PlusPortretten

Deze mensen van GVB Veren houden de stad bereikbaar: ‘Ze noemen ons weleens het elitekorps van het GVB’

Schipper Frans Tienstra met zijn vrouw Ank: 'Je vaart hier regelmatig in een levend schilderij.'
 Beeld Linette Raven
Schipper Frans Tienstra met zijn vrouw Ank: 'Je vaart hier regelmatig in een levend schilderij.'Beeld Linette Raven

De hele dag door, zeven dagen per week, varen de veerdiensten van het GVB heen en weer over het IJ. Een wereldbaan, zeggen de mensen die de beide zijden van de stad aan elkaar knopen. ‘Ze noemen ons weleens het elitekorps van het GVB.’

Marc Kruyswijk

De aanleg van een brug over het IJ is misschien wel het langstlopende dossier in de Amsterdamse gemeentepolitiek. Maar oei oei, wat is het stiekem fijn dat je als fietser van en naar Noord nog steeds zo ongeveer uitsluitend bent aangewezen op de pont. Niets onthaast in maar een paar minuten zo intensief als het Buiksloterwegveer, het NDSM-veer of het Houthavenveer. Een moment om na te denken, of juist niet. Precies lang genoeg om bij te komen van je fietstochtje of je klaar te maken voor het vervolg.

Even overwippen met een pontje is de kortste vakantie denkbaar. Soms regent het, maar zelden hindert dat. Want je bent op het water. Water dat werkelijk geen dag dezelfde kleur lijkt te hebben. En: aan boord van een schip is Amsterdam anders. De pontveren van het GVB bieden een verschuiving van perspectief: de stad verandert, lijkt ineens wel kleiner, behapbaarder. Vrediger zelfs. Overal waar je kijkt, zie je plekken waar je soms al wel vijftig jaar voorbij trippelt, maar dan ineens vanuit een andere hoek. Varen met een veer is nooit vervelend.

Zeven verbindingen telt de stad. In de 4130 hemelsbrede meters tussen de aanlandingen bij het NDSM-terrein in het westen en het Azartplein op het Java-eiland in het oosten varen vele, vele pontveren. Heen en weer. Heen en weer. Heen. En weer. Tel daar de drie verbindingen over het Noordzeekaanaal bij Zaanstad, Assendelft en Velsen bij op en je zou kunnen zeggen dat er mogelijkheden te over zijn om van de ene kant van het water naar de andere te komen.

Er wordt ook stevig gebruik van gemaakt: de reizigersaantallen zaten in de lift. Soms zelfs zozeer dat het op spitsmomenten onplezierig druk werd aan boord. Corona vertroebelde het beeld natuurlijk: afgelopen jaar noteerde het GVB nog een daling van het aantal pontpassagiers: dat nam met meer dan 18 procent af. Maar zie hoe Noord de afgelopen jaren tot ontwikkeling is gekomen, hoe woningen en bedrijvigheid er vaste grond onder de voeten hebben weten te vinden, en het wordt duidelijk dat de veren voorzien in een behoefte. De behoefte tot oversteken.

Veeleisend werk

Natuurlijk, al die Amsterdammers móeten wel scheep gaan; een brug is vooralsnog slechts toekomstmuziek. Helemaal rechts, vanuit de stad bezien, kun je over twee enorme bruggen fietsen, maar dat is vrijwel altijd om. Het is oneerlijke concurrentie natuurlijk, een brug of een boot, maar de oostelijke fietsroute is vooral ook een stuk minder aantrekkelijk.

En dan is er de Noord/Zuidlijn natuurlijk, die de gelegenheid biedt om onder het IJ door te rijden in plaats van erover- of erdoorheen. In 2019, het eerste volledige jaar dat de nieuwe metro reed, slonk het aantal pontpassagiers van 24,3 miljoen per jaar naar 22,4 miljoen: een daling van bijna 8 procent. De Noord/Zuidlijn wordt gebruikt, inderdaad. Efficiënt? Zeker. Charmant? Niet bepaald. En niet gratis. Ook dat speelt mee: de pont is gratis. De pont is, zoals een wethouder een tijdje geleden zei, ‘een stukje beweegbare openbare ruimte’.

Amsterdammers zijn enthousiast over de ponten en pontjes. Bussen, trams, de metro: de klanten geven jaar in jaar uit hoge waarderingscijfers. Maar voor geen ov-vorm worden zulke hoge beoordelingen afgegeven als voor de reizigerservaring te water. Bussen en trams zijn werkvervoer, verplicht, omdat het moet of niet anders kan. Het ander, de pont, is en blijft een ervaring.

Met 121 fte’s houden de mensen van GVB Veren de stad bereikbaar. Schipperen op een pontveer, dat wil iedereen wel doen, zou je denken. Maar net als binnen veel sectoren heerst op de arbeidsmarkt voor nautische functies bijna problematische krapte. Dat maakt het lastig om voldoende schippers te vinden, laat het vervoerbedrijf weten.

Het werk zelf wordt gewaardeerd: wie bij GVB Veren werkt (zie de portretten hieronder), blijft er niet zelden een arbeidzaam leven hangen. Van de ene kant naar de andere en dat de hele dag door: een zekere sleur zou zomaar eens op de loer kunnen liggen. Maar wie eens uitgenodigd is in de stuurhut, ziet dat het werk veeleisend is: het IJ geldt als een van de waterwegen in het land die druk bevaren wordt. Binnenvaart, cruisevaart en rondvaart natuurlijk. Maar de laatste jaren waagt ook steeds meer pleziervaart zich tussen de grote jongens. Het vergt veel van de schippers, de aandacht mag niet verslappen. Zoals een van de schippers het zegt: “Dit wordt nooit een trucje.”

Een brug over het IJ: natuurlijk is die praktischer voor de zich verplaatsende Amsterdammer. Nooit meer hoeven wachten, ongehinderd verder trappen, tot op de minuut precies op het tijdstip dat jij het wil. Maar tegelijk moet Amsterdam zijn vervoer te water koesteren. Die brug die komt er vast, maar als het allemaal nog iets langer duurt, redt de stad zich nog wel even.

Frans Tienstra (64), schipper

null Beeld Linette Raven
Beeld Linette Raven

Hij is de pontveerschipper met de meeste dienstjaren van de stad. De admiraal van de GVB-vloot, zegt hij grappend. Bij Frans Tienstra stroomt er na zijn 28 dienstjaren hoofdzakelijk water door de aderen. Nog twee jaar moet hij. “Dan is het wel welletjes. Niet dat het werk me tegenstaat, zeker niet. Het is schitterend om zo vaak op het Amsterdamse water te mogen zijn. Je vaart hier regelmatig in een levend schilderij.”

Tienstra is er zo een bij wie het zo heeft moeten zijn. Op zijn zestiende stopte hij met school en monsterde hij aan op een vissersboot. “Ik zag dat vrienden daar voor hun leeftijd enorm veel geld verdienden. Dat wilde ik ook. Mijn vader was het er niet mee eens, maar ik deed het toch. Het beviel me. Varen vanuit Den Oever. ’s Winter garnalen en kabeljauw, in de zomer tong en schol. Een mooi leventje.”

Totdat hij een kleine dertig jaar geleden als uitzendkracht, de eerste invaller in de geschiedenis van het bedrijf, werd gevraagd om tijdens de zomerperiode vakantie vierende schippers te vervangen. “Dat beviel goed, na zestien jaar vissen. Na verloop van tijd kreeg ik een vast contract aangeboden. Ik twijfelde: zou ik de visserij niet missen?”

In de eerste periode nam hij wel eens een paar dagen verlof. “Als je handig roosterde, had je zo een week vrij. Dan belde ik mijn oude vrienden weer op en was ik weer een weekje visser. Zo kon ik langzaam wennen aan een gestructureerder leven.”

Tienstra heeft het GVB hoog zitten, ergens anders dan op de pont zou hij niet kunnen werken. “Ze noemen de mensen van de veren weleens het elitekorps van het GVB. Het is een apart slag: schippers zijn gesteld op hun vrijheid. Ik zou geen buschauffeur kunnen zijn, steeds datzelfde rondje rond de kerk. Sommige collega’s vinden het prachtig, maar ik heb afwisseling nodig. Niet iedere dag hetzelfde.”

De visserij mist hij soms nog weleens. Dan gaat het kriebelen. Maar ja, als je ziet hoe het er in de visserij aan toegaat. “Dat is geen doen meer tegenwoordig. Nee hoor, laat mij mijn laatste werkende jaren maar doorbrengen op een pont.”

Michael van Wonderen (31), technische dienst

null Beeld Linette Raven
Beeld Linette Raven

Er is geen pont die Michael van Wonderen niet vanbinnen en vanbuiten kent. Iedere dag is hij met zijn collega’s in de weer om de vloot varende te houden. Schilderen, sleutelen, als het mogelijk is de meest uiteenlopende hand- en-spandiensten verrichten: voor Van Wonderen is geen dag hetzelfde. “Ik ben echt een man van de praktijk. Lekker afwisselend werk, veel buiten, ik zou nergens anders willen werken.”

Het is een baan op het snijpunt van techniek en het maritieme. Van Wonderen verricht veel van zijn werk op de werf in Noord, in de ponthaven met uitzicht op het Java-eiland. “Twee keer in de week maak ik een ronde. Dan zie ik alle boten, ook als ze op dat moment in bedrijf zijn. Het is een vast rondje: deugt alles, functioneert de techniek nog? Ik let dan op van alles. Beschadigingen, algemeen onderhoud. En de bunkerstanden: zit er nog voldoende brandstof in de tanks?”

Het is bij uitstek praktisch werk. Als het ook maar even kan, lost Van Wonderen eventuele ongerechtigheden ter plekke op. “Dan kan het veer gewoon doorvaren. Als het meer werk is, moet je ’m uit de vaart nemen. Dat is een heel geregel, want er moet dan een vervangend schip komen.”

Negen jaar werkt hij voor GVB Veren. Een bewuste keuze, destijds. “Techniek en water, die combinatie heeft me altijd al getrokken. Ik kon destijds kiezen: dit, of werken op een scheepswerf. Dit werk had mijn voorkeur, het gaf me een vrijer en zelfstandiger gevoel. En ik weet: ik heb altijd werk, want een aantal van de veren vaart 24 uur per dag. Dat maakt het spannend en intensief, maar ook heel leuk om te doen.”

Het werk is veranderd, het is ‘cleaner’ geworden, zou je kunnen zeggen. “We varen hoe langer hoe meer elektrisch, dat vergt andere vaardigheden voor techneuten zoals ik. Je houdt je handen vaak net iets langer schoon. Het scheelt nogal wat of je werkt met grote dieselmotoren of dat zich onderin een hele reeks batterijen bevindt.”

Maria Oldenburger (49), schipper

null Beeld Linette Raven
Beeld Linette Raven

Het was stiekem onvermijdelijk dat Maria Oldenburger ooit terecht zou komen in de stuurhutten van de Amsterdamse pontveren: haar ouders waren binnenschippers, ze had zelf ook een tijdje een eigen schip en ze werkte een aantal jaren als schipper op een rondvaartboot. “Maar dit is de mooiste baan. Ik doe dit nu zestien jaar, maar ik ben er nog lang niet op uitgekeken. Ik voel me gezegend.”

De hele dag oversteken, dat is eigenlijk haar werk. Van de ene naar de andere kant en weer terug. Wie zou kunnen bedenken dat je daar op een gegeven moment wel klaar mee bent, heeft buiten Oldenburger gerekend. “We varen steeds op andere lijnen. Als je tussen CS en het Buiksloterplein vaart ben je heel erg bezig met opletten: komt er niets aan? Kunnen we nu veilig naar de overkant?”

Maar andere veren hebben weer een ander karakter. “Het NDSM-veer legt een veel langere afstand af, dan vaar je echte een stukje over het IJ. Dat is meer echt varen. Soms ben ik schipper als er feesten zijn op het NDSM-terrein, dan is het eivol aan boord. Soms vaar je in een paar uur wel 30.000 man over.”

Schipper zijn geldt als zwaar beroep. Dat zit ’m de continue scherpte die de schippers moeten opbrengen. Maar ook de wisselende diensten maken het tot een intensieve baan. “Soms beginnen we om zes uur ’s morgen, soms werk je van toen uur ’s avonds tot de volgende ochtend. Dan heb je echt een beetje jetlag. Als je schipper bent, moet je goed voor jezelf zorgen. Anders hou je het niet lang vol.”

Na zestien jaar schipperen heeft Oldenburger de meest uiteenlopende types aan boord gehad. “Amsterdammers zijn er in alle soorten en maten. In mijn werk sta je ook regelmatig tussen de mensen, je leert ze wel kennen. Er zijn er die allerlei middelen gebruiken. Tijdens corona en nu ook nog wel een beetje, zie je dat mensen wat opstandiger worden. Ze hebben weinig begrip. Dan zegt iemand: jij voer laatst net weg terwijl ik eraan kwam. Dat deed je erom. Hoe komen mensen erbij?”

Maar, zegt Oldenburger, er komen ook hele leuke, lieve mensen aan boord. “Laatst was er een vrouwtje dat haar laptop aan boord had laten staan. Die laptop kwam bij ons terecht en uiteindelijk weer bij haar terug. Ze nam taart voor ons mee, zo blij was ze. Al met al doe je veel leuke contacten op.”

Uljan Uliu (31), schipper

null Beeld Linette Raven
Beeld Linette Raven

Hij kwam vanuit Italië naar Nederland voor de liefde, vertelt Uljan Uliu, een geboren Albaniër. Dat was nogal een verhuizing. “Ik was gewend buiten te leven, maar hier bleef iedereen binnen. Het was koud en ik heb wel de nodige moeite moeten doen om me hier thuis te voelen. Dat ik aan het werk kon bij de GVB heeft daar heel erg bij geholpen.”

Hij begon niet onmiddellijk als schipper. “Mijn schoonzus werkte als pontwachter bij het Noordzeekanaalveer. Dat ben ik toen ook gaan doen. Leuk werk, maar ik zag wel dat ik het liefst schipper zou willen worden. Dat was nog lastig, want daarvoor moet je het Nederlands goed beheersen. Ze vroegen allemaal pontwachter of ze de opleiding niet wilden doen, maar mij sloegen ze over.”

Uiteindelijk stapte Uliu zelf op de chef af. Die wilde hem wel toelaten tot de opleiding, maar alleen als hij een contract tekende waarin stond dat hij de kosten zou terugbetalen als hij halverwege zou stoppen. “Dat begreep ik wel. Veel mensen haken af tijdens de opleiding, dat kost allemaal geld. Maar ik heb ’m afgerond. Dat duurt alles bij elkaar vier jaar: het aantal jaren dat je vaarervaring moest hebben om schipper te worden.”

Het is een fijn vak, zegt Uliu, die niet per se iets met varen had. “In tegenstelling tot veel van mijn collega’s ben ik niet als schipper geboren, ik ben het geworden. Het is de vrijheid die je hebt, je bent op het water de hele dag. Wij worden niet steeds op onze vingers gekeken. Als we eens een paar minuten te laat zijn dan is dat niet erg: het belangrijkste is dat je veilig je werk doet. Bij twijfel niet oversteken. Mensen kunnen beter een paar minuten later aankomen dan dat ze gewond in het ziekenhuis belanden.”

Het veilig varen vergt veel van de schippers: het IJ is een van de drukst bevaren binnenwaterwegen in Europa. “Bootjes, binnenvaart, cruiseschepen: alles vaart over het IJ. Dan moet je weten wat je doet, je aandacht mag geen moment verslappen. Dat klinkt zwaar, maar ik prijs mij gelukkig dat ik mag werken in de mooiste stad van de wereld, met de beste collega’s.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden