Plus Reportage

Deze ‘lifecoachers’ helpen leerlingen niet alleen met huiswerk

Rolmodel Noussair (midden) is vier dagen per week in de studiezaal. Beeld Dingena Mol

Abdelhamid Idrissi (30) probeert met zijn stichting Studiezalen jongeren in Nieuw-West en Noord te helpen met hun huiswerk, maar het gaat verder dan dat. ‘We komen ook te weten waardoor een kind ’s nachts niet slaapt.’

In een pand in Osdorp (Nieuw-West), grenzend aan de Sloterplas, druppelen om vier uur ’s middags de eerste kinderen binnen. Ze verspreiden zich over kleine klaslokalen, de oudere kinderen nemen plaats aan een van de tafels in de aula. Het pand, dat met al die lokalen en kinderen ook een basisschool had kunnen zijn, is een van de 26 studiezalen die zijn verdeeld over Nieuw-West en Noord. Elke week gaan er 650 leerlingen van basisscholen en middelbare scholen naartoe om huiswerk te maken.

“De wachtlijsten groeien en groeien,” verzucht Abdel­hamid Idrissi, oprichter van Stichting Studiezalen. Hij is trots, maar heeft moeite om gezinnen af te wijzen. “Sommige ouders worden boos. Ze horen via via de goede verhalen en willen het beste voor hun kind. Het is frustrerend dat we de vraag niet kunnen bijbenen.”

Studiezalen is zo succesvol dat het uit zijn jasje begint te groeien. Idrissi is gretig, maar afhankelijk van subsidies. Hij zal geduld moeten hebben. Daarnaast begeleidt hij leerlingen het liefst meerdere jaren achtereen. Het is dus niet zo dat er aan het begin van het nieuwe schooljaar plots honderden plaatsen vrijkomen.

Waarom Studiezalen zo in trek is bij ouders en hun kinderen? Volgens Idrissi omdat het allang geen huiswerk­begeleiding meer is. “Dat is zelfs bijzaak geworden. We noemen onszelf lifecoachers. Veel kinderen uit Nieuw-West en Noord, stadsdelen met relatief veel armoede, kampen met prangendere problemen dan moeite met rekenen. Ze zijn arm, hebben ongeschoolde ouders van wie een deel gebrekkig Nederlands spreekt of schrijft. Het is de kwetsbaarste doelgroep van de stad. Veelzeggend is dat we hebben geëxperimenteerd met 50 cent per week te vragen aan de ouders. Er kwam niemand meer opdagen. Nu is het weer gratis.”

Abdelhamid Idrissi richtte Studiezalen negen jaar geleden op en ziet de wachtlijsten groeien. Beeld Dingena Mol

Ouders die hun kind willen aanmelden, komen met het gezin op gesprek. Met een begeleider nemen de ouders door waar hun kind moeite mee heeft. Bepaalde vakken, opletten tijdens de les, focussen op huiswerk, maar ook: heeft de leerling misschien weinig vrienden? Durft hij geen vragen te stellen? Is hij soms brutaal? Ruimt hij zijn kamer nooit op? Maken de ouders zich zorgen om met wie hij omgaat buiten schooltijd? “Schoolse en naschoolse doelen,” vat Idrissi samen.

De kinderen denken vaak dat ze alleen voor huiswerk­begeleiding komen. Zo begint het ook. De eerste weken ­investeert Idrissi met zijn team in onderling vertrouwen. Daarna begint langzaamaan de fase waarin ze gericht problemen oplossen. “Onze pedagoge komt steeds meer te weten over wat er speelt bij het kind, waardoor iemand ’s nachts niet slaapt. Het kind wordt bijvoorbeeld gepest, thuis mishandeld, of het kan, bij een wat ouder iemand, niet aan een stageplek komen. Daarover praten we, maar ook over hun dromen. Wat zijn hun doelen en ambities?”

Kinderen die op de basisschool zitten, vormen groepen van vijf en staan onder leiding van een pedagoog en een docent. Leerlingen van de middelbare school werken in grotere groepen en zelfstandiger. Hun ouders worden er minder bij betrokken. De opzet blijft wel hetzelfde: helpen met huiswerk, vertrouwen opbouwen, praten over hun zorgen en die vervolgens oplossen.

Vocabulaire

Idrissi richtte Studiezalen negen jaar geleden op. Dat idee ontstond bij de Albert Heijn, waar hij op zijn zeventiende teamleider werd. Hij gaf leiding aan jongens uit Geuzenveld – zijn wijk. Hij zag dat ze zich makkelijk ziek meldden, onbeleefd waren tegen klanten, vaak te laat kwamen. Hij ging het gesprek aan met de jongens en hun ouders, en merkte dat hij hun vertrouwen won, iets voor ze kon betekenen. Hij besloot niets met zijn hbo-diploma bouwkunde toen, maar zich op het jongerenwerk te storten.

“Ik voelde me anders dan de gemiddelde student. Mijn vocabulaire was minder breed, ik had geen geld voor een laptop. Ik durfde geen vragen te stellen, mijn gevoel te ­uiten. Ik was uitgevallen als mijn vader me niet zo had ­gemotiveerd. We hadden het niet breed thuis, maar hij hield me op het rechte pad. Ik mocht bijvoorbeeld nooit op straat hangen, moest meteen van school naar huis.”

Het is inmiddels iets na vijf uur. In een aantal lokalen wordt lesgegeven, in de aula maken de oudere leerlingen huiswerk. Majdouline (14) zit aan een tafeltje met drie leeftijdsgenoten. Doorgaans zit ze in een klas van zo’n twaalf leerlingen, nu werkt ze alleen. Ze komt hier heel graag, het liefst meerdere dagen per week. “Ik kijk ernaaruit om straks met begeleiders over de volgende stappen in mijn carrière te praten. Ik doe nu vmbo-t, maar zou graag via havo naar hbo willen om een opleiding bedrijfsadministratie te volgen. Maar ik heb vragen: hoe pak je zoiets aan, wat is de beste strategie om een stage te regelen?”

Een tafel verderop zit Amira (16). Ze maakt wiskundesommen. Dat kan ze aardig, maar ze merkt dat ze de stof moet bijhouden. Studiezalen is voor haar een stok achter de deur. Elke vrijdag is ze hier van vier tot zeven, het liefst werkt ze alleen, zonder afleiding. Als ze een vraag heeft, trekt ze een begeleider of docent aan zijn mouw. “Ik ben hier vooral om huiswerk te maken. Anderen krijgen hulp bij problemen thuis, maar daar heb ik minder last van.”

Chaotisch

Het is niet altijd makkelijk in te schatten wie serieuze hulp nodig heeft en wie niet. Idrissi zag vorig jaar een groepje meiden die telkens tot na zevenen bleven hangen. Hij ­begreep niet waarom, totdat hij het vroeg. De meisjes bleken niet graag thuis te zijn. Het was er te chaotisch, de ­vader vaak chagrijnig, ze moesten voor hun jongere broertjes en zusjes zorgen, koken, opruimen. Of praktisch: ze hadden thuis geen laptop.

Idrissi ging met de meiden in gesprek, stuitte ook op ­andere problemen. Ze wilden meer weten over persoonlijke hygiëne. Daar konden ze thuis met niemand over praten. Er lopen ook jongens rond die dreigen uit te vallen op school. Bij Studiezalen laten ze hun aardige en respectvolle kant zien. Idrissi: “Die jongens durven wij niet los te ­laten. Dan kan het heel snel misgaan. Voor hen is het ­belangrijk dat er perspectief is. Ik probeer ze bijvoorbeeld te koppelen aan bedrijven waar ze stage kunnen lopen.”

Wat daarbij helpt, zijn zogenoemde peerlifecoaches, zegt Idrissi. “We zetten jonge voorbeelden in als rolmodel. We maken hun het gezicht van een locatie. Leeftijdsgenoten hebben respect voor hen, trekken zich aan hen op. Ze zijn goed in de omgang, halen hoge cijfers op school.”

Noussair (16) is zo’n rolmodel. Hij is vier keer in de week in de studiezaal, hij zit momenteel in zijn examenjaar. Hij praat met andere leerlingen over school, maar ook over problemen thuis. “Wat ik een paar jaar geleden aan begeleiding nodig had, geef ik nu aan de kinderen hier.”

Ook voor ouders

Ook de ideeën van Idrissi groeien. Nieuw dit jaar: Studiezalen voor vaders en moeders. Een initiatief dat in de loop van dit jaar begint. Idrissi wil problemen met ouders ­oplossen om de thuissituatie van het kind stabieler te maken. De opzet is hetzelfde. Het begint met helpen hoe je korting berekent in de supermarkt, belastingaangifte doet. Er wordt ook Nederlandse les aangeboden en een cursus digitale vaardigheden. Wanneer er wederzijds vertrouwen is, wordt gepraat over schulden, mishandeling, kinderen die moeten tolken voor hun ouders. “Zaken die een stressvolle invloed op het kind kunnen hebben.”

Er is alvast één vader die staat te trappelen: Achmed ­Morabet (59). Hij werkt als vrijwilliger in de studiezaal in Osdorp en voorziet leerlingen van kopjes Turkse thee en versnaperingen. “Ik heb nooit geleerd om Nederlands te lezen en schrijven. Mijn buurvrouw moet mijn brieven voorlezen.” Morabet laat zijn tranen de vrije loop. “Ik heb nooit geld gehad om reguliere Nederlandse les te volgen. Ik kan niet wachten om te beginnen.”

Vrijwilliger Achmed Morabet: ‘Nooit Nederlands leren lezen en schrijven.’ Beeld Dingena Mol
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden