Plus Interview

Driftbuien niet negeren - en andere tips als je een dwarse peuter hebt

Simone Davies: ‘Nederlandse ouders hebben vaak geen idee wat hun kinderen zelf al kunnen.’ Beeld Dingena Mol

Problemen met een dwarse peuter? Het samenleven met zo’n nee-zegger kan veel relaxter, zegt Simone Davies in haar boek Montessori voor thuis. ‘Ouders moeten een nieuwe taal leren spreken.’

Wil je je aankleden? Nee! Trek je schoenen even aan. Nee! Kom van die bank af, we moeten weg. Nee! Peuters in de ‘twee is neefase’ doen wat ze zélf willen. Heel frustrerend voor vaders en moeders die toch al in tijdnood komen op weg naar de kinderopvang of werk.

Maar het leven met een peuter kan een stuk relaxter worden met een andere stijl van opvoeden, stelt Simone Davies. De van oorsprong Australische is Montessori­leraar en heeft een eigen bedrijf, Jacaranda Tree Montessori, waarmee ze ouders helpt deze methode ook thuis bij jonge kinderen toe te passen.

In haar nieuwste boek Montessori voor thuis over hoe je peuters ontspannen opvoedt tot nieuwsgierige en zelfstandige kinderen, geeft ze een handleiding en deelt ze haar inzichten met de lezer.

De Engelstalige versie ging in Amerika al zo’n honderdduizend keer over de toonbank. Hoewel de Nederlandse opvoedstijl anders is, hoopt Davies dat ­ouders hier haar boek ook waarderen. Want een positievere manier van opvoeden, wint ook hier terrein. “Nederlandse ouders hebben vaak geen idee wat hun kinderen zelf al kunnen. En ik vind het bijvoorbeeld fout om peuters met een driftbui geen aandacht te geven en maar een beetje te laten uitrazen.”

O?

“Ik vind het zielig als je de kinderen negeert. Met hun driftbui willen ze je iets vertellen. Ze hebben het moeilijk. Daarin moet je ze juist ondersteunen.”

Dus een kind dat in de supermarkt zo’n bui krijgt, moeten we niet in een winkelpad op de grond laten liggen?

“Nee. Dat kind wil op dat moment niet in de winkel zijn. Of het wil alles aanraken, maar dat kan niet. Leer een kind boodschappen doen. Neem je tijd om uit te leggen wat de bedoeling is. Geef het een karretje, maak een boodschappenlijstje met plaatjes zodat je kind kan helpen met zoeken. Als ze verantwoordelijkheid krijgen, vinden ze dat fijn. Al is het heus niet altijd makkelijk en willen ze wel­eens iets niet.”

Een kind moet toch gewoon leren dat sommige dingen moeten?

“Wéér zo’n Nederlands idee! We willen ze toch niet leren dat andere mensen hen kunnen dwingen? En we kunnen ons ook de vraag stellen: moet dat echt? Het werkt veel ­beter als ze intrinsiek gemotiveerd zijn om iets te doen in plaats van dat we ze dwingen.”

Maar als je als ouder ’s ochtends op tijd de deur uit moet en je peuter ligt vijf minuten voor vertrek nog in pyjama op de grond te dweilen, heb je mooi een probleem.

“Van sommige dingen maken ouders ook hun eigen probleem, bijvoorbeeld het aankleden. Peuters vinden het van nature heel leuk om dingen zelf te doen. Je kunt zeggen: hier liggen de spullen, ik ben er als je hulp nodig hebt. We moeten meer tijd nemen. Doe het twee keer voor en zo’n peuter begrijpt het en wil het zelf doen. Het is een kwestie van oefenen, oefenen, oefenen. En rustig blijven. Ze hebben ook een langere verwerkingstijd. Dus tel in je hoofd tot tien als je een kind bijvoorbeeld vraagt zijn schoenen aan te trekken. Je zult merken dat ze bij acht ineens in beweging komen. ”

U zegt: tijd nemen. Dat is lastig met een druk leven.

“Dat snap ik. En dat is het ook. Maar het is een investering voor later. Begin ermee als er meer tijd is, in de weekenden. Laat de peuters helpen met tafel dekken of koken. Bedenk ook dat ze maar heel kort jong zijn. Wat is dan ­belangrijker: een uur op Instagram of een uur extra met de kinderen?”

Davies heeft twee lokalen in het gebouw van de kinder­opvang. Het staat er vol met tafeltjes en stoeltjes, dienbladen met spulletjes, klimtoestellen en speelhoekjes. Hier leert ze ouders hun kinderen in de Montessoristijl op te voeden. Dat gebeurt in Nederland nauwelijks. Er zijn wél Montessorischolen, maar geen kinderdagverblijven die zo werken. En dat verbaast haar. Ze vertelt over de peuters die zélf hun fruit klaarmaken en daarna ook nog de troep opruimen. “Nou, de ouders zijn helemaal verbaasd. Die beseffen dat ze dat thuis ook kunnen. Laatst vertelde een moeder dat haar kinderen van 5 en 2 jaar bijna zonder hulp een appeltaart bakken.”

Hoe kan dat dan?

“Ik zorg dat alle spullen die ze nodig hebben klaarstaan. Ze weten precies wat ze moeten doen. Ze schillen hun ­banaan en gooien de schillen gelijk in de prullenbak. Ik zeg niet: dat moet in de prullenbak, maar die schil hóórt in de prullenbak. Dat snappen ze. Als ze morsen, pakken ze een doekje om het schoon te maken. De sinaasappelpers is heel populair. Dat vinden de kinderen echt fantastisch om te doen. Ze wíllen graag helpen.”

Over een slecht slapende peuter schrijft u: ‘Wat de zoveelste gebroken nacht lijkt, is in werkelijkheid een kind dat met lekker bolle armpjes jou midden in de nacht omhelst als uiting van pure liefde’. Dat klinkt heel schattig, maar zo werkt het niet als ouders nacht in nacht uit in de weer zijn.

“Probeer met het kind een oplossing te vinden. Je zult zien dat ze vaak met heel creatieve ideeën komen. Jij wilt slapen, maar je kind wil spelen. Hoe lossen jullie dat op? Dan kan het kind bijvoorbeeld een plekje in zijn kamer creëren waar het eventjes mag spelen, als het daarna maar weer gaat slapen. Het is belangrijk om goed te observeren en te ontdekken waarom het kind doet wat het doet. Probeer zijn perspectief te zien. Is het bang in het donker? Moet het plassen? Is het te koud? En als het echt niet gaat, kan het zinvol zijn externe hulp in te schakelen.”

En belonen als het wél goed slaapt?

“Het is juist belangrijk dat een kind zelf wil. Veel ouders vinden dat ze te veel ‘nee’ moeten zeggen en te veel met de kinderen moeten vechten. Die proberen ze te straffen, te paaien of te belonen. Ik zeg dat dat niet nodig is. Door ze op een positieve manier te benaderen en meer zelf te laten doen. Het is vermoeiend om iets honderd keer te moeten herhalen en te merken dat het kind nog steeds niet doet wat je wil. Dan moet je het als ouders op een andere ­manier zeggen. Dat betekent dat ouders een nieuwe taal moeten leren spreken. Het is een kind, geen homp klei die we kunnen vormen. Ik wil liever dat een kind leert omdat het nieuwsgierig is, niet omdat het moet.”

U adviseert spullen uit huis te halen als de kinderen er niet aan mogen zitten. Moeten ze niet gewoon leren dat dat niet mag en dat ‘nee’ ook een antwoord is?

Ze schiet nog eens in de lach. “Heel Nederlands weer. Natuurlijk kan je steeds ‘nee’ zeggen. Maar dat is ontzettend vermoeiend. En dus zeg ik: haal het even weg. We proberen het zo gemakkelijk mogelijk voor onszelf en de kinderen te maken. Bovendien worden ze doof voor ‘nee’.”

Simone Davies: Montessori voor thuis, Uitgeverij Brandt, €25,-.

Beeld Dingena Mol
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden