PlusInterview

Deze mensen namen een sabbatical: ‘Je vergeet welke dag het is’

Hiken op een gletsjer, wildkamperen in de woestijn of te voet naar Rome. Een break van de dagelijkse sleur maakt je een leuker mens. Daarom zijn er steeds meer bedrijven die het nemen van een sabbatical stimuleren. ‘Je loopt en je geniet en je komt tot rust, dat is het.’

Fleur van Velzen.Beeld Maarten Steenvoort

Fleur van Velzen (30), business developer betaalproducten ABN Amro

Reisde in 2019 vier maanden door Colombia, Nieuw-Zeeland, Australië en Japan

Met een regeling als die van ABN Amro zou je wel gek zijn om niet een keer met sabbatical te gaan. Werknemers mogen maximaal zes maanden weg, eens in de vijf jaar, en de bank betaalt de eerste drie maanden veertig procent van het salaris door. Kwestie van goed zorgen voor je personeel, aldus de bank. Fleur van Velzen had na haar studie al gereisd met vriendinnen, en na een paar jaar werken als business developer begon het weer te kriebelen. “Toen ik hoorde van deze regeling, dacht ik: dat is wel een heel mooie kans.”

Ze kondigde het een jaar van tevoren aan, en begon toen aan de voorbereidingen van haar reis: drie weken Colombia met vriendinnen, daarna nog een kleine drie maanden met haar vriend naar de andere kant van de wereld. Vijf weken met de camper door Nieuw-Zeeland, daarna nog naar Australië en Japan. “We hebben ongelooflijk veel gezien en gedaan: een helikoptervlucht, hiken op een gletsjer. Niks lag vast, elke ochtend bedachten we wat we die dag gingen doen. Geen verplichtingen. We hadden heel veel rust, en heel veel tijd. Zo lekker.”

Achteraf, zegt ze, was ze liever de volle zes maanden gegaan. “Een lange reis maken was mijn droom, maar mijn vriend wilde wel reizen, maar kon niet heel lang. Dus dan had ik nog een deel alleen moeten doen, of met vrienden. En we hadden ook niet de goedkoopste bestemming uitgekozen. Op reis hebben we alles gedaan wat we wilden doen, maar we hebben wel behoorlijk wat uitgegeven.”

Ook in dat opzicht was het goed dat ze haar reis een jaar van tevoren had aangekondigd: zo kon ze elke maand geld opzijzetten. “Ik heb echt opgelet. Minder kleren gekocht, veel minder uiteten. En we zijn ook niet op wintersport gegaan.”

De reis ging haar niet per se om het opdoen van grote inzichten, zegt ze. “Mijn doel was vooral reizen en veel zien, en dat is gebeurd. Maar ik merk wel: als je vier maanden uit je dagelijkse routine bent, kun je daarna veel makkelijker afstand nemen. Ik merk nu dat ik veel beter zie wat wel en wat minder belangrijk is. De truc is om je minder te laten meeslepen. Dat lukt me nu steeds vaker.”

Fleur van Velzen op de Foxgletsjer op het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland. Beeld Fleur van Velzen

Dirk Knottenbelt (54), partner bij advocatenkantoor Houthoff

Liep in 2016 van Limburg naar Rome

Dirk Knottenbelt.Beeld Maarten Steenvoort

Dirk Knottenbelt wilde een reset. Ik wilde, zegt hij in een kamer boven in zijn kantoor op de Zuidas, een keer weer helemaal op mezelf teruggeworpen zijn om te weten of ik nog op mezelf kon vertrouwen. In 2012 had hij een hartstilstand gehad. “Mijn vrouw hoorde me vallen. Zelf weet ik daar niets meer van. Je bent in één keer weg.” Door snel ingrijpen van zijn vrouw en een aantal buren heeft hij het overleefd. Hij heeft maanden gerevalideerd, en is er heel goed uitgekomen, wat niet voor de hand lag. “Januari 2013 ben ik weer aan het werk gegaan, maar een onzekerheid bleef. Die hartstilstand was out of the blue gekomen, dat zou zomaar nog een keer kunnen gebeuren.”

Zijn vrouw zei direct ja toen hij in 2016 haar zijn wens vertelde. “Misschien wel te snel,” glimlacht hij. “We hebben drie kinderen, ze waren toen 15, 13 en 9. Ze heeft het best zwaar gehad.” En bij Houthoff hadden de partners de mogelijkheid voor een sabbatical met elkaar afgesproken. “Dat was een kwestie van op tijd aankondigen en je vervanging goed regelen. Thuis was veel belangrijker: als mijn vrouw het niet had zien zitten, had het niet gekund. Zij heeft het mogelijk gemaakt.”

Hij wilde gaan lopen. Geen pelgrimstocht, want die draait meer om de steden die worden aangedaan dan om de route ertussen. En hij besloot in Europa te blijven. Het ging hem niet om weg zijn van zijn familie. Nu bleef hij voor zijn gezin bereikbaar – zijn werktelefoon had hij niet meegenomen – en kon hij, mocht het nodig zijn, in een dag thuis zijn. Hij begon in een plaatsje onder Maastricht. “Na tien stappen voelde ik dat het de juiste beslissing was geweest.”

De Col de Bise, Frankrijk.

Eindbestemming was Rome. Hij sliep in hotels, gîtes, berghutten, kloosters en soms in zijn eigen tentje. Zijn familie is een paar keer gekomen, zijn middelste zoon liep in de bergen een stuk mee. En elke dag belden ze. “Het is wel goed te merken dat ze op een gegeven moment gewoon tv bleven kijken als ik belde. Ik geef je mama wel, zeiden ze dan.”

Tot grote inzichten is hij niet gekomen. “Dat is niet wat er gebeurt. Andere mensen zeggen hetzelfde. Je loopt en je geniet en je komt tot rust, en dat is het. Je bent bezig met de route, met goh wat is het hier steil, met een pijntje. Heel prozaïsch.”

Hij liep drieënhalve maand, ongeveer 25 kilometer per dag. “Als je loopt, besef je wat een kilometer is. Als je een bord ziet met ‘kruispunt over 200 meter’, denk je als automobilist: remmen. Als je loopt moet je gewoon nog een stukje door. Je vertraagt. En dat was precies de bedoeling.” 

Monte Galero, Italië.
Aankomst op het Sint Pieterplein.

Shirin Bemelmans-Lalezari (44), hartchirurg in het UMC Utrecht

Zes maanden sabbatical in 2017

Shirin Bemelmans-Lalezari.Beeld Maarten Steenvoort

Nu al? Hoe kwam ze erbij om nog geen negen jaar nadat ze specialist was geworden een sabbatical te nemen? Dat was wat hartchirurg Shirin Bemelmans-Lalezari van collega’s in het land te horen kreeg toen ze begin 2016 zei er een half jaar tussenuit te willen. “Nu al? Nu pas! zei ik dan,” zegt ze nu. “Ik ga toch niet wachten tot ik 65 ben. En over vijf jaar ga ik weer!”

Niet dat ze er niet lang over had nagedacht. “Mijn man wilde al jaren naar het buitenland, hij was als zelfstandig trainer/coach flexibel, en ik zei altijd: dat gaat niet met mijn werk.” Op haar negende had de Iraans-Nederlandse Shirin een anatomieboek opengeslagen, en toen wist ze het: ze werd hartchirurg. Het idee liet haar nooit meer los. 

Sinds 2009 werkt ze als hartchirurg. Een fantastische baan, zegt ze, en keihard werken. Hartkleppen, bypasses – twee lange operaties op een dag, en diensten. ’s Ochtends vroeg stapte ze op de fiets en wist niet hoe laat ze ’s avonds thuis zou komen. “Ik had altijd gezegd: dat ik de kinderen minder zie, hoort gewoon bij mijn vak. Maar toen ze er eenmaal waren, merkte ik dat ik dat eigenlijk helemaal niet vond. Maar ja, was de reactie dan, had je maar een ander vak moeten kiezen.”

Sydney, Australië.Beeld Shirin Bemelmans-Lalezari

In 2015 was het op. Ze gaf leiding aan haar vakgroep, had twee jonge kinderen en werkte vier lange dagen in het ziekenhuis. “Ik was thuis niet te harden,” zegt ze. “Ik had een kort lontje, kon niets hebben, en zag al op tegen het doen van de was.” Op haar werk vroeg een assistent hoe het met haar ging. “Niet huilen, niet huilen, dacht ik, en ik zei: druk, kinderen, je kent het wel. De meeste mensen haken dan af, maar zij vroeg: vind je het niet vervelend dat je je kinderen zo weinig ziet? Aan het eind van het gesprek zat ik te brullen.”

Ze besloot negen weken door Australië en Thailand te trekken met man en kinderen. Een prachtige reis, al had ze zich een vakantie met twee peuters misschien iets te romantisch voorgesteld. De kinderen 24 uur per dag om zich heen was ook best vermoeiend. Terug in Nederland had ze nog een paar maanden om eindelijk eens af te spreken met vrienden, en om eens rustig na te denken. Voor reflectie was in het ziekenhuis domweg geen tijd.

Ze besloot drie dagen te gaan opereren in het UMC Utrecht, en de vierde dag haar eigen coachpraktijk op te zetten voor medici. “Als je ziet dat je mensen echt kunt helpen met een goed gesprek, geeft dat bijna net zoveel voldoening als iemand goed afleveren na een operatie.”

Chiang Mai, Thailand.Beeld Shirin Bemelmans-Lalezari

Tim Voors (48), interim creatief directeur in de reclame

Liep in 2016 de Pacific Crest Trail, van Mexico naar Canada 

Tim Voors.Beeld Maarten Steenvoort

Eigenlijk zou Tim Voors (48) willen beginnen met een waarschuwing. Als je hieraan proeft, kun je niet meer terug. Bij hem begon het met een paar weken lopen in Afrika en zes weken in Japan. “Ik was verslaafd geraakt aan lopen, ook als afwisseling van de drukte van het normale leven.”

In 2016 nam hij voor het eerst lang vrij en trok zes maanden door Amerika voor de Pacific Crest Trail: 4268 kilometer van Mexico naar Canada. “Ik was altijd met anderen. Met vrienden, mijn gezin. Ik wilde kijken of ik alleen-zijn aandurfde.”

Voors werkt in de reclame, en woont met vrouw en kinderen, destijds 15, 13 en 11, in Broek in Waterland. Zijn vrouw werkte aan huis. “Het is zeker een opgave om alles goed te regelen. Mijn vrouw en ik doen veel samen, maar ook veel apart. Dat werkt voor ons. Zij was al naar Santiago de Compostella gelopen, in haar eentje. Als iedereen gezond is, kan het.”

Storm op 50 kilometer van Canada.Beeld Tim Voors

Het kostte ruim een jaar aan voorbereiding: sparen, plannen, veel lezen. Angsten overwinnen. “Ik had nog nooit door de woestijn gelopen. Beren en slangen vond ik spannend, en de bliksem daar was ik ook huiverig voor. Die onzekerheid is gebleven, die macht van de natuur blijft. Maar dieren zijn vaak groter tussen je oren dan wanneer je ze in het wild tegenkomt.”

Hij vloog op San Diego. Daar deed hij inkopen voor twee maanden: noedels, repen, gedroogde mango, wat hij in kleine pakketjes opstuurde naar plekken waar hij verwachtte over drie, zes, acht weken te zijn. En toen ging hij lopen. Eerst twintig kilometer per dag, door de bloedhete woestijn, daarna liep hij er vaak wel veertig. De route loopt ver van de bewoonde wereld, zo eens in de zes dagen had hij bereik en contact met thuis. 

“Je komt in een roes. Je wordt wakker als de zon opgaat en gaat slapen als het donker is. Je vergeet welke dag het is. Wat sommige mensen leven in het nu zouden noemen: je zorgt voor je lichaam, voor eten, je reageert op het weer en op obstakels. Het is zo prettig om te leven zonder tijd.”

De Muir Pass, Californië. Beeld Tim Voors

Toen hij terugkwam, wist hij een ding zeker: dit ging hij weer doen, en zijn vrouw ook. Hij is inmiddels ook al in zijn eentje door Nieuw-Zeeland gaan lopen. “Ik zit in een branche waar je goed kunt verdienen,” zegt Voors. “We hebben ons leven zo aangepast dat sabbaticals een structurele rol kunnen hebben.” Een deel van hun huis is nu een bed and breakfast, ze letten beter op uitgaven en verhuren hun huis als ze weg zijn. Bovendien schreef Voors een boek over zijn reis, Alleen – De Pacific Crest Trail, en geeft hij lezingen over zijn tocht. Die financieren zijn volgende sabbatical. 

Eagle Rock, bij Warner Springs. Beeld Tim Voors
De start aan de Mexicaanse grens. Beeld Tim Voors

Wel of niet doorbetaald

Bij een sabbatical nemen werknemers een periode van een aantal maanden tot een jaar vrij. Anders dan zorgverlof of ouderschapsverlof is dit recht niet wettelijk vastgelegd, en is het een kwestie van goede afspraken maken met je werkgever. In de praktijk nemen mensen niet langer dan 18 maanden vrij, omdat anders de rechten voor de Ziektewet en de WW in gevaar komen. Meestal wordt die periode niet doorbetaald, al voerde Philips dit jaar het welzijnsverlof in: een volledig doorbetaalde periode van vijf weken, die werknemers eens in de vijf jaar mogen opnemen. Bij ABN Amro krijgen werknemers op sabbatical de eerste drie maanden 40 procent van hun salaris doorbetaald. Voorwaarde is wel dat ze daarna nog minstens drie maanden in dienst blijven. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden