PlusAchtergrond

Een iconische lamp maken? Nee, ontwerpers richten zich op duurzaam

Een iconische lamp maken is niet meer het hoogste doel voor jonge ontwerpers. Die richten zich liever op duurzame verlichting. Door bijvoorbeeld de inzet van hennepvezel, zonnecellen of bacteriën.

De Finola, henneplamp van Jory Swart.
 Beeld
De Finola, henneplamp van Jory Swart.

Hij geeft het eerlijk toe. De eerste keer dat Jory Swart hoorde van Nederlandse hennepteelt, dacht hij meteen aan softdrugs. “Maar toen ik me erin verdiepte, kwam ik erachter dat hennep al in de VOC-tijd werd gebruikt om zeilen en kleding mee te maken. Het is een snel groeiend gewas, heeft geen bestrijdingsmiddelen nodig en levert een bijzonder sterke vezel op. Een mooi materiaal om iets mee te doen.”

Tijdens zijn opleiding product design aan de Groningse kunstacademie Minerva ging Swart aan de slag met lokaal geteelde hennep. “Het vilt dat ervan gemaakt wordt, is zacht en flexibel, terwijl ik er juist iets stevigs van wilde maken. Maandenlang heb ik geëxperimenteerd om de juiste natuurlijke lijm te vinden om het vilt op te harden. Als je daarmee twee lagen op elkaar perst, krijg je een solide plaat, waarmee ik onder andere een vergadertafel heb ­gemaakt.”

Toen Swart een opdracht kreeg voor een kantoorinrichting ging hij de mogelijkheden van hennep voor licht­armaturen onderzoeken. Het leek hem een mooi, milieuvriendelijk alternatief voor de kunststoffen die nu meestal worden gebruikt. Enkellaags is het uitgeharde vilt bovendien deels transparant, zeker als je de vezels een beetje uit elkaar trekt. Het doorschijnende licht laat dan een mooie tekening zien en wordt gefilterd tot een warm, diffuus schijnsel.

“Ik heb eerst een kubuslamp ontworpen, met zes rechte platen in een stalen frame. Daarna kwam een brede, ovaalvormige hanglamp. De reacties daarop waren heel ­enthousiast, maar die lamp is enorm arbeidsintensief en daardoor voor velen onbetaalbaar. Ik heb nu een nieuwe vorm gevonden waarvan ik er wel vijf per dag kan produceren.”

Swarts studio in broedplaats De Hoop in Zaandam functioneert sindsdien als een solofabriekje. De lampen die hij er heeft gemaakt, zijn nu te zien in het Dutch Design Hotel Artemis, als onderdeel van een groepstentoonstelling rondom het thema ‘aarde’. “Het geeft veel voldoening om als ontwerper een verschil te kunnen maken met milieuvriendelijke producten,” vindt Swart. “Mijn lampen zijn honderd procent recyclebaar. De lijm is op te lossen in ­water en kan samen met de hennep zo bij het gft-afval.”

De Sunne van Marjan van Aubel werkt op zonne-energie. Beeld Pim Top
De Sunne van Marjan van Aubel werkt op zonne-energie.Beeld Pim Top

Zon in huis

Zoals Swart zich op een natuurlijke grondstof heeft toegelegd, is Marjan van Aubel geïnteresseerd in natuurlijke processen. Fotosynthese fascineert haar in het bijzonder en dat bracht haar op het spoor van zonnepanelen. “Ze ­bestaan veel langer dan de meeste mensen zich realiseren, de vroegste voorbeelden stammen uit de 19de eeuw,” vertelt de ontwerper. “Er is intussen veel veranderd qua ­materialen en hoe ze gemaakt worden. Maar alles draait nu om efficiëntie: het zo goedkoop mogelijk produceren van cellen op een zo groot mogelijke schaal. Maar die puur technologische aanpak laat weinig ruimte voor alternatieve vormen en toepassingen. Ik wil zonnepanelen inzetten voor solar design, ze gebruiken als ontwerpmateriaal waarbij het ook gaat over emotie en esthetiek.”

Dat heeft geresulteerd in Sunne, een lamp die voor het raam wordt gehangen. De cellen aan de buitenkant vangen gedurende de dag zonne-energie op, die wordt opgeslagen in een lithiumbatterij in het binnenwerk. Zodra de zon ondergaat, begint de lamp automatisch te schijnen. Alsof je de zon de woonkamer binnenhaalt.

Van Aubel ontwikkelde de zonnecellen samen met ECN.TNO, het nationale energieonderzoeksbureau. Ze zijn op maat gesneden en – anders dan gewoonlijk – geschikt gemaakt voor gebruik binnenshuis. De speciaal ontwikkelde elektronica en software zorgen ervoor dat de batterij zo slim mogelijk omspringt met de opgezogen energie. “Onder normale omstandigheden kan Sunne veertien uur branden na een dag opladen,” zegt Van ­Aubel. “Maar op een grijze dag wordt minder energie ­opgewekt. Doordat je de lamp met een app kunt dimmen of uitzetten, kun je licht sparen voor het moment dat je het echt nodig hebt. Je wordt je op die manier meer bewust van de weersomstandigheden.”

Om de eerste exemplaren van Sunne in productie te ­nemen, is Van Aubel een campagne gestart via crowdfundingplatform Kickstarter, die net is afgelopen. “Binnen 48 uur hadden we het benodigde bedrag al bij elkaar. Er is dus duidelijk interesse voor deze lamp. Alle onderdelen worden gemaakt in Nederland, zodat we vervuilend transport tot een minimum beperken. De eerste 150 exemplaren zetten we met een klein team in elkaar in Amsterdam.”

Sunne moet het begin worden van een complete inte­rieurlijn, waarbij zonnepanelen als energieopwekkers ook verwerkt zitten in tafels en andere meubelstukken. Prioriteit nu heeft het opschalen van de Sunneproductie, zodat de prijs van 750 euro naar beneden kan. Maar die prijs is ook een investering in de toekomst, benadrukt de ontwerper. “Deze lamp koop je voor de lange termijn. Hij is modulair opgebouwd, de elementen zijn heel stevig en niet verlijmd maar geschroefd zodat ze stuk voor stuk vervangen kunnen worden als dat nodig is. De Sunne kan tientallen jaren mee.”

De Biolume van Teresa van Dongen, waarvoor de energie van bacteriën wordt gebruikt. Beeld Wouter Kooken / Blickfänger
De Biolume van Teresa van Dongen, waarvoor de energie van bacteriën wordt gebruikt.Beeld Wouter Kooken / Blickfänger

Bacteriebatterij

Terwijl Van Aubel een nieuwe draai geeft aan een oude technologie, maakt Teresa van Dongen gebruik van een wetenschappelijk vondst die pas dertig jaar geleden werd gedaan. Toen werd een bacteriesoort ontdekt die water zuivert van organisch afval en inmiddels zelfs wordt ingezet tegen olievlekken en kernafval. Terwijl het de rommel opeet, scheidt het organisme elektronen af. Met andere woorden: het produceert elektriciteit.

“Er is veel fundamenteel onderzoek naar die bacteriën gedaan,” vertelt Van Dongen. “Maar vertaalslagen zijn bijna niet gemaakt omdat er voornamelijk gekeken is naar grootschalige toepassingen die winstgevend moesten zijn. Ik ben er als ontwerper op een andere manier mee aan de slag gegaan. Samen met de Universiteit van Gent heb ik een systeem ontwikkeld waarbij de energie kan worden omgezet in licht.”

Dat leidde in 2016 tot Van Dongens ontwerp Spark of Life, dat zich simpel laat typeren als een ledlamp op een bacteriebatterij. De bacterie groeit in een glazen container en zet elektronen af op een hiervoor ontwikkeld cylindrisch element met een plus- en een minpool. “Als je de bacteriën maar blijft voeren, geven ze eindeloos energie af. Ik geef ze zelf acetaat, een soort minder zure azijn. Aan een thee­lepel per week hebben ze genoeg.”

Spark of Life deed het veel beter dan de wetenschappers in Gent hadden verwacht, maar Van Dongen zag verbeterpunten. Omdat de lampjes om esthetische redenen achter het glas waren geplaatst en de vloeistof erin soms troebel werd, was de lichtintensiteit niet altijd optimaal.

Dat euvel werd verholpen in het volgende model, Electric Life, dat Van Dongen maakte in opdracht van het Centre Pompidou in Parijs. “Met lenzen liet ik het licht fragmenteren. Deze lamp is geïnspireerd door de facetogen van insecten om te benadrukken dat het hier ook gaat om iets levends. Dit model is gebruiksvriendelijker onder ­andere doordat ik een tuitje op de batterij heb gezet. Met een injectiespuit is er heel makkelijk 50 mil­li­li­ter uit te ­halen en nieuw acetaat in te brengen. Iedereen die een plant in leven kan houden, kan met deze lamp omgaan.”

Recent rondde Van Dongen een project af bij het 16de-eeuwse Slot Schaesberg in Limburg. De bacteriecultuur die zij in de slotgracht vond, gebruikte zij in haar nieuwste lamp, de Biolume. “Hiervoor werkte ik met zoutwater­samples waardoor je altijd de zoutgraad op peil moet houden. Bij deze bacteriën volstaan kraanwater en acetaat. De meeste van mijn projecten neigen naar kunst en leveren unieke werken op, maar Biolume komt in de buurt van een consumentenproduct. Ik laat nu een tweede en derde exemplaar produceren, die ik bij wijze van proef bij twee geïnteresseerden thuis neerzet. Ik denk dat mensen, door te zorgen voor hun lamp, een andere relatie kunnen ­opbouwen met licht en energie.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden