Dolly Parton brengt mijn moeder even terug

Plus

“Het stelt eigenlijk geen reet voor, hè.”

Mijn vader en ik zijn in Venetië vanwege haar verjaardag. Zelf kan ze daar niet meer bij zijn, maar hé, levens mag je blijven vieren, ook als ze afgelopen zijn.

We varen langs Isola di San Michele, het ommuurde dodeneiland met een zee aan grafzerken erop. Het kerkhofje oogt kwetsbaar. Eén vloedgolf en alles is weg. Maar misschien geldt dat overal wel voor.

Mijn vader tuurt naar de zerkjes. “Het leven, bedoel ik. Stelt niks voor. Voor je het weet is er weer twee jaar voorbij.” Ik zeg: “Ja.” Al ben ik er nog niet over uit of ik die twee jaar zonder haar lang of kort vind.

“Nog een paar lichtflitsjes en we zijn een eeuw verder,” mompelt hij. “Zo gaat het ook als wij dood zijn. Uiteindelijk heeft niemand het meer over ons.”

“Is dat erg?” vraag ik. Neuh, vinden we allebei. De eeuwigheid is lang. Misschien is vergetelheid op een gegeven moment best fijn.

“We hebben het nu al veel minder vaak over haar dan toen ze net dood was.” Ik knik. De eerste tijd reed ze voortdurend door mijn straat. Rechte rug, witte lange jas, roodbruin haar als een fakkel door het donker. Ik zwaaide. “Mam!” Een wildvreemde dame draaide zich om. Ze leek niet eens op mijn moeder. Maar heel even was ze het wel.

Zouden ze dit ook fantoompijn noemen? De pijn die mensen voelen die een ledemaat missen, omdat de zenuwen niet snappen dat waar eerst vlees en bloed was, nu alleen nog leegte is. Ook haar lichaam maakte plaats voor leegte.

Het huilen is inmiddels opgehouden. Tegenwoordig maken we vooral grapjes over haar. Dat gekke mens. Maar stiekem verlang ik naar de mispijn van het begin. En terwijl ik heel lang haar favoriete muziek niet verdroeg, zet ik die tegenwoordig bewust op. Dolly Parton brengt haar even terug. Hij glimlacht. Hij blijkt Dolly ook te draaien.“Lekker, hè.”

“Ik heb haar al tijden niet zien fietsen,” zeg ik. Mijn vader haalt zijn schouders op. “We leefden door. En dat gaat ook voorbij. Wat maakt het dan nog uit hoe lang je er geweest bent? We zijn allemaal niet zo belangrijk.”

Hij heeft gelijk natuurlijk. En ook niet. Want je gaat niet alleen dood als je sterft. Ook degenen naast je verdwijnen een beetje. Die worden nooit meer wie ze waren toen jij ze nog kon aanraken.

Mijn vader kucht. Opeens worden zijn ogen vochtig. “Goh,” zegt hij verbaasd. “Hier voel ik haar toch weer om me heen. Fijn is dat.”

Ik kruip tegen hem aan. “Het stelt wel wat voor, pap.” We kijken over het water. Waar kapiteins op bootjes schimmen in de verte vormen, schimmen waar je met een klein beetje fantasie haar in zou kunnen herkennen.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden