PlusInterview

Een doos vol foto’s van Amsterdamse Joden. ‘Ik wil ze een naam geven’

Familiefoto, genomen op 20 augustus 1931 bij het huwelijk van Jeannette Fregge (volle nicht van Fred Plukkers vader) en Abraham Grünwald. Derde van links de vader van Fred Plukker, met naast hem Freds grootmoeder.

Amsterdammer Fred Plukker (72) kreeg een doos vol foto’s, veel daarvan waren door zijn vader in de Tweede Wereldoorlog gemaakt. Plukker denkt dat deze Amsterdamse Joden vrijwel zeker in de oorlog zijn vermoord, maar weet niet wie het waren. 

De doden zijn gaan leven. Ze zijn uit een doos gekomen die lag te verstoffen. Fred Plukker kreeg de oude Bijenkorfdoos onlangs van zijn broer. Misschien had hij interesse?

Plukker zit aan tafel in zijn appartement op de Herengracht. Hij studeerde ooit psychologie, deed een avondopleiding aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten, maar werd interim-manager in de gezondheidszorg. “Ik werk nog steeds, begeleid en adviseer bestuurders, maar ik heb geen zin meer in weken van zestig, zeventig uur.”

Dat komt dan goed uit, want Plukker heeft zich ­gestort op ander werk. Werk dat hem helemaal opslokt: de ­inhoud van de doos die nu voor hem op tafel staat. Zijn hand rust erop. “Ik wist niet van het bestaan van deze doos. Er zaten allemaal stukken in. Vrijstellingen voor deportatie, uitgegeven door de Joodse Raad. Valse persoonsbewijzen van mijn moeder. Distributiebonnen voor vlees en voor brood. Het echte persoonsbewijs van mijn vader, waar een J in staat. Een heleboel foto’s van voor de oorlog. En een mapje met een stuk of 25 negatieven.”

“Sommige mensen op foto’s herkende ik, vrienden van mijn ouders. Maar veel gezichten kende ik niet. Wie waren deze mensen? Het intrigeerde me zo dat ik het ben gaan uitzoeken. Ik wilde namen vinden bij gezichten, en ­gezichten vinden bij namen. Ik ben nu 72, over twintig jaar staat deze doos misschien ergens anders te verstoffen en weet helemaal niemand meer wie deze mensen waren.”

Plukker stelde een lijst samen van familieleden van zijn Joodse ouders. Zijn vader had als enig lid van een grote familie de oorlog overleefd. Ook zijn moeder overleefde de oorlog, net als haar moeder, een paar tantes en een oom. Plukker, een van de laatste naamdragers van de familie, ging aan het werk. Hij raadpleegde vele archieven om als een detective zo veel mogelijk personen te identificeren. Ook die van de portretten die in het mapje met negatieven zaten. “Mijn vader was journalist bij Het Volk en een verwoed amateurfotograaf. Maar als Jood werd hij al snel bij de krant ontslagen. Ik denk dat die portretten bedoeld waren voor persoonsbewijzen. Die voerden de Duitsers in april 1941 in, en uit die tijd dateren ook die foto’s. Mijn vader heeft wel de datum van fotograferen genoteerd, maar niet de namen. Ik vermoed dat het allemaal Joden waren en dat ze ook uit Amsterdam kwamen. Mogelijk maakte hij ze als vriendendienst of misschien wilde hij als fotograaf nog iets verdienen. Het kan ook zijn dat die foto’s voor vervalste persoonsbewijzen zijn gebruikt.”

Naspeuringen

Op een gegeven moment kwam Plukker niet verder, maar de personen op de foto’s bleven hem aankijken. Hij schreef een brief aan Het Parool. ‘De geportretteerden zijn vrijwel zeker vergast of op een andere manier in concentratiekampen omgekomen. Ik heb diverse pogingen gedaan om te achterhalen wie zij zijn. Familieleden? Vrienden of kennissen van mijn ouders? Ik zou deze oorlogsslachtoffers, Amsterdamse Joden, graag een naam geven. Als een soort postuum eerbetoon.’

Van negentien portretten weet hij de namen niet. Hij hoopt dat lezers personen op de foto’s zullen herkennen; een grootvader, een tante, en roept ze op te reageren. Ook als ze mensen herkennen op de foto’s die vóór de oorlog zijn genomen. “Het gaat me dus niet alleen om mijn familie, laat ik dat vooropstellen.”

Plukker laat foto’s zien, wijst personen aan. Laat dan op zijn laptop een lijst zien van zo’n 260 familieleden. “Kijk waar de meesten van hen aan hun einde zijn gekomen. Auschwitz, Sobibor, Sobibor, Auschwitz, Auschwitz…”

Het lawaai van een straatveegwagentje waait naar binnen. Plukker sluit het mapje op zijn computer. “Waarom ik nu pas naspeuringen naar mijn familie doe? Het is eerder nooit bij me opgekomen. Misschien omdat mijn ­ouders nooit over hun familie spraken. Als iemand vroeger zei: dat is de zwager van mijn oom, dan had ik geen idee over wie het ging. Familie was iets heel abstracts voor mij, omdat ik bijna geen familie had.”

“Ik heb als kind nooit het gevoel ­gehad dat ik iets tekortkwam. Het was ook niet dat mijn ouders heel obsessief over de oorlog vertelden of er helemaal over zwegen. Pas veel later heb ik beseft dat ze er nooit echt over hebben ­gesproken, dat ze nooit hebben verteld wat de onderduik en het verlies van familie met ze had gedaan. Ze uitten hun emoties niet. Ik heb geen last gehad van hun verleden.”

Portretfoto’s van Amsterdamse Joden, vermoedelijk voor persoonsbewijzen. Beeld Dick Plukker
Portretfoto’s van Amsterdamse Joden, vermoedelijk voor persoonsbewijzen. Beeld Dick Plukker

Stamboom met fotootjes

Door zijn naspeuringen heeft hij het gevoel dat hij zijn ­familie een beetje meer ‘kent’. “Voordat ik met mijn zoektocht begon, was wat mijn familie heeft doorgemaakt voor mij niet eens zo heel veel anders dan wat ik hoor over de ­ellende van genocideslachtoffers uit andere oorlogen. Maar weten en voelen zijn niet hetzelfde. Ik ben een aangetrouwde tante van een neef van mijn moeder op het spoor gekomen. Ik correspondeer met haar. Ze is 89 en woont in de VS. Ze heeft Bergen-Belsen overleefd, en gaat nog veel naar scholen om over de Holocaust te vertellen. We hebben het over familie, maar ook over koetjes en kalfjes, en over president Trump.”

Hij opent een ander document en laat een stamboom zien, met fotootjes. “Een gezin, nauwe ­familie van mijn vader. Dat kind is 13, dat kind 12, dat kind 10, dat kind 9, dat kind 7, dat kind 4 en die ­baby is tien maanden oud. Allemaal tegelijk met hun moeder vergast. Als je dat te weten komt, springen de tranen je in de ogen. Ik heb er geen nachtmerries van, maar hun lot raakt me nu veel meer. ­Zeker als ik bedenk dat mijn vader vermoedelijk nog met die neefjes en nichtjes heeft gespeeld.”

“Hoelang ik hier nog mee bezig blijf?”

Plukker pakt een foto uit de doos. Wijst een vrouw aan. “Van haar weet ik echt helemaal niets. Dus…”

Kijk voor meer foto’s van de mensen die Fred Plukker een naam wil geven op www.parool.nl/fredplukker. Plukker is te bereiken op onbekendefotos.fred@gmail.com.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden