PlusExclusief

Directeur Alex de Ronde van Het Ketelhuis over het afgelopen jaar: ‘We roeien met de verdomd kleine riempjes die we hebben’

Alex de Ronde, directeur Het Ketelhuis: ‘Uit ons politieke klimaat spreekt een krankzinnigheid, een arrogantie, een dedain voor de cultuur.’ Beeld Maarten Kools
Alex de Ronde, directeur Het Ketelhuis: ‘Uit ons politieke klimaat spreekt een krankzinnigheid, een arrogantie, een dedain voor de cultuur.’Beeld Maarten Kools

Dit jaar was Het Ketelhuis welgeteld twee maanden ‘normaal open’, zegt directeur Alex de Ronde (63). Was hij vorige week nog blij dat er in elk geval overdag films vertoond konden worden, nu zit alles weer potdicht. ‘Hoe culturele zzp’ers het bos in zijn gestuurd, daar zijn geen woorden voor.’

Kim van der Meulen

Het jaar van

Dit is de vijfde aflevering van de interviewserie Het jaar van, waarin markante Amsterdammers terugblikken op hun 2021.

Om middernacht stoppen met bier schenken, om vijf uur ’s middags de deuren sluiten of überhaupt niet opengaan: in twintig jaar directeurschap beleefde Alex de Ronde niet zulke ongezellige en bizarre tijden in Het Ketelhuis. “We zijn dit jaar twee maanden min of meer normaal open geweest, een kleine vijf maanden met nogal wat beperkingen en ruim vijf maanden potdicht.”

Heeft u wakker gelegen van al die beperkingen?

“Natuurlijk heb ik dat weleens gedaan, maar hoe gek het ook klinkt: het went. Bovendien zijn we geen moment in de financiële problemen gekomen. Iedereen is in dienst gebleven en kreeg doorbetaald. Naast de generieke steunmaatregelen kregen we steun van de rijksoverheid, die in actie kwam voor de filmtheaters die verenigd zijn in het Nederlands Filmtheater Overleg. Ook een enorme pleister op de wonde: in Amsterdam gingen de steunmaatregelen in de eerste en laatste plaats naar instellingen in het Kunstenplan, en daar zitten we sinds jaar en dag in. Als dat niet zo was geweest, hadden we grote problemen gehad.”

Niet alle filmtheaters kregen zoveel steun; The Movies dreigde definitief te moeten sluiten.

“Voor zover ik weet hebben commerciële filmtheaters – Amsterdam heeft er nogal wat – geen steun gehad. Als gesubsidieerde instelling zijn we heel bevoorrecht. Daarom vind ik het een beetje gênant om te zeggen dat we er zonder kleerscheuren vanaf zijn gekomen. Ik voel me bijna schuldig tegenover al die sectoren en zzp’ers die geen steun hebben gekregen. Hoe die culturele zzp’ers het bos in zijn gestuurd, daar zijn geen woorden voor.”

Doelt u op de Tozo (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers – red.), die ondanks de avondlockdown niet werd verlengd?

“Ja, we hebben een politiek klimaat waarin ministers coûte que coûte aanblijven en met hetzelfde gemak tegen zzp’ers zeggen: zoek maar ander werk. Daaruit spreekt een krankzinnigheid, een arrogantie, een dedain voor de cultuur. Daar is al veel over gezegd – Wiebes vond het Concertgebouw wel aardig, maar de loodgieter was hem evenveel waard. Ik vind het godgeklaagd. Daartegenover staat dat Amsterdam redelijk gezegend is met Meliani, een wethouder die heeft laten merken dat zij wél gevoel voor kunst en cultuur heeft.”

Met welk gevoel begon u aan dit jaar?

“Eigenlijk voelen de afgelopen twee jaren als één lang jaar. De lockdown ging vorig jaar in op het moment dat de Roze Filmdagen zouden beginnen. De champagneglazen waren al gepoleerd en tweeënhalf uur voor de opening werd alles afgeblazen. Zoals iedereen dacht ik toen: dit gaan een paar lastige weken worden. Niemand wist dat het twee jaar zou duren.”

“Maar die lockdownperiode viel ook ongeveer samen met een ernstig akkefietje dat mij het Antoni van Leeuwenhoek deed frequenteren. De combinatie van ziekenhuisbezoek en de ontdekking dat er meer vogels in mijn achtertuin rondbanjeren dan ik wist, heeft mijn persoonlijke perspectief op waar het over gaat drastisch veranderd.”

Welk ernstig akkefietje?

“Gewoon prostaatkanker. Veel mensen maken dat mee, hoor. Ik heb zelfs ontdekt dat er in het filmwereldje een prostaatpraatgroepje is. Het is allemaal goed gekomen. Maar goed, die achtertuin vol Vlaamse gaaien en al die andere prachtige vogels die je in Amsterdam hebt, de zorgzaamheid van de mensen in dat ziekenhuis die me tot tranen roerde – misschien dat ik daarom wat makkelijker ben gaan relativeren. Al is mijn boosheid om het cultuurbeleid in Nederland er niet minder om geworden. Misschien word ik juist met minder gêne boos.”

Je kunt ook een dvd’tje opzetten, zei minister De Jonge.

“Het sociale aspect van een filmtheater is minstens zo belangrijk als wat je vertoont. De omzet van streamingdiensten is gigantisch, maar ik maak me geen zorgen dat het filmpubliek niet terugkeert. De behoefte elkaar te ontmoeten is groot. Daarom organiseren we Film & Soep, waarbij veelal alleenstaande buurtgenoten naar de film gaan en na afloop samen eten en napraten. Dat moesten we nu alleen verspreid over de grote zaal doen, met maximaal dertig mensen. En daarna eten aan aparte tafeltjes in plaats van één lange tafel. Dat zit de verbroedering flink in de weg, kan ik je zeggen.”

Hebben de beperkingen ook iets positiefs opgeleverd?

“Zoals elke instelling hebben we de afgelopen twee jaar marginaal dingen kunnen doen, maar we hebben van de nood een deugd gemaakt door een podcast over film te beginnen. Ik vind het een goede aanvulling op waar we voor staan: we zijn toch een veilig plekje voor de Europese en vooral Nederlandse arthouse.”

“We hebben ook geïnvesteerd in streamingapparatuur, omdat het leuk is een groter publiek te bereiken voor bijzondere programma’s. Zo zijn we in september begonnen met Soirée Ciné, een maandelijkse filmavond in samenwerking met Alliance Française. Na afloop hadden we een zoomverbinding met de Franse regisseur. Voor een piepklein publiekje, maar thuis kon je ook meekijken.”

Is het gelukt daarmee nieuw publiek te trekken?

“Het is lastig al die cijfers te interpreteren; we gaan er maar vanuit dat er nieuw publiek bij komt. Met nieuwe doelgroepen aanboren zijn we ook niet bewust bezig. We bedienen graag zoveel mogelijk soorten publiek met een solide en aantrekkelijk aanbod, met als uitgangspunt: dingen organiseren die we zelf zinvol en aangenaam vinden, waar we zelf naartoe zouden willen. Ervan uitgaande dat je een beetje smaak hebt, is dat een heel goed uitgangspunt. Dat klinkt egocentrisch, maar het werkt wel.”

Het gevaar daarvan kan zijn dat je alleen programmeert voor mensen die op je lijken.

“Voor mij is diversiteit vanzelfsprekend. Anderen zeggen misschien: je hebt geen recht van spreken, want je bent een oude, bevoorrechte, witte, boze man en je zit vast in je eigen denkbeelden. Nou, dat hoop en denk ik niet. En je doet dit werk natuurlijk nooit alleen, er is altijd dialoog met anderen. Je corrigeert elkaars werk en artistieke keuzes. Al is het wel belangrijk om nergens te lang te blijven zitten.”

U bent al twintig jaar directeur van Het Ketelhuis.

“Ja, eigenlijk is dat te lang. Over een jaar of twee wordt het tijd dat ik eens met pensioen ga, maar dat had ik natuurlijk al veel eerder moeten doen. Ik pleit voor een cultureel vut-fonds voor directeuren, programmeurs en producenten. De meesten willen rond hun 55ste wel weg, maar kunnen nergens terecht omdat ze te oud zijn of geen ander werk kunnen vinden.’

“Met zo’n op te richten fonds kunnen zij plaatsmaken voor een jongere generatie, waardoor je diversiteit sneller realiseert. Die groep van vroegtijdig aan de kant gezette artistieke smaakmakers kan dan bijvoorbeeld op vrijwillige basis ingehuurd worden als adviseur. Je moet je niet blindstaren op vernieuwing, maar een frisse blik op een instelling met een cultureel oogmerk is heel goed, denk ik. Iemand die de boel opschudt.”

Iemand als Volkskrant-filmrecensent Floortje Smit, die per 1 februari adjunct-directeur wordt?

“Ik verheug me zeer op Floortjes komst. Dit jaar dacht ik: we moeten roeien met de riemen die we hebben, maar het zijn wel verdomd kleine riempjes. Bovendien roei ik met de haven in zicht. Floortje heeft meer de trekken van een speedboot. Ze gaat in eerste instantie de zakelijke bedrijfsvoering doen, maar gaat zich ook met het artistieke beleid bemoeien.”

“Hoewel ik nog heel energiek ben, is het verdomd handig dat er een nieuwe wind gaat waaien. Wie formeel mijn opvolger wordt, moet over twee jaar worden bekeken, maar het ligt erg voor de hand dat zij een goede kans maakt. De leiding moet in handen zijn van iemand met film in zijn dna. Filmpassie is niet vanzelfsprekend bij mijn collega-directeuren, hoe aardig ze ook zijn. Dat klinkt een beetje zuur, maar ik vind dat kleine en middelgrote culturele instellingen vooral inhoudelijk gedreven moeten zijn.”

Wat gaat u doen na uw pensioen? Dat vut-fonds opzetten?

“Dat zou nou van een ongekend geinige ironie zijn, dat ik dat ná mijn pensioen ga opzetten. Ik werk aan een nieuwe film, die net als Doof kind (documentaire over zijn doof geboren zoon Tobias, red.) gaat over doofheid, maar dan stukken internationaler en politiek. Een project voor de langere termijn. Iemand zei eens: je moet lang van tevoren voorsorteren op je pensionering. Daar ben ik mee bezig.”

Terugblik 2021

Mijn hoogtepunt

“De recente aanwijzingen dat Moeder Aarde er wel klaar mee is: de overstromingen in Nederland, de tornado’s in Kentucky en de lava-uitbraak op La Palma. Laat dit de allerlaatste wake-upcall zijn, dan komt het op het nippertje misschien toch nog goed.”

Mijn dieptepunt

“De regering en het gehele overheidsapparaat, van toeslagenaffaire tot kabinetsformatie en van het coronabeleid tot de vluchtelingenopvang. En de schoenen van Hugo de Jonge: het definitieve bewijs van zijn grenzeloze onnozelheid.”

Persoon van het jaar

“Gerard Stigter alias K. Schippers, die deze zomer overleed, en de vorig jaar overleden Kees Hin. Twee van de hartelijkste en inspirerendste Amsterdammers ooit, die prachtige documentaires hebben gemaakt.”

Wat zal u het meeste bijblijven?

“Een herinnering van vlak voor het coronagedoe, begin 2020: duiken voor de kust van Bonaire. Je geliefde tussen honderden visjes zien dobberen op een meter of twaalf onder de zeespiegel, daar kan geen Rembrandt tegenop.”

Wat hoopt u volgend jaar niet meer terug te zien?

“Het Haagse politieke klimaat, waar ministers schaamteloos aanblijven en zzp’ers wordt aangeraden ander werk te zoeken.”

Alex de Ronde

24 februari 1958, Haarlem
1970-1976 Gymnasium
1976-1985 Studies Nederlands en massacommunicatie, UvA
1981-2000 Filmmedewerker Haarlems Dagblad en NRC Handelsblad
1986-1992 Hoofd Programma van de Nederlandse Filmdagen (het huidige Nederlands Film Festival)
1994-2000 Eindredacteur Woord & Gebaar, onafhankelijk Nederlands dovenblad
2000-heden Directeur Het Ketelhuis
2017 Documentaire Doof kind

Alex de Ronde heeft twee kinderen en woont in Amsterdam-Zuid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden