PlusReportage

Deze juf zocht haar groep 4-kinderen van tien jaar geleden op – ‘In uw tijd kon je een goede baan krijgen zonder diploma’s, nu niet meer’

null Beeld

Leerkracht Rita van Hoek zocht na tien jaar ‘haar’ kinderen uit twee klassen in Oud-West op. Is Ayat altijd nog zo vrolijk? Hoe kwam Tobias tóch op het vwo? Een zoektocht naar (on)gelijke kansen.

Rita van Hoek

Achtentwintig mooie, leuke gezichten, gevangen in de tijd. Ik keek naar de klassenfoto van groep 4 van Brede School De Kinkerbuurt in 2012. Een zeer diverse buurtschool in Amsterdam Oud-West.

Ik dacht: hoe gaat het nu met ‘mijn’ kinderen? Wat zijn hun kansen?

De serie Klassen leidde tot veel ophef en een oplaaiend debat over kansenongelijkheid. Voor leerkrachten die op scholen werken met een divers publiek was het geen verrassing: kinderen hebben geen gelijke uitgangspositie en dus geen gelijke kansen.

Maar het schuurt wel altijd: doen we genoeg, doen we het goed? Eind groep 8 zwaaien we ze uit. Maar hoe gaat het dan verder?

De foto, het ziet er zo harmonieus uit. Maar ik had mijn handen meer dan vol aan die klas; de ‘gewone’ niveauverschillen, van moeilijk lerend tot hoogbegaafd. Twee kinderen met autisme en een heleboel eigenzinnige types.

Kira, die zo kwaad kon worden en die ik een keer aan haar arm en been onder de tafel vandaan heb getrokken,

Tobias, die zat te dromen en elke dag zijn knuffels meesmokkelde en daar zijn laatje mee volpropte.

Zoekend naar de klassenfoto kwam ik foto’s tegen van mijn kleuterklas op de Annie MG Schmidtschool, ook een gemengde buurtschool in Oud-West. Achttien kleuters en ik zitten op een zonovergoten speelplein, het leven was vrolijk en zorgeloos.

Zou dat nu nog zo zijn? Ik wilde graag weten hoe het met ze gaat. Ik ging dus op pad. Uit deze twee klassen sprak ik met elf kinderen en vier ouders.

Schommel

Op een zomermiddag zit ik bij een koffiezaak te wachten op Douae. Ik heb zulke leuke herinneringen aan haar: een lief, sociaal en serieus kind, zelfs als kleuter. Ze kon enorm genieten van voorlezen en puzzelen. En ik zie ons nog op de grote schommel op het Cremerplein rondzwieren.

Haar ouders waren net zo, bescheiden en aardig. Douae is de oudste, ze heeft nog twee zusjes. Layla, de middelste, heeft ook bij mij in de klas gezeten. Vooraf bedenk ik op welk onderwijstype Douae zal zitten. Ik heb haar sinds ik weg ben bij de ‘Annie’ niet meer gezien, negen jaar geleden. Ze was toen nog heel jong, maar ik wist al zeker dat ze kon en wilde leren. En ze had geen taalachterstand zoals andere kinderen van Marokkaanse afkomst in die klas wel hadden. Ik schat in havo/vwo.

Ik zie haar aankomen en herken haar meteen, ook al draagt ze nu een hoofddoek. We omhelzen elkaar. “Wat lijk je op je moeder!”

Ze vertelt dat ze na de vakantie naar 6 vwo gaat. Ze heeft ook nog even op het gymnasium gezeten, maar Grieks en Latijn waren niks voor haar. “Ik wil huisarts worden, dat weet ik al vanaf groep 6 of zo. Maar tandarts zou ook kunnen.” Ze vertelt hoe moeilijk het is om op de studie medicijnen te komen. “Je moet een heel cv hebben met activiteiten, stages, vrijwilligerswerk en natuurlijk slagen met hoge cijfers.”

Ik kijk haar ongelovig aan.

“Serieus?”

“Ja,” lacht ze. “Het is heel veel. En ik ben een stressvogel, ik ben nu al zenuwachtig voor volgend jaar.”

Hoe vinden haar ouders het? “Ze zijn trots, maar ze vinden dat ik te hard en te lang studeer. Ze zouden mavo of havo ook goed vinden. Layla zit nu op de havo. Nee, Ik wil het zelf. Ik wil iets bereiken.” Ze vertelt wel dat ze later ook heel graag wil reizen – ‘gekke plekken zien, en een safari lijkt me ook vet’. En nu dan, heeft ze wel vrije tijd? “Nou..het is vrij vol. Ik heb ook nog een bijbaantje bij de Jumbo, ik ben leidinggevende van de kassa-afdeling. Ja, en verder met vriendinnen zijn.”

“Kind, dat is toch veel te veel allemaal,” zeg ik.

“Ja, er is gewoon veel druk. Niet alleen op mij, hoor, op iedereen op school, er wordt veel verwacht.”

Vlak voor we weggaan vertelt ze nog dat ze bij de huisarts is geweest omdat ze alsmaar zo moe was. “Ik kreeg ijzerpillen en hij vond dat ik het rustiger aan moest doen. Dat heb ik niet gedaan.”

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

Douae, 17 jaar

Advies: havo/vwo.
Nu: vwo.
Daarna: studie, denkt al heel lang aan huisarts, maar later kwam daar tandarts bij.
Moeder: huisvrouw en overblijfmoeder op de Annie.
Vader: voorman schoonmaakbedrijf.
Rapportcijfer leven nu: 6,7. “Ja, heel precies, dit was niet mijn beste jaar, ik was wat gedemotiveerd.”

Fantasiewereld

Ze blijkt niet de enige met stress. Ayat zat bij mij in groep 4, een vrolijk meisje dat graag met haar vriendinnen kletste maar ook serieus kon werken. “Ik werd tijdens die lockdown helemaal gek, ik snapte dat huiswerk niet... en toen maakte ik me wel zorgen over mijn examens.”

En Tobias, die in groep 4 nog zorgeloos in zijn fantasiewereld ronddwaalde, zegt: “Het is voor veel kinderen veel meer stress dan vroeger; we moeten denken aan onze toekomst, aan wat we gaan doen.”

In een recent onderzoek over geluk en druk bij jongeren (Unicef, 2021) staat stress door schoolwerk op nummer 1. Niet iedereen heeft stress, maar er valt me al snel iets anders op, iets wat ze allemaal hebben, van vmbo’er tot gymnasiast: dit zijn jongeren tussen de 15 en 19 jaar, maar wat zijn ze serieus en gedreven en wat zijn ze zich bewust van hun toekomst, van hun diploma’s.

Ayat: “Nee, je opleiding is echt geen grap, dit is serieus.”

Dounia: “Vroeger vond ik huiswerk maken moeilijk, nu doe ik het gewoon, ook al heb ik er geen zin in, het moet.”

Ook zij zat in groep 4; ik herinner me haar als een speels en grappig meisje.

Dit gevoel lijkt wat sterker te zijn bij de meisjes dan bij de jongens, maar ook de jongens maken vergelijkbare opmerkingen.

Ivar: “Ik heb natuurlijk ook een plan B.” En Zuko, die heel makkelijk kon en kan leren: “Ik heb veel lol, maar het is wel belangrijk om je best te doen en goed te studeren.”

Kira en Aisha zeggen helemaal niet zo serieus te zijn, maar beiden hebben een duidelijk toekomstscenario. Aisha: “Ik heb nu een tussenjaar om te kijken of mijn bedrijfje gaat lukken. Zo niet, dan ga ik een hbo-opleiding doen. Ik hou echt niet van school, maar ja, ik wil niet eindigen met niks.”

Ik vraag: “Niks? Maar je hebt toch het diploma marketing & communicatie?”

“Ja, maar dat is mbo, dat is niet genoeg.”

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

Jaap, 16 jaar

Advies: vwo.
Nu: vwo.
Daarna: gaat studeren, weet nog niet wat, iets waarbij hij veel en creatief moet denken.
Moeder: arts.
Vader: “Iets bij een bank.”
Rapportcijfer leven nu: 8,5.

Hokje

De woorden ‘hard werken’, ‘iets willen bereiken’ en ‘doelen’ komen vaak voorbij in de gesprekken met de kinderen. Ik sta ervan te kijken. Maar het lijkt erop dat ze eruit willen halen wat erin zit.

En dat is ook wat de aanpak van de kansenongelijkheid propageert. In Amsterdam gaat wethouder Marjolein Moorman (PvdA) met vliegend vaandel voorop. Ze heeft onderwijs en armoede in haar portefeuille en noemt zichzelf wethouder kansen. Ze ziet dat kinderen op te jonge leeftijd in een hokje worden geduwd waar ze niet meer uit kunnen komen.

Ik kijk nog eens naar de foto’s. Je weet het meteen, welke kinderen zeer waarschijnlijk de meest glanzende toekomst hebben. Die zonder moeite de scholen zullen doorlopen. Die alles mee hebben. En ja, dat zijn nog steeds de kinderen van vaak witte universitair opgeleide ouders.

En de kinderen die dat niet hebben? Dat is moeilijker te voorspellen. Het is complex, er spelen veel factoren mee: taal, intelligentie, concentratie, ambitie, doorzettingsvermogen, goede leerkrachten.

Voorstanders van gelijke kansen willen graag latere selectie (advies op 14-jarige leeftijd), maar dat moet wettelijk geregeld worden. Moorman probeert in Amsterdam het tij te keren met onder meer bonussen voor scholen met achterstandsleerlingen, bonussen voor leerkrachten op die scholen, en een brede brugklasbonus.

Het onderwijs opnieuw als de grote gelijkmaker. Wie kan daar nou tegen zijn?

Hoe meer ik me verdiep in kansen en ongelijkheid, hoe meer vraagtekens ik krijg over die gelijkekansenaanpak.

Er zijn nogal wat critici, onder wie Michael Sandel, de politiek filosoof die onder meer De tirannie van verdienste schreef. Sandel houdt een overtuigend pleidooi tegen de meritocratie. Meritocraten zeggen dat gelijke kansen zorgen voor een rechtvaardige samenleving: ongeacht de achtergrond kan iedereen opklimmen, als je maar hard werkt en je inspant. Een enorme verbetering ten opzichte van het vroegere klassendenken. Maar de meritocratie werkt niet goed meer, de sociale mobiliteit is tot stilstand gekomen en sociale ongelijkheid is enorm toegenomen. De gelijkekansenaanpak poogt die haperende meritocratie weer te herstellen.

Onzin, zegt Sandel, “Zelfs het meest geweldige onderwijssysteem zal het niet voor elkaar krijgen om kinderen uit een arm milieu gelijk te krijgen met kinderen uit een rijk milieu. Die ouders zorgen er door hun sociale en culturele kapitaal voor dat ze altijd voorop zullen blijven lopen. Daardoor doen hun kinderen het vaak al goed op school, en zo niet, dan krijgen ze thuisles, bijles, Cito-training.”

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

Stefan, 17 jaar

Advies: vmbo-kader.
Nu: vmbo-kader, gaat beginnen aan ROC-opleiding marketing & communicatie, wil liefst eigen bedrijf.
Moeder: medewerkster thuiszorg.
Vader: ondernemer.
Rapportcijfer leven nu: 6,5. “Voldoende, maar ik wil nog heel veel, bijvoorbeeld heel veel van de wereld zien. Ik zie wel dat het voor veel anderen een 10 zou zijn, daklozen en zo.”

Zomertaak

Tobias kreeg in groep 7 een vmbo-t advies. “Maar ik wist dat hij geen vmbo-kind was, hij had meer tijd nodig om wat peper in zijn reet te krijgen,” zegt moeder Nynke. Ze hebben er dus keihard aan gewerkt. Tobias: “Ik kreeg van mijn moeder een zomertaak spelling en moest ook woordenschat oefenen. Niet zo leuk, maar het moest.”

In groep 8 kreeg Tobias het advies vmbo-t/havo. Hij ging naar een brugklas havo/vwo en doet nu vwo.

Door de globalisering en het neoliberalisme, dat ook linkse partijen enthousiast omhelsden, is een ‘hoger’ diploma steeds belangrijker geworden.

Maar als je die capaciteiten (en de achtergrond) nou niet hebt, wat dan? Wethouder Moorman zegt in interviews vaak dat echt niet ieder kind naar het vwo of het gymnasium moet, het gaat ook om ontplooien van talenten, op de juiste plek komen.

Maar de maatregelen voor de kansengelijkheid jagen dat ‘hoger’ moeten scoren wel aan, meent socioloog Rineke van Daalen. In 2021 schreef ze in een open brief aan wethouder Moorman dat ‘leerlingen die naar het vmbo gaan, zoals u weet de helft van alle 12-jarigen’, niet in de plannen voorkomen. ‘U draagt daarmee bij aan twee gescheiden werelden: beroepsgerichte (vmbo) en algemeen vormende scholen (havo en vwo), waarvan de laatste als enig zaligmakend wordt gezien. Het is een wereld van winnaars en verliezers, waarin ouders alles op alles blijven zetten om hun kinderen zo ‘hoog’ mogelijk – lees: in het hoger onderwijs – uit te laten komen.’

Alle kinderen vertellen dat ze verder willen, meer willen, zelfs al hebben ze er geen zin in. Ze zijn zich enorm bewust van de kans die een diploma geeft. En niet voor iedereen is dat makkelijk.

Ik ontmoet ook Stefan in een koffiehuis in Oud-West. Ik zie hem aankomen. Hij is inmiddels even groot als ik en fors. Spijkerbroek, baseballpet. Een rond gezicht met ernstige ogen achter een bril. Ik herinner me hem als een vriendelijk jongetje met een lieve, wat bezorgde moeder. “Dag Juffrouw Rita,” zegt hij en hij geeft een stevige hand. Ook Stefan heb ik ruim negen jaar geleden voor het laatst gezien.

Hij herinnert zich nog heel veel van de kleutertijd, ik laat hem wat foto’s zien, waaronder een van een kerstdiner waar we allemaal op staan met kerstmutsen. “Dat weet ik nog, dat was heel leuk, daar zongen we Feliz Navidad!” En dat eindeloze buitenspelen: “We waren heel vaak op het Cremerplein.”

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

Kira, 16 jaar

Advies: vmbo-t/havo.
Nu: vmbo-t.
Daarna: havo en hbo, zou eigen bedrijf willen: “Ik kan er slecht tegen als mensen zeggen wat ik moet doen.”
Moeder: werkzaam in verslavingszorg dagbesteding.
Vader: facilitair medewerker Hotelschool.
Rapportcijfer leven nu: 9. “Het kan altijd nog beter.”

Boos

Maar hij heeft ook een minder leuke herinnering. Stefan kreeg als advies vmbo-kader. “Ik vond het heel erg, ik was boos en voelde me rot. Ik wist dat ik het laagste niveau van de klas had. Ik wilde zo graag naar het Berlage, daar gingen heel veel kinderen van de Annie heen. Maar dan had ik vmbo-t moeten hebben, ik had zo hard gewerkt maar ik haalde het niet.”

Was dat de uitslag van de Cito-toets? “Nee, dat was toen net afgeschaft. Het was het advies van de leerkracht.” Het idee van de brede brugklas spreekt hem aan. “Dan was het misschien anders gegaan.”

Hij ging naar het Huygens College. “Maar daar moest ik na twee jaar af van mijn ouders.” Waarom? “Nou, laat ik zeggen dat ik nogal met veel gekke mensen in de klas zat.”

Hij bedoelt dat het een chaos was in de klas en dat er totaal niet werd geluisterd naar leerkrachten. “We mochten ook niet van het terrein af en zo.”

Hij maakte vmbo-kader elders af. Nu gaat hij een ROC-opleiding marketing & communicatie doen. “Ik wil zelf wat beginnen later.”

Hij kijkt nog eens naar de foto van de kleuterklas die ik bij me heb. Melle, Julian en Ivar hebben de beste kansen, denkt hij. Drie blonde koppies, kinderen van inderdaad ouders met ‘hoge’ opleiding.

Hij zegt veel na te denken over de toekomst en voelt haarscherp aan dat het leven zonder de ‘juiste’ diploma’s veel moeilijker is. “In uw tijd kon je ook een goede baan krijgen zonder diploma’s, maar dat kan nu niet meer.” Hij is ook een van de weinige kinderen die niet vindt dat het leven zo maakbaar is. “Nee, je kan niet alles bereiken, je achtergrond speelt een rol, hoe je praat, hoe je eruitziet.”

Hij had best graag eerder geboren willen zijn, ‘in 1983 bijvoorbeeld, toen was alles veel makkelijker en vrijer’.

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

Zuko, 16 jaar

Advies: vwo.
Nu: gymnasium.
Daarna: studeren, denkt aan industrieel ontwerper, maar vindt theater ook erg leuk: “Dat heb ik ook als eindexamenvak.”
Moeder: kledingontwerpster/eigen bedrijf.
Vader: interieurontwerper/eigen bedrijf.
Rapportcijfer leven nu: 9.

Ladder

Waar leidt al dat opklimmen toe? “Het hele ideaal deugt niet,” zegt politiek filosoof Sandel. Het gaat alleen om opklimmen. Aan die ladder van succes ontbreken sporten of hij wordt zo weer een stuk uitgeschoven. De ladder is eerder een rechtvaardiging van die ongelijkheid: je kunt toch hoger, nou dan.

In de praktijk zie ik dat de meeste ouders en kinderen absoluut die ladder op willen. Dounia zit op het vmbo-t. “Hierna ga ik naar de havo en dan een hbo-opleiding. Mbo past niet zo goed bij mij. Ik wil het goed krijgen.”

Hossam is net geslaagd voor het vmbo-t, hij gaat een ROC-opleiding juridische dienstverlening doen. “Ik wil later veel geld verdienen. Ik denk toch wel aan 3000 euro, of in ieder geval 2700 euro.”

Niemand wil een praktische baan gaan doen: geen loodgieters, geen bakkers, geen verplegers.

Socioloog Van Daalen in haar open brief: ‘Zolang het vmbo niet als een goed en volwaardig alternatief wordt gezien, houden havo en vwo een voorkeurspositie. Het zou daarom goed zijn om meer aandacht, geld en energie te steken in het nadenken en praten over verbeteringen in het voortgezet onderwijs als één geheel.’

Terug naar de beginvraag: hoe gaat het de kinderen? Ze zijn groter, wijzer en veelal optimistisch. De meesten denken dat het leven en het succes maakbaar zijn. Ze werken hard.

Ik heb bewondering voor ze. Ik heb ook met ze te doen omdat ze opgroeien in een maatschappij waarin de ‘hoogte’ van het diploma van levensbelang is. En stress door school hebben ze allemaal.

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

Hossam, 16 jaar

Advies: vmbo-t/havo.
Nu: vmbo-t.
Daarna: begint dit schooljaar aan roc-opleiding Juridische dienstverlening.
Moeder: werkzaam in de kinderopvang
Vader: pizzeria.
Rapportcijfer leven nu: 6. ‘Het is wel oké maar kan veel beter, en dat wordt het ook wel.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden