PlusAchtergrond

Edwin Gruijs uit Noord bespant de rackets van tennissterren als Djokovic: ‘Hoor je ‘ting’ dan is het goed, ‘plof’ niet’

Edwin Gruijs bespant rackets van toptennissers op grote toernooien als de Australian Open, en nu de Laver Cup in Londen. In de kantine van ATC Kadoelen laat hij zijn vaardigheden zien. Beeld Dingena Mol
Edwin Gruijs bespant rackets van toptennissers op grote toernooien als de Australian Open, en nu de Laver Cup in Londen. In de kantine van ATC Kadoelen laat hij zijn vaardigheden zien.Beeld Dingena Mol

Tennisleraar Edwin Gruijs (60) is ‘official stringer’. Hij mag de rackets van grootheden als Novak Djokovic en US Open-winnaar Carlos Alcaraz bespannen. Als eerste Nederlander doet hij dat nu bij de Laver Cup in Londen.

Lorianne van Gelder

Hij hoort het als een racket niet goed is bespannen. ‘Ting’ is goed. ‘Plof’ niet. Hij noemt het een ‘dood’ of juist een ‘zingend’ geluid. Amateurs spelen meestal veel te lang door met een slappe bespanning. Een van de kleine ergernissen van Edwin Gruijs.

Gruijs is meesterbespanner, pro tour stringer, zo u wilt. Hij heeft de diploma's van de European Racquet Stringers Association, en mag de rackets van de groten der aarde onder handen nemen. Hij wordt gevraagd voor de Australian Open, de Madrid Open en komende dagen op de Laver Cup in Londen, als eerste Nederlander ooit, een door Roger Federer bedachte wedstrijd tussen de beste tennissers van Europa tegen die uit de rest van de wereld. Dit jaar wordt ook nog eens historisch, want Federer zal er voor de laatste keer op het hoogste niveau zijn kunsten laten zien.

Om alle kaarten op tafel te leggen: Gruijs is mijn tennisleraar. Elke dinsdagavond laat ik een ‘hallo meester’ klinken om 20.30 uur, en krijg ik les van deze man die het liefst zelf proftennisser had willen worden. Dikwijls krijg ik een standje dat ik een paar minuten te laat ben. Gruijs is een leraar van de oude stempel, en houdt niet zo van tegenspraak. Hij geeft de oefeningen en de aanwijzingen en als je te veel vragen hebt, zegt hij op een gegeven moment: ‘Als ik het zeg, dan is het zo, ik ben toch de leraar.’

Dovemansoren

Dat gezegd hebbende: Gruijs is een vakman. Hij is al meer dan veertig jaar tennistrainer. En hij is ook echt aardig, op zijn soms nurkse middelbareschoolgymleraar-achtige manier. Als ik les heb, wordt er ook veel gelachen, en lopen andere tennissers af en aan met aangeschafte rackets, net bespannen rackets, een vraag over hun racket of met een envelopje met geld om hem te betalen. Edwin Gruijs is het epicentrum van de Amsterdamse Tennis Club Kadoelen in Amsterdam-Noord.

In de meest zichtbare hoek van de kantine staat zijn bespanningsapparaat van Head opgesteld waar iedereen vanaf 25 euro zijn of haar racket opnieuw kan laten bespannen. En dat moet dus eerder dan je denkt, om geen ‘bwoef’ te horen. Maar helaas is zo’n oproep vaak aan dovemansoren gericht. (En nee, dat zegt niet alleen de man die er geld aan verdient.)

Steeds vaker staat er bij dat apparaat: ‘Van ... tot ... ben ik aan het bespannen bij het Alkmaar Tennis Tournament / Australian Open / Madrid Open.’ Tot en met 26 september zal dat bij de Laver Cup in Londen zijn, in een uitverkochte O2-arena.

Te dure droom

Ooit was Gruijs een dwars mannetje dat niet van school hield. Liever ging hij naar de tennisclub De Gouw in Zaandam, waar hij opgroeide. Elke dag liep hij er rond.

Hij wilde niets liever dan proftennisser worden. Maar daarvoor hadden zijn ouders niet de financiële middelen. “Voor een professionele training heb je twee ton per jaar nodig,” zegt Gruijs. Toen de droom om prof te worden vervloog, werd hij tennisleraar. In die tijd regelde hij zelf de snaren voor zijn rackets, hij bespande ze ook eigenhandig. Al gauw begon hij ook een handeltje in rackets. Later, met de opkomst van de webhandel, liep zijn omzet terug. Toen dacht hij: bespannen, dat kunnen ze niet via het internet. En zo begon zijn fascinatie voor het ‘stringen’.

Streng voor streng rijgt Gruijs het draad door de gaatjes van het lege racket. Voor hem ligt een zwart met wit exemplaar van Head, eentje die Djokovic ook gebruikt. “290 euro,” laat hij desgevraagd weten. Eindeloos heeft hij geoefend met dat rijgen. Dat moet superprecies, anders is het scheef, of uit balans. Hij volgde cursussen en ging in de leer bij de besten, zoals bij de Engelsman Richard Parnell, met wie hij komend weekend op de Laver Cup staat.

Edwin Gruijs hoort het als een racket niet goed is bespannen. ‘Ting’ is goed. ‘Plof’ niet.  Beeld Dingena Mol
Edwin Gruijs hoort het als een racket niet goed is bespannen. ‘Ting’ is goed. ‘Plof’ niet.Beeld Dingena Mol

Gruijs bespande bij kleinere toernooien in Alkmaar, Bakkum en werd opgemerkt. Toen volgde in 2018 een uitnodiging voor de Australian Open. Plotseling had hij de top bereikt. Misschien niet als tennisser, maar als bespanner toch omringd door de allerbesten ter wereld.

Een verdwaalde tiener

Niet dat het minder zwaar is, overigens. Een dag op de Australian Open begint om 6 uur ’s ochtends. Hij herinnert zich dat hij het die eerste ochtend wel vond meevallen daar. Tot een collega zei: wacht maar, straks komt de ‘big bang’. En inderdaad, ineens werden 550 rackets naar binnen gebracht. Of ze die even konden bespannen voor de volgende dag. Uiteindelijk werkten ze met zijn 22'en 5500 rackets weg in twee weken. “Je staat er tot half twee ’s nachts, dan slaap je drie uur en ga je ’s ochtends weer door.” Profs hebben vaak tien rackets bij zich voor één wedstrijd.

De echte profs willen ook tijdens trainingen een net bespannen racket hebben. Zie het als een stokbrood, niemand wil een stokbrood van gisteren. Dat geldt ook voor rackets; ze moeten kraakvers zijn, dat slaat het lekkerst. Om dat te bereiken bespant elke stringer 30 à 40 rackets per dag. “Na een paar uur zijn je vingers al kapot, maar je moet door, want er wordt van je verwacht dat je snel en secuur blijft werken.” Tijd om de wedstrijden te zien is er nauwelijks.

Gruijs bespande de rackets van Djokovic, Daniil Medvedev, Llelyton Hewitt en Kiki Bertens. Van die laatste was hij de vaste bespanner toen ze alle wedstrijden in 2019 in Madrid won. “Zij heeft het meeste gedaan, maar ik heb er wel een beetje aan bijgedragen,” zegt hij trots.

Geheimhoudingsverklaring

Anekdotes heeft hij te over, maar hij mag niet vertellen over wie ze gaan. “We tekenen een geheimhoudingsverklaring, we mogen niet delen hoe de tennissers hun materiaal willen hebben.” De verhalen gaan over de druk die tennissers soms ervaren. Zoals een speler die zo zenuwachtig was dat hij bleef zeuren om op te schieten met zijn racket totdat de hoofdbespanner hem een ‘asshole’ noemde. “Maar de meeste spelers zijn vriendelijk. Ze hebben ons ook nodig.” Hij heeft de groten der aarde vaak informeel gesproken. Zeker in coronatijd was er verder niemand, en zaten bespanners en tennissers met zijn allen vooral in één ruimte. Hij kon een praatje maken met Gaël Monfils of Novak Djokovic.

Een jaar of vijf geleden kletste hij nog met een aardige jongen, Carlos Alcaraz heette hij. De tiener was in zijn uppie naar het Bakkum Junior Open toernooi gekomen, waar alle toptennissers onder de 18 kunnen laten zien wat ze in hun mars hebben. Gruijs bespande Alcaraz’ racket, sprak hem over tennis, de beste snaren en zag een nummer 1 in wording. “Hij was duidelijk anders dan de rest.” En inderdaad, onlangs won Alcaraz de finale van de US Open en is hij nu de beste tennisser ter wereld.

Na de Laver Cup staat Gruijs gewoon weer op het tennisveld om krabbelende amateurs als ik te onderwijzen. “Ik vind het net zo leuk hoor,” zegt hij. “Tennis is de mooiste sport die er is. Ik wil dat iedereen er net zo bezeten van wordt als ik.”

Runderdarmen of polyester

Een racket wordt bespannen met kunststof draad of, bij vooral de profs, met draad gemaakt van runderdarmen. Profs combineren vaak de polyester draden met de runderdarmdraden. Een speler als Nadal speelt met zoveel topspin, dat hij niet met rundersnaren kan spelen, want door topspin gaan die snaren sneller stuk.

Vroeger waren de houten rackets altijd met runderdarm bespannen. Met darmsnaren heb je meer gevoel, snelheid, power en het is beter voor je arm. Maar met de houten rackets met darmsnaren kon je niet in de regen spelen: zodra de snaren nat werden, kon je opnieuw gaan bespannen. Tegenwoordig zit er een coating op die snaren, waardoor je ook in een plensbui kunt doortennissen.

Het kost vanwege het drogen maanden voordat een darmsnaar kan worden gebruikt als tennissnaar.

Voor één racket is 11 tot 12 meter draad nodig. Draad wordt op een rol aangeleverd, elke speler is daar zelf verantwoordelijk voor. Van één rol draad kunnen ongeveer 17 rackets worden bespannen.

Een bespanning wordt gemeten in het aantal kilo trekkracht dat erop zit. ‘25 kilo’ is een maat voor bespanning.

Een professioneel bespanner moet drie rackets in een uur kunnen afleveren.

Een racket heeft soms twee knopen of soms vier, afhankelijk van de wens van de speler.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden