PlusAchtergrond

Deze statushouders zijn trots op hun werk: ‘Ik zocht een eerlijke kans’

Statushouders vinden maar moeilijk werk, hoe hoog opgeleid ze ook zijn. In Amsterdam konden vorig jaar vierhonderd van hen aan de slag dankzij diverse projecten. Ze zijn weer trots. ‘Ik ben een mens. Kijk naar mij.’

Abraham Foto is sinds een jaar data-analist bij PricewaterhouseCoopers. Beeld Marc Driessen
Abraham Foto is sinds een jaar data-analist bij PricewaterhouseCoopers.Beeld Marc Driessen

Toen Abraham Foto (39) in Eritrea was afgestudeerd als wiskundige, vond hij zichzelf terug als archiefmedewerker. Zo had het ministerie voor hem beslist. Ervoor bedanken was geen optie: het was dit of afhankelijk zijn van familie voor zijn levensonderhoud. Maar hier had hij geen wiskunde voor gestudeerd. Foto besloot te vluchten, en kwam uiteindelijk, in 2008, terecht in Nederland. Over zijn vluchtverhaal kan hij niet concreter worden. Zijn familie woont nog in Eritrea. Hij heeft ze sinds 2006 niet meer gezien.

Sinds een jaar is Foto data-analist bij PricewaterhouseCoopers (PwC). Het heeft hem, zegt hij, tien jaar gekost voor hij zijn weg een beetje kon vinden in de Nederlandse maatschappij. “Dat kun je nauwelijks in je eentje. Voor ik deze baan vond, dacht ik: ik moet maar werk zoeken op een lager niveau. Het is veel te moeilijk om te concurreren met Nederlanders.”

Alles veranderde toen hij via de Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF stuitte op een werkervaringsplaats bij PwC, en werd aangenomen. Hij wordt nog emotioneel als hij zijn eerste dag beschrijft. “We werden ontvangen in een grote hal, met allemaal hoge bazen, die vertelden wat ze van ons verwachtten. Ik had nooit gedacht dat ze het zo serieus zouden nemen. Later had ik een gesprek met een partner van de afdeling waarvoor ik had gesolliciteerd. Ik wist niet eens wat een partner wás. Hij begon te vertellen over zijn privéleven. Dat had ik nog nooit meegemaakt.”

Data-analist Steven Boekhoudt (30) is zijn buddy bij PwC. “Abraham is zo vrolijk,” zegt hij. “Ik ken zijn achtergrond, ik weet wat voor heftige dingen hij heeft meegemaakt. Maar hij is zo blij met de kansen die hij krijgt. Enorm enthousiast. O, ik krijg een telefoon! O, een laptop!”

Hij moet erom lachen, maar is er tegelijk bloedserieus over. In de ruim zes jaar dat hij bij PwC werkt, heeft hij meer collega’s gecoacht, maar dit is anders. “Ik was een van de eersten die hun hand opstaken toen PwC vroeg om buddy’s voor dit project. Ik vind het zo cool dat PwC dit doet. Uiteindelijk is dit natuurlijk waar het in het leven om gaat, om mensen helpen. Als ik binnen mijn werk iets heb bereikt, vraag ik me altijd af: wat is de toegevoegde waarde, maatschappelijk gezien of voor de mensen om me heen. Bij een puur commerciële opdracht kun je daar nog weleens over twisten. Maar met Abraham coachen, met hem helpen, voel ik: dit is belangrijk.”

Het gesprek met Foto voeren we in het Engels, maar één woord kent Foto alleen in het Nederlands: het lunchommetje. Het loopje om het gebouw met collega’s, na de lunch, om een frisse neus te halen. “Mijn collega’s zeiden: tijdens het lunchommetje praten we Nederlands, maar zo langzaam dat Abraham het kan begrijpen.”

Boekhoudt ving Foto op toen hij net begon, helpt hem zijn weg vinden binnen het bedrijf en spreekt ook nu nog elke maand met hem af. “Bij PwC is het heel belangrijk dat je je mond opendoet. Speak up. Maar Abraham is enorm beleefd, hij zal nooit zeggen dat hij iets moeilijk vindt of niet begrijpt. Zijn grondhouding is dankbaarheid, dan stel je geen vragen. Maar als je niets vraagt, ga je fouten maken. Ik heb ook meermalen tegen hem gezegd: wat vínd je hier nou van, ga dat dan zeggen! Maar ook tegen mij vond hij het lastig zijn mond open te doen, want ik ben zijn manager. Ongelooflijk dat een manager de tijd neemt om met me te praten, zei hij dan, wat fijn, en dan moest ik uitleggen dat dat logisch was, want dat ik zijn buddy was. Zo zijn we georganiseerd, en het is doodnormaal dat ik aan je vraag hoe het met je gaat. Maar dan zei hij dat in Eritrea een manager alleen met je kwam praten als je iets fout had gedaan.”

Samenwerking

Eind 2019 waren er volgens cijfers van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR in Nederland 94.430 statushouders, vluchtelingen met een verblijfsvergunning. Daarnaast waren op dat moment 15.622 mensen nog in afwachting van de behandeling van hun asielaanvraag in Nederland. Statushouders komen al jaren, ook in de economie pre-corona, moeilijk aan de bak. Zo had van de Syrische statushouders die in 201 – het jaar van de grootste instroom – naar Nederland kwamen, na vierenhalf jaar slechts 39 procent een betaalde baan.

Abraham Foto (39) uit Eritrea. Beeld Marc Driessen
Abraham Foto (39) uit Eritrea.Beeld Marc Driessen

Inmiddels lopen er allerlei projecten om statushouders aan het werk te helpen. Het PwC-project, Seeds of PwC, is daar een van, maar alleen al in Amsterdam werken 24 bedrijven samen met de gemeente en het UAF. Vluchtelingen mogen in Amsterdam studeren met behoud van hun uitkering, als dat de kans op doorstroom naar betaald werk vergroot.

Via de samenwerking tussen de gemeente, het UAF en het bedrijfsleven zijn in 2020 vierhonderd statushouders aan werk geholpen. Ze vonden banen in de techniek, de IT, bij groothandels, in de retail, de zorg en de financiële sector. Beroepen waar de vraag naar geschoold personeel groot is. Alleen al in de hoek van de duurzame energie wordt de komende jaren zeven keer zoveel werk verwacht.

“Bedrijven zoeken goede mensen, maar ze weten niet waar ze moeten beginnen,” zegt Jasper Vink van het UAF. “Ze kunnen hoogopgeleide vluchtelingen niet goed bereiken. Daarvoor, en voor allerlei praktische vragen, kunnen ze bij ons terecht.”

Werkervaringstrajecten – een tijdelijk contract van doorgaans negen maanden voor een bescheiden salaris – zijn cruciaal voor statushouders. Wie een baan zoekt in Nederland met nul Nederlandse werkervaring op het cv komt er domweg niet tussen, stelt het UAF vast. “Het solliciteren gaat hier anders, de arbeidscultuur is veel informeler,” zegt Vink. “Ik sprak laatst een statushouder die me vertelde dat waar hij vandaan kwam, je nooit een compliment kreeg of een directeur ontmoette. In sommige culturen wordt bescheidenheid verwacht en gewaardeerd, hier assertiviteit en eigen initiatief. Het is enorm belangrijk dat werkgevers daarom hun verantwoordelijkheid nemen om deze mensen een kans te geven, want het gaat om arbeidskrachten die heel veel kunnen en willen. We kennen veel enorm ambitieuze mensen, die soms dag en nacht bezig zijn om de taal te leren.”

Taal

Het was het eerste wat Eyad Abo Shamleh (33) deed toen hij in Nederland kwam: de juiste taalopleiding vinden. Hij werkte als onderhoudsingenieur in Damascus, maar vluchtte toen de oorlog uitbrak en hij het Syrische leger in dreigde te moeten.

Inmiddels woont hij zes jaar in Nederland. “Taal is de sleutel,” zegt hij – in vlekkeloos Nederlands. “De cultuur, het werk, de toekomst.” Hij wist zijn contactpersoon in het asielzoekerscentrum in Alkmaar ervan te overtuigen dat hij aan de VU een opleiding Nederlands moest volgen. Een dure grap, elke dag op en neer vanuit Alkmaar, maar het mocht. Na een paar maanden kreeg hij een huisje in Amsterdam, bij Sloterdijk. “Echt luxe: een woonkamer, een slaapkamer. Bizar. Het was alleen wel ver weg van de VU: drie kwartier fietsen.”

Eyad Abo Shamleh (33) uit Damascus (Syrië) – werkt bij NS. Beeld Marc Driessen
Eyad Abo Shamleh (33) uit Damascus (Syrië) – werkt bij NS.Beeld Marc Driessen

Abo Samlehs ouders werken beiden in een ziekenhuis in Damascus. Hij heeft ze twee jaar geleden voor het eerst weer gezien, toen hij de Nederlandse nationaliteit had gekregen en dus kon reizen. “Mijn moeder runt de covidafdeling in het ziekenhuis, mijn vader is cardioloog. Zij weigeren te vluchten, ze vinden dat ze in Damascus moeten blijven.”

In 2017 solliciteerde hij bij de NS. Hij werd niet aangenomen: te weinig ervaring. Later kwam hij er wel binnen via een werkervaringstraject van het UAF. Hij werd technisch medewerker, en een jaar later onderhoudsingenieur. Dezelfde titel als in Damascus, compleet ander werk – veel gespecialiseerder. Hij heeft moeten leren nee zeggen. “Als ik in Syrië een opdracht kreeg, zei ik altijd: ja, ja, komt goed. Zelfs als ik de kennis eigenlijk niet in huis had. Gewoon, omdat je de opdracht moet afronden. Als me nu iets wordt gevraagd wat niet in mijn takenpakket zit, zeg ik: dat is niet mijn werk, maar van mijn collega. Daar ga ik me niet mee bemoeien. Ik kan hem ondersteunen, maar ik kan ook zeggen dat mijn agenda vol is.”

Inmiddels heeft hij een koophuis in Veenendaal en een dochtertje van drie. Hij heeft geluk gehad, zegt hij. “Maar dat heb ik ook afgedwongen. In het asielzoekerscentrum waren veel mensen vooral bezig met gezinshereniging, met de vraag hoe ze ooit weer terug konden. Voor mij was meteen duidelijk dat ik hier zou blijven. Dat is een heel andere denkwijze. Mijn advies is: leer de taal, verspil niet te veel tijd met terugkijken.”

Het mes snijdt aan twee kanten. “Onze reizigers zijn een afspiegeling van de samenleving,” zegt Yolanda Verdonk, hoofd HR bij de Spoorwegen. “Ons personeel moet dat ook zijn. Bovendien presteren diverse teams domweg beter.”

De NS heeft daarom een target gezet op het binnenhalen van hoogopgeleide statushouders: vijf per jaar via de werkervaringstrajecten, naast de inspanningen om statushouders en andere mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt regulier in dienst te nemen. Dit traject loopt nu vijf jaar: van de 25 statushouders die zo aan werk kwamen, zijn er tien bij de NS in vaste dienst en hebben er twee een jaarcontract gekregen.

PwC begon in 2017 met het statushoudersprogramma Seeds of PwC, een traject van zeven maanden. In 2019 deden 24 mensen mee; elf zijn er blijven hangen. “Vergeet niet, deze mensen kunnen echt iets,” zegt Marc Borggreven van de raad van bestuur van PwC. “Het is niet dat wij zeggen: we halen een vluchteling van de straat. Dit zijn hoogopgeleide mensen, die andere kennis leveren, andere beelden, andere achtergronden. Dat is heel zinvol voor ons.”

Het is geen liefdadigheid, zegt ook Nicole Böttger, hoofd diversiteit van ABN Amro. De bank streeft naar twintig geplaatste statushouders per jaar. Niet alleen vanwege de ‘social impact’, zoals Böttger het noemt, maar ook gewoon om goede kandidaten binnen te halen. Die diversiteit moet, wat haar betreft, doordringen tot alle aspecten van de bank. Dus organiseert ABN Amro ook dagen waarop statushouders met een eigen bedrijf kunnen pitchen bij grote klanten van de bank, op zoek naar investeerders. Binnen de bank krijgen statushouders trainingen, taallessen en individuele coaching. Böttger: “Uiteindelijk vind ik het het leukst dat we statushouders een plek geven zodat ze weer mee kunnen doen in de maatschappij.”

Vakantiehuis

Louma Nour Allah (43) werkt sinds mei vorig jaar op de corporate creditafdeling van ABN Amro. “Ik wist dat we een compleet nieuwe start zouden maken,” zegt ze. “Maar dat je ónder nul begint, dat had ik niet verwacht.”

In Syrië had ze een goede baan in de accountancy, een huis in Aleppo en een vakantiehuis aan zee. Haar man is Palestijns, hij en hun dochters hadden daardoor in Syrië geen paspoort. Toen ze op de vlucht voor de oorlog in Libanon belandden, was Nour Allah de enige die mocht werken. Haar man vluchtte over zee naar Europa, zij volgde later met hun dochters.

Louma Nour Allah (43) uit Aleppo (Syrië) – werkt bij ABN Amro. Beeld Marc Driessen
Louma Nour Allah (43) uit Aleppo (Syrië) – werkt bij ABN Amro.Beeld Marc Driessen

Toen ze hier kwam, werd ze veroordeeld tot een uitkering. “Veel Nederlanders snapten niet dat we geen keuze hadden. Die dachten dat we speciaal voor die uitkering hierheen waren gekomen.” De stereotypen doorbreken, dat vond ze het lastigst. “We werden in dat ene hokje van ‘vluchteling’ gestopt. Ik moest steeds zeggen: ik ben een mens, ik ben niet alleen een vluchteling. Kijk naar mij, en naar de ervaring die ik meebreng.”

Die uitkering had ze maar een paar maanden nodig. Haar man vond een baan als monteur, zij is business developer bij ABN Amro. “Ik zocht een eerlijke kans, en die heb ik hier gekregen. Via sociale media hoorde ik van een programma bij ABN, gericht op inclusiviteit. Dat was precies wat ik zocht. Ik ben zo blij om met een team samen te kunnen werken, samen doelstellingen te behalen, ik leer elke dag bij.”

Ze is trots, zegt ze. Niet alleen omdat ze deel uitmaakt van ABN Amro, ze is ook trots op haar kinderen. Haar oudste dochter is begonnen aan een studie farmaceutische wetenschappen, de andere twee doen vwo. Het gezin heeft nu een koophuis in Heerhugowaard, en de meiden hebben weer een eigen kamer, net als vroeger. Syrië mist ze niet. Althans, alleen haar familie, niet het systeem.

Nostalgie

Eyad Abo Shamleh wordt ook nog weleens overvallen door wat hij nostalgie noemt. “Ik mis mijn ouders en mijn land. Toen ik net in Nederland kwam, was er de taalbarrière, en de leegte van een bestaan zonder invulling. Nu voel ik me zoveel beter. Ik heb een koophuis, een hypotheek, ik ben geïntegreerd in de gemeenschap en kan mijn bijdrage leveren.”

Ook Abraham Foto zegt het. “Ik hoop dat andere bedrijven het voorbeeld van PwC volgen. Deze baan helpt mij een betere burger te zijn. Financieel, geestelijk en qua vaardigheden ben ik nu stabiel. Wij zijn niet alleen hier gekomen om de problemen in ons eigen land te ontvluchten. Nu we hier zijn, willen we goede burgers zijn en een bijdrage leveren, aan de maatschappij en aan de economie.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden