De urban sketchers zijn overal actief. ‘Waar ik ook ben, ik kan de neiging om te tekenen niet onderdrukken.’

PlusReportage

Dit zijn urban sketchers: tekenaars die overal in de stad actief zijn

De urban sketchers zijn overal actief. ‘Waar ik ook ben, ik kan de neiging om te tekenen niet onderdrukken.’Beeld Dingena Mol

Elke maand trekken urban sketchers eropuit om de stad te tekenen. De resultaten gaan op social media, maar op locatie moet de telefoon weg. ‘Als je schetst, maak je alles veel bewuster mee.’

In één seconde drie foto’s met je iPhone maken of een uur lang tekenen om je omgeving vast te leggen? Gwen Glotin (49) kiest voor het laatste. Aandachtig bestudeert ze de dertig meter hoge hal van het Paleis op de Dam. Om haar nek hangt een etui vol met pennen, potloden en stiften. Terwijl bezoekers glazig voor zich uit staren met een luisterhoorn van een audiotour aan hun oor, schetst Glotin de eerste contouren van wat ze ziet.

Ze maakt deel uit van een groepje mensen dat deze zondag bijeen is gekomen om het Paleis te tekenen. Verspreid over het gebouw hebben ze zich verschanst in nissen, op banken of op hun eigen uitvouwbare stoeltjes. Of gewoon staand, zoals Glotin.

Dit zijn urban sketchers: tekenaars, vaak amateurs, die eropuit trekken en op locatie meteen hun observaties op papier tekenen. Het fenomeen ontstond in 2007, toen de Spaans-Amerikaanse journalist en illustrator Gabriel Campanario tekenaars uitnodigde om hun werk te delen op een online forum. Het concept sloeg aan: inmiddels leggen tienduizenden mensen over de hele wereld het dagelijks leven vast in hun schetsboek.

De Amsterdamse urban sketchers komen gemiddeld eens per maand bijeen, meestal in een groepje van een man of tien. Ze tekenen binnen en buiten, van cafés tot musea, van bezienswaardigheden tot parken.

Urban sketchers aan het werk in het Paleis op de Dam. Boven: Gertie van der Weiden en Kitty van den Heuvel, onder: Robert Huls.Beeld Dingena Mol

Altijd en overal schetsen

Glotin heeft die ochtend al haar eerste tekening gemaakt, van de kerstboom en de krioelende toeristen op de Dam. “Ik stond te wachten op de rest van de groep. Zodra ik even tijd over heb, pak ik mijn schetsboek.”

Ook Robert Huls (52) is buiten al begonnen met tekenen. “Waar ik ook ben, ik kan de neiging niet onderdrukken. Voor het thuisfront is het weleens lastig,” lacht hij. “Dan zitten we ergens koffie te drinken en begin ik meteen te schetsen.”

Iedereen, van beginner tot professional, kan zich aansluiten bij een groep urban sketchers. De enige regel: de tekening moet op locatie zijn gemaakt en mag dus niet zijn nagetekend van een foto. Verder is elke tekenaar vrij in onderwerp- en materiaalkeuze. Glotin: “De een werkt het liefst met potlood, omdat dat veiliger is, de ander zet zijn werk meteen met pen op papier en neemt een eventueel foutje voor lief. Ook vulpennen, brushpennen, watervaste stiften en waterkwastjes worden veel gebruikt.”

Glotin zoekt de hal af naar interessante bezoekers. Het liefst tekent ze mensen. “Het is moeilijk om expressie en leven in het gezicht te krijgen. Maar ik oefen er veel mee en het gaat steeds beter.”

Iedereen, van beginner tot professional, kan zich aansluiten bij een groep urban sketchers. Beeld Dingena Mol

Oude hobby

Net als veel andere urban sketchers tekende Glotin graag in haar jeugd, maar stopte daar later mee. Vijf jaar geleden pakte ze haar hobby weer op. Ze volgde een cursus schilderen en las de tekenbijbel The Art of Urban Sketching. ­“Superleuk én supereng vond ik het om voor het eerst buiten te gaan tekenen. Ik had helemaal geen zelfvertrouwen en vond het spannend als mensen over mijn schouder meekeken. Die angst is nu helemaal verdwenen.”

Glotin sloot zich aan bij de Amsterdamse groep stadsschetsers om haar hobby met anderen te kunnen delen. “We bekijken elkaars werk en wisselen onderling tips en nieuwe technieken uit.”

Kitty van den Heuvel (50) en Gertie van der Weiden (60) zijn twee van die tekengezellen. Omringd door het holle geroezemoes van bezoekers, zitten ze op een houten bank in stilte te werken. Onverstoorbaar richten ze hun aandacht op het beeld van Atlas met de wereldbol op zijn schouders.

Van der Weiden heeft vroeger veel getekend, maar stopte ermee toen ze kinderen kreeg. “Nu zijn ze de deur uit en heb ik meer tijd. Ik teken elke dag.” Ze toont een tekening van een tempel: “Ik ben net op vakantie geweest en als ik dan mijn tekeningen terugzie, weet ik weer wat er gebeurde. Mijn man wilde de 1230 treden naar de tempel beklimmen. Ik had zoiets van ‘ja dag, ga jij maar.’ Terwijl hij naar boven ging, heb ik lekker in mijn uppie zitten schetsen.”

Ook Van den Heuvel tekent overal waar ze de kans krijgt. “Als je tekent, maak je situaties veel bewuster mee. Het maakt mij niet zoveel uit hoe mooi mijn tekening is, want het gaat me vooral om de herinnering. Als je ernaar kijkt, krijg je het gevoel van dat moment terug.”

Glotin knikt. “Van elke tekening weet ik nog of het warm of koud was, hoe de mensen zich gedroegen, wat ze zeiden. Je verdiept je in een situatie waardoor je hem veel intensiever beleeft. Dat maakt het zo leuk!”

Zo nu en dan kijken bezoekers nieuwsgierig mee over hun schouders. Een jonge toerist vraagt Robert Huls of hij zijn tekening mag fotograferen. Zonder morren overhandigt Huls zijn eerste schets. “Het gebeurt vaker. Ik heb er nooit problemen mee, maar zet wel mijn naam eronder.”

Huls deed twee jaar geleden een tekencursus voor zijn werk als docent technische bedrijfskunde. “Daar leerde je een situatie te visualiseren. Ik vond dat zo leuk dat ik tekenspullen heb gekocht, er boeken over ging lezen en workshops volgde. Sindsdien ben ik fanatiek aan de slag gegaan.”

Het liefst tekent hij gebouwen. “Mensen vind ik lastiger, vooral als ze bewegen. Maar ik probeer het wel. In de trein oefen ik met portretten. Dan ga ik twee banken verderop zitten, schuin tegenover iemand, en begin ik iemand te tekenen die zit te kletsen, telefoneren of slapen. Soms hebben ze het in de gaten en dan laat ik de tekening zien. De reacties zijn meestal positief – al vond één man het wat minder leuk dat ik hem als een soort tuinkabouter had neergezet.”

De Urban Sketchers hebben via social media afgesproken om in het Paleis op de Dam te gezamenlijk te tekenen.Beeld Dingena Mol

Uitlaatklep

Ook René Onclin (63) vond in tekenen een uitlaatklep. Inmiddels gaat er geen dag voorbij dat hij niet tekent. Trots toont hij zijn werk in zijn schetsblok: “Ik teken graag architectuur: Eye, de RAI, Museum Het Schip, de NDSM-werf. De binnenkant van openbare gebouwen vind ik ook mooi. Dan let ik op de constructie en de lichtinval.”

Aan het einde van elke bijeenkomst leggen alle urban sketchers hun tekeningen traditiegetrouw op de vloer. Daar maken ze vervolgens een foto van. Onclin deelt zijn werk op Instagram, Huls zet zijn creaties op Facebook.

Een voorbijganger blijft verwonderd staan: “Hebben jullie dit allemaal nét getekend? Híer? Ongelofelijk!”

“Kom ook een keer!” moedigt Glotin aan.

“Hoe meer tekenaars, hoe leuker,” vindt ze. “Mensen zeggen vaak dat ze niet kunnen tekenen, maar het gaat erom dat je goed leert kijken, dat je ziet wat je anders niet had opgemerkt. Bovendien kun je jezelf verbeteren. Raak niet gefrustreerd als het een keer niet lukt. Dan maak je gewoon weer een volgende tekening!” 

‘Mensen zeggen vaak dat ze niet kunnen tekenen, maar het gaat erom dat je goed leert kijken.’Beeld Dingena Mol
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden