PlusRecept van de dag

Een cheeseburger, die zou ik een marsmannetje met trots geven

Filmmaker en ramenchef Fow Pyng Hu heeft drie restaurants in de stad. Hij haalt zijn inspiratie uit Amsterdam, Tokio en alles daartussenin. Deze week: een ramenburger.

Filmmaker en ramenchef Fow Pyng Hu.Beeld Jakob van Vliet

Vorige week stond er een supermaan aan de hemel, ik kon mijn ogen er niet van afhouden. Maar dat was gevaarlijk, want ik reed net iets te hard over de snelweg. Ik was op weg naar huis. Het was laat en ik had een lege maag. Ik verheugde me erop om even te stoppen bij een McDonald’s. Vooral als je dit niet vaak doet, is het een traktatie.

Ik probeer mijn personeel weleens uit te leggen wat er zo goed is aan bijvoorbeeld een cheeseburger. Best vreemd, we staan urenlang bouillons te trekken van eerste kwaliteit beenderen, in een hete keuken, en dan heb ik het over het minst ambachtelijke restaurant dat er is.

Ik ben dan nieuwsgierig naar wat zij een marsmannetje te eten zouden geven als je hem het beste van de wereld wilt laten proeven. Sushi, ramen of Frans eten wordt geantwoord. Maar ik vind dat te persoonlijk. Al dat soort eten is lekker, maar het heeft tijd nodig om begrepen te worden. Je gaat het pas na meerdere keren eten waarderen. In eerste instantie is het misschien dus niet zo lekker.

Een cheeseburger is wat dat betreft veel vriendelijker. Die zou ik een marsmannetje met trots geven. Zowel de structuren als alle smaken bij elkaar geven direct een gebalanceerde indruk. Zout, zoet, zuur, zacht, knapperig en iets om op te kauwen.

Het is ook niet belast met een culturele geschiedenis, waarin je je moet verdiepen. Het is universeel. Zo’n marsmannetje zou het meteen begrijpen. Het is makkelijk om met minachting naar een cheeseburger te kijken, misschien komt dat door het bedrijf dat erachter zit, maar het product zelf is een geraffineerd meesterwerk. Net als cola.

Mijn personeel zal misschien denken dat ik het liefst bij McDonald’s eet. Enkele keren per jaar is dat ook zo. Maar het vaak nuttigen van zo’n compleet product is niet bevredigend. Het prikkelt niet, je denkt er niet meer bij na, je wordt er een luie eter van. Daarom maken we het onszelf graag wat moeilijker, proberen we nieuwe dingen.

Toen ik met ramen begon, wisten velen niet wat ze ervan moesten denken. Mensen dronken alleen de bouillon en lieten de noedels liggen. Nu hebben we dat met de udon, mensen moeten wennen aan de structuur van deze noedels. Diegene die doorzetten, vinden ze steeds lekkerder. Maar ik zou ze nooit aan een marsmannetje geven.

Ramenburger

Ingrediënten
1 pakje instantnoedels
1 ei
wat rucola
lente-ui
½ tl zetmeel

Bereiding
De ramenburger is door een Amerikaanse Japanner ontwikkeld, iemand die zijn twee geliefde gerechten heeft weten te combineren. Het broodje van de ramenburger is vervangen door gebakken noedels, het vlees is hetzelfde, maar wat je er verder bij doet is variabel. Deze keer leg ik alleen het bereiden van het ‘broodje’ uit, het vlees kun je zo ambachtelijk bereiden als je wilt. Ook ben je vrij om er van alles bij te doen, maar meer is niet altijd beter.

Kook de instantnoedels enkele minuten en giet af. Spoel ze onder een koude kraan en laat uitlekken. Klop het ei in een kom en roer de noedels erdoorheen. Bij de instantnoedels zit een pakje met bouillonpoeder. Meng hiervan een kwart mee. Maak van zilverfolie twee ronde bakvormen met een diameter van 9 cm en een hoogte van 3 cm. Verhit een klein scheutje olie in een koekenpan, leg de 2 bakvormen erin en verdeel in die vormen de noedels. Zet het vuur niet te hoog, anders brandt het aan. Druk het even aan en laat het rustig krokant bakken. Bak vervolgens de andere kant.

Maak ondertussen de saus. Meng het zetmeel, 100 ml water en de rest van het bouillonpoeder in een sauspannetje. Breng het al roerend aan de kook totdat het geheel gebonden is. Stel met dit je ramenburger samen; wat rucola en fijngesneden lente-ui, een hamburger en de saus. Een beetje kimchi zou ook heel goed passen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden