PlusExclusief

Eefje Voogd, eigenaar van een van de grootste makelaarskantoren van Amsterdam: ‘Soms vertel ik maar niet wat voor werk ik doe’

Eefje Voogd: ‘Voor mezelf beginnen was helemaal geen droom van me.’ Beeld Jitske Schols
Eefje Voogd: ‘Voor mezelf beginnen was helemaal geen droom van me.’Beeld Jitske Schols

De woningnood ligt aan de markt en niet aan de makelaars, benadrukt Eefje Voogd (54). Ze runt een van de grootste kantoren van de stad. ‘Mensen vragen vaak of ik trots ben. Ik denk alleen maar: morgen moet ik weer presteren.’

Vera Spaans

Op heel veel Amsterdamse feestjes gaat het nog voor de eerste bitterbal over de huizenmarkt, maar als Eefje Voogd ­binnenkomt al helemaal. “Mensen willen weten hoe ik denk dat de markt zich gaat ontwikkelen, of hoe ze aan een huis komen. Ik vind het fijn ze te helpen, dus meestal antwoord ik daar wel op. Maar soms vertel ik maar niet dat ik makelaar ben.”

Voogd is eigenaar van een van de ­grootste makelaarskantoren van Amsterdam, dat haar naam draagt. Ze heeft aan de ­Parnassusweg dertig mensen in dienst, jaarlijks werken ze mee aan de aan- of ­verkoop of verhuur van zo’n twaalfhonderd woningen. En eind vorig jaar werd ze overgenomen door CBRE, de grootste vastgoedadviseur van de wereld. Voogd bleef directeur. Ook in tijden dat er soms in hele stadsdelen geen huis te koop staat, gaat het Eefje Voogd voor de wind.

Hoe is het om nu makelaar te zijn in Amsterdam?

“Het is best een ingewikkelde opgave. Laten we vooropstellen: als makelaar maak je mensen blij. Je helpt ze met het nemen van misschien wel de belangrijkste beslissing van hun leven. Maar de markt is hectisch. We kúnnen nog steeds mensen blij maken, maar het is niet makkelijk. Ik benijd de makelaars niet die vooral huizen aankopen.”

Hoe erg is de wooncrisis?

“Er is een gruwelijk tekort aan huizen: per kwartaal komen er op het moment iets van veertienhonderd woningen in de regio Amsterdam vrij, en volgens cijfers van Funda zijn er ongeveer 55.000 woningzoekenden. En dan zijn de funshoppers, de mensen die voor de lol langs mooie huizen scrollen, er al uitgefilterd. Dat zijn enorm weinig koophuizen, waar iedereen het mee moet doen. Ter vergelijking: tijdens de financiële crisis stonden er per kwartaal ongeveer negenduizend woningen te koop. Dat is een gigantisch verschil.”

Op koophuizen wordt nu gemiddeld 18 procent boven de vraagprijs geboden. Daar spelen makelaars een rol in.

“Een makelaar verkoopt iets voor een cliënt, die zoekt naar de beste koper. De makelaar van de koper probeert een woning te pakken te krijgen voor zijn ­cliënt. Mensen grijpen heel vaak mis, en dat leidt tot teleurstelling.”

Makelaars zouden ook kunnen zeggen: we gaan niet met zijn allen 20 ­procent overbieden.

“Het zijn niet de makelaars die bepalen, het is de markt die bepaalt. Dat zijn de mensen die een droomhuis zien en dat koste wat kost willen hebben. Het is de markt die ervoor zorgt dat bij een gigantische vraag en een heel klein aanbod dit soort situaties ontstaan.”

Mensen kunnen eindeloos vergelijken welke tomaten in de supermarkt goedkoper zijn, maar in een kwartier beslissen 30.000 euro extra te bieden op een huis.

“Wonen is zo onvoorstelbaar belangrijk, dat mensen zeggen: doe er maar wat bij. En vaak blijkt ook, als ze met hun hypotheekadviseur praten, dat die 30.000 euro in hun portemonnee niet zo veel uitmaakt. Met de huidige lage rente scheelt zo’n bedrag heel weinig in de maandlasten. Maar het blijft ontzettend veel geld.”

Moet u cliënten weleens tegen zichzelf in bescherming nemen?

“Zeker. Nee verkopen is ook verkopen. Soms is een huis gewoon niet passend. Denk na hoe je je toekomst voor je ziet, vragen wij vaak. Ik vind het impertinent om naar een kinderwens te vragen, maar meestal beginnen mensen daar zelf over. Wij duiden wat de voor- en de nadelen zijn van een huis, we zijn een vraagbaak en denken mee. En soms moet je zeggen: ik zou het niet doen.”

Bijna alle huizen in Amsterdam worden per inschrijving verkocht, waarbij geïnteresseerden allemaal tegelijk een zo gunstig mogelijk bod doen. Wat vindt u daarvan?

“Voor ons is dat een gegeven waar we mee te dealen hebben. Wat ik spannender vind, is dat je degene die bij een inschrijving het beste bod heeft gedaan, eigenlijk niet kunt feliciteren. De wet bepaalt dat een koop van consumenten pas rechtsgeldig is als er een koopcontract is getekend. Dus tot die tijd kunnen er nog altijd mensen tussendoor komen met een hoger bod. Ik heb wel meegemaakt dat na zo’n inschrijving een geïnteresseerde zich meldde bij het huis van de verkoper met een veel hoger bod. En tja, dan is het aan de verkoper of hij of zij daarin meegaat, of zegt: ik heb een bod van een familie, die gun ik het huis, we gaan gewoon naar de notaris. Er zijn geen garanties.”

Wanneer krijg je een huis gegund?

“Dat bepaalt de verkoper. Soms zegt iemand: ik heb de familie ontmoet, of: het is een gezin, of: het is geen belegger. Dat zijn allemaal factoren die ertoe doen. Soms hebben ze een brief gekregen.”

Doen kopers dat vaak?

“Het is een teken aan de wand hoe slecht het met de huizenmarkt is gesteld. Mensen schrijven dat ze graag in de omgeving willen blijven, of dat ze hun kinderen hier graag willen laten opgroeien. Soms zijn het schrijnende brieven. Van mensen die in de zorg werken, of heel afhankelijk zijn van bereikbaarheid. Maar zo’n brief is geen garantie, hè. Als iedereen een brief schrijft, kun je je afvragen of het zin heeft.”

‘Dat mensen nergens meer kunnen wonen, vind ik te kort door de bocht.’  Beeld Jitske Schols
‘Dat mensen nergens meer kunnen wonen, vind ik te kort door de bocht.’Beeld Jitske Schols

Eefje Voogd werd geboren in de Sarphatistraat, waar haar vader een garagebedrijf had. Toen de metro werd aangelegd, begin jaren zeventig, meldde zich een koper voor het bedrijf van haar vader en verhuisde het gezin naar Vinkeveen. Toen ze zeven was, besloten haar ouders naar de Bijlmermeer te verkassen. Haar moeder – ook makelaar – verkocht huizen in Geerdinkhof, en was gegrepen door de omgeving.

Hoe beviel het in de Bijlmermeer?

“Ik heb er een eindeloos goede jeugd gehad. Ik liep altijd te banjeren in de bouw – toen al! Nu zijn bouwterreinen helemaal afgebakend, toen kon je er gewoon spelen. Ik was een echte straatmadelief, altijd buiten. Ik leerde er ponyrijden zonder zadel, met buren maakten we een tennisbaantje, want in die tijd was er nog niet veel. Ik heb wel moeten opkomen voor mezelf. Ik stapte altijd uit bij Ganzenhoef, daar werd je weleens lastiggevallen.”

Voelde u zich onveilig?

“Nee. Het heeft mij stoer door de stad doen lopen. Bij Ganzenhoef waren veel junks. Waar zij rechts stonden, ging ik links. Ach, ik ben later naar de Oudeschans verhuisd, daar waren ook junks. Ik vond dat als kind nooit zo spannend. Ik zat op een gemengde school, een montessorischool. Dat is zo vormend geweest: ik heb daar veel geleerd over zelfstandigheid. Bereid je goed voor, werk met elkaar. ­Dingen die mijn moeder me ook altijd inprentte: zorg dat je zelfstandig bent.”

Wat vond u van het vak van uw moeder?

“Als peuter vond ik het niks. Mijn moeder was altijd aan het werk. ’s Avonds, op zaterdag, op zondag. Als makelaar moet je altijd klaarstaan voor je klanten. Dat was vroeger zo en nu nog steeds. Het zijn altijd grote, persoonlijke belangen die spelen, dus mijn moeder was vaak weg.”

Dus u hing aan haar been als ze de deur uitging.

“Ik geloof wel dat ik de spinazie tegen de keukenkastjes heb gesmeerd als ze ’s avonds werd gebeld en ik aandacht wilde.”

Toch bent u uiteindelijk de makelaardij ingegaan.

“Ik zat op het Hervormd Lyceum Zuid en moest, in de vierde geloof ik, een stage lopen van een week. Toen kon ik meelopen met een vrouwelijke makelaar, bij Hoen, in de De Lairessestraat. Ik was meteen verkocht. Het is een ingewikkeld vak – veel rechten, veel bouwkunde – en heel dynamisch. Deals sluiten is hartstikke leuk, maar vooral het sociale sprak me aan. Dat je mensen op weg kunt helpen in hun zoektocht. Ik ben er na mijn stage receptioniste geworden en nooit meer de makelaardij uitgegaan.”

Wat vond uw moeder ervan?

“Die vond het hartstikke leuk. Ik heb zoveel van haar geleerd, vooral over servicegerichtheid. Na Hoen ben ik ook een tijd op het kantoor gaan werken waar zij toen in dienst was. Daar deed ik mijn eerste nieuwbouwproject. De Sint-Vincentiuskerk aan de Jacob van Lennepkade werd gesloopt, er kwamen appartementen in.”

Wanneer begon u voor uzelf?

“Dat was pas achttien jaar later. Ik had jaren in het familiebedrijf van mijn man gewerkt, maar door onze scheiding kwam daar in 2007 een eind aan. En nu, dacht ik. Hoe verder? Ik was trots dat ik een vak had geleerd, ik wilde door – maar ik had ook een kind om voor te zorgen. Ik had allerlei mooie aanbiedingen, maar dacht: het zal me niet gebeuren dat ik een werkgever tref die ‘wat ga jij doen, je gaat toch niet naar huis?’ zegt als er iets met mijn dochter is. Dus toen ben ik voor mezelf begonnen. Dat was helemaal geen droom van me, maar ingegeven door de omstandigheden. En gelukkig had ik allemaal opdrachtgevers die zeiden: waar jij gaat, gaan wij.”

Een jaar voor de financiële crisis.

“Toen heb ik wel even met mijn handen in het haar gezeten; ik had een vette lening van de bank. Maar we zijn toch gegroeid, ook in die tijd. De aanbodmarkt kantelde naar een vraagmarkt, en wij kenden die vraag, we spreken onze klanten dagelijks en weten wat ze willen. Dus hebben we toch het verschil kunnen maken.”

Hoe voelde het om een bord met ‘Eefje Voogd Makelaardij’ op de gevel te ­spijkeren?

“Tja. Mensen vragen me vaak of ik niet trots ben. Ik denk alleen maar: morgen moet ik weer presteren.”

null Beeld Jitske Schols
Beeld Jitske Schols

Eind vorig jaar werd Eefje Voogd Makelaardij overgenomen door het Amerikaanse CBRE, de grootste vastgoedadviseur ter wereld. De overname betekent vooral meer slagkracht, meer mogelijkheden om over de stadsgrenzen te doen waar het kantoor al steeds meer mee bezig was: consultancy bij en verkoop en verhuur van grote bouwprojecten, ook buiten de stad.

Heeft corona onze woonwensen veranderd?

“Wonen is tijdens deze crisis zo belangrijk gebleken. Het klikgedrag op Funda werd ook anders: er werd meer gezocht op extra kamers, op werk aan huis, op buitenruimte. Ik denk dat we ook anders gaan kijken naar gebruiksmogelijkheden. Weg van het stramien van zoveel vierkante meters voor zoveel kamers. Je kunt een huis voor meer gebruiken dan sec wonen en slapen. Er zijn mensen die een minigym aan huis hebben gemaakt, of er professioneel zijn gaan koken. We hebben op Cruquius vorig jaar kleine loftwoningen verkocht met een uitschuifbare keukenwand, waardoor je ruimte kunt creëren als dat nodig is. Dertig vierkante meter, volledig gericht op eenpersoonshuishoudens, want daar is de stad van vergeven.”

Als ik op jullie site kijk, zie ik als eerste koophuizen van vier miljoen. Of huurhuizen van bijna 7000 euro per maand. Dat kan toch niemand betalen?

“Toch wel. Er zijn mensen die over behoorlijke budgetten beschikken. Mensen die fantastisch verdienen, ondernemer zijn, of die zeggen: wij hebben hier gestudeerd, we komen uit een groot huis van buiten de stad en willen nu een ruim appartement. Je kunt niet meer spreken van één doelgroep, het is heel divers. Het kunnen ook internationals zijn.”

De expats zijn toch weg?

“Dat valt wel mee! Toen corona uitbrak, gingen veel expats terug naar hun thuisland, maar inmiddels merken we dat ze weer terugkeren.”

Waar woont u zelf?

“Hier, op de Zuidas. Ik heb dat altijd een heel aantrekkelijk gebied gevonden – wij waren vanaf het begin betrokken bij de ontwikkeling van wonen op de Zuidas. Het is allang niet meer puur een zakendistrict. Ik woon in een van die hoge woontorens, op de twintigste verdieping. Ik kijk uit over het centrum, een stuk polder en Schiphol. Ik zie er de wolken voorbijtrekken. Heerlijk om daar tot rust te komen na een ­hectische dag.”

Hoe bent u aan dat huis gekomen?

“Wij hadden dit project in de verkoop. Na mijn scheiding ben ik hertrouwd, en we zochten naar een plek om samen te beginnen, maar we waren nog niet zover. Dat project was net te vroeg. En toen, maanden later, kwam een van de appartementen terug. De kopers hadden zich bedacht, dus toen konden we er een te pakken ­krijgen. We stonden dus niet vooraan in de rij.”

Je kunt niet zeggen: ik ontwikkel dit gebouw en de twintigste verdieping is van mij.

“Dat vind ik een no-go. Het zou wel heel makkelijk zijn, als makelaar. Maar ik vind dat niet integer.”

Verwacht u dat starters hier ooit nog een huis kunnen kopen?

“Het is altijd moeilijk geweest om de woningmarkt te betreden, en nu is het extreem. Dat probleem speelt ook in andere steden. Zelfs in dorpen, trouwens. In Amsterdam zijn te weinig huurwoningen voor het middensegment. Er is niet ­voldoende gebouwd, en met meer dan twee mensen een huis huren is ook aan banden gelegd. Begrijpelijk hoor, dat leidde soms tot excessen met veel te intensieve ­bewoning, maar vroeger was het dus wel makkelijker om iets te huren. De ­problematiek staat gelukkig hoog op de politieke agenda.”

Maakt u zich zorgen om de stad?

“Ik zie de problematiek. Dat aanbodtekort moet je oplossen. Over de hele linie: meer middenhuur, meer koop, meer ­studentenwoningen.”

Ziet u een rol voor uw vak?

“We denken mee over woonconcepten. En we maken inzichtelijk waar de vraag zit. De wooncrisis vraag om brede samenwerking en versnelling. Ook van de overheid, want het is best lastig om tot ontwikkeling te komen. Daar gaan vaak jaren van processen aan vooraf. Grote beleggers die willen investeren hebben behoefte aan zekerheid: aan welke regels moeten ze voldoen? En de bouwkosten zijn gestegen, de grondprijzen omhooggegaan. Het is heel complex. En dan zegt menigeen ook nog: not in my backyard.”

We stevenen af op een stad zonder jonge mensen. Wie gaat er straks nog nieuwe cafeetjes openen of buiten de lijntjes kleuren?

“Daar maak ik me geen zorgen over. De stad is doorspekt met creativiteit, we hebben een grote creatieve sector.”

Met mensen die nergens kunnen wonen.

“Dat vind ik te kort door de bocht.”

Waar wonen die mensen dan?

“Het is niet zo dat mensen niet meer in de stad wonen. Maar de stad wordt breder, en in de binnenstad is nu eenmaal zeer beperkt ruimte om te bouwen. Op zo’n moment is vooral bereikbaarheid een issue.”

Jonge mensen moeten dus in Geuzenveld gaan wonen.

“Aan de randen van Amsterdam wordt veel nieuwbouw ontwikkeld. Van Arena tot AMC, in Noord, Sloterdijk, de Sluisbuurt. Daar is ruimte voor stadsvernieuwing. Je kunt wel zeggen: ik wil in de binnenstad wonen, maar die is nu eenmaal heel populair. De grachtengordel trekt ook internationaal veel belangstellenden.”

Verwacht u dat de leraar en de politie­agent hier ooit weer een huis kunnen kopen?

“Je moet de vraag stellen: wat is Amsterdam? Vroeger was Amsterdam de grachtengordel. Toen werd het binnen de Ring. Binnen de Ring is buiten de Ring geworden. Voor mij is Amsterdam nog veel meer dan dat.”

null Beeld

Eefje Voogd

22 januari 1968, Amsterdam

1974-1980 13e Montessorischool
1980-1984 Hervormd Lyceum Zuid
1992 Opleiding makelaardij NVM/SOM afgerond
1994 Beëdigd als makelaar/taxateur
2007 Oprichting Eefje Voogd ­Makelaardij
2007-2014 Bestuurslid Makelaarsvereniging Amsterdam (MVA)
2011-2014 Voorzitter MVA
2021 Overname door CBRE

Ze werd in 2015 uitgeroepen tot Nederlandse nieuwbouwmakelaar van het jaar, in 2016 tot Nederlandse vastgoedvrouw van het jaar en in 2019 tot Amsterdamse vastgoedvrouw van het jaar.

Eefje Voogd is getrouwd en heeft een dochter uit een eerder huwelijk. Ze woont op de Zuidas.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden