PlusReportage

Dierenarts à la CSI: ‘Verwaarlozing komt het meest voor’

Forensisch dierenarts Monique bekijkt een recent binnengebracht dood langharig  konijn. Haar eerste indruk is dat het gaat om een geval van verwaarlozing.  Beeld Dingena Mol
Forensisch dierenarts Monique bekijkt een recent binnengebracht dood langharig konijn. Haar eerste indruk is dat het gaat om een geval van verwaarlozing.Beeld Dingena Mol

Monique Verkerk (56) is de enige forensisch dierenarts van Nederland. Ze onderzoekt dieren die
onder verdachte omstandigheden zijn gestorven.

De koeling zoemt onheilspellend als forensisch dierenarts Monique Verkerk een groene bak met daarop de tekst ‘forensisch dierenonderzoek’ opent. Binnenin liggen plastic verpakkingen waarin zich onduidelijke vormen aftekenen. Soms keurig geseald door de politie en voorzien van een opschrift, soms slechts een transparant afvalzakje, ­besmeurd met bloedspetters. Uit de opening ontsnapt een pluk pluizige vacht. De weeë geur van ontbinding.

Verkerk neemt de zak mee naar haar sectieruimte in het gebouw van de Dierenambulance Purmerend. Op de roestvrijstalen snijtafel legt ze een dood angorakonijn, de vacht grijs en rafelig. Behoedzaam betast ze de ­onderkaak van het dier. “Dit huiskonijn heeft zogeheten olifants­tanden en de kaak is gebroken. Dat komt doordat de tanden niet goed verzorgd zijn. Eten kan het dier daardoor niet meer. Het is gedumpt en is daarna verhongerd.”

Ze somt de schokkende feiten droogjes op. Voor haar is het dagelijkse kost. “Mensen kopen een lief, wollig konijntje, maar als het lastig wordt om het te verzorgen, willen ze ervanaf. Vooral in coronatijd zie je dat veel.”

Snijtafel

Verkerk is de enige forensisch dierenarts van Nederland. Ze doet al tien jaar sectie op dode dieren die onder verdachte omstandigheden zijn gevonden. Dankzij haar ­onderzoeksrapport kan de politie vervolgens daders ­opsporen en berechten. Sinds begin van dit jaar beschikt Verkerk dankzij een sponsor bovendien over een mobiele veterinaire sectiezaal. Dat is een omgebouwde dieren­ambulance, uitgerust met een snijtafel en alle materialen die nodig zijn voor de sectie. Zo kan zij ook ter plekke onderzoek doen. “Uniek in Europa,” zegt ze trots.

Liefst zou Verkerk met deze wagen de hele dag op meldingen afgaan, maar ze doet het werk onbezoldigd, naast haar fulltimebaan als dierenarts in praktijken in Bergen en Heiloo. Vrijwel al haar vrije avonduren en weekenden ­besteedt ze namens de Stichting Forensisch Dierenonderzoek aan de sectie op dieren.

Van het angorakonijn is de doodsoorzaak snel vast te stellen, maar soms is ze een halve dag bezig voordat ze ­erachter is. “Ik controleer eerst ­alles uitwendig en daarna alle organen apart. Aan de maag kan ik bijvoorbeeld zien wanneer het dier voor het laatst gegeten heeft. Water of plantendeeltjes in de luchtpijp kunnen duiden op verdrinking. Verder let ik op breuken, vergiftiging of kogels. ­Kogels zijn vaak moeilijk te vinden, omdat ze diep in het weefsel kunnen zitten. Het geeft voldoening als ik na lang zoeken uiteindelijk toch kan vaststellen wat er aan de hand is. Na elk onderzoek maak ik het dier weer dicht.”

Monique bij de tot mobiele veterinaire sectiezaal omgebouwde ambulance.  Beeld Dingena Mol
Monique bij de tot mobiele veterinaire sectiezaal omgebouwde ambulance.Beeld Dingena Mol

Het beroep forensisch dierenarts bestond tot tien jaar ­geleden nog helemaal niet, maar toch was ze daar in haar jeugd al mee bezig. “Natuurlijk hield ik zoals alle dierenartsen veel van dieren, maar ik nam ook dode dieren mee naar huis. Die stopte ik onder de grond en groef ze later weer op om ze te onderzoeken.”

Summa cum laude

Verkerk werd uiteindelijk dierenarts, precies zoals ze graag wilde. Maar toen ze forensisch patholoog Frank van de Goot in een interview hoorde zeggen dat er op forensisch gebied niks voor dieren bestond, bracht haar dat op een idee. Wat zou het mooi zijn om de doodsoorzaak van dieren te kunnen onderzoeken!

“Het was het begin van een samenwerking. Ik heb ontzettend veel van Frank geleerd. Hij helpt mij met het ­opbouwen van de bewijslast, als uit mijn onderzoek blijkt dat strafrechtelijk onderzoek een mogelijkheid is. Dat ­gebeurt net als bij menselijke slachtoffers. Vervolgens sturen we het rapport naar de politie.”

Verkerk volgde online de vierjarige opleiding voor forensisch dierenarts aan de State University Florida en rondde die in 2018 summa cum laude af.

Aan werk geen gebrek. Ze kreeg de afgelopen jaren de gruwelijkste taferelen onder ogen – van afgehakte vogelkopjes en kapotgesneden ganzen tot opgehangen poezen en naar beneden gegooide honden.

Vorig jaar werden er vanuit heel Nederland honderd ­dode dieren binnengebracht bij de Dierenambulance Purmerend. Negentig procent via de politie en de overige tien procent van particulieren. “Verwaarlozing komt het meest voor. Mensen die een huisdier geen eten meer ­geven of dumpen. Ook vechthonden krijgen we regel­matig binnen. Vaak zijn die van criminelen. Als zo’n hond in hun ogen niet goed functioneert, maken ze hem dood. We vinden ze nogal eens met een snee in de nek, veroorzaakt om de chip eruit te halen.”

Helpen kan ze de dieren niet meer, maar ze draagt wel bij aan het oppakken en berechten van de daders. Dankzij haar onderzoek kan de politie gerichter vragen stellen als zij een dader in het vizier krijgen. Zo werd een stel opgepakt dat in 2019 de hond Batman voor dood achterliet in een park in Rijswijk. Zij mochten als straf twee jaar geen dieren houden.

Soms ook brengt Verkerk met haar onderzoek grotere ­zaken aan het licht. “Dierenmishandeling hangt vaak ­samen met huiselijk geweld, kindermishandeling of mensenhandel. Puppy’s worden bijvoorbeeld ­gebruikt om slachtoffers eerst te paaien en dan te chanteren: als je niet doet wat ik zeg, maak ik je hondje dood. We hadden ook eens een vrouw met twee blauw geslagen ogen, die mishandeld werd door haar man. Hij had de hond voor haar ogen doodgeslagen en in een bos begraven.”

Om er een zaak van te maken, moest Verkerk het dier zoeken en opgraven. “Maar waar begin je in een groot bos? Speurhonden kunnen wel mensen vinden, maar geen ­dode honden. Door deze zaak is mijn hond Bubbles de enige cadaver dog van Nederland geworden,” zegt Verkerk. Bubbles, die met haar korte pootjes en lange zwarte haar in niets lijkt op een speurhond, is daarvoor opgeleid en heeft al verschillende begraven honden ­opgespoord.

Zwaar vuurwerk

Zo heeft Verkerk haar werkwijze steeds verder geprofessionaliseerd. Met de mobiele sectiewagen ziet ze de dieren ook op de plaats delict. “Doordat er weinig ervaring is met forensisch dierenonderzoek, lopen mensen er vaak dwars doorheen. Ze willen zich meteen over het arme dier ontfermen. Maar daarmee wis je ook belangrijke sporen uit of is onduidelijk of die van de dader of van anderen zijn.”

“Omdat ik er vanwege mijn andere werk niet altijd bij kan zijn, vraag ik de politie zoveel mogelijk foto’s te ­maken en het dier in dezelfde houding in een zak te doen. Uit de houding kan ik veel afleiden. Als het dier bijvoorbeeld verkrampt ligt, kan het vergiftigd zijn.”

Bij de Dierenambulance in Purmerend doet Monique onderzoek naar overleden dieren die meestal door de politie worden aangedragen.  Beeld Dingena Mol
Bij de Dierenambulance in Purmerend doet Monique onderzoek naar overleden dieren die meestal door de politie worden aangedragen.Beeld Dingena Mol

Ze herinnert zich nog goed de Utrechtse kater Chef, die in januari overleed nadat iemand zwaar vuurwerk in zijn achterwerk had gestoken. De zaak kreeg aandacht in het tv-programma Opsporing Verzocht. “Wat was die toege­takeld,” verzucht ze.

Verkerk kan haar gevoel daarbij goed uitschakelen. “Ik zet een knop om. Dat moet ook wel. Als ik bij elk dier zou gaan huilen, hou ik dit niet vol.”

Toch heeft ze weleens geaarzeld toen een dier na sectie moest worden afgevoerd voor destructie. Cremeren ­gebeurt alleen als de eigenaar geen dader is en in beeld is. “Het was zo’n zielig verhaal. Ik had het dier eigenlijk willen cremeren, maar dan moest ik het zelf betalen. Je kunt dat een volgende keer niet weer doen, dus moest ik het laten gaan, hoe moeilijk dat ook was.”

Straffen dierenmishandeling

Precieze cijfers over dierenmishandeling worden niet bijgehouden, maar naar schatting zijn er zo’n 200.000 keer gevallen per jaar. In situaties waarbij toezichthouders ingrijpen, gaat het om enkele duizenden per jaar. Het topje van de ijsberg, omdat veel achter gesloten deuren plaatsvindt. De maximale gevangenisstraf voor dierenmishandeling is drie jaar. Vaker krijgen daders een geldboete of taakstraf.

Bron: Het Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden