PlusPortretten

Deze zangers op leeftijd laten zich niet kisten: ‘Ik durf me steeds meer te uiten’

Ze hadden dit weekend zullen meedoen aan de voorrondes van het Ouderen Songfestival, maar dat gaat niet door. Deze zangers op leeftijd laten zich niet kisten. ‘Ook als het alleen online kan, wil ik publiek inspireren.’ 

‘Door de jaren heen heb ik me steeds meer durven uiten’

Frans BloemBeeld Marieke de Bra

Frans Bloem heeft, nu hij 73 jaar is, ­genoeg zelfvertrouwen om voor een volle zaal te zingen – zelfs als Maxime.

“Hoewel Maxime al twintig jaar in me zit, durfde ik haar pas vijf jaar geleden voor het eerst aan het publiek te laten zien. Mensen reageren verbaasd: het is niet ­afstotend. Maxime is een aspect van mij, ik ben geen dragqueen.” Het leven van Bloem wordt tegenwoordig gekenmerkt door dit zelf­vertrouwen, dat hem als jonge man juist ontbrak. “Ik was links­handig, maar moest met mijn rechterhand leren schrijven. Daardoor ontwikkelde ik een kronkel in mijn hoofd: ik was niet ­normaal. Als ­tiener kon ik moeilijk mee­komen; ik heb op vijf middelbare scholen gezeten. Ik voelde me minderwaardig en erg alleen.”

Toen hij zijn kans schoon zag, pakte hij zijn biezen en vluchtte hij weg uit het benauwende Groningse streng katholieke milieu. Met een busje reed hij in vijf maanden naar India. Toen hij in Pakistan een moskee bezocht, durfde hij niet over de drempel te stappen: hij mocht Jezus niet verzaken. Een traumatisch moment. Na de reis kon hij niet terug naar Nederland; hij had er te veel voor meegemaakt. Hij vertrok met ‘een rugzak en dromen’ naar Amerika. “Van mijn ouders heb ik een ­flinke portie doorzettingsvermogen geërfd. Ik weet hoe ik ­me staande moet houden. Hoewel ze voor mij, hun jongste zoon, een rol als priester weggelegd zagen en het anders liep, ben ik ze toch dankbaar. Mijn ouders gingen door twee wereldoorlogen en hebben gedaan wat ze konden. Maar ik moest weg.”

In New York kwam Bloem in de theater­wereld terecht en begon hij trainingen over bewustzijnsverruiming te ­volgen. “Ik leer nog steeds om mijn eigen ­gedachtepatronen te kennen. Nu ik ouder ben, zie ik daarin een lijn: hoe kan het dat het zoekende jongetje toch kan vinden waar hij naar op zoek is? Je moet je eigen proces altijd in de gaten houden. Als ­zanger kun je vervallen in je ego als je geen zelfbewustzijn hebt, maar de artiest is niet de ster. Dat is het publiek. Mensen vormen samen een collectief. Marlene Dietrich begreep dat bijvoorbeeld heel goed. Door de jaren heen heb ik me steeds meer durven uiten. Door mijn trauma’s moedig te aanvaarden, ben ik sterker geworden, gelukkiger en meer aanwezig.”

Tijdens het Ouderen Songfestival zou hij de wildcard hebben gehad: hij werd gekozen uit 160 inzendingen. “Ik kon het niet geloven. Ik wilde I Have Lived My Life zingen, omdat ik nu eindelijk genoeg ­levenservaring heb om dat lied te zingen. Ik wil het publiek, ook als het alleen nog online kan, motiveren en inspireren om door te gaan.”

‘Mijn moeder zat in een koor en mijn zussen zongen ook’

Sara SuvaalBeeld Marieke de Bra

Sara Suvaal (60) is een van de jongere deelnemers aan het Ouderensong­festival. Ze groeide op met muziek.

Suvaals uiterlijk verraadt niet dat ze in de categorie ‘ouderen’ valt, maar ze is toch echt gekwalificeerd voor het festival: ­iedereen vanaf 55 jaar mag daaraan ­meedoen. Dat deed Suvaal al eerder, in 2017 – ze ging meteen met de beker naar huis. “Ik werk als tram­bestuurder, maar als ik niet meer zou werken, zou ik alle songfestivals aflopen die ik maar kon vinden.”

Dit jaar zou ze weer meedoen aan het Ouderen Songfestival. Dat het verplaatst is, vindt ze niet erg: voorlopig zingt ze gewoon voor ‘echte ouderen’ in de Tour de Chant OSF, een liedjesprogramma in Amsterdamse buurt- en verzorgings­huizen. Waar ze vroeger soul en blues zong, zingt ze nu vooral jazz. “Dat past meer bij mijn leeftijd.”

Op jonge leeftijd begon Suvaal met zingen. “Mijn moeder zat in een koor en ik heb van elke muzieksoort wel wat mee­gekregen, van Caribisch tot gospel. Mijn zussen zongen ook.” Aan publiek was, ­ondanks de strenge opvoeding van haar vader, geen gebrek. “We waren met zijn tienen, dus als er één zong, waren er negen mensen die naar je keken.”

Suvaal maakt muziek voor iedereen, zegt ze: “Als ze maar geraakt worden. Mijn droom is nog eens een soloconcert te geven. Door alle talentenjachten op televisie waaraan ik heb meegedaan, werd ik steeds herkend op de tram. Ik dacht: ik moet hier iets mee gaan doen. Daarom heb ik vorig jaar from scratch een concert georganiseerd, muzikanten bij elkaar gebracht, een repertoire samengesteld. Dat was zo’n superavond, dat zou ik nog weleens willen doen.” 

‘Mijn dochter zei: papa, als jouw stem zo goed is, moet je doorgaan’

Ferry VerschuylBeeld Marieke de Bra

Ferry Verschuyl (84) is een bekende van het songfestival: hij schopte het twaalf jaar geleden al tot de finale.

Vlak voor zijn pensioen zong Ferry ­Verschuyl zijn vertrekkende ­directeur van de Koninklijke Bibliotheek toe; nummers uit de jaren vijftig. Collega’s zeiden: ga ermee verder. Dat hij met de formatie The Silhouettes in 1961 al een hit had gehad, konden zijn jongere collega’s niet bevroeden. “Shine werd toen grijs­gedraaid op Radio Veronica,” zegt hij. Maar het leven kwam ­ertussen.

Eerst moest hij in militaire dienst, toen kwam de baan van zijn leven als hoofd informatie bij de bibliotheek (“Ik was de Google van de KB”), daarna stichtte hij een gezin. Een dochter en een zoon. ­Zijn dochter kwam op 28-jarige leeftijd plotseling te overlijden. “Monique was vanaf de kleuterklas al heel muzikaal. Op vaderdag maakte ze ieder jaar een eigen compositie voor me. Ze heeft eens gezegd: ‘Papa, als jouw stem zo goed is, moet je doorgaan.’”

En zo geschiedde. Verschuyl is sinds zijn eerste deelname in 2002 ‘verslaafd’ aan het Ouderen Songfestival. “Ik kwam in de finale met The Way We Were. Bij de woorden ‘scattered pictures’ kwamen de emoties zó boven, ik moest me groothouden om niet in huilen uit te ­barsten.” Zijn vrouw vult aan: “Ons gezin is heel hecht. We praten veel met elkaar.”

Dat praten is Verschuyl, geboren in voormalig Nederlands-Indië, niet met de ­paplepel ingegoten. Toen zijn vader terugkwam uit het interneringskamp op Java, werd daar amper over gesproken. Maar muziek was er altijd. “Tijdens de ­Japanse bezetting op Java zaten we ’s avonds bij een heel klein spaarlampje te zingen. De Indonesiërs konden ons ver­raden als je in het Nederlands of Engels zong, want dat mocht niet. Dat moest dus heel zacht. We moesten elkaar oppeppen, en dat deden we met muziek.”

‘Dat ik twee keer een hoogte niet heb kunnen pakken, kan ik niet pruimen’

Wil TifresBeeld Marieke de Bra

Wil Tifris (83) zingt al haar hele leven en blijft dat doen, ook al haalt ze tot haar grote spijt niet alle noten meer.

Aan tekstbeleving had Wil ­Tifris als kind al geen gebrek. Zong ze over een meisje dat werd ­be­lazerd door een jongen, dan wérd ze dat meisje. Naarmate haar techniek ­verbeterde – ze kon het zich pas op haar 34ste veroorloven een zangstudie te doen – werd ze er steeds beter in dat tot uiting te brengen. “Das verlassene Mägdlein moet je niet glimlachend brengen omdat je er dan zo leuk uitziet. Zo gaat dat niet met liederen.”

Op haar vijfde zong ze Panis angelicus. Over vrede, terwijl het volop oorlog was. “Mijn moeder was een verzetsvrouw. Ze bracht Joden in Amsterdam naar een onderdak. Mijn tante reed met geweren door de stad.” Het gezin werd na de oorlog verguisd omdat ze bij de Communistische Partij hoorden, maar haar moeder is altijd haar grote voorbeeld gebleven. “Ik heb dezelfde strijdbaarheid. Tot een jaar geleden stond ik nog te folderen voor de SP en ik volg alle debatten. Ik bemoei me kneiterhard met buurtzaken, hier in de flat weet iedereen me te vinden.” Ouderen worden in deze tijden van ­corona klein en dom gehouden, vindt ze. “Ik loop niet op straat met de gedachte dat jongeren voor me aan de kant moeten. Ik wijk zelf uit.”

Het zingen heeft Tifris altijd in balans gehouden. “Daarom is het zo belangrijk voor mij.” Van de zeven keer dat ze ­meedeed aan het Ouderen Songfestival haalde ze vijf keer in de finale en drie keer de halve ­finale. “Daar moet ik trots op zijn, maar dat ik twee keer een hoogte niet heb kunnen pakken, kan ik niet pruimen. Ik ben mijn grootste criticus. Als ik in de jury had gezeten, had ik mezelf niet laten doorgaan. Als je laaggeschoold en in armoe bent opgegroeid, zoals ik, schijnt dat toch mee te spelen in het verdere leven: dan wil je jezelf altijd bewijzen. Ik heb mededogen naar andere mensen, maar niet naar mezelf.”

Ouder worden heeft Tifris nooit erg ­gevonden, tot ze dus die noten niet meer kon halen. “Ik heb vocht achter mijn ­longen en moet nu gaan beseffen dat ik het niet meer kan. Mijn reumatoloog zegt dat ik wel iets artistieks moet blijven doen, omdat ik anders sneller achteruitga.”

‘Ik wilde naar het conservatorium, maar moest al vroeg aan de bak’

John SpoelBeeld Marieke de Bra

John Spoel (81) maakt nu bewoners van bejaardenhuizen blij met zijn stem, maar vroeger was er geen tijd voor muziek.

“De stem die ik heb gekregen van onze lieve Heer, een gave, moet ik benutten om andere mensen te plezieren,” zegt John Spoel. En dat doet hij. “Als ik in een ­bejaardenhuis liedjes zing die oudere mensen aanspreken, zie ik die gezichtjes opklaren. Ze vinden het prachtig.”

Zingen deed Spoel op de lagere school al graag: hij zong in zijn eentje rustig de tweede stem, terwijl de rest van de klas de eerste zong. “Dat pak ik zo op.” Maar geld om zijn stem te ontwikkelen, was er niet. “Ik wilde naar het conservatorium, maar omdat mijn vader vlak na de oorlog van de honger overleed, moest ik al vroeg aan de bak.” Spoel was destijds zo verzwakt van het suiker­bieten- en tulpenbollen­dieet, dat hij al gauw voor zes weken naar een kolonie werd gestuurd. “Ze hebben me opgeknapt met levertraan en reuzel. Zo’n armoe. Ik had tot ver na de oorlog geen schoenen aan mijn voeten. Mijn meisje, met wie ik uiteindelijk bijna zestig jaar ­getrouwd ben geweest, kon ik niet mee uit nemen. Met muziek was ik niet bezig. Ik was aan het overleven. Pas toen ik 25 was, kon ik aan een opleiding beginnen en me daarnaast op muziek richten.”

Toen zijn muziekcarrière eenmaal op gang kwam – hij zingt vooral in het Nederlands, want daar kan hij het meeste gevoel in leggen – was zijn vrouw daar niet zo blij mee. “Ze hield niet van het artiestenvak. Ik had fans die zich aan me opdrongen, daar kon ze niet tegen. Ik was voor haar alleen. Pas toen we ouder werden, is ze weleens meegegaan.” Zijn ‘meisje’ overleed vier jaar geleden. “Ik mis haar elke seconde van de dag.” Spoel schaamt zich niet dat hij eens op het podium heeft gehuild toen hij, eigenlijk voor zijn overleden vrouw, Ik pluk een ster voor jou zong. “Ik ben een emotionele kikker.”

Ouderen Songfestival

Het Ouderen Songfestival begon als een Amsterdams ­initiatief om ouderen een stem te geven en groeide uit tot een landelijke happening waarin 55-plussers dingen om een finaleplaats in het DeLaMar Theater. Het festival zou dit jaar voor de 29ste keer plaatsvinden, maar vanwege corona is deze ­editie verplaatst naar komend voorjaar. De Tour de Chant OSF, een liedjesprogramma waarin (oud-)finalisten van het festival onder begeleiding van artistiek leider en pianist Kees van Zantwijk hun repertoire ten gehore brengen, gaat nu langer door. De inschrijvingen voor zowel voorjaar 2021 als najaar 2021 zijn geopend voor iedereen boven de 55 en meedoen kan als solist, duo of trio. Zie www.ouderensongfestival.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden