Plus

Een leefbare stad heeft moestuinen nodig

Steden blijven groeien in aantal en omvang. Hun kwetsbaarheid neemt toe; er hoeft weinig te gebeuren om de voedselvoorziening te laten stokken. Deel 2 van een serie: hoe kunnen we alle stadsbewoners van voldoende gezond eten blijven voorzien?

Beeld Shutterstock

Elk voorjaar bekruipt mij de neiging om ergens een tijdje primitief te gaan leven. Ver weg van de stad met haar commerciële comfort en dwingende infrastructuur. Zo veel mogelijk bergen en bossen, zo weinig mogelijk mensen, een tentje aan een beekje. U kent het wellicht; een on­beholpen imitatie van leven in de vrije natuur.

Ik ben geboren en getogen als stadsmens en ik heb absoluut twee linkerhanden als het gaat om mijn eigen voedselvoorziening. Stuur mij zonder smartphone en pinpas naar de Hoge Veluwe en ik garandeer u dat ik binnen een week smekend sta te liften aan de A1 met een bordje 'Naar de stad'. Daar kunnen we niet meer zonder. Ze is onze redding, maar wellicht ook onze ondergang.

Ongeveer zes- tot achtduizend jaar geleden ontstonden de eerste steden. Dat waren uit de kluiten gegroeide nederzettingen op plaatsen met extreem veel vruchtbare grond. Dankzij landbouw en veeteelt op die gronden was er een overvloed aan voedsel beschikbaar.

Volgens de antropoloog Jared Diamond was het overigens niet zo dat de jagers-verzamelaars uit die tijd op Bijbelse wijze vredig hun zwaarden gingen omsmeden tot ploegscharen en hun speren tot snoeimessen (Jesaja 2:2-4).

De boeren werden gewoon steeds talrijker en kregen technologie die maakte dat ze de jagers-verzamelaars konden vernietigen of verdrijven van hun jachtvelden.

Daarna was er geen weg meer terug. Zoals Diamond zegt: 'De overgang naar landbouw was vermoedelijk onze meest doorslaggevende stap naar een beter leven, maar is in veel opzichten een catastrofe waarvan we nooit zijn hersteld.'

Bakermat hongersnoden
De eerste steden, zoals Uruk en Oer, ontstonden op de rivierklei in het stroomgebied van de Eufraat en de Tigris. In het huidige Irak en Syrië, waar nu, ironisch genoeg, de ploegscharen en snoeimessen vrijwel geheel vervangen zijn door de moderne varianten van zwaarden en speren.

Die eerste steden werden machtsbolwerken die de omliggende landbouwgronden in steeds groter wordende cirkels in bezit namen. Door verzanding van de rivieren, overstroming en uitputting van de landbouwgronden gingen deze steden uiteindelijk ten onder. Burgers werden immers steeds afhankelijker van anderen voor hun voedselvoorziening. Zonder eten geen stad.

Steden zijn dan ook de bakermat van talrijke hongersnoden. Een klassieke strategie om een stad te veroveren, is het in beslag nemen van de voedselvoorraden en landbouwgronden.

Dat gebeurde onlangs weer in Syrië, waar in 2016 bewoners in belegerde steden als Madaya hun honger moesten stillen met snel op rakende bladeren, katten en ratten. En veel Nederlanders herinneren zich nog goed de Hongerwinter van november 1944 tot april 1945.

95%

In de stad New York (8,5 miljoen inwoners) wordt 95 procent van het eten per vrachtwagen aangevoerd. Dagelijks gaat het om 13.000 trucks.

13.000

New York heeft 13.000 winkels, 20.000 restaurants en 1600 scholen waar het voedsel onder meer terecht komt.

Het was belachelijk eenvoudig om in grote steden als Amsterdam een hongerramp van catastrofale omvang te veroorzaken. Blokkades van het voedseltransport over de Afsluitdijk en een paar bruggen over de IJssel inclusief het stilleggen van wat IJsselmeerhavens was voldoende. Steden zijn machtig én uitermate kwetsbaar. Wie het voedsel beheert heeft de macht.

Geen garanties
Sinds de Tweede Wereldoorlog hebben stadsbewoners in Nederland een hoge mate van voedselzekerheid. Maar die is geheel te danken aan de paar decennia van politieke en economische stabiliteit. En die is bepaald niet gegarandeerd in de toekomst.

Ook zonder natuurrampen en economische of militaire crises kan het al misgaan. Logistieke problemen kunnen voedselaanvoer naar grote steden bedreigen.

Neem New York. Een stad met 8,5 miljoen inwoners, waarin 95 procent van het dagelijkse voedsel per vrachtwagen de stad wordt binnengereden. Dagelijks karren daar ruim 13.000 vrachtauto's af en aan naar een centraal voedseldistributiepunt. Dat voedsel wordt van daaruit verdeeld over ruim 20.000 restaurants, 13.000 winkels, 1600 scholen, enzovoorts.

En de bevolking blijft groeien. De stad New York schat dat over twintig jaar 54 miljoen ton voedsel per jaar moet worden aangevoerd voor 9,5 miljoen inwoners. Dat is 60 procent meer dan nu. Zoveel meer dat de bruggen en wegen naar New York naar verwachting totaal verstopt zullen raken door de vrachtwagens die het voedsel dagelijks moeten aanvoeren.

Bovendien komt dat eten van steeds verder weg, want er is een wereldwijd voedselsysteem ontstaan met lange ketens. De palmolie die Unilever verwerkt komt uit Indonesië; de suiker in uw thee uit Guatemala; de cacao uit uw chocoladereep uit Ivoorkust, en ga zo maar door. In alle losse schakels van die ketens kan wat misgaan. Ze zijn uitermate kwetsbaar.

Verticale tuinen en kwekerijen
De oplossing lijkt simpel. Maak de lange ketens weer korter en breng landbouw, en daarmee een deel van de voedselvoorziening, weer terug naar de stad of er vlakbij. Leefbare steden halen het groen binnen de stadsmuren.

Denk hierbij aan stadslandbouw: verticale tuinen en kwekerijen in leegstaande fabrieken en op daken van kantoren. Voedselbossen in parken en moestuintjes op balkons. Creëer in en rondom de stad rechtstreekse verbindingen tussen de landbouwers en afnemers zoals ondernemers en consumenten.

Stadslandbouw is volgens de Stichting Ruaf (International Network of Resource Centres on Urban Agriculture and Food Security) essentieel voor een duurzaam en gezond voedselaanbod. Uitgangspunt is niet dat stadslandbouw ooit geheel kan voorzien in de voedselvoorziening van een stad, maar wel dat lokaal en regionaal geproduceerd voedsel kan leiden tot minder afhankelijkheid van lange voedselketens.

Het kan ook bewustwording over gezond én duurzaam eten stimuleren. Dat is ook hoog­nodig, want de gemiddelde stedelijke consument is behoorlijk vervreemd geraakt van zijn eten.

In Amsterdam staat de noodzaak van een gemeentelijk voedselbeleid al geruime tijd op de agenda. In juni 2007 werd onder aanvoering van Marijke Vos (toenmalig wethouder Zorg, Milieu en Groen) de 'proeftuin Amsterdam' gelanceerd.

Daarbij hoorde een samenhangende visie op het verduurzamen van de voedselketen, het stimuleren van gezonde voeding en het behoud van landschapskwaliteit in en rondom Amsterdam.

In 2008 werd een plan van aanpak geschreven en een programma voor 2010-2012 vastgesteld. Een aantal van de doelen die werden geformuleerd, zoals gezonde voeding op de basisschool, leeft in een aangepaste vorm voort in de Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht. In 2014 werd een nieuwe visie gepresenteerd.

Voedsel omdopen tot food
Maar door de verdeling van portefeuilles lijkt het lastig echt integraal lokaal beleid te maken. Een duurzaam en gezond voedselsysteem richt zich op productie, transport, opslag, distributie, consumptie en 'postconsumptie' (afvalverwerking, verspilling) van voedsel.

Het Amsterdamse beleid legt de nadruk nu vooral op de consumptie als het gaat om gezondheid, en op de productie als het gaat om duurzaamheid. De stad Ede heeft sinds kort een wethouder die naast jeugdzorg, sociale infrastructuur, openbare ruimte en milieu ook gaat over food. Blijkbaar is voedselbeleid alleen ­aantrekkelijk als we ons voedsel omdopen tot food.

Maar is er hoop voor de toekomst? Zeker, want Amsterdam heeft op 15 oktober 2015 het 'Milan Urban Food Policy Pact' ondertekend. Daarmee heeft de stad zich verplicht te werken aan een integraal beleid gericht op een duurzaam en gezond voedselsysteem.

Daarnaast heeft Amsterdam zich, net als elf andere steden, aangesloten bij de zogenoemde City Deals met de rijksoverheid (onder de titel 'Voedsel op de stedelijke agenda'). Daarmee zal Amsterdam 'bijdragen aan een ecologisch houdbare, robuuste en gezonde voedselvoorziening'.

Een prachtige uitdaging voor de periode na de gemeenteraadsverkiezingen op 21 maart 2018. Zo kan Amsterdam ook op dit terrein, net als met de aanpak van overgewicht onder jongeren, landelijk en internationaal een voorbeeld zijn.

Met dank aan dr. Coosje Dijkstra

Jaap Seidell is hoogleraar voeding en gezondheid aan de VU. Deze serie van vijf afleveringen neemt u mee van de mondiale voedselproblematiek tot de cruciale rol van voedsel bij een gezonde groei en ontwikkeling van jonge kinderen.

Lees ook deel 1: Hoe voeden we de wereld over dertig jaar?

Volgende week deel 3: een pleidooi voor gezonder voedsel in de gezondheidszorg.

60%

Naar schatting heeft de stad New York over twintig jaar een bevolking van 9,5 miljoen mensen, voor wie 54 miljoen ton voedsel per jaar moet worden geleverd – 60 procent meer dan nu.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden