Plus

Dierenrijk

Lyco (3), dwergteckel, AmsteldorpBeeld Isabella Rozendaal

Lyco (3)

Toen Valérie van Diepen teckel Lyco kreeg, ging hij meteen mee op reis. “Met het vliegtuig naar Nice, dat ging prima. Sindsdien gaat hij altijd mee. Je vakantie wordt er wel ­anders van; in New York ging hij op elk stukje gras af. We boeken het liefst een plek naast een park. Het weidse Lissabon vond hij prachtig. Mijn moeder en ik houden van reizen en maakten elk weekend wel een dagtripje. Dat kan nu niet meer. Lyco is er een beetje depressief van. Hij vindt het saai hier. Als hij de reis­koffer ziet, springt hij er dolblij in.” 

G.B. Habibi (21), Arabisch volbloedpaard, OostzaanBeeld Isabella Rozendaal

G.B. Habibi (21), roepnaam Oma

Brigitte Morees fokt, traint en handelt in Arabische volbloedpaarden. Die paarden komen en gaan, maar met Oma, een elitemerrie met veertien prijswinnende veulens, heeft ze een speciale band. “Ik heb haar zelf gefokt. Toen ik na mijn scheiding mijn toenmalige bedrijf verloor, was Oma de enige die bij me bleef. Ze heeft een siliconen oogprothese: toen iemand op stal haar uit frustratie een klap verkocht, explodeerde het oog intern. We wilden nog met haar showen, dus we hebben geprobeerd het oog te redden. Maar dat is helaas niet gelukt.”

Beeld Isabella Rozendaal

Joris (8)

Toen Mirthe Geerlings nog bij haar ouders in Muiden woonde, namen ze samen een hond. Eenmaal het huis uit kon Joris bij haar in Amsterdam logeren. “Dat was perfect! Mijn ­ouders droegen alle verantwoordelijkheid en ik hoefde Joris nooit te corrigeren. Een hond uitlaten in het Gooi is wel anders dan in de stad.

Je hond hoeft niet aan de lijn, en mensen hebben veel meer tijd om met hun hond te spelen en een ­praatje te maken. En ze hebben ­speciale wandeloutfits!” 

Mimi (8 of 9, onbekend), huiskat, Centrum.Beeld Isabella Rozendaal

Mimi (8 of 9)

Asielpoes Mimi woont in coffeeshop The Dolphins. Ze wordt verzorgd door het voltallige personeel en is populair onder de gasten, vertelt Mike, die vandaag in de shop staat. “Ze is een keer ontvoerd geweest; ­iemand heeft haar gevonden en drie maanden in huis genomen. Toen ze op een gegeven moment naar de dierenarts gebracht werd, zagen ze aan haar chip dat ze van ons was. Ze was getraumatiseerd. Sinds we haar terug hebben, blijft ze altijd in de buurt. Ze gaat nooit langer dan tien minuten naar buiten.” 

Marty (3), Chinchilla, SchinkelbuurtBeeld Isabella Rozendaal

Marty (3)

Chinchilla’s zijn dieren die in het wild in groepen leven, dus je moet ze nooit alleen houden,” zegt Elise Hoven. “Ik had me in eerste instantie niet zo goed ingelezen, dus mijn ­eerste chinchilla, Platonard, was een tijdje alleen. Daar werd hij heel verdrietig van, daarom nam ik er een tweede bij. Marty is niet zo sociaal als Plato, maar hij is wel heel slim. Hij heeft ook een bijzondere vacht­tekening, dus is hij een carrière als ­Instagrammodel begonnen. Inmiddels staat hij op een zak ­chinchillavoer!” 

Pommie (5), Dwergkeeshond, Johannes VermeerbuurtBeeld Isabella Rozendaal

Pommie (5)

Dina-Perla Portnaar runt een hotel aan huis, en haar hond Pommie zorgt voor een belangrijk deel van de huiselijke sfeer. “Ik hou van die victoriaanse en barokke stijl, daar past hij mooi bij. Sinds corona staat het hotel zo goed als leeg, we missen de gasten ontzettend. Ze maakten ons global citizens, de hele wereld kwam naar ons toe. Soms gaat hij letterlijk bovenaan de trap staan wachten, en hoor ik hem zuchten. In deze tijd is hij mijn little piece of joy. Het is goed om dat in je leven te hebben.”

Donna (2), Selkirk rex/Sphynx-mix, SpaarndammerbuurtBeeld Isabella Rozendaal

Donna (2)

Olga Zegers heeft twee katten: Donna en Jane, een Sphynx. “Ik zou het Donna gunnen om vaker buiten te komen, want ze is heel nieuws­gierig. Maar ik ben bang dat ze dan met rare luchtjes thuiskomt. Toen ze een keer naar de dierenarts moest, was Jane daarna totaal onhandelbaar. Ze heeft drie weken in haar mandje naar Donna zitten grommen en blazen. Het was alsof ze haar niet herkende. Sindsdien neem ik ze ­allebei maar mee als Donna naar de ­dierenarts moet.” 

Tessa (2), legkip, SchellingwoudeBeeld Isabella Rozendaal

Tessa (2)

Serena Matthews heeft haar kippen geadopteerd via stichting Red een Legkip. Zo krijgen legkippen die naar de slacht moeten omdat hun ­eierproductie vermindert, toch nog de kans om een leven buiten te ­leiden. Met Tessa, die nog elke dag een ei legt, kreeg ze een speciale band. “Binnen een paar weken heb ik haar tam gekregen. Ze is minder schuw dan de anderen, en ik studeer dierverzorging, dus ik heb geleerd hoe ik haar kan oppakken op een manier waarop ze zich veilig voelt.”

Dolly (9), Duitse herder, DiemenBeeld Isabella Rozendaal

Dolly (9)

Maarten Bruinzeel (47) wilde van kinds af aan al een herder. Toen hij eindelijk zijn eerste hond Dolly kreeg, heeft hij vier jaar lang zes uur per week met haar getraind. “Ze is zo slim, ik hield eerst nog bij hoeveel commando’s ze kon onderscheiden, maar bij 111 ben ik er maar mee opgehouden. Ze is lief, maar niet zo’n aandachtstrekker als onze andere hond, de ­Mechelse herder Leah van twee jaar oud. Dolly houdt liever afstand. Leah slaapt graag bij ons op de kamer, maar Dolly komt alleen nog boven als het onweert.”

Snoezepoes (7), Abessijn, WatergraafsmeerBeeld Isabella Rozendaal

Snoezepoes (7)

Lou Pieters (12) was zes toen kater ­Snoezepoes bij het gezin kwam. ­Inmiddels is ze zijn hoofdverzorger. “Hij slaapt elke nacht bij me in bed, en als ik boodschappen doe, loopt hij met me mee en wacht hij op de parkeerplaats tot ik klaar ben.” Snoezepoes heeft hier en daar wel wat littekens. “Hij is best een vechtersbaas, maar alleen naar ­katten toe. Voor mensen is hij niet bang, maar wel voor motoren, want er is een keer een brommer over zijn staart gereden. Daarom heeft hij nu zo’n korte staart.”

Alert (13), draver, Kadoelen.Beeld Isabella Rozendaal

Alert (13)

Elles Mulder kreeg Alert in ruil voor een oude oven. “Hij was gefokt voor de baan. Zijn oma was een van de beste merries van Nederland, die heeft meer dan een miljoen aan ­prijzengeld gewonnen. Maar ze zijn bij Alert veel te vroeg begonnen met trainen. Toen hij bij mij kwam, was hij helemaal kapot, zowel mentaal als fysiek. Pas na vier jaar heb ik hem ­zadelmak gemaakt. Mensen ­verklaarden me voor gek. Ze zeiden: ‘Je hebt een paard toch om op de ­rijden?’ Maar inmiddels is hij beter ­opgevoed dan mijn hond.”

Pim (16), gemengd ras, Cremerbuurt.Beeld Isabella Rozendaal

Pim (16)

“Twaalf jaar geleden is Pim aangevallen door twee labradors. Ik zag het gebeuren, hij hing echt tussen ze in,” zegt Diana Boer. “Ik was hysterisch! Op zo’n moment stort je ­wereld in… Hun baasje en ik mepten samen die ­labradors op hun kop, hij trapte een van hen zelfs in zijn ballen. Een week later was Pim verlamd. Na ­revalidatie kon hij gelukkig weer ­redelijk lopen. Tot twee jaar geleden, toen begon hij weer te kwakkelen. Vroeger was hij niet zo van het lichamelijke contact. Maar nu hij ouder wordt, wordt hij steeds aanhankelijker.”

Billy (15), huiskat, SchellingwoudeBeeld Isabella Rozendaal

Billy (15)

Hovenier Ron Top en zijn vrouw Yvonne hebben al 28 jaar een huisje in Tuinpark Kweeklust. “We wonen op vierhoog in de stad, en de helft van het jaar zitten we hier,” zegt Yvonne. “Billy is eigenlijk van de buren hierachter, maar hij zit liever bij ons. Voor hem is het tuinhuisje een uitkomst, want hij is van oorsprong een boerderijkat. Als hij te lang thuis zit, hangt hij gillend in de luxaflex. Na een dag op Kweeklust kan hij er thuis weer even tegenaan.”

Luipaardgekko, DiemenBeeld Isabella Rozendaal

Flame (1)

Sanne van der Mark werkt in Artis als reptielenverzorger en houdt thuis drie gekko’s. “Bij mijn eigen dieren heb ik toch een ander gevoel dan bij de reptielen in de dierentuin. Omdat ik ze thuis veel vaker kan observeren, kan ik hun individuele ontwikkeling beter volgen. Flame is de kleinste, maar hij durft het meest. Hij komt makkelijker op mijn hand zitten. Reptielen moet je goed in de gaten houden. Als ze laten merken dat ze ergens last van hebben, is het vaak al te laat.”

Tito (3), noorse boskat, Tuindorp OostzaanBeeld Isabella Rozendaal

Tito (3)

Tito woonde bij Femke Lutgendorff en Lard Breebaart tijdens een moeilijke periode. In hetzelfde jaar dat ze de kat kregen, werd hun eerste zoon Rasmus geboren. “Hij was prematuur en kwam te overlijden. Voordat dit gebeurde had ik nooit zo veel met huisdieren, maar er ontstond een sterke band met Tito,” zegt Breebaart. “Hij was onze vaste baken van troost elke keer als we uit het ziekenhuis thuiskwamen,” zegt Lutgendorff. Enkele jaren later werd Tito aangereden, en lieten ze hem opzetten. Zodat hij net als Rasmus altijd een plekje zou hebben in het gezin, naast hun twee kinderen en nieuwe kat Pluk.

Rafa (3), Podenco-mix, TransvaalbuurtBeeld Isabella Rozendaal

Rafa (3)

Stefanie de Jong en Sebastiaan Bek adopteerden Rafa uit Spanje, waar podenco’s als jachthonden worden gebruikt. “Door dat jacht­instinct rent hij altijd achter eenden aan, maar het is hem nooit gelukt er een te pakken. Als zo’n eend naar hem kwaakt, wordt hij doodsbang. Hij moest heel erg wennen aan de drukke stad, was zo angstig dat we hem echt naar buiten moesten slepen. Maar met geduld en training ging het steeds beter; en toen hij eenmaal geleerd had om de tram in te gaan, wilde hij elke tram in.”

Anna (10), Barnevelder, OostzaanBeeld Isabella Rozendaal

Anna (10)

Anna is als laatste overgebleven: ze heeft alle andere kippen van Jacqueline Kleiweg overleefd. Ze legt niet meer veel eieren, maar geniet van haar laatste dagen, zegt Kleiweg. “Ze is een gezellig­heidsdier. Ze zit vaak bij de hond en komt erbij als ik in de keuken sta. Kippen eten alles, zelfs vlees. Een van de leghorns die we hadden, zag ik een keer met een muis in haar snavel. Anna vindt friet en pannenkoeken het aller­lekkerst. Niet dat ze dat vaak krijgt hoor, maar ze is er helemaal gek op.”

Nora (2), Maine Coon, KadoelenBeeld Isabella Rozendaal

Nora (2)

De soepele Nora is een echte jager. Volgens haar baasje, Gabor de Man, zijn er periodes waarin ze elke dag een muis vangt. “Op een dag kwam ze zelfs thuis met een hele kip. We hebben de kip naar de dierenarts gebracht; gelukkig viel haar leven nog te redden. De buren, van wie de kip was, waren heel begripvol. ‘Dat is de natuur,’ zeiden ze. Ze waren vooral verontwaardigd dat hun haan er niks tegen had gedaan. Als Nora niet op jacht is, drinkt ze het liefst espresso.”

Colha (9), Golden retriever, Indische buurtBeeld Isabella Rozendaal

Colha (9)

Karel Alberts koos voor een ­golden retriever omdat ze goed met kinderen zijn en zich makkelijk laten trainen. Haar lieve karakter bleek een bijzonder voordeel te hebben. “Ze heeft geen speciale training gehad, maar kan toch goed als hulphond functioneren voor mijn vriendin. Zij heeft last van PTSS, en Colha helpt haar om meer naar buiten te gaan en onder de mensen te komen. “Zo legt Colha bijvoorbeeld in een drukke tram, om de aandacht van de stress af te leiden, haar kop op mijn vriendins knie.” 

#4 (9 maanden), Doodshoofdkakkerlak, CremerbuurtBeeld Isabella Rozendaal

#4 (9 maanden)

Stuntman Uncle Jefferson organiseerde afgelopen jaar op Lowlands een kakkerlakkenrace. “Daarvoor hadden we 25 kakkerlakken gekocht en deze, nummer 4, was de winnaar. Ik heb er een paar weggegeven, maar de meeste mee naar huis genomen.” Zijn vriendin Merel heeft een fobie voor krabben en kreeften: “Daar word ik helemaal onwel van!” Maar de kakkerlakken vindt ze mooi. “Ik ben echt aan ze gehecht geraakt. Ik vind alleen wel dat we nieuwe moeten nemen. Er zijn er nog maar vier over, dat is toch zielig?”

Jacob (2), Russische blauw-mix, AalsmeerBeeld Isabella Rozendaal

Jacob (2)

Rose van der Zwaard adopteerde Jacob uit Spanje, waar hij was gevonden met een diepe wond in zijn nek, alsof hij vastgebonden was geweest. Jacob ruilde al snel van plaats met Gerrit, de kat van haar moeder in Aalsmeer. “Die begon zich te misdragen en te ­krabben. Maar zij en Jacob, dat is echt Romeo en Julia. Elke dag krijg ik een WhatsAppverslag uit het dagboek van Jacob. We weten niet wat er met hem gebeurd is, en eerlijk gezegd snap ik niet dat hij niet schuwer is. Hij is zo aanhankelijk!” 

Muffin (2 jaar), Sheepadoodle, IJburgBeeld Isabella Rozendaal

Muffin (2)

Muffin is half Old English Sheepdog en half poedel. Daar is in het Nederlands geen naam voor, dus noemt Neil Smith haar een ‘sheepadoodle’. “Poedels staan bekend als een van de slimste hondenrassen, maar daar is bij Muffin niets van over, ze is echt heel dom. Haar coördinatie is waardeloos, ze kan nog geen bal met haar mond vangen, en ze kan een lastige tante zijn, echt een prinses. Maar lief is ze wel! Mijn vriendin wilde al jaren een hond en ik ben uiteindelijk overstag gegaan. Nu ben ik ontzettend aan haar gehecht.”

Meridia (2 jaar), Netpython, Scheldebuurt.Beeld Isabella Rozendaal

Meridia (2)

Brian van Zon is vanuit Edam naar Dierenkliniek Europaplein gekomen, want Meridia heeft zich bezeerd in haar terrarium. “Ik weet niet hoe ze aan dat wondje komt. Ze is heel beweeglijk en kruipt overal langs. Creatief zijn met het terrarium is een groot deel van de hobby. Je wil een leefomgeving creëren zoals in het wild.” Zijn zandboa’s, korenslang en schorpioen hebben allemaal een andere leefomgeving. “Mijn kikkerterrarium leeft echt, met beestjes in de bodem. Dat hoef ik niet meer te verzorgen, want het onderhoudt zichzelf.”

Kabel (8 maanden), Sphynx, Holendrecht.Beeld Isabella Rozendaal

Kabel (8 maanden)

Renate Almaz woont samen met haar zoon Kenzo (7) en, sinds kort, de jonge Kabel. “Ik wilde een mannetje, als aanvulling op het huishouden. Met dezelfde heldere ogen als Kenzo. Het lijkt wel alsof we een pasgeboren baby in huis hebben. Als de zon schijnt, smeren we hem in met zonnebrandcrème en hij gaat twee keer per week in bad vanwege de talg. Hij eet twee keer zo veel als een normale kat, wil alleen maar vers voer uit een luchtdichte verpakking dat 25 euro per kilo kost en eet uit een bak van porselein.”

Olivier (8), Dwergpoedel, Diemen.Beeld Isabella Rozendaal

Olivier (8)

“Als we naar de dierenarts gaan, zit Ollie in de wachtkamer al te piepen, omdat hij zo graag naar binnen wil,” zegt Anneke Bos. “En hij vindt niks leuker dan achtergelaten worden bij de trimsalon. Ze zijn daar allemaal gek op hem.” Grote honden zijn over het algemeen minder gecharmeerd van de poedel. “Hij weet niet hoe klein hij is, hij gaat echt lopen dreigen.” Door dat geblaf is hij een keer gebeten door een husky, en ziet hij nu niets meer met zijn rechteroog. “Hij maakt het prima, maar is toch argwanender geworden.”

Kaká (9), huiskat, Willemsparkbuurt.Beeld Isabella Rozendaal

Kaká (9)

Kaká (vernoemd naar de Braziliaanse voetballer) is de huiskat van shisha-lounge De Nijl. Eigenaar Hamid verzorgt hem. “Op een dag stond de diereninspectie voor de deur, want er was een melding gekomen over een verwaarloosde kat. Maar Kaká eet alleen maar duur eten! De kast stond vol snoepjes, voer en kattenmelk, dus de inspecteur was ook verbaasd over de melding. Kaká is populair bij klanten, die komen voor hem naar De Nijl. Nu ook wij noodgedwongen gesloten zijn, is het hier rustiger, maar Kaká is en blijft de baas!”

Iris (2), Siberische husky, Watergraafsmeer.Beeld Isabella Rozendaal

Iris (2)

Dennis Valk en Iris lopen elke dag tien kilometer, dat is vier tot vijf uur, door weer en wind. “Ik heb geen speciale regenkleding, want eigenlijk regent het nooit echt lang. Lopen en rennen is mijn leven geworden, ik vind het heerlijk. Ik heb autisme en dit geeft vastigheid. Als je een hond hebt, krijg je er automatisch een hoop sociale interactie bij, maar die gaat dan wel over de honden. Dat is fijn. Ik heb er ook allemaal extra honden bij gekregen, waar ik niet voor hoef te zorgen, maar die ik allemaal mag knuffelen.”

Wollie (4) en Tjin-Tjin (9), vuilnisbakkie en chihuahua, Bijlmermeer.Beeld Isabella Rozendaal

Wollie (4) en Tjin-Tjin (9)

Stance Heuveling-Van Beek heeft naast vier chihuahua’s ook Wollie in huis genomen. “Mijn dochter had hem geadopteerd en je weet hoe dat gaat: mensen kiezen vaak toch op de looks. Hij bleek er heel anders uit te zien dan op de foto en was ontzettend druk. Het is gewoon een straathond. ‘Als je maar weet dat mama hem niet neemt,’ zei ik nog. Maar hier bij de andere honden is hij niet meer zo fel. Hij is misschien de grootste, maar hij heeft niets te vertellen.”

Brutus (7 maanden), Ragdoll, GanzenhoefBeeld Isabella Rozendaal

Brutus (7 maanden)

Brutus is bij dierenarts Chris Polanen voor zijn castratie, een operatie die ook bij binnenkatten wordt gedaan om onrust, agressie en dominantie te beperken. “Het is zijn eerste keer hier in de kliniek, dus controleren we meteen zijn hart, dat is bij ragdolls vaak een issue.” Polanen staat erom bekend dat hij goed met katten om kan gaan. “Ik vind de mensen vaak lastiger. Ja hoor, zet dat maar in de krant! Ze denken dat we hier vrijwilligerswerk doen. En te vaak laten ze oudere dieren rondlopen met klachten die makkelijk te verhelpen zijn.”

PS van de WeekBeeld Isabella Rozendaal

Poes (10) en Dolly (2)

Het asiel zit misschien vol met staffordshireterriërs, maar Kamiel Lindhout gelooft niet in het stereotype dat ze onhandelbaar zijn. “Ze heet Poes omdat ze poeslief is. She’s a lover, not a fighter. Zelfs voor een chihuahua gaat ze op haar rug, en als andere honden vechten, gaat zij ertussen staan. Dolly is van een vriendin van mij. Toen ze elkaar voor het eerst ontmoetten was Dolly nog een pup, en ging Poes er vol in. Ze houdt van rollebollen met pups. Nu zijn ze beste vrienden en elke week samen.”

Lizza en Snuitje (1). Tamme ratten, De BanneBeeld Isabella Rozendaal

Lizza en Snuitje (1)

Max (8) wilde eigenlijk hamsters. “Maar opa en oma zeiden dat die helemaal niet leuk zijn.” Dus nam moeder Olga Rolfes haar kinderen mee naar het huisdieren-centrum in Haarlem, waar je informatie kunt krijgen over dieren, en met ze kunt spelen. “Dat kan ik iedereen aanraden! Het heeft ons erg geholpen om een beslissing te maken. Ik had niet verwacht dat ratten zo sociaal en leuk zouden zijn.” Vera (5) koos Lizza om zijn rode ogen. “Ik heb hem Lizza genoemd, want eigenlijk wilde ik een meisje. Hij is heel snel en houdt van Turks brood.”

Mus Be Good (8), Britse korthaarmix, Zaandam. Beeld Isabella Rozendaal

Mus Be Good (8)

Mus vermaakt zich prima in het atelier van Frederik Molenschot. Hij klimt graag in het geknoopte kunstwerk Sleeping Swaziland. “Prima, zolang hij het maar niet als een krabpaal gebruikt, want het moet nog naar een museum in Zuid-Afrika. Esther Stam, zijn baasje, neemt hem vooral op schoot om te knuffelen. Ik ben van het rondrennen en dingen gooien. Ik zie hem toch meer als een soort broer. Niet altijd lief voor elkaar zijn, maar stoeien en elkaar uit de tent lokken.”

Mattie (5), chihuahua, ZuidoostBeeld Isabella Rozendaal

Mattie (5)

Laurie van Tongerloo werkt in de psychische zorg, onder andere met verslaafden. Bij cliënten-bezoek gaat Mattie vaak mee. Kleine hondjes worden niet altijd goed opgevoed, en chihuahua’s kunnen daar bang en agressief van worden. Mattie is een ontspannen hondje. “Ik behandel haar als een hond en ben consequent. Iedereen die haar ontmoet, is enthousiast, zelfs mensen die chihuahua’s haten. Mijn cliënten hebben vaak moeite met sociaal contact, maar zo’n diertje maakt iets los. Ze kopen van hun laatste geld nog kluifjes voor haar.”

Thelma (2), Ridgeback cavia, Van der Pekbuurt.Beeld Isabella Rozendaal

Thelma (2)

“Cavia’s zijn sociale dieren, en moeten nooit alleen gehouden worden,” legt Inge de Frank uit. “Thelma en haar zusje Blanche haten elkaar, maar als je een van de twee uit de kooi haalt, raakt de andere echt van streek.” Blanche en Thelma zijn niet zo knuffelig en komen niet op schoot, maar ze willen wel veel doen. “Cavia’s zijn zo ondergewaardeerd. Je kunt ze trainen met een hondenclicker, een apparaatje dat wordt gebruikt bij de opvoeding van honden. Inmiddels kunnen ze door hoepels springen, high fives geven, op twee pootjes staan, puzzels oplossen en slalommen.”

Jaap (4). Herdermix, de Jordaan.Beeld Isabella Rozendaal

Jaap (4)

Joris Vermeer en Jaap wonen in de Jordaan, maar zijn er even tussenuit in Flevoland. “Jaap is nu zo’n knuffeldier, maar toen we hem net geadopteerd hadden, viel hij iedereen aan. Mensen, honden, zelfs baby’s wilde hij aanvallen. Op de dag dat we de advertentie hadden geschreven om hem weg te doen, ontmoette ik een honden­trainer. Zij zei: ‘Dit is de trouwste, liefste hond, je moet alleen weten hoe je met hem om moet gaan.’ We zijn heel hard met hem gaan trainen en hebben hem geleerd zijn stress af te schudden. Ik herken zijn gedrag nu door en door.”

Fleur (18). Europese langhaar, Rivierenbuurt.Beeld Isabella Rozendaal

Fleur (18)

Daan Keppel is volgens haar dierenarts het beste baasje dat hij ooit heeft meegemaakt. Haar poes Fleur heeft talloze operaties gehad, waaronder een herniaoperatie, zeldzaam voor katten. Keppel weet alles over nierfalen, artrose en andere kattenkwalen, en leerde Fleur zelf een infuus te geven. “Ik heb duizenden euro’s aan haar uitgegeven. Zolang ik het geld heb, en zij er van kan opknappen, wil ik haar helpen. Maar ik begin langzaam te accepteren dat er ook een eind aan komt. Als het zover is, wil ik haar naar de hemel helpen.”

Beertje (1), dwerghamster, HelmersbuurtBeeld Isabella Rozendaal

Beertje (1)

Yannick Bouillis was meteen heel hecht met Beertje. Ze was eigenlijk een cadeau voor zijn zoon Leonard (12), maar die was binnen een paar weken op haar uitgekeken. Bouillis leerde een hamsterhok bouwen via een Frans YouTube-kanaal. “Je moet proberen zo’n dier te begrijpen, en hun ritme aanvoelen. Ik vind het eigenlijk verdrietig, een huisdier in een kooi. Bij ons loopt ze vaak vrij rond, en ze heeft ook een holletje onder de vloer, een soort vakantiehuisje bij de muizen. Maar ze komt altijd weer terug.”

Sophie (10), Foxterriër, ZuidoostBeeld Isabella Rozendaal

Sophie (10)

Dierenartsassistent Carla van Herrewaarden heeft een zwak voor foxterriërs, pittige hondjes met veel energie. “Ze zijn zo eigenwijs, het zijn net katten. Ik heb Sophie niet gekozen, zij koos mij. Toen ik haar ontmoette, in het nest, was ze een kleine stuiterbal. Maar toen ik naar haar keek, was ze stil en keek me aan, kwispelend. “Sophie mag altijd mee naar het werk. Anders had ik nooit een hond genomen. Ze vindt het alleen niet leuk als ik met een andere hond bezig ben. Dan zit ze te piepen totdat de patiënt weer weg is.”

Tattoo (9), Peruaanse naakthond, Bos en LommerBeeld Isabella Rozendaal

Tattoo (9)

De Peruaanse naakthond is een primitief haarloos ras, dat bekendstaat als eigenwijs en wantrouwend. Zelfs andere honden vinden ze een beetje vreemd. “Maar Tattoo is ook erg zorgzaam,” zegt Claartje Lindhout. “Als ik ziek ben, blijft hij de hele tijd bij me.” Deze oerhonden worden ook wel als heilig gezien. “Ik heb van een sjamaan gehoord dat ze je naar de andere wereld helpen. Toen mijn vader op zijn sterfbed lag, bleef Tattoo aan zijn zijde. Nadat hij overleden was, wilde hij niet weg bij het lichaam totdat het ijskoud was.”

Chester (8), Huiskat, De Pijp.Beeld Isabella Rozendaal

Chester (8)

Ruth van Dijken heeft twee katten: Chester en Max (8), geen broertjes. Ze kunnen het uitstekend met elkaar vinden. “Ze zijn heel sensitief. Als ze iemand niet aardig vinden, weet ik dat het geen goed volk is. Het zijn zielen net als wij, dus ik praat veel met ze. Je moet ook even zeggen wie je bent en wat je komt doen. Dingen als: ‘Ga zitten, ik kom zo,’ snappen ze goed. De dierenarts geloofde me niet, maar toen hij uitlegde wat hij ging doen, lieten ze alles toe.”

Wolfie (1), Terriërmix, de Jordaan.Beeld Isabella Rozendaal

Wolfie (1)

Inge Gooskens omschrijft zichzelf als een hypochonder als het om Wolfie gaat, want bij het minste of geringste gaat ze met hem naar de dierenarts. “We hebben flink gebruik gemaakt van de hondenverzekering. Het gaat nu goed, maar toen we hem adopteerden had hij gedragsproblemen en een opgezette buik van de wormen. Een hond is een hele verantwoordelijkheid, maar dat heeft de relatie met mijn vriend wel goed gedaan. Je moet toch betere afspraken maken samen. Eerst deden we maar wat. Wolfie voelt echt als ons kindje.”

Red (1), Panterkameleon, Rivierenbuurt. Beeld Isabella Rozendaal

Red (1)

Max Diemen (9) wilde eigenlijk een hond of een kat, maar zijn ouders werken allebei en vonden dat geen goed idee. Dus koos Max voor de verkleurende kameleon. Ze wonen niet ver van een exotische dierenwinkel, en dat blijkt erg handig. “Vaak staan mensen er niet bij stil dat je het voer niet bij de supermarkt kunt krijgen, en dat niet elke dierenarts een kameleon kan helpen,” zegt zijn moeder Alice Westera. “Mensen vinden Red altijd heel leuk, maar je moet ook tegen de kevers en krekels ­kunnen.”

G (9), Heilige Birmaan-mix, Spaarndammerbuurt.Beeld Isabella Rozendaal

G (9)

Toen Anne Claire de Breij haar eerste huisdier in huis kreeg, kon ze bijna niet geloven dat het waar was. “Het was de gelukkigste dag van mijn leven. G was het allerschattigste katje dat ik ooit gezien had!” Maar zijn pluizige uiterlijk had een prijs. “Ik had hoog zwart tapijt, dat al gauw grijs zag van het kattenhaar. Het was niet weg te stofzuigen en al onze kleren zaten onder. In ons nieuwe huis hebben we vloeren van hout en glas laten leggen, en zwarte kleren dragen we allang niet meer.”

Sumi (2), Maltipoo (maltezer-poedelmix), Oost.Beeld Isabella Rozendaal

Sumi (2)

In Japan voelde kledingontwerper en instagrammer Cécile Loreen zich meer begrepen dan hier. “Ik hou van roze, maar op de designopleiding vonden ze dat niks. Waarom moet alles altijd zo normaal? Mensen zouden dingen die anders zijn meer moeten accepteren. In Japan zag ik voor het eerst een toypoedel, mijn droomhond. Hij past zo goed bij me, zelfs de huid in zijn oortjes is roze. Sumi lijkt op een toypoedel, is een makkelijke, lieve hond en superfit. Hij vindt het leuk als ik kleren voor hem maak, en wil altijd bij me zijn als ik werk.”

Bowie (4), gewone tenrek, IJsselbuurt.Beeld Isabella Rozendaal

Bowie (4)

Bente van Flierenburg houdt tenreks: primitieve zoogdiertjes uit Madagaskar. “Bowie is een gewone tenrek, die hebben ruw haar en een kont als een kokosnoot. Ik heb ook een egeltenrek, die lijkt meer op een egeltje, maar ze zijn meer verwant aan de olifant. Het zijn exotische dieren, daar komt veel bij kijken. Ik lees wetenschappelijke artikelen en onderzoek waar ze vandaan komen om ze goed te kunnen verzorgen. Bowie wil geen gezelschap, houdt een onverstoorbare winterslaap en ik hou haar in vochtige aarde in een terrarium in huis, zodat ze naar wormen kan wroeten.”

Rico (12), Huiskat, Tuindorp Nieuwendam.Beeld Isabella Rozendaal

Rico (12)

Op vakantie in Spanje heeft Elza Jo Tratlehner de graatmagere Rico van de straat gered. “Anders had ik ook nooit een huisdier genomen. Het is toch raar om voor je plezier een raskat te kopen en gevangen te houden. Het was best lastig om met mij op 40 m2 te leven. Hij heeft me aangevallen, hing met zijn nagels in mijn nek. We hebben antidepressiva geprobeerd en een kattenpsycholoog. Die leerde me dat ik niet zo lief moet zijn. Nu wonen we groter en kan hij buiten met andere katten vechten, dus het gaat stukken beter!”

Hughie (8 maanden), Parson Rusel Terriër, NoordBeeld Isabella Rozendaal

Hughie (8 maanden)

Kookboekenschrijver Yvette van Boven heeft al dertig jaar honden: “Hughie is de heftigste ooit. Hij is zachtaardig, maar onzeker en hij kan niet tegen alleen zijn. Als we weggaan, gaat hij huilen, schreeuwen en blaffen. Hij is een kauwer en een sloper, dus we hebben alles zo hoog gelegd dat hij er niet bij kan. Hughie heeft het snel warm dus dekentjes en kussens wil hij niet. Het liefst ligt hij in nat gras. En van knuffelen moet hij niks hebben. Op de hondenshow heeft hij laatst wel de prijs van ‘liefste pup onder twaalf maanden’ gewonnen!”

Caligula (1,5), Bruine rat, Spaarndammerbuurt.Beeld Isabella Rozendaal

Caligula (1,5)

Kiki Kranendonk studeert geschiedenis en heeft haar ratten Caligula en Nero genoemd. “Naar twee van de wreedste Romeinse keizers. Ze waren naar, maar zijn in de geschiedenis ook ongelooflijk zwartgemaakt, net als ratten.” Kranendonk heeft altijd ratten gehad: “Caligula is mijn 24ste, het zijn echt de leukste huisdieren! Het enige nadeel is dat ze alles stuk knagen. Maar ze zijn speels en ontzettend slim. Er was eens iemand die zijn rat had geleerd sigaretten voor hem uit het pakje te apporteren. Dat kan Caligula niet, maar hij kan wel een pootje geven.”

Moos (6 maanden), Thai, Da Costabuurt.Beeld Isabella Rozendaal

Moos (6 maanden)

Negen maanden geleden werd Olga Katz moeder van een tweeling en besloot daarna er ook een kat bij te nemen: Moos. “Ik dacht: waar ben ik aan begonnen! Je neemt toch een halfwild dier in huis. Ik heb net zulke moedergevoelens voor hem als voor de jongens. Ik voelde me zo verantwoordelijk dat ik een katten­opvoedboek heb gekocht en alle adviezen heb opgevolgd. Ik pakte hem niet op en keek hem niet direct aan. Maar Moos is heel communicatief. Hij komt met zijn pootjes tegen me aanstaan, en wil per se opgepakt worden. Soms vraag ik me weleens af of ik te veel van mijn kat hou.” 

Abbey (2), Berner Sennen, De Pijp.Beeld Isabella Rozendaal

Abbey (2)

Esther en Guido Lof hebben twee volgroeide Berner Sennenhonden: Noah en haar dochter Abbey, van zestig en vijftig kilo. “Het zijn ontzettend lieve honden, maar wel waaks,” zegt Esther. “Op straat jutten ze elkaar op. Abbey gaat graag achter kleine hondjes aan, dus we moeten haar goed in de gaten houden. Ik kan ze niet allebei tegelijk uitlaten: als die twee achter een duif aangaan, hou ik het niet.” Echt functioneel is dat waakzame karakter niet. “Als er een inbreker zou komen, heb je goede kans dat ze erbij op schoot gaan zitten.”

Peach (5), Agapornis, IJburg.Beeld Isabella Rozendaal

Peach (5)

Abel Bouwman (13) gaat elke dag in de dierenwinkel kijken. Hij heeft vissen en vogels en zou wel meer dieren willen, maar zijn moeder, Jakomijn Bot, vindt het zo genoeg. “Abel verzorgt de dieren goed, maar de vogels mogen de keuken niet meer in. Ze zingen niet echt, het is meer gillen.”

“Ja, mama vindt het veel herrie. Als je tegen ze praat gaan ze nog harder gillen. Ze grommen ook als ze iets niet leuk vinden. En ze kunnen echt hard bijten, soms zelfs totdat het gaat bloeden. Maar ze zijn wel heel slim!”

Lizzy (7), Brits korthaar, Oud-West.Beeld Isabella Rozendaal

Lizzy (7)

“Ik heb altijd katten geadopteerd,” zegt Brenda Rangel. “Lizzy komt van een fokkerij (haar officiële naam is Fairytale von Ostseestern), maar mijn theorie is dat ze geen fokpoes wilde zijn. Ze heeft haar tweede nestje kittens verstoten, toen moesten ze haar wel wegdoen. Ze is eigenzinnig, zit vaak met haar rug naar me toe, maar komt ’s nachts met haar 6 kilo bovenop me liggen. Ze wil geaaid worden, maar alleen eventjes. Het past wel bij mij: met mensen heb ik ook voorkeur voor de diepgang van getroebleerde karakters.”

Bobbie (3), labrador, De Baarsjes.Beeld Isabella Rozendaal

Bobbie (3)

Bobbie is een gewone labrador, die van zwemmen en spelen met ballen houdt, en graag eten steelt als Charlotte Bouwman even niet kijkt. Maar voor haar is hij ook een hulphond, die haar helpt met haar psychische problemen om te gaan. Bobbie heeft al veel betekend voor Bouwman: “Ik knuffelde nooit iemand, maar sinds ik hem heb, wil ik de hele tijd knuffelen. Dankzij hem kom ik in contact met mensen, en hij geeft me structuur en verantwoordelijkheid. Ik kan niet opgeven, want Bobbie is er.”

Freddy (3), fret, De Pijp.Beeld Isabella Rozendaal

Freddy (3)

Alex Heusden kan alle bezwaren tegen fretten zo onderuithalen. “Mensen denken dat ze bijten en stinken, maar toen Freddy gecastreerd was ging alle onrust er uit en stonk hij ook niet meer. Daarvoor was hij af en toe heftig. Maar het speelse blijft tot ze doodgaan. Als we thuiskomen, maakt hij van blijdschap een salto. Er is één ding wel lastig: ze ontsnappen. Fretten zijn pathologisch nieuwsgierig. Hij is een keer van tweehoog uit het raam gevallen en een stuk van zijn tand kwijtgeraakt. Sindsdien is hij wel voorzichtiger.”

Jess (4), huiskat, Centrum.Beeld Isabella Rozendaal

Jess (4)

Jess is werkzaam als muizen-vanger in een studentenhuis van SV Cyclades, en de lieveling van de constant wisselende bewoners van het grachtenpand. “We hebben haar uit het asiel. Ze jaagt wel, maar ze speelt meer met de muizen dan dat ze ze opeet,” zegt Robin Kissels. “Ze heeft er één keer een opgegeten, en meteen weer uitgespuugd. Ik kwam van een feestje en zag overal stukken muis liggen. Ik stond om vier uur ’s ochtends dronken de bloedvlekken uit het tapijt te schrobben. En vond haar even niet meer zo lief.”

George (2), Australische herder, Centrum.Beeld Isabella Rozendaal

George (2)

“We waren op zoek naar het type klittenbandhond, en dat is George geworden,” vertelt Jonathan Lasenby. “Hij wil altijd aandacht.” George is een typische herdershond: nieuwsgierig, slim en actief. “Hij is onvermoeibaar. We zijn een keer drie uur gaan wandelen, en daarna ging hij nog vier uur met de uitlaatservice mee en nog was hij niet moe! Het enige wat hem uitput, zijn brain games. Verstoppertje, spoorzoeken, dat soort dingen. Je moet constant iets voor hem verzinnen. Rust is er niet bij.”

Mega Muis (3), Teddy dwergkonijn, de WallenBeeld Isabella Rozendaal

Mega Muis (3)

“Het is hier soms net een dierenopvang,” zegt Diederick van der Lee. “Mijn vriendin vond Mega Muis op Marktplaats. De fokker deed hem weg omdat hij te groot was voor een dwergkonijn. Hij bleek bang voor alles. Hij wordt rustig als ik tegen hem praat, maar als ik de kamer uitga en terugkom, lijkt het of hij me vergeten is en is hij weer doodsbang. Het duurde een hele tijd om hem aan de andere konijnen te laten wennen. Opa, die half zo groot is, sloeg hem continu in elkaar. Inmiddels gaat het beter, maar hij blijft een zorgenkind.”

Beer (4), shar-pei, Staatsliedenbuurt.Beeld Isabella Rozendaal

Beer (4)

“Shar-peis, met hun geplooide huid en blauwe tong, zijn een ongebruikelijk ras. Ze werden eeuwen geleden in China gefokt om dienst te doen als waakhond. Moderne shar-peis zijn nog steeds schuchter naar vreemden en zijn eigenzinnig. “We hebben de puppycursus gedaan, maar zijn niet geslaagd. Echt kansloos.” Stefan Loeffen vindt dat geen probleem: hij heeft bewust voor deze hond gekozen. “Kijk nou, dat koppie! Hij is lief en aanhankelijk, het liefst gaat hij met me mee naar de kroeg. Hij blaft, maar er zit geen kwaad bloed in.”

De Rooie (1)Beeld Isabella Rozendaal

De Rooie (1)

“Ze is opgegroeid op een boerderij, volgens mij is ze daardoor niet zo knuffelig. Dat vind ik wel jammer,” zegt Annemarieke Weber. Maar haar ‘actieve, intelligente persoonlijkheid’ maakt een hoop goed. “Ze heeft karakter, zo’n duffe kat hoef ik niet. En ze kan trucjes: high fives, en ze heeft geleerd om te bellen voor haar lunch – een grote hit op Instagram.” De Rooie inspireert Weber zo dat ze haar muze is geworden. “Schrijven is mijn vak en dat doe ik het liefst over haar. Over mezelf schrijven vind ik niks. Haar personage geeft me vrijheid.”

Patrijs (4), Cochinkriel, KadoelenBeeld Isabella Rozendaal

Fotograaf Maurice Scheltens nam kippen om wat leven in de tuin te brengen. “Een tuin-architect vertelde me dat ze de eitjes van de slakken opeten, en raadde me aan om kleinere krielkippen te nemen omdat die de grond niet zo omwoelen als de grote cochins. Maar ze ploegen de tuin gewoon om. Het zijn wel leuke huisdieren, heel sociaal ook. Als ik in de tuin sta, zitten ze allemaal om de schoffel heen te scharrelen. Patrijs is het makst van allemaal, die komt zelfs op mijn bureau zitten in de fotostudio.”

Rosa (4) Schapendoes, NoordermarktBeeld Isabella Rozendaal

Elke ochtend zijn Mireille en haar hond Rosa op de Noordermarkt te vinden. “Het is een ritueel. Ik pak er een geestelijk boek bij en kom helemaal in de flow.” Rosa is niet aangelijnd, maar blijft in de buurt. “Sinds ze doof is, is ze meer op mij gericht. Eigenlijk is onze band nog hechter geworden.” Het is een komen en gaan van mensen met honden die Mireille en Rosa begroeten. Ze heeft een druk plekje gekozen voor haar ochtendmeditatie. “Je kan wel in een park gaan zitten, maar dan neem je toch jezelf mee. De stilte is ook hier.”

Laurie (6), Heilige Birmaan, Rivierenbuurt.Beeld Isabella Rozendaal

“Toen ik acht was, kregen we onze eerste twee Heilige Birmanen,” zegt Koen Reerink (18). “Later wilden mijn zusje en ik heel graag nog een broertje of zusje erbij, maar in plaats daarvan kregen we onze eigen poes: Laurie. We noemen haar ook wel ‘de aannemer’, want als iemand in huis aan het boren, verven of een andere klus aan het doen is, komt ze er altijd bij zitten. En ze is vreselijk lief. Als ik verdrietig ben, omdat ik bijvoorbeeld een slecht cijfer heb, komt ze altijd even kijken hoe het met me gaat.”

Miss Ambulia (8), postduif, Vogelbuurt.Beeld Isabella Rozendaal

Dennis van den Burg zat in de schulden en moest zijn kampioensduif verkopen om zijn dierenzaak Ambulia te behouden. Als hij vertelt hoe het voelde, wanneer zijn duif aan kwam vliegen na zo’n wedstrijd van 1500 kilometer, staat het kippenvel hem op de armen. Twee jaar later kon hij Miss Ambulia terugkopen. “Wedstrijden vliegen kan niet meer, maar ik heb haar teruggekocht vanwege de sentimentele waarde. En we waren net op tijd! Haar eigenaar bleek ongeneeslijk ziek en heeft weken later alle duiven naar de poelier gedaan.”

Lion (6), Maine Coon mix, De Baarsjes.Beeld Isabella Rozendaal

Elke zomer scheert Abigail Byrne de vacht van Lion kort. “Dat is niet eenvoudig, want hij vindt het heel onaangenaam. We moesten het scheren eerst in fases doen, en met zijn tweeën. Maar inmiddels lukt het ook alleen.” Sommige mensen beschuldigen Byrne van wreedheid als ze de geschoren kat zien, maar dat deert haar niet. “Als er een hittegolf is, kan het hier binnen wel dertig graden worden. Dan ligt hij te hijgen als een hond. Na het scheren is hij vrolijk en wil hij naar buiten, in plaats van alleen maar binnen in de schaduw liggen.”

Miipi (2), Devon Rex, Betondorp.Beeld Isabella Rozendaal

“Miipi is een lieve poes, en ontzettend aanhankelijk. Ze staat altijd in het middelpunt van de belangstelling, dus een tweede kat nemen we er niet bij.” Voor Moniek Sam en Hans de Bakker is hun kat Miipi een volwaardige levensgezel. “Als je een kat neemt, krijg je meer dan een huisdier: je krijgt er een ziel bij in huis. Een ziel net als wij, maar dan in een andere verpakking. En je hoeft ze niks te vertellen, want ze hebben alles door. Ze zijn hier met één doel: ons mensen duidelijk maken waar we mee bezig zijn.”

Lola (5), Australische herder, Centrum.Beeld Isabella Rozendaal

Carina Lange koos een Australische herder omdat ze bekend staan als intelligente, atletische honden. Lola liet zich dan ook goed trainen. “De meeste honden moeten even wennen aan zo’n paddleboard, maar zij sprong er meteen op. Ze is overal goed in: agility, speuren, alles. En dan geeft iedereen haar ook nog aandacht omdat ze zo mooi is. Als puppy was het nog erger, zo fluffy als ze toen was... Als je haar karakter zou moeten omschrijven in één woord? Arrogant,” zegt Lange en lacht.

Big Mama (2), Sierkip, Buiksloterham.Beeld Isabella Rozendaal

Kippen zijn efficiënte beesten: ze eten restjes en leggen vervolgens heerlijke eieren. Eelko Schram pakt het helemaal handig aan. “Ik bestel ’s avonds vaak eten bij een restaurant, en dat kan ik in eieren betalen. De eigenaar geeft dan restjes mee uit het restaurant, sla enzo, en dat gaat weer het kippenhok in.” Wat voor een ras de kip is, weet Schram niet en doet er voor hem niet toe. “Ik heb ze bewust geen namen gegeven, daar zouden de kinderen alleen maar over ruziën. Deze heet stiekem toch Big Mama.”

Fitz (4), Huiskat, Rivierenbuurt.Beeld Isabella Rozendaal

“We zaten ooit buiten onder het raam en Fitz wilde zo graag bij ons zijn, dat hij helemaal uit het raam hing.” Sindsdien laat Sophie Schra haar kat met een mandje naar beneden en takelt ze hem op als hij weer naar binnen wil. Het was niet moeilijk om hem dit aan te leren. “Die kleertjes vindt hij ook prima. Fitz is anders dan alle katten die ik ooit gehad heb. Hij is net een mens, kijkt je ook echt aan. Hij was als kitten ook al zo. Toen gingen we vaak met hem wandelen en had hij een harnasje om. Het boeit hem allemaal niks.”

Jill (6) Duitse herder, Van der Pekbuurt.Beeld Isabella Rozendaal

“Toen mijn vrouw stopte met werken, hadden we eindelijk tijd voor een hond,” zegt Peter van Zadelhoff. “Een hond acht uur alleen laten als je gaat werken, dat is niet goed. Wij wandelen elke dag twee keer een uur, één keer een halfuur en we doen nog een wandeling van een kwartier.” Maar zoals veel Duitse herders, die gefokt worden op een aflopend silhouet met lage heupen, heeft Jill elleboog­dysplasie. “Het valt nu nog mee, maar als ze pijn heeft, moeten we toch minder gaan lopen.” 

Cammie (2,5 jaar), Siberische hamster, Amsteldorp.Beeld Isabella Rozendaal

Net als elke gezonde hamster propt Cammie zijn wangzakken vol met al het eten dat je hem voorschotelt. Maar Cammie werd te dik, en moest naar de dokter. “Sinds een paar maanden wordt hij steeds dikker, terwijl hij niet meer eet dan anders,” zegt Nathalie Hamersma. “De dierenarts zei: ‘Dit is de dikste hamster die ik ooit heb gezien!’” Het overgewicht blijkt geen vet te zijn, maar een makkelijk te behandelen galaandoening. “Het is niet levensbedreigend. En gelukkig heeft hij er geen last van.”

Ollie (10), Maltezer mix, Het Twiske.Beeld Isabella Rozendaal

“Toen ik Ollie adopteerde, had hij diverse oude breuken in zijn poot, en was het beter dat het pootje eraf ging,” zegt Mieke van Ballegooijen. “Om hem goed te leren lopen, moesten we zijn buik- en rugspieren extra trainen. We begonnen met hardlopen, en toen ontdekten we canicross.” Canicross is een sport waarbij de hond het baasje voorttrekt. “We deden jaren aan wedstrijden mee: vond Ollie leuk, want hij wil publiek! Inmiddels is hij wat ouder en houdt hij de lange afstanden niet meer vol. Maar hij rent me er nog steeds uit.”

Tommy (12), huiskat, Weesp.Beeld Isabella Rozendaal

Niek Roozen en zijn vrouw Hanneke hebben in Weesp hun droom verwezenlijkt. Op een ­terrein (gedeeld met twee andere stellen) hebben ze gezamenlijk een tuin ingericht, waar ze wonen, hun landschapsarchitectenbureau hebben en huisdieren houden. Kippen, schapen en twee katten. “Tommy loopt als een hondje achter ons aan. We gaan best vaak op reis, en hij weet al dat we weggaan als we onze koffers inpakken. Als hij stress heeft, sabbelt hij op zijn staart als een kind aan zijn duim.”

El Chapo (2), ras onbekend, Centrum.Beeld Isabella Rozendaal

Een collega van Mariska Cornelis had ooit laten vallen dat hij zo graag een kantoorpup zou willen. Toen ze met het hele bedrijf aan surprises deden, kreeg hij geen pup, maar een konijn in een hondenhok. “Hij schrok heel erg! We hadden bedacht dat als het niet goed zou gaan, we El Chapo weer op Marktplaats zouden zetten. Maar hij was al gauw op zijn gemak. We hebben een schema om hem te voeren, dat doen we met z’n allen, en gelukkig kauwt hij niet op kabels. Inmiddels is iedereen is verliefd op hem. Als een collega gestrest is, houdt die El Chapo gewoon een tijdje vast – dat helpt.”

Ida (10), Duitse dog, Centrum.Beeld Isabella Rozendaal

Kris von Stedingk heeft een zwak voor grote hondenrassen, vanwege hun rustige, zachtaardige karakter. “Ida is doodsbang voor vuurwerk, vlucht meteen naar de badkamer. Maar vlak voor oud en nieuw kregen we een baby en in plaats van te vluchten, ging ze bij de baby liggen.” Dit soort grote rassen hebben genetische aanleg voor allerlei aandoeningen. Ida verloor zes jaar geleden haar poot aan kanker. “De amputatie deerde haar niet – Ida was dezelfde dag nog op de been. Ze is alleen wel grijs geworden na zes maanden chemotherapie.”

Bella (15), Oosters korthaar, Amstelveen.Beeld Isabella Rozendaal

Olga Groeneveld houdt van een levendig huis, vol bloemen en planten. “En een leven zonder katten kan ik me niet voorstellen. Ik moet alleen uitkijken als ik rozen in huis haal, want Bella is er gek op en als ze de blaadjes eet, moet ze overgeven. Van kattengras moet ze dan weer niks hebben.” Bella’s maatje Lily, ook een Oosters korthaar, overleed in augustus en sindsdien is Bella ontzettend op Groeneveld gericht. “Ze zit constant bij me te klauwen. Maar ik wil ook geen jonge poes in huis halen, want dat lijkt me zo heftig voor haar.”

Syrische hamster Pluisje (7 maanden), Centrum.Beeld Isabella Rozendaal

Volgens Louise Slager is een hamster een goed huisdier, want: “Voor een hamster hoef je niet zo veel geld te betalen als voor een paard.” Zodra Louise wakker is, gaat ze naar de hamster toe - die is dan nog nét wakker. De rest van de dag brengt hij slapend door. Pluisje was een cadeau voor haar zevende verjaardag; een fijne verrassing, want de hamster blijkt goed gezelschap. “Pluisje houdt van spelen en ze bijt nooit. Behalve één keer in mijn teen, omdat ze dacht dat dat een pinda was.”

Tecket Jet (6), Oosterparkbuurt.Beeld Isabella Rozendaal

Maureen Steenks en haar teckel Jet verhuisden van het Haagse strand naar het Oosterpark in Amsterdam. Het park maakte de overgang makkelijker voor de hond, maar heeft ook nadelen. “Zolang ik een bal bij me heb, kan ik haar bezighouden, maar zonder bal gaat ze van alles eten,” zegt Steenks. “Er zitten hier veel junks in de portieken - er is in onze straat totaal geen toezicht. Op een dag heeft ze poep gegeten en na een uur was ze helemaal uit haar plaat. We belden meteen de spoedeisende hulp. Gelukkig is het goed afgelopen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden