PlusInterview

Deze studenten kwamen halsoverkop terug uit het buitenland

Zit je net in een studentenhuis op een Amerikaanse campus of in een Frans klooster dat op Hogwarts lijkt, moet je halsoverkop terug naar huis. Het overkwam deze studenten. ‘De stewardess zei: we zijn blij dat we jullie nog veilig naar Nederland hebben kunnen halen.’

Maarten de Lange: ‘Deze uitwisseling voelt een beetje als een gemiste kans.’Beeld Jitske Schols

Maarten de Lange (22) zou vanaf januari voor een halfjaar aan Sciences Po studeren in Reims, Frankrijk.

“Ik had mijn studie PPLE – politics, psychology, law and economics – bijna afgerond, maar moest nog twee keuzevakken doen. Sowieso wilde ik heel graag naar Frankrijk: mijn moeder heeft lang in Parijs gewoond, ik heb veel familie die Frans spreekt, en we zijn er heel vaak geweest.

Toen ik half januari in Reims aankwam, vond ik de universiteit meteen prachtig. Het is een oud klooster uit de 16de eeuw, maar dan wel modern gerenoveerd. Het leek net Harry Potters Hogwarts, iets heel anders dan de Universiteit van Amsterdam.

De stad Reims was daarentegen een beetje klein. Vooral in de wintermaanden kon het koud en regenachtig zijn. Ik wachtte eigenlijk tot het mooi weer werd. Een paar dagen voordat ik wegging, begonnen de vogeltjes te fluiten.

Toen een paar weken geleden het gedoe met het coronavirus begon, wilde ik aanvankelijk in Reims blijven: genoeg mensen die ik daar intussen kende, het zou vast wel gezellig worden. Het weekend voor de lockdown hadden we op zaterdag nog een huisfeestje. Toen ik die zondag wakker werd en hoorde dat de universiteit sowieso voor twee weken haar deuren sloot, probeerde ik alsnog voor die dinsdag een trein te boeken van Reims via Parijs naar Amsterdam, maar in no time zat alles vol. Ik had geen mogelijkheid meer om Reims uit te komen.

Diezelfde dag werd bekend dat Macron ’s avonds een speech zou houden om aan te kondigen dat het land om middernacht op slot zou gaan. Ik heb dus snel mijn ouders gebeld, die in Zuid-Limburg wonen. Mijn vader zei: ‘Ik kom je wel halen, maar dan kun je beter je hele appartement inladen nog voor de speech van Macron begint.’ Uiteindelijk was ik net voor de speech, om half acht, terug in Nederland.

Deze uitwisseling voelt een beetje als een gemiste kans: veel mogelijkheden heb ik niet kunnen benutten. Het leuke was dat er weinig uitwisselingsstudenten waren, en veel lokale mensen. Ik vond net mijn draai tussen verschillende vriendengroepen. Dat is in één klap weggevallen. Nu gaan mijn lessen nog wel online door, dus ik heb wel iets te doen. Deze week had ik nog een presentatie op Zoom, met elf mensen die van over de hele wereld naar je kijken. Maar goed, het leuke van Frans leren is er wel een beetje vanaf, als je niet meer in Frankrijk zit maar in Limburg.”

Pip Claire Yap (19) studeert liberal arts aan The New School in New York City, maar heeft halsoverkop haar semester moeten afbreken.

“Waarom ik in New York ben gaan studeren? Misschien omdat ik een verwende Amsterdammer ben die een stapje hoger wil. Ik wil iets groters, iets nieuws, en je hoort zo vaak verhalen over New York. Iedereen vindt het een geweldige stad. Toen dacht ik: fuck it, waarom niet? Ik kan op z’n minst even een kijkje nemen.

Toen het coronagebeuren begon, zat ik nog in New York. Ik belde een paar keer met mijn moeder, en dacht: als ik in quarantaine moet, kijk ik liever uit op de skyline van New York dan op mijn straatje in Amsterdam-Zuid. Maar toen werd het snel serieuzer.

Eerst gingen mijn huisgenoten weg, en was ik als enige over in mijn appartementje. Dat vond ik op zich niet zo erg: ik moest nog veel schoolwerk inhalen. Ik vroeg me toen wel af wat ik zou doen in het geval van een echte lockdown. Ik heb dan niemand om op terug te vallen. En wat nou als ik ziek word? Ik ben nog te onbekend met het Amerikaanse zorgstelsel, want ik zit er net een paar maanden. Dan ga je toch denken: nu kan ik nog terug, en straks niet meer.

Daarbij telt ook het financiële plaatje mee: Amsterdam is goedkoop, vergeleken met New York. Ik betaalde 2300 euro per maand voor een kamer in een residence hall. Twee weken geleden, op een woensdag, kondigde de universiteit aan dat ze de residence halls zouden sluiten. De maandag erop moest ik weg zijn.

Ik dacht er nog over na om bij vrienden te slapen, of een appartementje te zoeken in New York. Maar uiteindelijk ben ik teruggekomen naar Nederland, ook op advies van mijn moeder. Ik weet niet of ik dat ook had gedaan als de residence halls niet gesloten waren: misschien was ik dan toch gebleven, voor het uitzicht.

De vlucht terug was een gekke gewaarwording. Van het in- en uitreisverbod van Trump heb ik niets gemerkt, wel was mijn eerste vlucht vanaf luchthaven LaGuardia geannuleerd. Ik kon geen directe vlucht terug vinden en zag het al helemaal misgaan: ze zeiden dat ik misschien via Detroit kon. Een vriendelijke medewerker heeft me op het nippertje op een vlucht vanaf luchthaven JFK kunnen krijgen.

Die luchthaven was helemaal uitgestorven: ook Amerikanen vertelden me dat ze het nog nooit zo leeg hadden gezien. In het vliegtuig hing een rare sfeer met noodgedwongen tussen elke twee passagiers een lege stoel.

Bij aankomst zei de stewardess: ‘We zijn blij dat we in ieder geval jullie nog veilig terug hebben kunnen halen naar Nederland.’”

Pip Claire Yap: ‘De luchthaven was uitgestorven en in het vliegtuig hing een rare sfeer.’Beeld Jitske Schols

Politicologiestudent Lucas de Graaf (21) heeft in plaats van een semester slechts drie weken in Jeruzalem gestudeerd.

“Ik doe een minor Midden-Oostenstudies en wilde daarom ook in het Midden-Oosten studeren. De enige optie vanuit mijn universiteit was Israël. Ik kon kiezen tussen Jeruzalem en Tel Aviv, maar die laatste is meer een uitgaansstad. Ik wou het conflict meemaken, en in Jeruzalem zit je er dan middenin. Ik heb me er gelukkig geen moment onveilig gevoeld, maar je merkt wel dat de situatie gespannen is en elk moment zou kunnen escaleren: er staan overal militairen op straat.

Ik ben 26 februari aangekomen in Israël, en heb er drieënhalve week kunnen doorbrengen. Toen ik in Jeruzalem kwam was er al wat bekend over het coronavirus. Sowieso moesten mensen uit Italië, Zuid-Korea en China al in quarantaine, maar toen werd daar een aantal West-Europese landen aan toegevoegd: Nederland gelukkig nog niet. Eerst namen mensen het niet zo serieus, en dachten ze: hoe controleren ze of je in quarantaine bent gegaan? Maar het bleek dat ze het wel meenden, er werden boetes uitgedeeld.

Toen de situatie in Nederland verslechterde, vroegen steeds meer familie en vrienden me of het niet beter was om naar huis te komen. Maar ik dacht nog steeds: ik heb zo veel tijd en geld hierin zitten, bovendien heb ik het superleuk. Ik was nog niet van plan om terug te komen.

Ik mailde mijn universiteit dat ik had besloten om te blijven, maar als bij toeval kwam er vijf minuten later een mail dat alle uitwisselingsstudenten verplicht terug moesten. Toen dacht ik nog: verplichten? Het is de universiteit, geen politie.

Maar goed, iedereen die ik belangrijk vind, vroeg me op dat moment om terug te komen: ouders, vrienden, de universiteit. Dan kun je het niet meer goedpraten tegenover jezelf. En daarbij dacht ik: als ik naar het ziekenhuis moet, is het toch fijn als ik tenminste Nederlands kan praten.

Toen ik de knoop had doorgehakt, ging het vrij snel. Woensdag had ik een vlucht geboekt, vrijdag ging ik weg. Dat gaf stress: je wilt de juiste keuze maken, en ik zat al een paar dagen te twijfelen wat ik wilde doen. Toen ik thuis was, had ik eerst nog niet door wat er was gebeurd.

De eerste paar dagen zit je op je kamer, zie je je ouders weer, en vraag je je af: wat doe ik hier eigenlijk? Het voelt dan even alsof je nooit op uitwisseling bent geweest. Na een week keek ik alle foto’s en het voorbereidingswerk terug, en toen pas kwam echt de klap. Ik koester stiekem de hoop om nog terug te kunnen in mei.”

Lucas de Graaf: ‘Toen dacht ik nog: verplichten? Het is de universiteit, geen politie.’Beeld Jitske Schols

Sam-Lin Fungaloi (22) studeert sociale geografie en planologie. Het plan was om een halfjaar aan de University of San Francisco te studeren.

“Veel theorieën en voorbeelden die je in je les krijgt, komen uit Amerikaanse steden. Bovendien zie je ook zo veel van Amerika in je dagelijks leven, zonder dat je weet hoe het daar is. Daarom wilde ik zelf een keer naar de Verenigde Staten.

Veel dingen zijn zoals je in de films ziet, hoe cliché het ook klinkt. Ik ben ook een keertje langs geweest op Berkeley, waar je ook echt van die frat houses hebt met van die Griekse letters erop. Dat was wel cool om te zien; de feestjes erbinnen heb ik helaas niet meegemaakt.

Op 16 januari kwam ik aan in San Francisco. Twee maanden en drie dagen later was ik alweer terug in Nederland. Het was heel raar: ik had nog geen idee dat corona zo ernstig was, ik volgde het nieuws erover niet echt. Corona was nog een ver-van-mijn-bedshow. Mijn vrienden in Nederland begonnen er wel al over. In Amerika viel het allemaal mee, tot de laatste week dat ik er zat.

Alle restaurants en winkels sloten, alleen de supermarkt was open. Ik dacht nog: moet ik naar huis gaan of moet ik blijven? Ik wist het niet. Ik wilde niet dat mijn uitwisseling over zou zijn. Maar de situatie in Italië werd heftig, de grenzen gingen op slot, dus veel van mijn studiegenoten gingen naar huis. Toen de universiteit een mail stuurde waarin ze ons verplichtte om naar huis te komen, ben ik gegaan.

Toen dacht ik enerzijds: shit. Anderzijds was ik wel opgelucht dat de keuze voor me gemaakt was, want ik was zó aan het twijfelen. Ik vond het echt jammer en heb veel gehuild.

Gelukkig had ik een van de laatste vluchten: KLM vloog op dat moment nog naar San Francisco. Ik had anders weken vastgezeten.

Toen ik eenmaal weer in Nederland was, vond ik het wel zuur. Alles was weer saai, en plat, en lelijk, zo voelde het. Je bent zo lang bezig met het proces van de uitwisseling: de selectie begon al meer dan een jaar geleden. Vervolgens ga je sparen, en werk je naar het moment toe. Nu was ik er eindelijk en eindigde het zo abrupt.

Ik mis het meest hoe vriendelijk Amerikanen zijn op straat. Nederlanders vinden dat snel nep, maar ik vind het leuk dat mensen een praatje met je maken. Zo stond ik in de supermarkt eens voor het schap met prikwater, te twijfelen welk smaakje ik zou pakken. Toen begon een vrouw naast me, mij helemaal te adviseren over wat zij het lekkerste vond. In Nederland zou niemand dat doen.”

Sam-Lin Fungaloi: ‘Toen ik eenmaal weer in Nederland was, vond ik het wel zuur.’Beeld Jitske Schols

Facetimeportretten

Facetime portraits in times of corona is de titel die fotograaf Jitske Schols de serie portretten bij dit artikel gaf. “Ik ben gaan experimenteren met fotografie op afstand, en Facetime zat op mijn telefoon en laptop. Het leuke is dat ik totaal geen controle over de kwaliteit heb, het gaat zoals het gaat. Net als de wereld van nu.” Interesse in een Lockdown portrait van Schols? Kijk op www.carolineobreen.com.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden