Plus Portretten

Drie Amsterdammers uit de DDR over opgroeien aan de oostkant

Zaterdag precies 30 jaar geleden gebeurde wat niemand voor mogelijk hield: de Berlijnse Muur viel. Amsterdammers uit de DDR over opgroeien aan de oostkant. ‘Mijn moeder heeft de Stasi-dossiers achteraf niet ingezien. Ze wilde niet weten wie ons had bespioneerd.’

Door een vergissing van de autoriteiten wordt de Muur op 8 november geopend. Berlijn viert feest en de Muur wordt gesloopt. Een jaar later worden de Duitslanden herenigd en houdt de DDR op te bestaan. Beeld Marit Goossens

Ursula van Vlerken-Rothenburger (1952)

Ursula van Vlerken Beeld Lin Woldendorp

Ursula van Vlerken-Rothenburger (1952) is geboren in Thüringen. Ze was wijnboer in de DDR en ontmoette een Amsterdammer op vakantie in Georgië. Ze trouwden en in 1975 verliet ze de DDR voor Amsterdam.

“Ik weet nog dat de muur werd gebouwd in 1961, van de ene op de andere dag was alles chaos. Mijn schoolklas was halfleeg, omdat nog veel mensen waren vertrokken. Die werden Landesverräter genoemd. In onze familie was niemand vertrokken, wij kwamen uit een arbeidersfamilie en voor arbeiders was de DDR geen slecht land. Ik heb de grens nooit gezien, je kon niet in de buurt komen zonder een speciaal pasje. Pas toen ik vertrok uit de DDR, in 1975, zag ik dat ik een grote gevangenis verliet.

Het deel van Saksen waar ik woonde werd wel het Tal der Ahnungslosen (dal der onwetenden) genoemd, omdat je er geen West-Duitse televisie kon ontvangen. De mensen daar waren minder goed geïnformeerd, want aan de staatstelevisie had je niet veel. We konden vanuit de DDR niet naar het westen reizen, maar wel op vakantie naar de Sovjet-Unie en de Kaukasus. Dus dat deden we, in 1972.

In Tbilisi, Georgië, ontmoette ik Rick uit Amsterdam. Met kerst kwam hij naar de DDR. Ik vroeg of hij in Oost-Duitsland kwam wonen. ‘Nee, ben je gek,’ zei hij. Hij is een Amsterdammer, weet je. Een Amsterdammer moet je niet in een dictatuur wegstoppen, dat gaat gewoon niet.

Toen gingen we proberen of ik naar Amsterdam kon komen. Dat was niet makkelijk. Iedereen met contacten in het Westen was in de DDR verdacht. Er waren allerhande verklaringen, notarissen, ministeries en ambassades voor nodig om te kunnen trouwen en de juiste uitreispapieren te krijgen. Er was net een Nederlandse delegatie van de PvdA op bezoek geweest in de DDR. Dat hielp om het mogelijk te maken. Het was wel een grote beslissing. Ik kon niet even naar Nederland om het uit te proberen, het was meteen alles of niets.

Het beeld wat ik begin jaren zeventig van Amsterdam had, kwam van de West-Duitse televisie: Provo, relletjes, drugs en prostitutie. Mijn vrienden verklaarden me voor gek dat ik daarheen wilde. Ze maakten zich zorgen of ik het wel ging redden in die harde wereld. Het Westen werd bovendien beschouwd als de vijand. Maar toen kwam ik in Amsterdam: prachtig! Ik dacht dat ik in een sprookje terecht was gekomen. Er liepen extravagante figuren op straat zoals Mathilde Willink en Fabio­la. In de DDR hadden ze die opgesloten!

Later verhuisden we naar Purmerend. Vrienden vroegen mij in 1989: ‘Wat zou je ervan vinden als de Muur viel?’ Dat gebeurt nooit, zei ik. Maar het gebeurde wel. Dat het vreedzaam tot een einde kon komen, had ik nooit gedacht. Ik kan mij de Praagse opstand van 1968 nog goed herinneren. Mijn broer zat toen in het leger en werd naar Tsjechië gestuurd, terwijl de Russische tanks daar door de straten rolden. Maar dat gebeurde allemaal niet in 1989. Een jaar later zijn we naar Berlijn gegaan, met onze kinderen, dat was heel emotioneel voor mij, om door de Brandenburger Tor te kunnen lopen.

In mijn achterhoofd is de Stasi soms nog aanwezig. Ik krijg een ongemakkelijk gevoel als ik camera’s zie hangen aan gebouwen en woningen. Hier in Purmerend is een project begonnen dat ‘Ogen en Oren’ heet. Horch und guck, zo heette de Stasi in de volksmond. Deze ontwikkeling geeft mij totaal geen veilig gevoel, eerder een gevoel van gecontroleerd te worden.

Ik heb geen mobiele telefoon. Ik hoef niet altijd bereikbaar te zijn en ik wil ook niet gevolgd kunnen worden. En ik betaal liever contant dan met een pasje. Dat zijn wel dingen die ik uit de DDR heb meegenomen, denk ik.”

Laura Teekens (1977)

Laura Teekens Beeld Lin Woldendorp

Laura Teekens (1977) is grafisch ontwerper en artdirector. Ze is geboren in Oost-Berlijn en woonde aan beide zijden van de muur. In 1987 trouwde haar moeder met een West-Berlijnse man en verhuisden zij naar West-Berlijn.

“Mijn vader is de zoon van Robert Havemann, een bekende DDR-dissident. Hij heeft zelf ook drie maanden in de gevangenis gezeten na een protestactie in 1968. Er zullen dus over ons wel Stasi-dossiers bestaan. Na die wende kon je die dossiers inzien. Maar mijn moeder wilde dat niet. Ze wilde liever niet weten wie haar mogelijk had bespioneerd.

Mijn moeder was alleenstaand met drie kinderen. In het westen is dat geen makkelijk bestaan. Maar in de DDR was het te doen, dankzij gratis kinderopvang en gegarandeerd werk. We hadden zelfs een televisie, Trabant, badkuip en telefoon. Dat had niet iedereen.

Wij verlieten de DDR toen ik tien jaar was. Dat was mogelijk omdat mijn moeder met een man uit West-Berlijn trouwde. Toen ze mijn stiefvader had ontmoet, vertelde ze aan een vriendin: ‘Vandaag stond de man van mijn leven voor mijn deur en ik zie hem waarschijnlijk nooit meer, want hij komt uit West-Berlijn.’ Zij kon hem niet opzoeken, maar hij haar wel. Dat deed hij ook en een jaar later zijn ze getrouwd. In november 1987 verhuisden we naar West-Berlijn, via het Tränenpalast aan de Friedrichstraße.

Toen ik afscheid nam, zei mijn beste vriendin: ‘Je gaat onze DDR toch niet verraden als je naar het westen gaat?’ Om haar gerust te stellen heb ik dat toen beloofd. Deze vriendin probeerde mijn schooltekeningen nog op te halen, zodat ik ze kon meenemen. Maar de juf weigerde ze mee te geven en zei tegen haar: ‘Laura bestaat voor ons niet meer.’

Eenmaal op school in West-Berlijn moest ik erg wennen. Ik kreeg andere vakken. In plaats van Russisch, moest ik Engels leren. Met geschiedenis kreeg ik opeens een heel andere versie voorgeschoteld. Ik was opgegroeid met het verhaal dat de Russen onze helden en bevrijders waren, maar op mijn nieuwe school waren de Russen slecht en de Amerikanen bevrijders. Ik heb daarvan geleerd dat ik mijn eigen mening moet vormen.

Wij woonden in West-Berlijn toen de Muur viel. Het eerste wat mijn moeder deed, was mijn tekeningen en getuigschriften ophalen bij mijn oude school die we eerder niet meekregen. De school probeerde zich nog te rechtvaardigen: ‘We konden toen niet anders.’ Dat noemen wij in Duitsland ‘vorauseilender Gehorsam’.

Ik kan slecht tegen die blinde gehoorzaamheid. Tegelijk vind ik het te makkelijk om te oordelen over hoe mensen in de DDR konden leven zonder te protesteren. Het valt mij op dat de meeste mensen zich makkelijk schikken in een systeem. Er is vandaag ook genoeg om tegen in opstand te komen. Wat ik ook heb meegekregen: je kon in de DDR met geld niet zoveel, maar wel met relaties. Als je daarmee opgroeit, kijk je anders aan tegen materiële dingen.

In 2004 kwam ik naar Amsterdam voor een stage bij een ontwerpbureau. Mijn eerste kamer was een zolderkamer zonder douche op de Minervalaan. Voor mij geen probleem; als student had ik in Prenzlauer Berg ook geen douche in huis. Nu woon ik in Oost. In die zin blijf ik een ossi.”

Sabine Plamper (1972)

Sabine Plamper Beeld Lin Woldendorp

Sabine Plamper (1972) is fotograaf en cultuurpedagoog. Ze is geboren in Potsdam, niet ver van de grens met West-Berlijn, en woonde tot na die wende in de DDR.

“Ik woonde in Potsdam, niet ver van de Glienicker Brücke, de ‘bridge of spies’, waar Spielberg een film over maakte. West-Berlijn, hoewel voor ons vlakbij, bestond niet volgens de DDR. Het was letterlijk een grijze vlek op de kaart.

Ik werd voorzichtig opgevoed, met een vrije geest, maar ook met de boodschap: val niet op. Als je protesteerde tegen het regime van de DDR, mocht je niet meer studeren, dus je moest wel een beetje oppassen. West-Duitse televisie kijken bijvoorbeeld werd door het regime afgekeurd. Op school heb ik om die reden altijd volgehouden dat ik geen televisie keek, hoewel ik dat natuurlijk wel deed, net als iedereen. Er werd dagelijks op het schoolplein besproken wat er op de West-Duitse televisie te zien was, maar ik kon aan die gesprekken niet meedoen, want ik had gezegd dat ik niet keek. Toen moest ik die leugen volhouden tot ik zestien was en van school afging.

Een eigen mening of initiatief was niet gewenst op school, maar het onderwijs had wel kwaliteit. Ik had op de basisschool allemaal vakdocenten: een muziekdocent, sportdocent en biologiedocent. En hier moet één juf alles doen.

We hadden niet veel in de DDR, maar schaarste kan simpele dingen ook mooi maken. Zoals sinaasappels die alleen in december verkrijgbaar waren. Mijn moeder kocht dan meteen een heel krat en ik herinner me dat ik de eerste avond kilo’s sinaasappels at. Nu kun je alles altijd krijgen en ben je zo verzadigd dat het niet echt bijzonder is.

Wij waren niet kerkelijk, maar toen ik puber was, werden gemeenschappen rond de kerk wel interessant, want dat was een plek waar ruimte was voor debat en oppositie. De kerk werd door het regime goed in de gaten gehouden. Er waren altijd wel Stasi-agenten te vinden op die bijeenkomsten. Ik ging daar vanaf oktober 1989 heen omdat ik er vrienden had en uit belangstelling voor dat andere geluid – niet uit religieuze motieven. Mijn moeder maakte zich daar wel een beetje zorgen over. Wij werden thuis niet afgeluisterd, maar mijn vrienden, die kerkelijk waren, zeker wel.

Ik was zeventien toen de Muur viel. Op 9 november was ik met mijn kerkelijke vrienden bij een Kristallnachtherdenking en kwam laat thuis. Mijn vader zat voor de televisie en zei: ‘Weet je wat, de Muur is open.’ Ik was verontwaardigd, ik vond het zo raar, precies op deze herdenkingsdag.

Sommige vrienden waren ook teleurgesteld, toen de Muur was gevallen. Zij wilden de DDR hervormen, maar niet meteen afschaffen. Die Wiedervereinigung binnen een jaar ging eigenlijk veel te snel. Achteraf hadden ze misschien eerst moeten kijken wat er goed was in het Oosten. Het Westen had ook wel iets van het Oosten kunnen leren, niet alleen andersom.

In de jaren negentig ging ik studeren in Hildesheim. Eén van mijn hoofdvakken was fotografie en via een beurs kwam ik in 1998 naar Amsterdam. De eerste jaren woonde ik in een woongroep op het Oostergasfabrieksterrein, nu Oostpoort. Samen koken en naar inspraakavonden. We hebben nog actie gevoerd voor behoud van de fabrieksschoorsteen. Dat is gelukt, die staat er nog.

Ik krijg weleens reacties in Amsterdam van: ‘Oh, heb je in het Oosten geleefd, wat zielig,’ maar er zijn hier ook problemen die in de DDR niet bestonden. De DDR was bijvoorbeeld veel minder een wegwerpmaatschappij. Het idee dat je een blikje cola koopt en dan het lege blikje weggooit, was voor mij heel raar, ik dacht: dat kan toch niet wáár zijn.”

De Muur

Na de Tweede Wereldoorlog voltrekt zich in West-Duitsland een Wirdschaftswunder: het land wordt opgebouwd, mede dankzij Amerikaanse hulp. Ondertussen wordt in Oost- Duitsland een communistische staat naar Sovjetmodel opgetuigd, inclusief schaarste en repressie. Het gevolg: drie miljoen Oost-Duitsers vertrekken naar het westen. 

In de nacht van 12 op 13 augustus 1961 wordt West-Berlijn afgegrendeld en begint de bouw van de Muur. De grens wordt uitgebreid met mijnenvelden en wachttorens. In de Oost-Duitse propaganda wordt de muur een antifascistische Schutz­wall genoemd. Burgers die dat niet geloven, doen er goed aan dat niet hardop te zeggen: de Stasi (ministerie voor Staatsveiligheid) houdt iedereen goed in de gaten.

In de jaren tachtig wordt de greep van de Sovjet-Unie op Oost-Europa losser dankzij de ontspanningspolitiek van Gorbatsjov. De DDR houdt ondertussen vast aan repressie en het protest groeit. In oktober 1989 is de situatie onhoudbaar geworden. Door een vergissing van de autoriteiten wordt de Muur op 8 november geopend. Berlijn viert feest en de Muur wordt gesloopt. Een jaar later worden de Duitslanden herenigd en houdt de DDR op te bestaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden