Plus Achtergrond

Drie huishoudens, één auto

Autodelen heeft de toekomst, maar drie huishoudens in het centrum duurt die toekomst te lang. Ze verruilden hun auto voor een gedeeld lease-exemplaar.

De deelauto-bestuurders: v.l.n.r. Maggy Fijten, Vahap Duman, Wilma Verkooijen, Rijk en Jeanette Griffioen. Beeld Marjolein van Damme

Ze zijn geen van allen in het bezit van een langharige hond, dus op het achtergebleven-harenfront zijn waarschijnlijk geen problemen te verwachten. Verder valt op dat de drie huishoudens, in elk geval wat betreft alles wat met hun auto te maken heeft, behoorlijk eensgezind zijn. Het heeft er alle schijn van dat ze niet netter of slordiger omgaan met het gezamenlijke voertuig, een spik­splinternieuwe en elektrische BMW i3, dan wanneer de auto hun exclusieve bezit zou zijn geweest.

Ze komen er samen wel uit, zo staan ze er allemaal in. En als je de drie vrouwen en twee mannen hoort over de eerste maanden dat ze nu een auto delen, zijn de ervaringen louter positief. Ze komen er ook écht samen uit. “We hebben afgesproken dat als iemand de auto dringend nodig heeft terwijl een ander hem heeft gereserveerd, dat we dat gaan oplossen,” zegt Vahap Duman (53).

En: een auto delen is niet alleen praktisch en goedkoop, het is ook een goede manier om je ­buren te leren kennen. “Ik sprak de anderen eigenlijk nauwelijks, we kwamen elkaar weleens tegen in de lift,” zegt Maggy Fijten (71), bij wie het gesprek plaatsvindt. “Maar nu we samen een auto hebben, blijken het nog heel leuke mensen te zijn ook.”

Beschikbaar genoeg

Amsterdam verzuipt in de auto’s. Een substantieel deel van de openbare ruimte in de stad wordt opgesoupeerd door blik, stilstaand dan wel rijdend. Hoewel: de meeste ­­auto’s in Amsterdam staan vooral geparkeerd. Volgens ­recent onderzoek staat de gemiddelde auto zo’n 95 procent van de tijd te niksen. Te niksen én schaarse ruimte in beslag te nemen.

Dat kan anders, dachten ze op het Oosterdokseiland, de nieuwe wijk pal naast Amsterdam CS. Waarom doen wij en een aantal buren onze auto’s de deur niet uit om samen één exemplaar te delen? Aldus geschiedde, zij het na grondig vooronderzoek en een boel plussen en minnen. Maar nu staat hij er dus, sinds drie maanden: een elektrische ­auto. Groot genoeg, beschikbaar genoeg en, ook niet onbelangrijk, goedkoop genoeg.

Aanjager van dit alles is Rijk Griffioen (57), die tot enkele maanden geleden nog samen met zijn echtgenote Jeanette Griffioen (55) een Fiat 500 een hele parkeerplaats in ­beslag liet nemen in de garage onder hun complex. Hij liet een en­quête rondgaan onder de bewoners van alle 264 adressen van het gebouw. “Er was animo, dat was duidelijk. Meer mensen kijken dus naar hun auto en denken: is het eigenlijk wel slim waar ik mee bezig ben? Met dat gegeven ben ik aan de slag gegaan.”

Eerst probeerde Griffioen nog aanbieders zover te krijgen een aantal deelauto’s in hun garage te plaatsen, maar voor die bedrijven bleek het gebied te klein en de animo te onzeker. “Toen zei Jeanette: dan moeten we het zelf doen. Ik kwam uiteindelijk terecht bij Maggy en bij Vahap en zijn echtgenote Wilma. Wij hebben onze eigen auto verkocht en leasen nu een BMW. Tot nu toe tot ieders genoegen, kan ik wel zeggen.”

“Het is een heerlijk autootje,” zegt Wilma Verkooijen (56). De andere deelnemers aan het project knikken instemmend. Alleen Fijten mist haar ouwe trouwe Volvo 2.4 weleens. Wegdromend: “Dat was zo’n lekkere bak, een ­fijne auto. Maar deze is ook leuk hoor, hij heeft zo’n gevoelig stuurtje. En bij de stoplichten spuit ie weg, als andere mensen staan te lummelen.”

Verder ondervinden de huishoudens nauwelijks een centje pijn van hun overstap van particulier naar collectief bezit. Jeanette Griffioen is het duidelijkst: auto’s interesseren haar geen zier. “Ik wil gewoon een auto voor de deur. Het mag een dinky toy zijn, als ik er maar in kan stappen. En tot nu toe grijp ik nooit mis.”

Minder rijden

De vijf hebben een systeem met dubbele checks ontwikkeld om het gebruik van hun wielen zo goed mogelijk te kunnen managen. In de auto ligt een ‘formulier’, zegt Duman. “Daarin vul je begin- en eindtijd en de kilometerstanden in. Maar je bespreekt de auto vooraf via een agenda op ­internet en laat dat ook even weten in de appgroep die we hiervoor in het leven hebben geroepen.” Rijk Griffioen: “Het blijkt effectief. We hebben nooit misverstanden.”

Verkooijen, lerares wiskunde, is degene die orde schept in het gebruik van de auto. Met Excelschema’s becijfert ze gebruik en kosten. “Nog steeds wordt de auto maar tien procent van de tijd gebruikt. En ook de kosten vallen enorm mee: eerst betaalden we ieder 150 euro per maand, maar het blijkt dat honderd euro echt genoeg is.”

Eh, wat? Honderd euro slechts? Verkooijen knikt. “Alle kosten zijn dan gedekt: de verzekering, de elektriciteits­rekening. Om te beginnen zijn we minder geld kwijt omdat we in plaats van drie auto’s nog maar één hoeven te ­be­talen. Maar daar komt als voordeel voor ons ook nog bij dat bij deze woningen een parkeerplaats hoort. Twee van die drie parkeerplekken zijn nu verhuurd en leveren dus ­inkomsten op.”

Ook opvallend: sinds ze gezamenlijk rijden, rijden ze naar hun gevoel ook minder. Jeanette: “Ik was gewend voor elke scheet in de auto te springen, maar nu denk je net wat langer na.” Rijk Griffioen: “Ik neem vaker de trein.” En ­Fijten, die soms naar Almere of de Beemster moet: “Als de auto dan besproken is, denk ik: ik ga wel een ander keertje, dat maakt mij niet uit.” Griffioen: “Daar moeten we nog wel aan werken, vind ik. Maggy moet het gevoel hebben dat onze auto ook echt háár auto is.”

Dat één auto ruim voldoende blijkt te zijn voor de drie huishoudens, doet hen nog eens beseffen hoe bescheiden ze ook voorheen het voertuig gebruikten. Moet gezegd: de arbeidzame vier van het gezelschap ­werken op fiets- en wandelafstand van hun woning. ­Bovendien ligt het meest verknoopte station van Nederland om de hoek, dus alternatieve vervoersopties zijn binnen bereik.

Grote plannen

Rijk Griffioen ziet het project als een begin van iets groters: hij zou graag een coöperatie oprichten waarbij elke auto wordt gedeeld door enkele huishoudens. “Extra gebruikers verhogen deeleffectiviteit en brengen de kosten verder naar beneden.” Delen moet ontzorgen zijn, vindt hij. “Deelnemers betalen een maandelijks bedrag. Ze hebben nooit gedoe over inruil, reparatie en benzinekosten, geen financieringslasten, geen afschrijving, geen verzekering, geen wegenbelasting.”

Het is ideaal, zegt Griffioen. “Omdat mensen zelf hun ­auto kiezen, bestaat de pool bij voldoende deelname in de buurt uit verschillende typen auto’s. Met het hele gezin op stap? Beter om de Tesla te pakken. Een ritje naar je ouders? De BMW i3 of Mini voldoet. Meer bagageruimte nodig? De Nissan Leaf is ditmaal de beste keuze. Deze deeloplossing is geschikt voor iedereen.”

Grote groepen in de stad lijden aan mobiliteitsarmoede, zegt Griffioen. “Autobezit is vaak te duur, of de parkeerkosten zijn te hoog. Er komen heel snel veel typen elektrische auto’s op de markt. Een leuke, elektrische deelauto kan deze armoede oplossen en mobiliteit binnen bereik brengen van iedereen, arm en rijk.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden