Claartje Kruijff: ‘Ik geloof ook niet in een man met een baard op een wolk.’

PlusInterview

Dominee Claartje Kruijff : ‘Ik geloof ook niet in een man met een baard’

Claartje Kruijff: ‘Ik geloof ook niet in een man met een baard op een wolk.’Beeld Frank Ruiter

Dominee Claartje Kruijff (49) begon haar carrière als consultant in Londen en besloot na een sabbatical theologie te gaan studeren. ‘Mijn man was de eerste die ik heb opgebiecht dat ik dominee wilde worden. Als hij was gaan lachen, had ik het niet gedaan.’

In de kerk van dominee Claartje Kruijff is het woensdag, eerste kerstdag, vol. Voor de vijftigste keer houdt de oecumenische Dominicuskerk in de Spuistraat open huis voor mensen die thuis geen kerst hebben, die op zoek zijn naar een warme plek en een dak boven hun hoofd. “Het kerst­verhaal live,” zegt Kruijff.

Dak- en thuislozen, ex-gedetineerden, prostituees van om de hoek. Kerkgangers die het hier leuker vinden dan thuis. Complete en gebroken gezinnen. Er worden zo’n vijftienhonderd mensen verwacht om te zingen, dansen, tekenen of een potje te schaken. ’s Avonds is er aan lange, gedekte tafels plek voor achthonderd bezoekers om aan te schuiven voor het diner van drie gangen.

Kruijff: “Dit is waar kerst over gaat. Ik heb het voor mijn kinderen altijd leerzaam gevonden. Zaten ze opeens aan tafel naast iemand die in één keer zijn bord leeg schrokt om daarna snel aan het tweede bord te beginnen. Het jouwe. Of die niet zo lekker ruikt. Ik zal nooit vergeten dat mijn dochter van twaalf naast een dakloze zat die zich verontschuldigde dat hij zich niet had gewassen. Vroeg ze hem: ‘Wil je een smintje?’”

Ze lacht. “Drie jaar geleden hebben we met het hele gezin bediend. Er gebeurde van alles. Een meneer die een fles wijn in zijn zak stak, je moest voortdurend opletten.”

Wat doet u dit jaar met kerst?

“Op kerstavond preek ik in Bussum, maar de rest van de kerstdagen is vooral voor de familie. We vieren het met ooms en tantes, neven en nichten. We zijn een beetje kerstziek.”

Een bijzondere tijd.

“Een heftige tijd. Het draait om gezamenlijkheid, om hoop en nieuwe mogelijkheden. Het is een feest van licht en liefde, waar veel mensen enorm naar uitkijken. Maar voor anderen is het een ontzettend harde, pijnlijke en eenzame tijd. Die worden keihard met hun neus op de feiten gedrukt en zijn opgelucht als het 1 januari is. Dat vind ik ingewikkeld. Ik denk daar veel over na.”

Gelooft u in een barmhartige God?

“Jazeker.”

Hoe dan?

“Bij een barmhartige God denk ik aan vergeving. Dat maakt mij mild. Je kunt er lang over praten. Het grootste vraagstuk dat ons theologen bezighoudt, is de vraag waar het kwaad vandaan komt als er een goede en almachtige God is. Ik heb daar geen antwoord op, maar ik denk wel dat er een grotere bedoeling is dan de onze. Het is een mysterie, dat we nooit zullen begrijpen, maar ik geloof wel dat je aan het goede mee kunt werken.”

Het kwaad treft vaak de goede mensen.

“Ik las laatst een theoloog – die overigens de kerk heeft verlaten. Hij zei: ‘Als Auschwitz is wat wij mensen ervan maken, wil ik in een God geloven.’ Dat vind ik heel interessant, die totale omkering. De hele dag zie je het mooie en het lelijke door elkaar lopen, ook in jezelf. Voor mij is dat geen reden om af te haken. Waar kies je voor? Welke kant wend je je blik? In die zin is geloven een keuze.”

“In het Nieuwe Testament wordt voor ‘geloven’ het Griekse ‘pistis’ gebruikt. Dat betekent ‘vertrouwen’. Ik merk dat mensen dat een prettiger woord vinden. Leven uit vertrouwen is spannend, zeker in deze tijd. Het zou zo fijn zijn als we dat wat meer zouden doen.”

Naast haar werk voor de vrijzinnige remonstrantse gemeente in Bussum is ze nu alweer tien jaar voorganger en gastspreker voor de Dominicusgemeente in Amsterdam, in de jaren zeventig van de vorige eeuw opgezet door een stel dominicaanse paters die genoeg hadden van de vermolmde verhoudingen in de katholieke kerk. Ze zetten het altaar midden tussen de mensen en stelden de kansel ter beschikking aan vrouwen en homoseksuelen. Het leidde uiteindelijk in 1989 tot een definitieve breuk met Rome.

“We hebben,” zegt Kruijff, “de warmte en de rituelen van de katholieken behouden en daar de nadruk op de inhoud van de protestanten aan toegevoegd. We hebben de muren van de dogmatiek en de verschillen tussen de kerken geslecht.”

“Het is echt indrukwekkend als je bij ons de kerk binnenloopt. Je beseft: hier wordt het leven al eeuwenlang gedeeld. Hier is gerouwd, gevierd en gebeden. Hier zijn mensen dankbaar geweest en diep verdrietig. Hier steken mensen kaarsen op en word je omgeven door iets prachtigs.”

Claartje Kruijff.Beeld Frank Ruiter

Wat zoeken de mensen bij u?

“Troost, hoop en solidariteit. Tja, wat zoek je in een kerk? Voor mij is het een oefenplaats: wie wil ik zijn, wie kan ik zijn en hoe sta ik in het leven? Op zondag heb ik alle antwoorden en op woensdag denk ik: ik moet hoognodig weer eens naar de kerk.”

Best een verantwoordelijkheid: mensen vertellen hoe ze moeten leven.

“Dat doe ik niet.”

Wat doet u dan?

“Ik wijs ze op de vindplaatsen voor hun eigen zoektocht.”

Krijgt u weleens commentaar?

“In Amsterdam? Wat denk je zelf? Vlak na de dienst komen ze je rustig vertellen dat ze het helemaal niks vonden. Die mensen hebben bij wijze van spreken de muren van de kerk zelf staan metselen. Die zijn emotioneel betrokken. Heel goed: het is niet meer de dominee die onaantastbaar is.”

Komen de mensen speciaal voor u?

“Of ze blijven juist weg als ik preek. Dat is echt van de protestanten: als de dominee je niet bevalt, zoek je het gewoon elders. We werken in de kerk met een groot team predikanten.”

Met twee remonstrantse collega’s pleitte u drie jaar geleden voor ritueelbegeleiding bij echtscheiding en euthanasie.

“Binnenkort trouw ik weer een stel. Dan vertellen we elkaar mooie verhalen over waarom ze samen zijn, maar wat als het misgaat? Zou het niet helend kunnen zijn om ook dat op een bepaalde manier af te ronden? Om alle geliefden bij elkaar te halen en te zeggen: het is niet gelukt, maar we wensen elkaar het beste en we geven de ringen terug.”

“De kerken hebben een eeuwenlange ervaring met taal en rituelen. Waarom zouden we die niet breder inzetten? Zoals je vroeger de laatste sacramenten gaf, heb ik mijn hulp weleens aangeboden aan mensen die zich op euthanasie aan het voorbereiden waren. Dan voer je lange gesprekken, maar er zou ook een lichamelijke component bij kunnen komen: dat je iemand zalft ofzo. Dat zou toch ontzettend mooi zijn?”

Of vloeken in de kerk.

“Als het leven ondraaglijk wordt, kan euthanasie een godszegen zijn. Ik heb het voorrecht om te werken in de progressieve hoek. Wij zijn zelfstandig en vrij in wat wij doen. Maar het klopt: soms staan wij dichter bij de mensen buiten de kerk dan bij onze eigen christelijke broeders en zusters.”

Vanzelf is het niet gegaan, de theologische zoektocht van Kruijff. Haar vader had niets met het geloof, aan moeders kant was er alleen oma, die zich in het jappenkamp hervormd had laten dopen. Op de vlucht van Singapore naar Australië werden haar grootouders in het toenmalige Batavia geïnterneerd. Opa stierf bij de beruchte Birmaspoorlijn, oma bleef haar hele leven chronisch ziek en overleed jong.

“Mijn moeder heeft zich laten uitschrijven uit de kerk,” zegt Kruijff. “Echt met die mentaliteit van de jaren zeventig: je gelooft of je gelooft niet, heel zwart-wit. Nu komt ze bij mij in de kerk en denkt ze: als het zo open kan.”

Tussen haar vijfde en elfde zat ze met haar ouders in Amerika, waar haar vader werkte in de marketing voor KLM. Ze woonden in een dorpje in Connecticut, waar ze zich aansloten bij een kerk omdat dat de enige manier was om mensen te leren kennen.

“Ik maakte er muziek in het kerkkoor. Dat vond ik fantastisch. Terug in Nederland heb ik me nog even aangesloten bij een catechisatiegroep, maar dat was het niet.”

Ze koos voor een studie psychologie in Leiden en werd lid van het studentencorps Minerva, waar ze ook haar latere man ontmoette. Samen vertrokken ze naar Londen, waar hij werkte bij een bank en zij bij een Amerikaanse bedrijfsconsultant. Hard werken, veel verdienen, duur leven. Totdat de zeepbel knapte.

“Ik heb een sabbatical genomen,” zegt ze en lacht. “Dat kon allemaal in die tijd. Ik zei tegen mijn baas: ik twijfel, en kon vervolgens met behoud van mijn volledige salaris een jaar lang thuis gaan zitten twijfelen.”

En toen zag u het licht?

“Mijn man komt uit een katholieke familie en ik ging wel­eens met hem mee. Ik dacht: hier wordt over het leven nagedacht, dat doe ik ook de hele dag. Grappig. Ik ontmoette een heel orthodoxe priester. We waren het over alles oneens, maar we hadden respect voor elkaar. We zijn bevriend geraakt, hij is zelfs bij mij in Londen komen logeren. We spraken over mijn leven en over mijn zoektocht. Hij zou ons trouwen.”

Maar dat deed hij niet?

“Nee, hij belde op het laatste moment af. Pas later begreep ik dat hij bij Opus Dei zat en van hogerhand was gesommeerd naar een congres in Wenen te komen. Ik was enorm teleurgesteld, maar mijn katholieke man dacht: dan nemen we toch gewoon een andere. Dat werd monseigneur Bär, aan de andere kant van het spectrum. Hij vond dat het met mij wel wat lichter kon. Toen mijn man in Londen ontslagen werd en we allebei zonder baan zaten, zijn we teruggegaan naar Amsterdam en heb ik me meteen ingeschreven voor een studie theologie aan de Vrije Universiteit.”

Kruijff: ‘Ik hoorde het wel achter mijn rug: ze is in de Here, ze is gek geworden.’Beeld Frank Ruiter

Wat trok u aan het geloof?

“Ik weet het niet. Misschien was het het beeld van mijn hevig gelovige oma die van het beetje geld dat ze had met kerst de mensen uit haar straat uitnodigde die niemand hadden. Ik ben altijd een zoekende ziel geweest. Als kind had ik veel vragen over onrecht. Waarom zo veel mensen moesten lijden, terwijl ik in zo’n comfortabel nest was geboren. Of waarom een klasgenoot werd gepest met zijn rode haar en dan ook nog zijn vader verloor. Ik begreep dat allemaal niet.”

Wat vond uw man ervan dat u opeens dominee wilde worden?

“Hij was de eerste die ik het heb opgebiecht. Als hij was gaan lachen, had ik het niet gedaan. Maar hij zei: ik denk dat het erg bij je past.”

Was iedereen zo begripvol?

“Ik hoorde het wel achter mijn rug: ze is in de Here, ze is gek geworden. Van familie of van vrienden uit mijn studententijd. Zoals mensen over religie kunnen spreken. Ze vonden het raar, maar nu we een beetje ouder en milder zijn geworden, merk ik dat er meer begrip is.”

Ook bij uw kinderen?

“Die zijn erin meegegroeid, al hebben ze zich er in de heftigste periode van hun puberteit wel voor geschaamd. Dan was er op school een rondje in de klas en zeiden ze: mijn moeder is partyplanner voor huwelijken. Dat hoorde ik dan later van de mentor. Maar inmiddels hebben ze ook hun portie tegenslag gehad, een nichtje verloren… Er is voldoende gebeurd. Als ze bij een uitvaart zitten, zien ze echt wel dat ik iets doe waar enorme behoefte aan is.”

Gaan ze zelf naar de kerk?

“Af en toe met mij, maar steeds minder. Tot hun twaalfde moesten ze van mij, daarna heb ik ze gezegd dat ze het voor zichzelf moesten uitzoeken.”

En toen haakten ze af.

“Ja.”

Vindt u dat teleurstellend?

“Helemaal niet. Ik weet ook niet of het voor de rest van hun leven is. En ik geloof niet dat ze als mens zijn afgehaakt. Alleen deze vorm past ze niet. Ze vinden wel hun eigen manier.”

Volgens onderzoek acht nog maar 34 procent van de Amsterdammers zich gelovig.

“En nu wil je weten of ik dat erg vind?”

Ja.

“Ontwikkelde mensen zeggen tegen me: ik geloof niet meer in een man met een baard op een wolk. Dan denk ik: daar gaan we weer. Ik geloof ook niet in een man met een baard op een wolk. Natuurlijk niet. Maar dan ga je langzaam spreken over wat God wél zou kunnen zijn en dan kom je erachter dat iedereen op zijn of haar eigen manier gelovig is.”

In Amsterdam heeft 19 procent zich bekend tot het ‘ietsisme’.

“Ik vind dat een beetje flauw begrip. Wat is dat, het ietsisme? Ik denk dat het gaat om een nieuw soort openheid. Waar het om gaat is wat je mensbeeld is en wat dan een God zou kunnen zijn. Als je zegt dat je gelooft in een dragende grond of een kracht onder dit alles of in iets groters dan jijzelf of een grotere bedoeling, dat noem ik dus God. Ach, het zijn maar woorden.”

Het maakt u niets uit.

“Nee, dat ook weer niet. Als we denken over hoe God eruitziet of wie of wat dat is, moeten we ons alleen niet laten hinderen door het dogmatische en patriarchale beeld dat ooit door de kerken is bedacht. Maar we moeten ons ook niet laten leiden door machten en krachten waarvan we de naam niet eens willen kennen. Dan lopen we vast in een klein, eenzaam zelfgesprek.”

Ik heb nog een getal voor u.

“Ik ben niet zo dol op die getallen.”

Het enige geloof in Amsterdam dat nog groeit is de islam; die is met 14 procent ruimschoots de grootste godsdienst.

“Een heel interessante ontwikkeling, voor ons allemaal. Wat kunnen we leren van mensen die nog wel openlijk zeggen: ik ben gelovig. Die openlijk aan rituelen doen, die vasten en vieren. De structuur die dat aan mensen kan geven.”

Het wil in onze westerse wereld nog weleens botsen met de islam.

“Ik denk dat we van nieuwe tradities en invloeden juist kunnen leren. Ze dagen ons uit om te herijken. Wie zijn wij ook alweer? Misschien is er wel veel van onze christelijke identiteit dat we niet meer zo goed begrijpen.”

Zijn er moslims die uw oecumenische kerk bezoeken?

“We hebben laatst een moslim gevraagd om een verhaal te houden. Dat was een mooie ontmoeting, maar verder: nee. Onze kerk is christelijk-oecumenisch.”

Jongeren met een migranten­achtergrond zeggen vaker te geloven dan hun ouders.

“O ja?”

Verbaast u dat?

“Nou, eigenlijk ook weer niet: jonge mensen, je ziet het ook bij orthodoxe christenen, zijn vaak op zoek naar identiteit en houvast, naar een duidelijk verhaal, naar een plek waarvan ze zeker weten dat ze erbij horen.”

Dogmatiek heeft zijn prettige kanten.

“Dat maak jij ervan. Ik zeg: jongeren hebben behoefte aan richting. Dat is niet zo gek in een wereld die zo snel verandert. Wat is mijn plek? Waar hoor ik bij? Hoe leer ik te vertrouwen? Wanneer moet ik moedig zijn? Wat is solidariteit? Allemaal vragen die te lang onbesproken zijn ge­bleven. Veel mensen missen richting, ik heb dat zelf ook gemist. Maar dogmatisch? Dat versmalt en verstart en sluit per definitie uit. Naar mijn kerk komen de mensen voor wie de vrijheid om te denken wat ze willen een opluchting is.” 

Claartje Kruijff

9 december 1971, Soest

1975-1982 Riverside School, Riverside Connecticut V.S.
1983-1989 Het Baarnsch Lyceum
1990-1995 Studie psychologie Universiteit Leiden
1996-2002 Consultant bij Accenture, Amsterdam en Londen
2003-2009 Studie theologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam
2009-heden Predikant en gastspreker bij de Dominicusgemeente, Amsterdam
2018-heden Predikant bij de remonstrantse kerk in Bussum
In 2016 schreef Kruijff Leegte achter de dingen, mijn zoektocht naar een ­betekenisvol leven.
In 2017 werd ze gekozen als Theoloog des Vaderlands 

Kruijff woont met haar man Frank Thuis en drie dochters van 19, 18 en 14 in Laren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden