Plus Interview

Directeur Primark Benelux: ‘Een lage prijs is niet hetzelfde als slechte ethiek’

Kevin Tulip (34) werd verliefd op Primark toen hij er in de winkel werkte, en klom op tot directeur van Primark Benelux. ‘Mijn moeder smeekte me er goed over na te denken.’

Kevin Tulip, salesdirecteur van Primark Benelux. Beeld Renate Beense

Natuurlijk trekt Kevin Tulip een kersttrui aan als hij met de feestdagen naar huis gaat. Die kersttrui, die hoort er gewoon bij. In het Primarkfiliaal aan het Damrak staat hij bij de schappen met de gebreide truien. De Star Wars-trui met Darth Vader is net binnen, en natuurlijk is er de klassieker, de Coca-Colatrui.

“Iedereens favoriet,” zegt hij. “Holidays are coming!”

Misschien schittert er iets van ironie in de ogen van de directeur van Primark Benelux, maar hij lijkt er toch vooral oprecht lol in te hebben. Anders kun je niet, een paar meter verderop, een pleidooi houden voor de ‘Fam Jam’, de pyja­ma­set voor de hele familie – en voor de hond. Er is er een met Papa Bear erop, een met Mama Bear, diverse kinderformaten.

“Ik kreeg vroeger altijd een pyjama met kerst,” zegt hij. “Die deed ik dan aan op kerstavond. Toen dachten wij: hoe leuk zou het zijn als de hele familie er een had, inclusief de hond?”

We lopen verder. Fun facts: rokken en jurken zijn in Nederland net wat langer dan in de rest van Europa, mannen komen eigenlijk alleen op zaterdag en Nederland zweert bij de spijkerbroek. Op de eerste etage hangen de onesies, fluffy huispakken uit één stuk. In volwassenenmaten.

“Toen we die in 2008 introduceerden in Rotterdam, waren ze meteen een succes. Een paar jaar geleden waren ze trendy, nu zijn ze meer voor een avondje thuis voor de televisie.”

Mijn man zou een scheiding aanvragen als ik zo’n ding aan zou trekken.

“Je kunt hem wel goed dragen als je gescheiden bent! Lekker in je onesie Bridget Jones kijken op de bank.” En dan, serieus: “We verkopen ze rond carnaval veel in Venlo en Eindhoven.”

Nemen Amsterdammers zichzelf te serieus?

“Nou, die gaan minder los dan Brabanders. Als zij feestvieren, is het full on. Ik ben dol op carnaval. Ongelooflijk, hoe een hele stad dan opeens tot stilstand komt en feestviert.”

Eindhoven doet Tulip denken aan Newcastle, de stad in Noordoost-Engeland waar hij opgroeide. Ook een industriestad, waar de oude fabrieken bestaan naast een nieuwe innovatieve sector. “De mensen lijken ook erg op die in Noordoost-Engeland. Ze zijn ook heel gericht op familie, samen uitgaan, samen eten. Ik heb er Nederlands geleerd, dus dat spreek ik nu met een zachte g. Amsterdammers denken vaak dat ik uit België kom.”

Kevin Tulip kwam in 2014 vanuit ­Engeland naar Eindhoven, om een grote nieuwe Primark op te zetten. Hij groeide op in Noord-Engeland, als middelste kind in een arbeidersgezin. Zijn vader was verwarmingsmonteur, zijn moeder werkte in de kinderopvang en draaide nachtdiensten in een supermarkt.

Was het moeilijk om rond te komen?

“Ik denk het, maar vroeger had ik dat helemaal niet zo door. Als ik eraan terugdenk, waardeer ik veel meer wat ze voor ons deden dan toen. Ik kan me wel herinneren dat mijn moeder soms, als ze een dag gewerkt had, thuiskwam en er dan ’s avonds weer vandoor ging, voor een nachtdienst. Mijn vader greep ook al het werk aan dat er was. Soms nam hij een klus aan in Schotland. Stond hij op maandag om vier uur op om die kant op te ­rijden, kwam hij op vrijdag weer terug. Op een gegeven moment kreeg hij een contract in China, toen was hij drie maanden weg. En daarna vond hij werk in New York. Dat was bedoeld als tijdelijk, maar hij werkt er nu nog steeds. Eens in de paar maanden vliegt hij terug.”

Ging uw moeder niet mee?

“Toen mijn vader vertrok, had mijn oudere zus al een kind. Mijn moeder moest kiezen tussen bij haar man zijn of haar kleinkind zien opgroeien. Inmiddels heeft mijn zus drie kinderen en is het steeds duidelijker dat mijn moeder in Engeland blijft, om deel uit te maken van het dagelijkse leven van haar kleinkinderen. Nu ze met pensioen is, vliegt ze wel vaker op en neer om mijn vader te zien.”

Het is nogal een keuze.

“Zeker. Maar mijn ouders hebben het hun hele leven zo gedaan. Mijn vader was altijd weg en mijn moeder was altijd aan het werk. Mijn oom en tante woonden in dezelfde straat in Newcastle, een paar deuren verderop. Daar was ik kind aan huis. Mijn oma woonde ook dichtbij. Zij paste op en kookte voor ons. We groeiden op als één grote familie. Met verjaardagen en feestdagen waren we ook nooit met zijn vijven, maar altijd met tien of elf.”

Wat vond u ervan dat uw ouders zo hard werkten?

“Als kind dacht ik volgens mij dat het gewoon een keuze was. Mijn vader kreeg een klus en nam hem aan. Maar dat was helemaal niet zo: als er in Newcastle geen werk was, was er geen werk in Newcastle. Hij kon niet zomaar wat anders gaan doen. Als ik erop terugkijk, denk ik dat mijn vader alles op alles heeft gezet om ervoor te zorgen dat het ons aan niets ontbrak.

Beeld Renate Beense

Ik realiseer me nu pas hoe duur vakanties zijn, of kerstcadeaus voor drie kinderen. We zijn elk jaar op vakantie gegaan. Niet naar het buitenland, maar we gingen wél. Ik weet nog: een jongen uit mijn klas vloog toen elk jaar naar Florida. Dat moet ­fantastisch zijn, dacht ik. Hij ging naar Disney World en al die andere pretparken daar, terwijl wij in een volgepropte auto naar een ­sta­caravan in ­Cornwall gingen. Maar nu heb ik daar zulke goede herinneringen aan.”

Wanneer ging u bij Primark werken?

“Toen ik vijftien was heb ik twee weken stage gelopen bij Topshop, ook een kledingzaak. Ik had niet zo veel met school, maar dit vond ik geweldig. De buzz, het tempo, het samen aan het werk zijn. Je mocht pas werken op je zestiende, dus op mijn verjaardag belde ik –”

Óp uw verjaardag?

“Ja. Ik was compleet geobsedeerd, ik moest en zou daar werken. Ik mocht terugkomen, dus toen ben ik aan de slag gegaan als weekendkracht. Ik nam om halfzes de eerste metro de stad in om om zes uur de voorraden naar binnen te kunnen sjouwen en te verwerken, en ’s avonds was ik klaar als het af was. I loved it.”

Was het de winkel, of gewoon het werk?

“De energie, een werkomgeving was gewoon zo anders dan wat ik gewend was. Volle dagen, keihard werken, maar so much fun. Uiteindelijk ben ik bij Primark beland omdat ik met kerst naar mijn vader wilde, in New York. Maar in de retail vraag je geen zes, zeven weken vrij rond de kerstdagen. Dat doe je niet, die periode is zo druk. Dus ik dacht: ik neem ontslag en kijk volgend jaar weer. En toen zei mijn neef, die iemand kende bij Primark: waarom ga je daar niet aan de slag? Primark had dezelfde buzz als Topshop, maar was nog groter en drukker. Dat was het moment dat ik verliefd werd op Primark. De mode, de commerciële kant, het teamwork. Alles. Ik begon in het weekend, toen kwamen de koopavonden erbij, en zo werd het steeds meer. Een jaar later besloot ik dat ik er fulltime wilde werken.”

Wat vonden uw ouders daarvan?

“Dat waren geen fijne gesprekken. Ik studeerde net, mijn moeder smeekte me om er nog eens goed over na te denken. Maar dat had ik al gedaan. Mijn vader zat in New York, die zei: als dit is wat je wilt doen, doe het dan maar. En ik wist dat ik kon doorgroeien bij Primark, dat er een carrière in retail in zat. Ik had ook gezien bij anderen hoe ze konden doorgroeien.”

“De winkelmanager in Newcastle was de leider die ik wilde worden. Hij wist zo veel, hij had zo veel energie, zo veel humor, en hij gaf leiding aan een fantastische winkel. Hij was streng, maar kende wel iedereen bij naam. Mister King noemden wij hem; we noemden hem niet bij zijn voornaam. Ik wilde zijn zoals hij.”

Tulip begon in Newcastle, en groeide door tot manager via winkels in onder meer Sunderland, Blackpool en Norwich. Toen hij zijn oog had laten vallen op een baan in Londen, bracht iemand hem op het idee zijn geluk te beproeven in Nederland; er kwam een baan vrij in Den Haag.

Was u al weleens in Nederland geweest?

“Nee, nooit. Ik heb een avond op Wikipedia gezeten en daarna was ik om. Zo spannend: een heel nieuw land om te ontdekken. Den Haag was vlak bij Amsterdam, kosmopolitisch, aan zee. Alleen nadat ik op gesprek was geweest, zeiden ze: we gaan een grote winkel openen in Eindhoven. Nou ja, Nederland is klein.

Ik vond het heerlijk in Eindhoven, en vanaf daar ben je zo in Antwerpen of op een kerstmarkt in Keulen. Er zijn zo veel plekken waar je heen kunt als je op het continent woont.”

Beeld Renate Beense

“Toen ik directeur Benelux werd, werd mijn uitvalsbasis Amsterdam. We wisten dat we Eindhoven zouden missen, maar ik wil nu toch niet meer terug. Amsterdam heeft zo’n goede vibe en zulke mooie architectuur. Op een zondag lopen mijn vriend en ik weleens dwars door de stad van Oud-West naar Oost. Elke wijk heeft een heel eigen gevoel.”

Mist u de werkvloer niet?

“Soms. Toen ik regiomanager werd in Eindhoven, wist ik dat er onderdelen van mijn werk waren die ik los moest laten. Als ik overal zelf op zou springen, zou ik het werkplezier van iemand anders afnemen. Ik moest hard voor mezelf zijn: het was nu aan iemand anders om rond te lopen over de werkvloer en met iedereen te praten. Ik loop nog steeds rond, maar nu niet meer om beslissingen te nemen, maar om anderen te coachen. Te vragen hoe het gaat, hoe het team functioneert, wat klanten zeggen. Ik probeer anderen de ruimte te geven om met eigen ideeën te komen en eigen oplossingen.”

Heeft u mister King nog eens ontmoet?

“Ja, een paar maanden geleden, bij de viering van vijftig jaar Primark. Ik wilde tegen hem zeggen hoe belangrijk hij voor mij was geweest. Uiteindelijk raakte ik in gesprek met hem en twee andere winkelmanagers die me hebben gevormd in mijn carrière. Dat was heel surrealistisch, we waren nog nooit met zijn vieren op één plek geweest. Van Matt King heb ik geleerd hoe je mensen moet motiveren en onder Andrea, in de vestiging in Sunderland, werd ik volwassen als manager. Maar ik denk dat ik nog wel het meeste heb geleerd van Dawn, winkelmanager in Blackpool. Zij zei: ‘Je bent commercieel en operationeel hartstikke sterk, maar je bent geen goede leider. Je geeft niemand de ruimte om ook maar iets te doen.’ Van haar heb ik geleerd hoe je mensen moet coachen. Dawn heeft een grote groep ­loyale werknemers om haar heen en dat snap ik volkomen.”

Voelt ze als familie?

“Zeker. Toen ik in Blackpool werkte, woonde ik voor het eerst op mezelf. Ik kwam toen vaak bij haar eten. Ik ben ook heel close met haar dochter.”

Is er een groot verschil tussen leidinggeven in Engeland en in Nederland?

“Enorm. In Engeland is de baas de baas, dus vergaderingen duren veel korter. In Nederland gaat het meer om het gesprek, om iedereens inbreng. Laten we eerst iedereens mening horen en daarna kijken wat we besluiten als team.”

Doodvermoeiend.

“Doodvermoeiend, maar uiteindelijk fantastisch, want op deze manier committeert iedereen zich aan de uitkomst, in plaats van dat ze moeten doen wat ze ­verteld wordt.”

In Nederland heeft Primark geen goede naam. Primark produceert fast fashion, is niet duurzaam, verkoopt goedkope spullen. Noem maar op.

“Tja, goedkoop. Dat woord valt hier vaker dan in Engeland, daar noemen ze onze kleding betaalbaar. In Ierland en Engeland bestaat Primark ook al veel ­langer hè. Daar is het een ingeburgerd merk en vertrouwen mensen veel meer op onze kwaliteit. Maar ik denk wel dat we moeten vaststellen dat we, toen we in Nederland kwamen, te weinig hebben ­verteld over wat we deden. We hebben gewoon een winkel geopend, en nog een en nog een. Daardoor is ruimte ontstaan voor misverstanden.”

Hoe kan het dat een shirtje hier 2,50 euro kost en elders tien keer zo duur is?

“We zijn heel efficiënt: we kopen in in veel grotere hoeveelheden, we hebben minder verschillende designs, minder verschillende stoffen. Bij ons zit er geen fancy hangertje bij. We hebben één ontwerp en bestellen daar dan in duizelingwekkende aantallen broeken van. We vliegen niet, maar verschepen. Dat is veel goedkoper. En we doen nauwelijks aan kortingen, want onze marges zijn veel smaller.”

Als een shirt 2,50 euro kost, koop je wel makkelijker tien keer zoveel.

“Mensen kopen gemiddeld drie, vier items per keer. En de mensen die je hier ziet rondlopen met hun armen vol kleren, komen twee keer per jaar. Dat zijn mensen met kinderen. Die hopen nu voor het hele gezin kleren te kopen en dan voor de winter genoeg te hebben.”

U werkte hier al toen Rana Plaza, de fabriek in Bangladesh, instortte en negenhonderd mensen om het leven kwamen. In die fabriek werd veel voor Primark geproduceerd.

“Dat was een enorme schok. Het wereldnieuws kwam ineens ons dagelijks leven binnen. Het was een omslagpunt binnen het bedrijf: nu wilde iedereen weten waar onze spullen vandaan kwamen, wie ze maakten, hoe ze werden geproduceerd. Daarvoor lagen die kwesties vooral bij het hoofdkantoor, nu was het iets waar iedereen op de werkvloer meer van wilde weten. We hebben heel veel gedaan voor de nabestaanden, regels en controles zijn aangescherpt. Maar er is nog steeds veel te doen, we moeten zeker in Nederland nog veel transparanter zijn over hoe we doen wat we doen.”

Wat zeggen uw Amsterdamse vrienden als u vertelt dat u bij Primark werkt?

“Sommigen klagen dat het er altijd zo druk is. Anderen vertellen hoe blij ze zijn dat ze er een trui hebben gescoord voor vijftien euro. En weer anderen zijn kritisch, die vragen hoe je in vredesnaam een shirt kunt verkopen voor 2,50 euro.”

Precies wat ik zei.

“Ja. Mijn reactie is dan meestal: vertel me eens over wat jij net gekocht hebt. Waar denk je dat jouw shirt van 25 euro vandaan komt? Onze fabrieken werken niet alleen voor Primark hè, die werken ook voor andere merken. En dan leg ik uit wat ik jou net ook uitlegde, over de schaal, de volumes, het al dan niet adverteren: alle kosten die gaan zitten in een shirt van 25 euro en niet in dat van ons. Het grootste misverstand is dat een lage prijs hetzelfde is als slechte ethiek. Dat gesprek voer ik heel vaak.”

Wordt u daar niet gek van?

“Helemaal niet. Ik vind het belangrijk dat we het hierover hebben. Ik werk al mijn halve leven voor Primark – dit ís mijn leven. Ik wil ervoor blijven zorgen dat we trots kunnen praten over wat Primark doet en hoe we dat doen. Over onze samenwerking met Cotton Connect, voor duurzaam katoen, of met Greenpeace. Ik weet ook wel dat ik nooit iedereen zal overtuigen, maar mensen moeten wel weten waar ze het over hebben.”

KEVIN TULIP

17 september 1985, Newcastle upon Tyne

1997-2001 Ponteland High School, Newcastle
2001-2002 Newcastle College
2002-2004 Weekendkracht Primark Newcastle
2004-2005 Managementtrainee Primark Sunderland
2005-2014 Diverse managementfuncties bij Primark in Oldham, ­Blackpool en Norwich
2014-2016 Winkelmanager Primark ­Eindhoven
2016-2018 Regiomanager Primark ­Eindhoven
2018-2019 Adjunct-directeur Primark Benelux
2019-nu Directeur Primark ­Benelux

Kevin Tulip woont met zijn vriend Dean en labrador ­Murphy in Amsterdam-West.

Kevin Tulip (tweede van links)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden