PlusHet ingrediënt

Een exotische en peperige plant: de Oost-Indische kers

Iedere week verwondert Samuel Levie zich over een ingrediënt dat in het seizoen is of dat hij is tegengekomen tijdens zijn culinaire speurtochten.

Samuel Levi.Beeld Sjoukje Bierma

Er is geen plant waar ik meer plezier aan beleef in mijn moestuin dan de Oost-Indische kers. Vanaf eind mei tot ver in de zomer fleurt deze plant met haar geel, oranje en rood gekleurde bloemen de tuin op. Tegelijkertijd kan ik de hele plant gebruiken om gerechten smaak en kleur te geven.

Waar de Oost-Indische kers zijn naam aan dankt, is niet helemaal duidelijk. De plant komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika en kreeg van plantkundige Carl Linnaeus de soortnaam Tropaeolum, wat verwijst naar het klassieke woord voor trofee. Hij vond de bladeren van de plant lijken op de schilden van Romeinse krijgers die zij na een overwinning mee naar huis namen en tentoonstelden.

Waarschijnlijk vond men in Nederland dat de plant er exotisch uitzag en werd deze daarom al snel tot Oost-Indisch gebombardeerd. De toevoeging ‘kers’ kreeg de plant omdat hij net als waterkers peperig smaakt.

Oost-Indische kers is een makkelijke en zeer productieve plant die het ook goed doet op een balkon. De bladeren die het meest aan de zon zijn blootgesteld, smaken pittiger dan de bladeren van planten die meer in de schaduw groeien. De bloemen en ­bladeren gebruik ik vaak in zomerse salades.

Aan Oost-Indische kers worden ook allerlei geneeskrachtige eigenschappen toegedicht. Zo zou het kaalheid tegengaan. Zeker is dat er relatief veel vitamine c en ijzer in de plant zit. Ik heb ooit één plantje in mijn moestuin gezet, maar doordat hij zichzelf makkelijk uitzaait, blijft de plant elk jaar terugkomen. Een mooie bijkomstigheid is dat hij ook bladluis aantrekt en als je hem dus naast gevoelige planten zoals koolsoorten zet, hij ze zal beschermen.

Je hebt er dus het hele jaar profijt van en als de bloemen uitgebloeid zijn, pluk je de jonge zaaddozen, waar je eenvoudig een soort kappertjes van kunt maken.

Pakketjes van Oost-Indische kers en lam

Ingrediënten
35 grote bladeren Oost-Indische kers
50 g risottorijst
3 handjes muntbladeren, gehakt
200 g lamsgehakt
2tl cayennepeper
2 tenen knoflook, gehakt
1 handje gehakte geroosterde amandelen
3 bosuitjes
2 fijngesneden tomaten

Bereiding
Breng een pan water aan de kook. Blancheer 25 bladeren kort en leg ze in een bak met koud water. Hak de overige bladeren fijn en meng ze samen met de munt, rijst, gehakt, amandelen, bosui, cayennepeper, knoflook en de tomaten. Breng op smaak met zout en peper. Leg nu steeds een blad neer en schep hier een klein lepeltje vulling op. Rol op, vouw de zijkanten naar binnen en rol verder op. Stapel de dolma’s in een pan en vul deze met een laagje water zodat de dolma’s net onder staan. Breng rustig aan de kook en laat zo’n 30 minuten garen met een deksel op de pan. Haal de rolletjes uit het vocht en serveer ze met citroensap en olijfolie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden