PlusAchtergrond

Een kliklijn voor wie geen afstand houdt? ‘Nu is het belangrijk’

Een bord waarschuwt in het Vondelpark om 1,5 meter afstand te houden van elkaar.Beeld ANP

Nu sociale distantie de norm is, houden mensen elkaar steeds sterker in de gaten: wie overtreedt de regels? Er zijn zelfs kliklijnen geopend. ‘Ik erger me kapot.’

De zon lokt en Merel de Lange (46) besluit in haar eentje een fietstocht te maken in Landelijk Noord. Het is nog vroeg in de morgen en het pad richting Ransdorp is, op een wandelaar na, verlaten. Als ze de wandelaar op enkele meters nadert, keert die zich nijdig om. De Lange: “De vrouw spreidde haar armen en keek me vijandig aan. ‘Anderhalve meter!’, beet ze me toe. Ik voelde me aangevallen en riep spottend: ‘Jawohl, Herr Wachtmeister!’ Toen ik later wat tot bedaren kwam, dacht ik na over het voorval. Was dit in een andere tijd ook met zoveel agressie gepaard ­gegaan? Ik was van plan haar met een wijde bocht te passeren. Maar nog voor ik dat kon doen, begon ze me al de les te ­lezen. Ik was me van geen kwaad bewust, ik snap niet waarom we in deze tijd zo met elkaar omgaan.”

Bianca van Vliet (21), medewerkster bij een ­supermarkt, is het daarmee eens. Ze kreeg de wind van ­voren toen ze de winkelkarretjes voor klanten aan het ontsmetten was. “Een klant riep op agressieve toon dat ik het helemaal verkeerd deed. ‘Op deze manier maak je nog meer mensen ziek!’ kreeg ik naar mijn hoofd, terwijl ik mijn uiterste best deed.”

Op sociale media meldt een man een ander voorval. Hij wandelt met zijn vrouw een blokje om en komt onderweg een buurman tegen. Daar staan ze op ongeveer anderhalve meter afstand mee te praten, als ineens een auto met piepende remmen naast hen stopt. Het raam gaat open en de bestuurder roept woedend: “Anderhalve meter afstand!” Als hij wegrijdt, kijken de drie hem geschrokken na.

Wederzijdse ergernis

Sinds de overheid de Nederlandse bevolking opdroeg zo veel mogelijk thuis te blijven, anderhalve meter afstand van elkaar te houden en niet bijeen te komen in groepen groter dan drie, houden mensen elkaar meer in de gaten. Op sociale media circuleren foto’s van boosdoeners die niet voldoende afstand hielden en van plakkaten met daarop in kapitale letters: ‘Ga alléén naar buiten als je moet werken, boodschappen moet doen of iemand moet helpen.’ Ook vind je er woeste betogen over mensen die er een potje van maakten, die tóch te nabij kwamen in de supermarkt of wél die wandeling maakten.

Anderen verontschuldigen zich in hun berichten op ­Facebook bij voorbaat voor hun ‘uitstapje’, met tussenzinnen als ‘met gepaste afstand’ en ‘in een stil gebied waar niemand was’. Ze weten: we worden in de gaten gehouden. Het kan zomaar gebeuren dat je, hoe overtuigd je ook bent van je goede gedrag, in de ogen van anderen toch iets verkeerds doet en daarmee ‘het land in de vernieling helpt’.

“Anderhalve meter space, meneer! U mag hier helemaal niet zijn, u hoort binnen te zitten,” kreeg Piet Visser (78) van een jongere man te horen toen hij door het ­Rembrandtpark liep. “Hij zei dat ik het voor mezelf en voor anderen verpestte. Ik had uit de persconferentie van de minister-president begrepen dat je wel een ommetje mocht maken.”

De wederzijdse ergernis ontstaat volgens Kees van den Bos (54), hoogleraar sociale psychologie aan de Univer­siteit Utrecht, doordat we in Nederland niet gewend zijn om zo met elkaar om te gaan en de situatie ­bovendien voor iedereen nieuw is. “Elkaar bevoogdend toespreken doe je niet, is de stille norm. De reactie is al gauw ‘waar bemoei jij je mee?’ Als iemand besluit een stukje te gaan fietsen, denkt hij zelf niets verkeerds te doen: ik hou me toch aan de regels? Ik ben een goed mens. Het kan ook gebeuren dat je soms iets te dichtbij komt, zonder dat je dat van plan was. Als je vervolgens wordt aangesproken op fout gedrag, voel je je aangevallen. Degene die de ander corrigeert, ziet dat zijn belangrijke doel door die ander wordt gedwarsboomd. Hij blijft binnen, houdt zich aan sociale afstand om de curve plat te krijgen. Het wekt irritatie als hij ziet dat anderen zich daar niet aan houden.”

“Mensen willen graag hun doelen verwezenlijken,” zegt Van den Bos. “Voor de een kan dat buitenshuis ontspannen of boodschappen doen zijn, voor de ander veel meer besmettingen voorkomen en ervoor zorgen dat het coronavirus zich niet sneller verspreidt. Als je doel geblokkeerd of gefrustreerd wordt omdat anderen zich niet aan de regels houden, veroorzaakt dat irritatie of agressie. Vooral als die doelen heel belangrijk zijn, zoals nu.”

Gezond verstand

Rob van Doorn (49) herkent dat. Zelf blijft hij zoveel ­mogelijk binnen, omdat hij ervan overtuigd is dat dat het beste helpt. “Maar als ik naar buiten kijk, zie ik allerlei mensen op racefietsen en e-bikes voorbijkomen. Daar erger ik me kapot aan. Waarom doen zij dat wel? Het is alsof ze gebruikmaken van het feit dat ík binnenblijf. Als iedereen buiten ging fietsen, zou het veel te druk worden en was een totale lockdown misschien wel noodzakelijk.”

Van Doorn is de hele dag door alert. “Als iemand te dicht in mijn buurt komt, zeg ik daar wat van. Ook tegen tieners die in groepjes op straat hangen. En niet altijd even aardig. Ik baal ervan als mensen zich niet aan de afspraken houden. De ziekenhuizen liggen vol, er sterven dagelijks honderden mensen aan dit virus: neem het alsjeblieft serieus.”

Om elkaar niet rechtstreeks te hoeven aanspreken, hebben de gemeente Purmerend en Beemster sinds 25 maart een meldpunt – in de volksmond ‘kliklijn’ – geopend, waarop mensen kunnen laten weten dat zij groeps­vorming op straat hebben gezien. Dat gebeurt via de Mijn Gemeente-app. Inmiddels zijn daarop 132 meldingen gedaan. Ze komen rechtstreeks binnen op de telefoons van handhavers, ook buiten kantoortijden. “De handhavers rijden deze meldingen af en spreken mensen aan. Als het nodig is, maken ze een eind aan verboden gedrag,” zegt een woordvoerder van de gemeente Purmerend. “Het gaat bijvoorbeeld om groepen jongeren die te weinig afstand houden. Afgelopen weekend hebben we alleen gewaarschuwd, maar hebben de waarschuwingen ook geregistreerd. Personen die we herhaaldelijk moeten aanspreken en die al gewaarschuwd zijn, krijgen voortaan een boete. We gaan ervan uit dat mensen hun gezond verstand gebruiken en het niet zover laten komen.”

Rustig en beheerst

Het tekent de bijzondere tijd waarin we leven. “Voorheen zou je zeggen: een ander verklikken, dat doe je niet. Nu is het belangrijk,” zegt Van den Bos. “Mensen die een melding doen, zullen vaak oprecht verontrust zijn en bang zijn dat het misgaat. De melding kan voortkomen uit woede, omdat anderen de regels aan hun laars lappen. De gemeente kan op deze manier in de haarvaten van de samenleving gaan zitten. Handhavers weten wat er fout gaat en kunnen actie ondernemen. Zo voorkom je ook dat iemand van zeventig op een groep jongeren af moet stappen.”

De gemeente Amsterdam koos er vorige week voor om camera’s in te zetten op plekken waar veel jongeren komen en zo samenscholingen te signaleren. Als je toch zelf ­iemand aan de regels wilt herinneren, hoe doe je dat dan op een vriendelijke manier? Van den Bos raadt aan de boodschap rustig en beheerst over te brengen. “Koppel dat aan duidelijkheid over de afstand en probeer niet achter de komma gelijk te krijgen. Of doe het op een vrolijke manier, zoals een jonge vrouw die ik met een surfboard door het Vondelpark zag lopen. ‘Dit is anderhalve meter’ stond erop geschreven. Zo maak je op een grappige manier duidelijk dat mensen op afstand moeten blijven.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden