PlusReportage

Een amateurscheids krijgt heel wat voor z’n kiezen: ‘Ik moest zo’n beetje vluchten na de wedstrijd’

Monir Kossih. Beeld ivo van der bent
Monir Kossih.Beeld ivo van der bent

Weer of geen weer, met commentaar van de coaches of agressie langs de lijn: elke week staan deze scheidsrechters vol enthousiasme op het veld en in de ring. ‘Na de wedstrijd kwam een woedende groep ouders achter me aan.’

Jocelyn Vreugdenhil

Alwiene Sterk (42), Hockeyclub Naarden

null Beeld ivo van der bent
Beeld ivo van der bent

“Mijn vader was scheidsrechter op HC ­Alphen waar ik zelf ook hockeyde, en ik weet zeker dat ik door hem ben gaan fluiten. Omdat ik zag hoe leuk het was. In mijn beginperiode, zo rond mijn veer­tiende, floot ik al het liefst de uitdagende potjes. Zoals de veteranenelftallen op zondag. Al die mannen die in hun jonge jaren aardig konden hockeyen, maar waarbij het er op oudere leeftijd niet meer uitkomt. Vaak verhitte potjes, waarbij de stress van de hele week eruit kwam. Heerlijk om die wedstrijden in goede banen te leiden. Ik heb het altijd leuker gevonden om mannenteams te fluiten omdat het spel sneller is en vloeiender gaat.”

“In 2007 ben ik bondsscheidsrechter geworden en twee jaar later maakte ik mijn debuut in de hoofdklasse. Eén andere vrouwelijke collega fluit net als ik vooral de mannenhoofdklasse. Ik ben als scheidsrechter benaderbaar en absoluut niet autoritair. Ik sta eerder naast de spelers dan tegenover ze en laat ze doorspelen als het kan. Dat betekent niet dat ik geen grenzen heb, die geef ik duidelijk aan. Maar ik heb begrip voor de emoties die loskomen bij het spel en bij eventuele foute beslissingen. Misschien omdat ik zelf ook hoog gehockeyd heb.”

“Een wedstrijd die ik niet snel zal ver­geten, is de finale van het landskampioenschap van meisjes A in het Wagener Stadion in 2018. Ik kwam als scheidsrechter net kijken en floot samen met een ervaren collega. We maakten een verkeerde beslissing door een doelpunt af te keuren en kregen een woedende groep ouders achter ons aan. Ik moest zo’n beetje vluchten na de wedstrijd. De beste stuurlui staan aan wal, bij hockey ook.”

“Ik trek me niet zoveel van de opmerkingen van het publiek aan, want die strijd kun je gewoon niet winnen. Wat gelukkig ook gebeurt, is dat mensen na de wedstrijd naar me toe komen om te zeggen dat ik goed gefloten heb. Laatst was er zelfs een groep kinderen die zongen: ‘Scheidsie bedankt!’”

“Ik ga na dit seizoen stoppen in de hoofdklasse, maar zal vast nog geregeld fluiten bij mijn dochters. Dat zit nu eenmaal in mijn DNA.”

Anthony Ramdjas (18), Legmeervogels, Uithoorn

null Beeld ivo van der bent
Beeld ivo van der bent

“Tijdens een handbaltoernooi op school, ik was zo’n zes jaar, leerde ik de sport kennen. Niemand in mijn familie speelt handbal en ik was er totaal niet bekend mee. Maar ik vond het zo leuk dat ik lid werd van de Legmeervogels in Uithoorn.”

“Ik bleek niet zo’n goede speler en wilde ook niet altijd keepen. Zo kwam het dat ik begon met fluiten. Rond mijn elfde werd ik als scheidsrechter gescout door de handbalbond. Nu, bijna tien jaar later, fluit ik wekelijks de landelijke jeugd- en seniorenhoofdklasse.”

“Bij handbal fluit je in vaste koppels. Gelukkig maar, want het is een ontzettend snelle sport waarbij een paar extra ogen handig is. Toen ik veertien was floot ik competitiewedstrijden met een vaste ­partner, en vriend, van rond de twintig. Daar werden weleens opmerkingen over gemaakt als: ‘Hé scheids, moet jij niet met lego spelen?’ Maar ik kreeg ook positieve feedback.”

“Het leukst om te fluiten zijn de wedstrijden die ertoe doen, een promotie- of degradatiewedstrijd. Vooral wanneer de energie die vrijkomt tijdens het spel alleen maar positief is, bij de spelers, het publiek en de coaches. Bij de echte krakers tussen rivaliserende clubs kan het lawaaiig zijn, helemaal wanneer de tribunes volzitten met supporters die continu op toeters blazen en op trommels slaan. Dan is het prettig dat we via oortjes communiceren. We zitten elkaar af en toe ook wel te dollen via de oortjes, maar dat is meer tijdens de rustige wedstrijden.”

“Tijdens mijn eerste grote wedstrijd, een paar jaar geleden, dreigde het volledig uit de hand te lopen. Al vrij snel stuurden we er een speler af met rood, toen we de videobeelden achteraf bekeken bleek ook wel dat het een serieus gevaarlijke over­treding was en de kaart terecht. Maar de wedstrijd ontspoorde volledig. We hebben daarna nog een van de teambegeleiders met rood weggestuurd. Het publiek joelde en we werden door de spelers en coaches uitgescholden. Verschrikkelijk. De wedstrijd is uitgespeeld, maar dat wil ik nooit meer meemaken. Hoewel het natuurlijk wel bij het proces hoort van een goede scheidsrechter worden.”

Monir Kossih (46), ASV De Dijk, Noord

null Beeld ivo van der bent
Beeld ivo van der bent

“Mijn thuisclub is ASV De Dijk, maar ik heb ook bij SV Kadoelen gefloten. Daar begon per toeval mijn carrière als scheidsrechter. Mijn dochters hockeyden op de hockeyclub die direct naast de voetbal­velden van Kadoelen ligt. Omdat ik niets met hockey heb, ging ik tijdens hun wedstrijden voetbal kijken. Op een dag werd ik aangesproken door een vriendelijke man: ‘Ik zie jou hier elke zaterdag staan. Voetballen je kinderen hier?’ En zo kwam het dat ik door een tekort aan scheidsrechters ineens stond te fluiten. Sindsdien doe ik dat wekelijks.”

“Vanaf het moment dat ik het veld op stap in mijn scheidsrechtertenue gaat mijn borst vooruit en straal ik autoriteit uit. Ik deel bijna geen kaarten uit, dat heb ik niet nodig. In de tien jaar dat ik nu fluit, heb ik twee keer rood gegeven. Mocht het nodig zijn, dan waarschuw ik een keer stevig: ‘Nog één keer en je kan gaan douchen.’ Dat is vaak genoeg. Ik heb altijd twee fluiten bij me, voor als er een stuk gaat tijdens de wedstrijd, en twee horloges om. Als je autoriteit wil uitstralen, moet alles kloppen.”

“Ik ben streng en hou me strikt aan de regels, net als voormalig scheidsrechter Pierluigi Collina, mijn grote voorbeeld. De toeschouwers moeten bij mij altijd achter de hekken staan, Alleen de coach en de spelers mogen het veld op. Elke wedstrijd wordt er vanaf de kant geschreeuwd en gescholden als ze het niet eens zijn met een beslissing. Ik luister daar niet meer naar. Een keer liep het bijna uit de hand. Het was 2-2 geworden tussen twee riva­liserende clubs uit Noord. Een supporter van de tegenpartij liep na de wedstrijd woedend achter me aan. Om­stan­ders ­grepen net op tijd in, want hij stond op het punt om me te slaan. Ik heb geen klacht ingediend, maar denk dan wel: als je het zo goed weet, ga dan zelf fluiten. We kunnen de extra vrijwilligers goed gebruiken.”

Lindsay Adams (37), Kops Gym, Oost

null Beeld ivo van der bent
Beeld ivo van der bent

“In 2019 ben ik gestart met een scheidsrechtercursus. Het officiële papiertje heb ik nog niet, dat heeft vertraging opgelopen door corona. Intussen leid ik wel al wedstrijden. De interesse om scheidrechter te worden was er vanaf het moment dat ik door mijn oom, Chris Dijkstra, werd meegenomen naar bokswedstrijden. In die tijd, ik was toen 21, oefende ik al met jureren. Ik bleek talent te hebben en werd aangemoedigd er meer mee te doen. Na een tijd jurylid te zijn geweest, wilde ik de overstap naar scheidsrechter maken.”

“Mijn oom is mijn grote voorbeeld. Hij is nu 77, hij is zelf lange tijd amateurbokser geweest en was daarna actief als jurylid en scheidsrechter. Hij gaat nog elke wedstrijd met me mee en coacht me waar nodig. Ook komt hij vaak langs bij Kops Gym als ik daar een oefenwedstrijd heb. In zijn tijd als scheidsrechter heeft hij heftige dingen meegemaakt, zoals vechtpartijen in het publiek. Zo bont is het bij mij nog niet geweest.”

“Boksen is een echte mannensport. Hoewel er intussen wel wat aan het veranderen is: vrouwenpartijen zijn niet meer weg te denken. Er is nog één ander vrouwelijk jurylid actief in Nederland, verder ben ik de enige vrouwelijke scheidsrechter bij amateurpartijen. In het begin kreeg ik vaak te horen: ‘Heb jij niets beters te doen op zaterdagavond?’”

“Het is mijn hobby. Ik vind boksen een fantastische sport: hoe iemand tactisch, met alleen zijn vuisten, zijn tegenstander te snel en te slim af kan zijn. Er hangt ook altijd een prettige spanning om een wedstrijd heen. Als scheidsrechter voel ik de adrenalinekick in de ring niet die de boksers wel voelen. Daar ben ik veel te geconcentreerd voor. Ik ben zo druk bezig met wat de boksers aan het doen zijn en of alles veilig gaat, dat ik zelfs het publiek vergeet. Als ik tussen twee zwaargewichten sta, vind ik het nog weleens spannend om in te grijpen. Voor je het weet heb je een beuk te pakken. Als er een knock-out valt, en dat is me al een paar keer overkomen, is dat ook wel een momentje. Het is belangrijk om dan correct te handelen. Staat ie nog op? Is ie bij? De regel is: als iemand na acht tellen weer op zijn benen staat, kan de wedstrijd verder. Als iemand weg is geweest, buiten bewustzijn, is de wedstrijd meteen klaar.”

null Beeld ivo van der bent
Beeld ivo van der bent

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden