PlusExclusief

Dierenarts Joyce Hofman (41): ‘Mensen vinden het bizar dat dieren genezen veel geld kost’

null Beeld Lin Woldendorp
Beeld Lin Woldendorp

Een aap met één arm, een kat met drie poten en een vogel nam ze al mee naar huis, omdat niemand anders het deed. Dierenarts Joyce Hofman (41) heeft een enorm hart voor dieren. En voor hun baasjes, mits ze niet klagen over kosten.

Lorianne van Gelder

In de operatiekamer ligt een zwart lijfje roerloos op een grote roestvrijstalen tafel. Het is een kat, volledig onder narcose. De dierenarts van dienst brengt een beademingsslangetje in en verplaatst het beestje daarna voorzichtig naar de operatieruimte.

Joyce Hofman (41), dierenarts en eigenaar van drie dierenklinieken, loopt binnen terwijl de operatie gaande is. “Deze kat krijgt een penisamputatie,” zegt ze droogjes. En ze begint een uitleg over de piemel van katers, hoe die eigenlijk te smal is, waardoor ze vaak steentjes in de plasbuis krijgen. Soms gaat dat zo regelmatig ontsteken dat de penis eraf moet.

Een ruimte verder liggen drie katers in hokjes boven elkaar hun roes uit te slapen. “Die zijn gewoon gecastreerd. En eentje heeft net een paar tanden laten trekken.” Daarna leidt ze haar bezoek naar de echokamer.

Het is vervolgens even zoeken naar een goede ruimte om te praten, want het is druk in Joyce Hofman Dierenklinieken aan de Middenweg, waar vooral veel honden en katten worden behandeld, maar ook, zoals laatst, een krokodilstaarthagedis, een papegaai, een tenrek – een bijzondere egelachtige ter grootte van een poes uit Madagascar.

In praktijkruimte 1 en 2 zijn dieren­artsen met consulten bezig, in het lab zijn twee assistenten in de weer met onderzoekjes. Aan alle muren hangen portret­foto’s van kloeke katten, honden, papegaaien en egels. Hofman noemt het haar ‘wall of fame’. “De meeste van die ­dieren kennen we goed en hebben we al jaren als patiënt.” Zesduizend klanten helpen ze per jaar.

Uiteindelijk blijkt de enige plek die niet bezet is een kamertje achterin met twee stoelen en een tafeltje, een stapel dekens in de vensterbank. Op een kastje staan felgekleurde vloeistoffen. Het is de euthanasiekamer, de meest verdrietige van de hele kliniek. De tissues staan klaar op een tafeltje.

Doet het u nog wat om een dier te laten inslapen?

“Ik laat dieren alleen inslapen als ik ervan overtuigd ben dat het voor het dier het beste is. Ik weet niet hoe het voor een dier is na de dood, maar ik kan me voorstellen dat als ze een leuk leven hebben gehad en ze worden daarna geëuthanaseerd, dat het voor het dier misschien niet eens zo erg is. Ik zie wel hoe verdrietig het kan zijn voor de eigenaren. Dat raakt me altijd erg.”

null Beeld Lin Woldendorp
Beeld Lin Woldendorp

Hofman was vier, ging met de hond naar de dierenarts en wist toen: ik wil dit ook. Veel kinderen roepen dat ze dierenarts willen worden, maar Hofman is nooit meer van het idee afgestapt. Haar ouders, nuchtere Rotterdammers en grote dierenliefhebbers, vroegen nog: ‘Weet je het zeker? Dan moet je eerst maar eens vwo halen.’ “Mijn vader is op zijn veertiende van school gegaan, mijn moeder was zwem­onderwijzeres. Studeren zat niet echt in de familie.” Maar Hofman zette alles op alles, ging voor de hoogste cijfers en herkanste zelfs haar examen natuurkunde om gemiddeld een 8 te staan zodat ze niet zou hoeven te loten. Zo begon ze aan de studie diergeneeskunde in Utrecht.

Een goede vriendin van u zei dat u nogal een vreemde eend in de bijt was op die opleiding.

“Ik was in die tijd heel alternatief. Ik had dreadlocks, dan weer paars, dan weer blauw. Ik had een piercing, zat in een bandje – waarin ik heel slecht gitaar speelde. En toen ging ik diergeneeskunde studeren en schrok ik een beetje. Studenten diergeneeskunde zijn vaak of mensen die van een boerenbedrijf komen of mensen die uit gezinnen komen waar ouders huisarts of tandarts zijn. En ze waren dan nog lid van een studentenvereniging ook.”

“Niet alleen bij de studie was ik een alternatieveling, onder mijn vrienden was ik ook apart, want zij zitten ongeveer allemaal in de culturele sector. En dan kwam ik weer thuis onder het bloed, vers uit een snijzaal of een stal. Na een paar jaar diergeneeskunde, waar alles heel serieus was, ben ik er filmwetenschap bij gaan doen, en daar voelde ik me thuis. Maar uiteindelijk ontdekte ik dat ik toch echt dierenarts wilde worden. Het is een geweldig beroep: je hebt een academische studie gedaan en bent toch veel met je handen bezig.”

Uw collega Lenny van Bergen vertelde dat dieren twintig jaar geleden gewoon met een poedertje of pilletje naar huis werden gestuurd. Maar u liet net röntgenfoto’s zien, een heel laboratorium.

“Dat is een moeilijke punt van ons vak op dit moment. Het heeft zich zo bizar snel ontwikkeld. Ik ben nu veertien jaar bezig, en toen ik begon waren dierenartsen heel anders en diereneigenaren ook. We hadden een simpel operatiekamertje en veertig medicijnen in de kast. Maar nu is er zo veel meer mogelijk. Het heeft ook te maken met de grote ketens die naar Nederland zijn gekomen en heel veel konden investeren. Het niveau is daardoor enorm opgetrokken.”

“Als zelfstandige kliniek is dat een ­uitdaging. Ik moet ook kunnen wat zij kunnen, anders komt er niemand meer naar ons toe. Wij moeten ook onwijs investeren in dure apparatuur, in opleiding van dierenartsen. Als een dierenarts net van de studie komt, kan die nog geen penis­operatie of kruisbandchirurgie uitvoeren. Dus ik stuur ze op cursus, en ik koop een echoapparaat van 50.000 euro. Waarom je 150 euro betaalt voor een echo van een hond? We moeten groot zijn om dit allemaal te kunnen, maar het moet ook worden betaald.”

null Beeld Lin Woldendorp
Beeld Lin Woldendorp

Begin over geld en Hofman steekt van wal. Een van haar grootste frustraties is dat alle dierenbaasjes klagen over de financiën. Duur! Maar weet dan dit: dierenarts is het slechtst betaalde beroep in de medische wereld. Beginnend dierenartsen krijgen 20 euro per uur, assistenten verdienen met 12 euro per uur zelfs minder dan 21-jarigen bij Albert Heijn.

Hoe komt het dat de baasjes zo klagen over de kosten?

“Mensen stellen ons gelijk aan hart­chirurgen. En ze zijn niet gewend om medische kosten te betalen. De meeste mensen hebben een zorgverzekering voor hun eigen ziektekosten, maar ze ­denken niet aan een verzekering voor hun huisdier. We hebben met zijn allen een systeem gebouwd zodat er van alles kan. Ze zien dat het kan, ze verwachten het ook, ze vinden het een recht. Het is ­bijna mensengeneeskunde geworden. Maar het kost dus veel geld. En dat vinden mensen bizar. Tegelijkertijd kunnen we ook niet meer terug. Omdat we het allemaal kunnen, is het voor ons raar zieke dieren niet te helpen.”

“Door de kosten is diergeneeskunde extreem ongelijk. De een wil zijn kat met een gebroken poot uit geldgebrek euthanaseren, de ander stuurt zijn kat naar de orthopeed, waar dat bot voor 4000 euro weer in elkaar wordt gezet. We moeten ergens een ondergrens trekken – anders komen wij ook in geldnood. Maar ik ben er ook niet senang mee als iemand met een aangereden hond komt aanzetten en zegt: laat maar inslapen. Wat we soms doen, is dat het baasje afstand doet en we de hond toch oplappen en naar een asiel brengen.”

Of u neemt ze zelf mee naar huis.

“Ja dat doet ik ook,” zegt ze lachend.

Uw vriend somde op: een aap met één arm, een kat met drie poten, vogels, een hond uit Suriname.

“Ze vertrekken meestal ook weer hoor. Ik heb bijvoorbeeld net een kat binnen gehad die naar beneden was gevallen. Poot gebroken, blaas gescheurd. We konden de eigenaren niet vinden, want hij was niet gechipt. We hebben hem geopereerd, poot geamputeerd, blaas gerepareerd. Het kostte officieel 1700 euro. Uiteindelijk vonden we de eigenaar, maar die had geen geld. Hij heeft afstand gedaan en ik heb de kat mee naar huis genomen in de hoop dat mijn vriend, die allergisch is voor katten, het zou trekken. Toen hij op een gegeven moment zes prednison op een dag nodig had, hebben we het dier toch maar naar vrienden van een collega gebracht.”

Waarom houdt u zo van dieren?

“Ik denk niet eens dat ik meer dierenliefde heb dan de gemiddelde mens, maar ik vind de relatie tussen mens en dier heel vet. Ik vind het tof dat op zo’n planeet die is overgenomen door mensen, er een paar dieren zijn – de hond is daar het ultieme voorbeeld van – die na de mens de meest succesvolle soort worden. Die mag naar nagelstudio’s en trimsalons.”

“Als mensen hebben we kennelijk de behoefte om een relatie met een andere soort aan te gaan. En het is wederkerig. Honden kiezen liever de aanwezigheid van een mens dan een andere hond. Ze ruiken ons verdriet, onze angst, onze blijdschap. Ze kunnen op ons anticiperen. Dat is mijn fascinatie voor dit werk. Ik weet hoe belangrijk dieren zijn voor mensen, ik vind het heel fijn om mensen zo te helpen. Mijn werk gaat bijna meer over mensen dan over dieren.”

null Beeld Lin Woldendorp
Beeld Lin Woldendorp

Een dwergkeeshond waarbij net bloed is afgenomen, waarna het wondje bleef bloeden, wordt de kamer binnengebracht. Het beestje wordt later opgehaald, dus komt even bij Hofman op schoot zitten. Deze hond is gedwee, maar het is vaak best een strijd. Ook dieren houden niet van naar de dokter gaan. “We worden regelmatig gebeten door katten of honden.” Ze laat een litteken op haar arm zien: een beet van een Duitse herder.

Is dat nog gevaarlijk?

“Voor tetanus of hondsdolheid hoef je niet bang te zijn, maar het kan wel gaan ontsteken. Hoe sneller je dan antibiotica neemt, hoe minder bacteriën zich kunnen vermenigvuldigen. Dus pak ik hier gewoon vast antibiotica. Het heeft dan wel een vleessmaakje, maar dan gaat het niet ontsteken.”

U krijgt hier vooral honden en katten binnen. Komen er ook exotische dieren op consult?

“Er komen hier vogels, egels, reptielen. We hebben dierenarts Sara, die vroeger bij Artis werkte. Zij is gespecialiseerd in knaagdieren, vogels en reptielen. Laatst moest ze een krokodilstaarthagedis opereren, voor haar was dat ook nieuw. De hartslag is bij zo’n dier door de anesthesie zo laag dat ze niet wist of ze nog een levend wezen aan het opereren was. Na tien minuten bijkomen in de vensterbank opende hij ineens zijn ogen. Hij had het overleefd!”

Wie neemt nou een krokodilstaarthagedis als huisdier?

“Tja, waarom neem je een dier? Je hebt het meest aan katten en honden, daar kun je mee knuffelen. Maar ik wilde als kind ook een slang. Waarom? Geen idee, het leek me interessant. Maar slangen als huisdier zijn helemaal niet gezellig. Een krokodilstaarthagedis waarschijnlijk ook niet, maar ze zijn wel mooi.”

Hoe zijn Amsterdammers met dieren?

“Ze houden erg van dieren. Er zijn in Amsterdam 30.000 honden, nog meer ­katten. En de stad heeft een potje om ­mensen met weinig geld te steunen in de verzorging van hun huisdier. Ik zie ook een groep jonge mensen heel serieus met dieren omgaan. Het lijkt wel hip om dieren te hebben. Ze besteden er veel tijd en geld aan. Vinden het logisch om niet naar hun werk te gaan als hun dier ziek is. En zijn ook vaak bezorgd. Dan heeft een hond diarree en bellen ze op. Terwijl wij daar eigenlijk niet veel mee kunnen. Ga je zelf naar de huisarts als je twee dagen diarree hebt? Ze kunnen niet zo goed omgaan met ongemak. Want diarree, ja, dat is goor. Maar het hoort erbij.”

Zijn dieren wel blij in de stad?

“Dieren horen bij de stad. Een kat in een klein appartement is soms zielig, maar een hond die je gewoon uitlaat, vindt het niet erg op driehoog. We mogen in Amsterdam soms wel wat toleranter zijn. Vanmorgen liet ik mijn hond uit en die had dus diarree. Ik probeerde het op te ruimen door bij mensen aan te bellen voor wc-­papier, en in die tussentijd vroegen vijf mensen me: ‘Ga je dit nog opruimen?’ Of dat er in parken geen honden meer mogen loslopen. Of ouders die heel bang zijn als mijn hond blij naar hun kind toe komt rennen. Kom op! We zijn niet de enige wezens op deze planeet. Maar mijn belangrijkste boodschap aan iedereen is: verzeker je dier. Reken andersom: ga niet eerst een duur dier nemen en dan schrikken van de rekening. Zo’n dwergkeeshondje kost 1500 euro. En daar ben je nog eens honderden euro’s per jaar aan kwijt. Bedenk hoeveel je wil uitgeven, en pas je dier daarop aan.”

Het ging de laatste jaren veel over ‘coronadieren.’ Wat merken jullie daar nog van?

“Ik heb geen beeld van de honden die in een opwelling zijn aangeschaft en weer naar het asiel zijn gebracht. Maar we zien wel dat sommige dieren gedragsproblemen hebben gekregen na de lockdowns. Jonge honden moet je leren alleen thuis te zijn. En als jij een hond hebt genomen toen jij de hele tijd thuis werkte en het volgende jaar weer naar kantoor moest, heeft die hond dat nooit geleerd. Katten houden er juist van op zichzelf te zijn. In de lockdowns hadden ze opeens de hele tijd kinderen en volwassenen om zich heen. Die gingen dan weer binnen plassen of werden heel chagrijnig.”

Gaan we soms te ver in de doorbehandeling van dieren?

“Ik denk daar veel over na en eerlijk gezegd weet ik het gewoon niet. Aan de ene kant denk ik weleens: het is van de zotte. Waar ik zelf een groot probleem mee heb, is het contrast tussen onze omgang met gezelschapsdieren en dieren in de bio-­industrie. Daarom ben ik vegetariër. De tegenstelling is soms bijna te letterlijk: we opereren in de kliniek konijnen voor 500 euro én we hebben konijn als hondenvoer in de kast staan. Ik ben vooral tegen de bio-industrie. Maar als je denkt aan waar mensen allemaal geld aan uitgeven – dure etentjes, mooie kleren – is een operatie voor een dier een goed doel hoor.”

Bent u activistisch? Er lag een foldertje in de wachtkamer dat oproept geen kortsnuithond te kopen. En u zou het liefst alle honden aan vegetarisch voer krijgen.

“Ik vertel nu iedereen die een pup heeft: overweeg om plantaardig te voeden. Dat kan echt, er is veel onderzoek naar gedaan, ik heb het nog extra gecheckt bij een dierenvoedingdeskundige. Er zijn zo veel honden in Nederland, die eten samen zoveel vlees! Zo probeer ik iets aan de ­bio-industrie te doen.”

“En als het over rashonden gaat: mensen zeggen altijd dat ze ‘doorgefokt’ zouden zijn, maar het zijn eigenlijk gehandicapte dieren. Een teckel is een dier met een afwijking aan zijn botten, een lilliputter. De snuit van een mopshond is opzettelijk kort gemaakt. Ik ben eigenlijk tegen rashonden. Om even aan te geven: 70 procent van de ziekten die we zien bij rashonden is ras-gerelateerd.”

null Beeld Lin Woldendorp
Beeld Lin Woldendorp

“Ik meng me weleens in discussies op een forum over rashonden. Maar kritiek op rashonden mag je bijna niet hebben. Toen ik daar deelde dat de kortstnuitige honden die wij in de praktijk krijgen allemaal kortademig en benauwd zijn, en ik schreef dat ze die niet meer moeten fokken, mailde een vrouw dat ik genocide aan het plegen was. En dat ze hoopte dat er nare dingen met mij en mijn kinderen zouden gebeuren.”

U werd bedreigd.

“Ja, bizar. Je zal maar politicus zijn. Als dit al bij dierenartsen gebeurt.”

Hoe is het om uw naam zo groot op de kliniek te hebben staan?

“Ehm, niet oké. Toen ik de kliniek overnam, heette die ze Dierenkliniek Watergraafsmeer, maar toen nam ik er nog twee over, en die heetten Javastraat en Diemen. Het was niet te doen met leveranciers, klanten, post. We hebben een strateeg gevraagd om mee te denken, tegen wie ik meteen zei: één ding, het wordt niet mijn naam. Maar na het hele traject zei die strateeg: het moet jouw naam worden. Alle andere namen klinken als een keten. Ik wilde het vooral niet omdat ik het niet leuk vond voor mijn team. We zijn hier met tien dierenartsen en twintig assistenten. Maar zij zeiden: gewoon doen!”

Ze lacht. “Ik vind het nog steeds niet gemakkelijk. En veel mensen denken dat elke dierenarts hier Joyce heet.”

U probeert zelfstandig te blijven in een competitieve wereld.

“De grote bedrijven die klinieken opkopen zijn Anicura en Evidensia. Wat weinig mensen weten, is dat achter Anicura de Mars Company zit, van de Snickers en de Mars en zo. Zij zitten in duizenden dierenklinieken en produceren ook Royal Canin-­hondenvoer. Al het geld dat in die klinieken is gestopt heeft veel goeds gedaan, maar ik geloof dat één sector in handen van slechts een paar partijen nooit goed is. Er wordt ergens geld verdiend, anders zouden die investeerders er niet in zitten, maar de lonen zijn er niet hoger op geworden. Ik doe alles alleen. Het personeel regelen en de administratie doe ik ’s ochtends vroeg, tussen de bedrijven door. Het best functionerende computerprogramma is van die grote partijen. En ik kies dan dwars voor een alternatief van een kleine Nederlandse ontwikkelaar. Soms denk ik wel: hoe lang is dat houdbaar?”

Zou u de boel ooit verkopen aan een van die multinationals?

“Nu niet, ik vind het belangrijk dat zelfstandige praktijken blijven bestaan. Ik hoop dat diereigenaren voor ons blijven kiezen. En dat er later iemand is die mijn tent over kan of wil nemen. Dan hoef ik niet te verkopen aan een keten. Ik doe het dus alleen in uiterste nood. Of als ik het niet meer kan combineren met mijn gezin. Nu helpt mijn moeder nog mee met de boekhouding en de opvang van de kinderen, maar als er ooit iets gebeurt, weet ik niet hoe dat eruitziet. Ik vind dieren heel belangrijk, maar mijn gezin gaat voor.”

null Beeld

Joyce Hofman

3 januari 1982, Schiedam

1994-2000 Emmauscollege in Rotterdam
2000-2008 Studie diergeneeskunde en later filmwetenschap aan de Universiteit Utrecht
2009 Werkt een jaar bij een dierenarts in Suriname
2017 Neemt Dierenkliniek Watergraafsmeer over, later Javastraat en Diemen
2021 Eigenaar van Joyce Hofman Dierenklinieken, met drie klinieken

Joyce Hofman woont met haar vriend, dochter (8), zoon (4) en hond Oscar in de Nieuwmarktbuurt.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden