PlusAchtergrond

Een boom vol baby’s in Noord: de fascinerende babykaarten van een eeuw geleden

Verstuurd in 1906. Beeld Archief Tammo Schuringa
Verstuurd in 1906.Beeld Archief Tammo Schuringa

Uit de kool, of uit een vissenmond: over de herkomst van baby’s werden een eeuw geleden de gekste verhalen verteld. En verbeeld, op talloze ansichtkaarten, ontdekte beeldend kunstenaar Tammo Schuringa (61). Hij raakte gefascineerd door de kleurrijke kaartenwereld die bloeide tot de Eerste Wereldoorlog, toen zelfs de baby’s hun onschuld verloren.

Tammo Schuringa
Verstuurd in 1906. Beeld Archief Tammo Schuringa
Verstuurd in 1906.Beeld Archief Tammo Schuringa

In 2012 kocht ik op het Waterlooplein een opvallende ansichtkaart uit 1913 waarop een grote vliegende vis met een babywiegje in de bek staat afgebeeld. Bevangen door de surreële sfeer van de kaart ging ik in de jaren daarna op zoek naar vergelijkbare kaarten uit die tijd. Aanvankelijk zocht ik alleen op rommelmarkten, maar al snel spendeerde ik uren achter mijn laptop, scrollend door mij onbekende werelden.

Eindeloze hoeveelheden kaarten trokken voorbij, steeds weer liet ik me verleiden tot talloze impulsaankopen. Met als gevolg dat de postbode wekelijks enve­loppen met daarin de meest buitenissige ansichtkaarten aan huis bezorgde. Ondertussen begon mijn vrouw zich steeds meer zorgen te maken, ze vroeg zich af of ik niet verslaafd was. Ik verzekerde haar dat het reuze meeviel, terwijl ik met behulp van een lijmpistool kartonnen groente- en fruitdozen tot kaartenbakken vermaakte waarin ik alle binnengekomen kaarten thematisch sorteerde. Eén onderwerp was al snel favoriet: de baby.

Verstuurd in 1906. Beeld Archief Tammo Schuringa
Verstuurd in 1906.Beeld Archief Tammo Schuringa

De kool en de ooievaar

Schaamte en onwetendheid rondom het verwekken van kinderen maakte dat men zich eeuwenlang beriep op tal van bakerpraatjes. Kinderen die nieuwsgierig waren naar hun afkomst kregen vaak te horen dat ze uit de kool kwamen, of dat de ooievaar eraan te pas was gekomen – en dat is ook goed te zien op ansichtkaarten van ruim honderd jaar oud.

Sinds 1875 weten we dat de samenkomst van een zaad- en een eicel leidt tot de totstandkoming van een baby. Tot die tijd bleef het gissen. Terwijl wetenschappers allang grootse, wereldse zaken wisten te duiden, was het meest intieme – de groei van een baby in een moederbuik – nog eindeloos lang een mysterie. Men was in staat het gewicht van de aarde te berekenen, kometen in kaart te brengen en alle wereldzeeën te bevaren, maar de oorsprong van de baby bleef voor iedereen een raadsel.

Verschillende theorieën deden lange tijd de ronde, niet zelden gebaseerd op eeuwenoude gedachten en veronderstellingen.

Verstuurd in 1906. Beeld Archief Tammo Schuringa
Verstuurd in 1906.Beeld Archief Tammo Schuringa

De enige constante daarbij was dat de man veruit superieur was aan de vrouw. Nagenoeg alle wetenschappers waren man, alle theorieën weerspiegelden dan ook een bij uitstek mannelijke (tunnel)visie. Natuurlijk, het was voor iedereen duidelijk dat de man zaad produceerde en dat de vrouw een kind droeg en baarde, maar hoe kwam die baby in haar buik en wat droeg zij nu precies bij aan het maken van een kind? Het mannelijke geslachtsorgaan hing overduidelijk in het zicht en was daardoor bekend en vertrouwd, terwijl het vrouwelijke geslachtsdeel voor een groot deel juist aan het zicht onttrokken was. Het riep daardoor vooral vragen op: hoe zag haar binnenkant eruit? Hoe groeiden die kinderen daarbinnen? Niemand die het wist. Voor de man was het interieur van de vrouw eeuwenlang inferieur, want mystiek en onbekend. De vrouwelijke bijdrage aan de voortplanting vond men – dat wil zeggen, de man – vooral dienend: lange tijd zag men de vrouw slechts als een akker waarop het mannelijke zaad tot volle wasdom kon komen.

Kinderbomen

Op het hoogtepunt van ‘de Gouden Eeuw van de ansichtkaart’ – die bij lange na geen honderd jaar duurde, maar slechts zo’n kleine twintig na 1900 – publiceerden uitgeverijen wereldwijd jaarlijks miljarden ansichtkaarten. In grote steden als Wenen en Parijs bezorgde de postbode zeven keer per dag post aan huis. De kaart was hét communicatiemiddel van zijn tijd, enigs­zins te vergelijken met het huidige Whats­Appverkeer.

Verstuurd  in 1905. Beeld Archief Tammo Schuringa
Verstuurd in 1905.Beeld Archief Tammo Schuringa

Binnen dit enorme aanbod waren babykaarten, vaak met een surrealistische insteek, een zeer geliefd genre. Babykaarten uit die tijd laten zien dat ooievaar en kool slechts twee spelers waren binnen het enorme veld van de bakerpraatjes. Er waren veel meer medespelers, variërend van eieren tot stenen, van waterputten tot bloemen, van babyboerderijen tot bomen.

Zo zou er in Nederland een behoorlijk aantal ‘kinderbomen’ te vinden zijn, waarin of -aan kinderen groeiden. Een van de bekendste, zo dichtte P. C. Hooft al in zijn blijspel Warenar uit 1617, stond in de Volewijck in Amsterdam-Noord. Aanstaande ouders uit de stad staken ’s nachts heimelijk het IJ over om in de Volewijck een keuze te maken uit het rijke kinderaanbod van de boom.

De Volewijck was een opmerkelijke plek waar dood en leven samenkwamen. Van 1409 tot 1795 was het schiereilandje, recht tegenover het huidige Centraal Station, vooral bekend om het galgenveld waar de lijken van terechtgestelden te kijk hingen voor mens en dier. Maar ook stond er dus een kinderboom, zo gingen de verhalen. Terwijl de rottingslucht van de kadavers op het galgenveld over het land trok, trachtten trossen blozende baby’s vanuit hun boom aanstaande ouders te verleiden hen te plukken, almaar roepend: ‘Pluk mijn, pluk mijn, ik zal alle dagen zoet zijn!’

Patriottische babykaarten

Volgens sommigen begint de gouden eeuw van de ansichtkaart al vóór 1900 en duurt die tot 1915. Anderen vinden dat deze periode pas afloopt met het einde van de Eerste Wereldoorlog in 1918 of zelfs nog later. Hoe dan ook staat vast dat er ook gedurende de Grote Oorlog nog veel kaarten werden geproduceerd en verstuurd. Nationalistisch georiënteerde uitgeverijen voorzagen het publiek vier jaar lang van oorlogsgerelateerde beelden en informatie middels een aanhoudende stroom van patriottische ansichtkaarten – ook babykaarten.

Verstuurd circa 1916. Beeld Archief Tammo Schuringa
Verstuurd circa 1916.Beeld Archief Tammo Schuringa

Na afloop van de Eerste Wereldoorlog was er iets fundamenteel veranderd. Meer dan 9 miljoen militairen en naar schatting 8 miljoen burgers waren omgekomen. In de nasleep van de oorlog had men andere dingen aan het hoofd dan het onbezorgd rondsturen van ansichtkaarten. Het was tijd de wonden te likken en te reflecteren op de verschrikkingen van de afgelopen jaren.

Nieuwe technologieën verdrongen de ansichtkaart gaandeweg, hij moest het afleggen tegen de radio en de telefoon. Hortend en stotend kwam de gouden eeuw van de ansichtkaart tot stilstand.

Toch kan het frappante huwelijk tussen ansichtkaart en baby nog altijd intrigeren. En terwijl het aantal verstuurde ansichtkaarten al jaren slinkt met het toenemen van e-mail en pakketpost, blijft de behoefte aan fantastische verhalen en dito beelden bestaan, op papier en digitaal. Ik ga er dan ook vanuit dat de komende honderd jaar nog weleens een kinderboom in Amsterdam zal groeien.

Verrukkelijke baby’s, de geboorte in kaart gebracht van Tammo Schuringa verschijnt 14 maart.

Verstuurd in 1913. Beeld Archief Tammo Schuringa
Verstuurd in 1913.Beeld Archief Tammo Schuringa

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden