, blijkt uit een enquête onder Nederlanders. Beeld  Sterre Kranenburg
2,2 miljoen euro wordt gezien als rijkdomsgrens, blijkt uit een enquête onder Nederlanders.Beeld Sterre Kranenburg

Sommige mensen zijn té rijk, stellen aanhangers van het limitarisme, een nog vrij nieuwe politiek-filosofische stroming. Zij pleiten ervoor om een rijkdomsgrens in te stellen om de grote ongelijkheid in de wereld te bestrijden. ‘Ik dacht: er moet een punt bestaan waarop je te veel geld hebt.’

Tom Grosfeld

Het was een krachtige boodschap, de brief waarin ruim 200 miljonairs en miljardairs vorige week de wereldleiders in Davos, bijeen voor het World Economic Forum (WEF), opriepen om vermogensbelasting in te voeren voor de ‘superrijken’. Want dat, stelden de ondertekenaars, is dé manier waarop extreme ongelijkheid aangepakt zou moeten worden.

Ze wijzen erop dat in de laatste vijf decennia de rijkdom alleen maar omhoog is gevloeid en op hoe die ontwikkeling de laatste jaren nog eens versnelde. Tijdens de pandemie verdubbelden de rijkste tien mannen ter wereld hun vermogen, terwijl 99 procent van de mensen hun inkomen juist zag dalen en moeite heeft om rond te komen.

Hoe kan het dat we desondanks ‘extreme rijkdom’ blijven tolereren? ‘De oplossing is voor iedereen duidelijk,’ staat in de brief. ‘Jullie, onze wereldwijde vertegenwoordigers, moeten ons, de ultrarijken, belasten en jullie moeten daar nú mee beginnen.’

Morele grens

De boodschap van de brief komt – in ieder geval deels – overeen met die van het limitarisme, een relatief nieuwe politiek-filosofische stroming die draait om de vaststelling dat de verdeling van rijkdom oneerlijk verdeeld is. Om die ongelijkheid te verkleinen, zou een bestaansmaximum moeten worden onderzocht. Met andere woorden: een limiet op rijkdom.

Ingrid Robeyns, hoogleraar Ethiek van instituties aan de Universiteit Utrecht, is de grondlegger van het limitarisme. Ze is opgeleid als econoom, maar altijd vooral geïnteresseerd geweest in armoede, ongelijkheid en ethiek. Rechtvaardigheid en welzijn zijn al dertig jaar haar centrale onderzoeksthema’s. Momenteel werkt ze aan een boek waarin ze alle argumenten en tegenwerpingen voor een breed publiek op een rij zet.

Het limitarisme gaat over de vraag hoe een goede, rechtvaardige samenleving eruitziet. Over de opvatting dat er een morele grens zou moeten zitten aan hoeveel rijkdom iemand mag bezitten. Want waarom zouden we alleen naar de onderkant kijken wanneer het gaat over ongelijkheid, en niet naar de bovenkant? vroeg Robeyns zich ruim tien jaar geleden af. “Ik dacht: er moet een punt bestaan waarop je te veel geld hebt.”

Want wie een blik op de wereld anno 2023 werpt, ziet veel armoede, dakloosheid, toenemende vermogensongelijkheid en, meer in het algemeen, een steeds verder inkrimpende verzorgingsstaat, zegt Robeyns. “Daarbovenop komt natuurlijk nog de ecologische crisis. En in die context zijn er mensen die miljarden euro’s bezitten. Dat is toch bizar?”

Niet meer te rechtvaardigen

Binnen het limitarisme wordt bijvoorbeeld nagedacht over de vraag wie in welke mate verantwoordelijk zou moeten zijn voor bepaalde crises. Wie zou de rekening van de klimaatcrisis moeten betalen? En is het eerlijk dat de middenklasse evenveel moet bijdragen als de heel rijken?

Daarnaast, zegt Robeyns, verandert je positie in de samenleving als je veel geld hebt. “Er ontstaat een machtsconcentratie. Je kunt Mark Rutte bellen op zijn 06-nummer of grote donaties doen aan politieke partijen. Dat komt bovenop overheidsbeleid dat doorgaans al goed uitpakt voor mensen met veel vermogen.”

Het is ook zeer de vraag of extreme rijkdom wel gelukkig maakt. Robeyns noemt Amerikaans onderzoek waaruit blijkt dat de kinderen van extreemrijke volwassenen minder gelukkig zijn dan die uit de middenklasse. “Ze kampen vaker met mentale gezondheidsproblemen, verslavingen, dat soort dingen. We maken ons als samenleving zorgen om kinderen uit arme gezinnen, maar misschien moeten we dat ook doen om kinderen die opgroeien in heel rijke gezinnen.”

Politiek filosoof Dick Timmer, die promoveerde onder Ingrid Robeyns en in zijn proefschrift dieper inging op het limitarisme en de rechtvaardigheid van herverdeling in het algemeen, stelt bovendien dat het gewoonweg niet te rechtvaardigen valt dat de verdeling van rijkdom zo scheef is. “Je kunt natuurlijk zeggen dat wie veel uren maakt of investeringen doet, meer verdient dan iemand die dat niet doet. Maar het verschil met de extreemrijken is zo groot geworden, dat het niet meer te rechtvaardigen is.’

Geen natuurverschijnsel

Bas Jacobs, hoogleraar economie en overheidsfinanciën aan de Vrije Universiteit, zegt dat je inderdaad kunt beargumenteren dat bepaalde vermogens onverdiend zijn. Hij wijst op inkomsten uit onroerend goed, het bestieren van een bedrijf met een monopoliepositie, of veel geld verdienen dankzij het afwentelen van risico’s op anderen, bijvoorbeeld door milieuvervuiling.

Maar, zegt hij, een fortuin kan ook verdiend zijn. “Het limitarisme is sterk uitkomst-georiënteerd. Het is niet gevoelig voor het proces waarmee inkomen of vermogen wordt gegenereerd. Iemand kan een vermogen vergaren met hard werken, sparen, risico’s nemen, carrière maken en ondernemend zijn. Dat zijn zinvolle economische activiteiten die bijdragen aan de maatschappelijke welvaart. Die activiteiten help je om zeep met het opleggen van een limiet. Dat is economisch uiterst ondoelmatig en je kunt je afvragen of het 100 procent wegbelasten van verdiend inkomen en vermogen boven een bepaalde grens rechtvaardig is.”

Daarnaast is het vanuit liberaal-filosofisch perspectief nogal een hevige inbreuk op het eigendomsrecht, meent hij. “En op wat filosoof Isaiah Berlin ‘negatieve vrijheid’ noemt, namelijk dat je je leven kunt vormgeven zonder inmenging van derden. Limitarisme botst met die opvattingen.”

Daar is Robeyns het mee eens. “Het is absoluut een inperking van de vrijheid. Maar daar zijn goede redenen voor. Naast negatieve vrijheid bestaat er ook positieve vrijheid, de mogelijkheid om de dingen te doen die je wil doen. En dat veronderstelt vaak iets van een beginkapitaal. Dat is het dramatische aan de huidige situatie: veel mensen hebben dat niet.”

Bovendien is vrijheid nooit iets absoluuts, zegt Robeyns. “De vrijheid binnen de economie is altijd beperkt, want de economie is geen natuurverschijnsel maar iets wat wij zelf maken. Mensen die ongehinderd een fortuin willen verdienen, vergeten dat ze dat alleen maar kunnen dankzij hoe wij de markt en samenleving hebben ingericht. Veel bedrijven – en dus individuen – zijn zo rijk geworden omdat ze konden leunen op openbare voorzieningen die met publieke middelen zijn gefinancierd.”

Vijf keer per jaar op vakantie

De vraag die in de lucht hangt: hoeveel geld is genoeg? Robeyns en collega’s onderzochten of Nederlanders vinden dat er überhaupt zoiets als een rijkdomsgrens bestaat, wat ze onderzochten aan de hand van een enquête verspreid onder 2500 deelnemers. Daar kwam een bedrag uit naar voren van 2,2 miljoen euro.

Dat bedrag konden ze bepalen door voor de respondenten tien fictieve families op te stellen. Een gezin had bijvoorbeeld een rijtjeshuis, een Volkswagen en een Audi, ging drie keer per jaar op vakantie en had 100.000 euro op de bank staan. Een ander gezin had een villa met privézwembad, een tweede huis, een Mercedes en een Porsche voor de deur, ging vijf keer per jaar op vakantie en had een eigen vermogen van 2,5 miljoen euro.

Aan de hand van die omschrijvingen bestempelden de deelnemers de families als ‘rijk’ of ‘superrijk’. Rijk stond voor het meer bezitten dan nodig was om een goed leven te leiden, superrijk voor meer geld en luxe dan een mens nodig heeft. Daartussen zou de rijkdomsgrens liggen, die de gemiddelde Nederlander dus legt bij een materiële levensstandaard van omgerekend ongeveer 2,2 miljoen euro.

Het onderzoek kunnen we zien als een aanzet, een eerste stap richting het bepalen van een harde grens voor een bestaansmaximum. “Het is aan de politiek om dat verder vorm te geven,” zegt Timmer. “Wat ik me voor zou kunnen stellen, is dat er een veel progressievere belasting komt op vermogen, waarbij honderd procent het eindpunt van zo’n schaal zou zijn. Daarnaast is een serieuze erfbelasting een mogelijkheid. En er zal iets gevonden moeten worden op het feit dat rijke mensen wel heel makkelijk de belastingdruk kunnen verlagen.”

Onderwerp van discussie

Volgens Jacobs zit er een grens aan het heffen van belasting. “Een harde limiet betekent dat alle activiteiten waardoor men boven die limiet zou uitkomen, niet meer worden ondernomen. Dat is een economische kostenpost, een maatschappelijk welvaartsverlies. De inkomens uit die activiteiten worden niet meer gerealiseerd en de overheid verliest belastingopbrengsten.”

“Daarnaast ontstaan sterke prikkels om die economische activiteiten of inkomens en vermogens boven de limiet te verplaatsen naar het buitenland, waar ze niet volledig worden belast. Dat verlies kun je nemen als maatschappij, maar ik denk dat de economische consequenties aanzienlijk zijn. Als inkomens en belastingopbrengsten afnemen kan de situatie van mensen die onder die rijkdomsgrens zitten, waarmee je het beste voor hebt, juist verslechteren. De vraag is of je dat zou moeten nastreven.”

Limitaristen richten zich voorlopig vooral op het maatschappelijk debat. Timmer: “We proberen extreme rijkdom te problematiseren. Onderwerp van discussie te maken. Is ons idee radicaal? Ik vind van niet. Vrijwel elk idee van rechtvaardigheid zal stellen dat extreme ongelijkheid problematisch is. Dus daar moeten we iets mee.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden