PlusKerstverhaal

Dominee Gremdaat pleit voor de-escalatie tijdens de kerst: ‘De zonnige zijde zien... kent u die uitdrukking?’

null Beeld Mark van Vliet
Beeld Mark van Vliet

Niet de maatschappij laten ontploffen, maar proberen de vuurtjes te doven – volgens Dominee Eppe Gremdaat is het hoog tijd voor de-escalatie. Bekijk het zonnig, óók tijdens de kerstdis.

Dominee Eppe Gremdaat

Je hebt mensen die tegen het einde van het jaar een gevoel van uitzichtloosheid nauwelijks kunnen onderdrukken. Alles lijkt ze tegen te zitten; spanning in het huwelijk, onhandelbare kinderen, slecht verlopend functioneringsgesprek, lekkage in de keuken en ook nog een kotsende poes. Je hebt zo’n zin om je ’s avonds te bezatten, de teugels te laten vieren, het nachtleven in te duiken, alles wat los en vast zit te omhelzen, maar dat kan allemaal niet vanwege een harde lockdown.

Het laatste lichtpuntje wordt gedoofd, ja en hou dan maar ’s het hoofd boven water.

En toch zal het moeten, want je wilt blijven leven, je wilt de draad telkens weer oppakken, je wilt optimistisch blijven want optimistische mensen leven langer dan de pessimisten, heb je ergens gelezen.

Van de rampen in het leven de zonnige zijde proberen te zien, daar komt het op aan.

Als je na een slecht verlopen functioneringsgesprek ontslagen wordt, kun je denken: ach, de sfeer op het werk was toch al een hel, dus de tijd is rijp voor een andere werkkring.

De zonnige zijde zien.

Slopende spanning in het huwelijk kan leiden tot een bevrijdende scheiding en wellicht tot een vrolijker nieuw huwelijk.

De zonnige zijde zien.

Je had een kerstdiner voor twaalf mensen gepland en je zag er steeds meer tegenop. Volgens de nieuwe beperkingen mogen er nog maar vier mensen komen, hoera, je mag er vier afbellen, maar je belt ze meteen allemaal af.

De zonnige zijde zien.

Niet naar een ver land op vakantie gaan, maar gezellig thuisblijven. Goedkoop en veilig.

De zonnige zijde zien.

En je niet te snel verplaatsen in de problemen van anderen, kijk daar de komende tijd voor uit. Geloof niet altijd de mensen die voortdurend wat te klagen hebben. Je hebt mensen, misschien ken je ze wel, die enorm genieten van het klagen, die haast hunkeren naar tegenslagen; brand in de keuken, regen op de eerste vakantiedag, valse schoonmoeder, onverklaarbare pijn in het middenrif, het een is nog erger dan het ander! En het moet mij allemaal overkomen!

Lekker klagen, lekker geestelijk

overgeven. Zoals je poezen hebt die het fijn vinden om te kotsen. Eerst even iets vies eten en daarna lekker braken. Natuurlijk, je gunt iemand zijn aandachttrekkerij, maar je hoeft niet altijd mee te leven. Als je bij een kerstdiner naast je klagende zuster zit – “Ik heb toch zo’n hoofdpijn, ik ben toch zo misselijk, ik heb toch zo’n slecht huwelijk”– knik je vriendelijk en denkt: en je ziet er ook nog slecht uit. Je kent haar en je weet dat het aandachttrekkerij is.

De zonnige zijde zien.

Tegenslagen interpreteren als vooruitgang, dat kan, als opening van nieuwe ­perspectieven. Probeer het ’s. Het kost inspanning, je moet kunnen incasseren, relativeren en vooral zin hebben om van het duister licht te maken, maar het kan!

Een uitgestoken hand

Ik sprak onlangs een wat oudere, behulpzame, vrouw in een drukke winkelstraat.

Ze was behulpzaam bij het overeind helpen van mijn persoontje na een onverwachte val over een uit stekende stoeptegel. Dus geen uitstekende stoeptegel, maar een uit stekende stoeptegel. Hoe kwam ik ten val? Ik keek naar de gezichten van de vele vrolijke, koopzieke mensen en lette niet op het trottoir… en hup daar ging ik. In de meeste gevallen wankel je wat en blijf je staan, maar dit keer liep het anders en viel ik. En lag ik met mijn benen omhoog! En voorbijgangers aanschouwden het tafereel en liepen lachend door.

En hoewel ik nog genoeg kracht had om overeind te komen was ik blij met de uitgestoken hand van deze hulpvaardige vrouw. Zij trok mij overeind en hoewel ik pijn had klaagde ik niet over mijn ongelukkige val, maar was blij met de uitgestoken hand. En ik dacht: ja de ene mens helpt zijn medemens overeind en de andere mens laat zijn medemens vallen als een baksteen. Zo zit de maatschappij vandaag de dag in elkaar.

Ik bedankte de vrouw, keek haar in de ogen en vroeg: “Werkt u in de verpleging, u kijkt zo hulplievend uit uw ogen?”

“Nee,” zei de vrouw, “ik ben gepensioneerd, maar ik heb wel m’n leven lang in de verpleging gewerkt, dat klopt. Ach, ik zie het, u bent dominee Gremdaat, heb ik voor het eerst in m’n leven een bekende Nederlander overeind geholpen. Nou, ik wens u nog een fijne dag.” Ik glimlachte en voelde meteen een band met deze vrouw.

Overkomt u dat ook wel ’s, dat je al bij de eerste ontmoeting meteen een band voelt met deze of gene, vriendschap op het eerste gezicht? En normaal blijft het bij een constatering en gaat een ieder z’n eigen weg, maar in dit geval liet ik het er niet bij zitten en stelde voor om ergens wat te gaan drinken.

“Nou, wat leuk,” reageerde ze enthousiast.Even later zaten we tegenover elkaar in café Scheltema, het ­oudste journalistencafé van Amsterdam.

Het was kwart voor vier, dus we hadden nog ruim een uur om ons lekker te bezatten en te verdiepen. Vaak gaat dat samen, bezatten en verdiepen. In mijn studententijd ging dat vaak tot het ochtendgloren samen, bezatten en verdiepen. Soms heb je zin in het een, soms in het ander, maar vaak in de combinatie: bezatten en verdiepen.

Mijn eerste indruk van de hulpvaardige vrouw bleek de juiste; een bevlogen mens met het hart op de juiste plek.

“Mist u uw werk nu u met pensioen bent?” vroeg ik, terwijl ik genoot van haar vrolijke uitstraling en mijn eerste glas wijn.

“Ik spring af en toe nog wel bij want het is momenteel zo druk, zo gespannen en ook zo onvoorspelbaar. Ik vind het zo fijn om mensen te helpen en ook om mijn collega’s in de verpleging een hart onder de riem te steken. Het zijn eigenlijk geen collega’s meer, want ik ben dus met pensioen, maar zo voel ik het nog wel, ik voel me nog wel verbonden en leef met ze mee.”

“Vooral de jongeren hebben het erg moeilijk door de vaak zo agressieve benadering van sommige coronapatiënten en hun familieleden. Dat was in mijn tijd totaal anders. Patiënten en familie waren dankbaar en keken vol respect naar je terwijl men nu vaak schreeuwt, scheldt en het verplegend personeel vernedert. Natuurlijk niet overal en niet voortdurend, maar ik hoor dus wel de meest verschrikkelijke verhalen. Ik heb bewondering voor de mensen die ondanks het verbaal geweld het hoofd boven water houden en doorgaan met hun mooie werk. Het zijn mensen die zich volledig inzetten voor hun medemens en zichzelf wegcijferen.”

Schreeuwterroristen

Ik zei: “Wat fijn dat u nu, als gepensioneerde, toch nog een steentje kunt bijdragen aan een zekere verlichting. U had ook thuis kunnen zitten en klagen over de totale verloedering van de maatschappij.”

“Zo zit ik niet in elkaar, dominee, ik probeer telkens weer de lichtpuntjes te zien en als ik aan het werk ben, geniet ik van de inzet en de bevlogenheid van de mensen om mij heen.”

“Het ­ontroert me en maakt me gelukkig, echt waar.”

“Wat mooi dat u onder de moeilijkste omstandigheden toch de zonzijde ziet. Fijn om met u te praten zo tegen het einde van het jaar. Hoe kijkt u, als wijze vrouw, want zo ervaar ik u, terug op het afgelopen jaar?”

“Ja, hoe kijk ik terug op het afgelopen jaar? Ik vond het een erg onrustig jaar, niet alleen door de corona-ontwikkelingen maar ook door de politieke chaos. Ik voelde me vaak wat wankel in het leven staan. Begreep mijn medemens minder vaak dan in andere jaren. Schrok van de polarisatie in de maatschappij, mensen die het zo snel over een tweedeling in de maatschappij hadden en de niet-­gevaccineerden vergeleken met de Joden en de Jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog – zo weerzinwekkend, zo walgelijk, hoe kun je zo laag bij de grond zijn.”

“En dat die walgelijke schreeuwterroristen zo vaak serieus genomen werden door de publieke en commerciële omroepen. Ik ben een optimistisch mens, maar hier kreeg ik toch wat pessimistische gedachten bij. Terwijl ik ook heel goed weet dat de meerderheid van het Nederlandse volk niet zo is. Maar ach, het zal wel weer over gaan, de populisten schreeuwen zo hard dat ze vanzelf hun stem kwijt zullen raken.”

null Beeld Mark van Vliet
Beeld Mark van Vliet

Vuurtje stoken

De vrouw sprak op felle toon, en ik dacht: deden maar meer goedwillende mensen hun mond open en werden de antisemitische en racistische geluiden maar vaker scherp veroordeeld in plaats ze een podium te geven.

“Wat mooi gezegd, de populisten schreeuwen zo hard dat ze vanzelf hun stem kwijt zullen raken; laten we het hopen. Toch is de kans groot dat de populisten, die uit zijn op de ontwrichting van de maatschappij, aan terrein gaan winnen. Veel mensen hebben niet alleen zin om te klagen, maar ook om vuurtjes te stoken en onrust te zaaien. Maar, kijk ’s op de klok, het is bijna vijf uur dus we moeten zo langzamerhand onze biezen pakken.”

“Ach wat gaat de tijd toch snel als je een interessant gesprek hebt. Ik vond het heerlijk om me even te uiten en wellicht zien we elkaar in het nieuwe jaar weer onder betere omstandigheden,” zei de vrouw, terwijl ze opstond.

“Hoe heet u trouwens,” vroeg ik terwijl ik me schuldig voelde over het feit dat ik dat niet eerder gevraagd had.

“Connie Terpstra.”

De vrouw omhelsde me symbolisch, zwaaide naar het personeel van Scheltema en verliet het café.

En terwijl ik afrekende en even later buiten liep, dacht ik nog wat na over de vrouw en het gesprek. Wat fijn om op zo’n namiddag zo’n verhelderend gesprek te hebben. En hoewel ik nog wat pijn had van de val, was ik toch blij dat ik gevallen was, waardoor het uiteindelijk leidde tot deze interessante ontmoeting.

Inderdaad, de zonnige zijde zien.

Niet passief het leven aan je voorbij laten gaan en je wentelen in het verleden, maar oog en oor te hebben voor de gebeurtenissen van het moment. Actief blijven, ook na de pensioengerechtigde leeftijd. Zoals in het geval van de bewuste vrouw. Zij wilde niet zelfvoldaan thuis zitten, maar stak haar hand uit naar de om hulp schreeuwende verpleging, zoals ze ook haar hand uitstak naar een gevallen ­dominee.

Niet werkeloos aan de zijkant blijven staan, maar actief naar het front lopen en doen wat je vindt dat je moet doen. Niet klagen over de duisternis, maar pogen licht te brengen in de soms zo donkere maatschappij. Misschien moeten wij dat de komende tijd wat vaker gaan doen: licht brengen in de duisternis van het leven. Niet de maatschappij laten ontploffen, maar proberen om de vuurtjes te doven. Ook bij de komende familiebijeenkomsten: de lonten aan de familiekruitvaten doorknippen in plaats van ze aan te steken. Het wordt tijd voor de-escalatie, hoe moeilijk dat wellicht ook is.

Als iemand tegen jou zegt: ‘Wat heb jij een rotkop,’ antwoorden: ‘Wat een boeiende visie’ en er verder het zwijgen toedoen. De-escaleren! Geen energie verspillen aan uitzichtloze discussies, maar je krachten gebruiken om de maatschappij overeind te houden. Steeds weer proberen de zonnige zijde te zien.

Ik wens u een fijne voortzetting en inspirerende dagen.

null Beeld Mark van Vliet
Beeld Mark van Vliet

Deze ‘preek’ is op verzoek van PS geschreven. Meer Dominee Gremdaat (en Margreet Dolman) in: Het vrolijke winterboek,. Uitgeverij Meulenhoff, €25.

Ook is de theatervoorstelling Dolman brengt warmte en Gremdaat wijst de weg op 24 en 31 december en 2 januari te streamen.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden