PlusAchtergond

Drum Academy: eindelijk kunnen drumbands weer decibellen maken

Drumband Eternity repeteert bij Stichting I am Jong in de Bijlmer. ‘Wij horen meteen wie er een goede dag heeft of niet.’Beeld Lin Woldendorp

Caraïbische drumbands horen bij het sociaal-cultureel erfgoed van Zuidoost, maar hebben één nadeel: ze produceren een hoop decibellen. Ze krijgen nu eindelijk een eigen, goed geïsoleerd onderkomen.

Het was een hoofdpijndossier geworden, in de letterlijke zin van het woord. Het gebrek aan een geschikte oefenruimte voor het tiental Caraïbische drumbands in Zuidoost zorgde voor forse geluidshinder in het stadsdeel. In de buurthuizen konden de troefcallspelers hun kaarten wel op tafel gooien zodra de trommelaars elders in het ­gebouw hun instrumenten oppakten, om nog maar te zwijgen over de zoekers naar innerlijke vrede op hun yoga-matjes. “Een trommel is een akoestisch instrument,” zegt Otmar Watson van drumband Eternity. “Er zit geen knop op waarmee je het volume kunt regelen.”

Een groep van tien drummers produceert een indrukwekkend aantal decibellen. In de afgelopen jaren leidde dat voor de drumbands tot een zwerftocht langs meer of minder geschikte oefenruimtes. Watson: “We hebben heel wat plekken gezien. Er was een geluidsdichte ruimte in jongerencentrum No Limit, maar daar werden kantoren van ­gemaakt. In de buurthuizen kwamen er toch steeds veel klachten over het lawaai. Het punt is dat we ook leden hebben in de leeftijd van zes tot twaalf jaar. Die kunnen we niet naar een afgelegen kantorenpark laten komen, zeker niet in de winter. We moeten in de buurt zitten.”

Zeven uur per dag

De gebeden van de drummers (en de troefcallers) zijn verhoord: naast het metrostation Kraaiennest wordt nog dit jaar een gebouw neergezet waar de percussiegroepen kunnen oefenen zonder geluidshinder. Een doorbraak, zegt Watson, die nauw betrokken was bij de zoektocht naar een geschikte ruimte. “We hebben samen met het stadsdeel wel tien panden bekeken. De conclusie was uiteindelijk dat het toch beter was om een nieuw gebouw neer te zetten. Met alles wat we nodig hebben: een oefenruimte, een kantoortje, twee kleedkamers, een opslagruimte voor de instrumenten en een wachtruimte voor de ouders.”

De Southeast Drum Academy, zoals het verzamel­gebouw vooralsnog is gedoopt, gaat vanaf begin volgend jaar onderdak bieden aan een zestal drumbands uit het stadsdeel. “Het voornemen is om elke dag van drie tot tien open te zijn,” vertelt Watson die de coördinatie over het nieuwe gebouw krijgt. “De oefenruimte zal vrijwel permanent in gebruik zijn. De meeste drumbands kennen een kindergroep, een tienergroep en een zogenoemde artiestenformatie die de betaalde optredens doet. Om die allemaal, ­elke week twee uur te kunnen laten repeteren, hebben we die zeven uur per dag hard nodig.”

Dat de gemeente een flink bedrag in de drumbands steekt, is een blijk van erkenning en waardering voor de rol die de groepen spelen in het culturele leven in het stadsdeel. De Caraïbische percussiegroepen zijn een relatief nieuw fenomeen, dat in de jaren tachtig kwam over­gewaaid van de Antillen. Caribbean Brass wordt genoemd als de eerste groep in het stadsdeel, daarna kwam Brotherhood, dat opleiding en optredens naar een professioneel niveau tilde. Bij de grote groepen, zegt Derillio Alexander van Eternity, is het lidmaatschap goed vergelijkbaar met dat van een sportvereniging: er moet hard worden ­getraind.

De 28-jarige Alexander is samen met Revelino Pinas (26) muzikaal leider van Eternity en dus ook verantwoordelijk voor de repetities. Alles is gericht op de optredens, legt Alexander uit. “Het begint met het kiezen van de instrumenten. De snaredrums vormen de voorste rij van de groep. Zij moeten een perfecte uitstraling hebben. De lach mag niet van hun gezicht verdwijnen.” Achter de voorste linie staan de spelers van de andere slaginstrumenten: de bassdrum, de quadrupe met zijn verschillende trommeltjes, de hoge en de lage tenortrommels en de campana, een neefje van de koebel.

De muzikaal leider heeft een scheidsrechtersfluit waarmee hij het optreden leidt: hij bepaalt welk ritme er wordt gespeeld, welke speler een solo mag nemen en wanneer het tijd wordt voor de drumbreaks. Dat laatste gaat ­gepaard met ingestudeerde dansjes. Alexander: “Dat is voortdurend in ontwikkeling. Iemand heeft bijvoorbeeld op internet een interessante videoclip gezien met een leuk dansje. Dan gaan we kijken of we dat kunnen doen. Het moet ook uitvoerbaar zijn met een trommel van tien kilo voor je buik. We kunnen veel, ook omdat we als een van de weinige groepen onze instrumenten aan leren riemen dragen in plaats van aan een harnas.”

Flinke dosis discipline

Iedereen kan leren drummen, zegt Pinas ruimhartig, maar het helpt als enige aanleg aanwezig is. “Een luisterend oor is belangrijk. Hoe klinkt de groep als geheel? Sommige slagwerkers hebben dat van nature, anderen moeten dat in de gaten houden. Er zijn heel veel verschillende ritmes om te spelen. Sommige zijn eenvoudig, zoals de pannenkoek, andere ingewikkeld, zoals de afro-reggae. Voor de mensen op straat klinkt het al snel indrukwekkend, maar wij horen meteen wie er een goede dag heeft of niet.”

Pinas wijst naar voorman Alexander. “Als Derillio heen en weer gaat springen, weten wij dat het goed zit.”

De jonge leden worden bij Eternity van kleins af aan ­opgeleid om later met de grote mannen en vrouwen mee te doen. Daar hoort een flinke dosis discipline bij, zegt Pinas. “We leren de kinderen drummen en hoe ze zich moeten voorbereiden op een optreden met een goede focus. Maar we drukken ze ook op het hart dat ze goed hun best moeten doen op school en zich vooral niet moeten laten afleiden door alle negativiteit op internet. Zelfvertrouwen is voor veel kinderen niet vanzelfsprekend. We vertellen ze keer op keer: jullie zijn koningen en koninginnen. Dus hoofd omhoog, borst vooruit en trommelen maar.”

Kweekvijver

De kindergroep en de tienergroep functioneren als kweekvijver voor de artiestenformatie waarmee de grote optredens worden gedaan. Er wordt opgetreden in binnen- en buitenland. Eternity trommelde in onder meer Brazilië, de Verenigde Staten, Gambia, op Barbados, Curaçao en in het Verenigd Koninkrijk. Pinas: “In Londen hebben we meegedaan aan het carnaval van Notting Hill. Dat was heel bijzonder en trouwens ook heel zwaar. We hebben ­zeven uur aan een stuk gespeeld. Het is de kunst om dan geregeld muzikale pauzes in te bouwen. Dan spelen we een ritme waarbij iedereen even kan bijkomen.”

De groepen uit de Bijlmer vallen in de smaak in het buitenland, volgens Otmar Watson omdat de pure en rauwe Afrikaanse ritmes uit Suriname in de muziek doorklinken. “Dat is voor ons heel gewoon, maar in het buitenland wordt dat bijzonder gevonden. We hadden een paar jaar terug een interessante uitwisseling met een groep uit ­Atlanta. Daar hoor je weer veel jazz en hiphop terug in de muziek. En ze vonden het ook wel ingewikkeld dat wij dansen. Daar wordt strak gemarcheerd. De naam zegt het al: marching bands. Wij houden er juist van om tijdens het spelen losjes vanuit de heupen te swingen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden