Dominique en Stine Elzinga (10): 'Greta Thunberg is ons voorbeeld.'

PlusPortretten

Deze jeugd van tegenwoordig zet zich met hart en ziel in voor anderen

Dominique en Stine Elzinga (10): 'Greta Thunberg is ons voorbeeld.'Beeld Marjolein van Damme

De jeugd van tegenwoordig? Die zit in een eigen wereld of loopt heel de dag te gamen. Nee dus: er zijn ook kinderen die zich belangeloos inzetten voor een ander.

De tweeling Dominique en Stine Elzinga (10), klas 5 van de Geert Groote School, komt in actie voor dieren en tegen de plasticsoep door geld in te zamelen voor de Plastic Bende, een actie van het Wereld Natuur Fonds. ‘Geld weggeven is niet moeilijk, het voelt juist goed.’

Dominique: “Dit jaar willen we zoveel mogelijk geld ophalen voor de Plastic Bende van het WNF, zodat de plasticsoep in de zee bij Maleisië, Indonesië en de Filipijnen kan worden opgeruimd en de bedreigde zeeschildpad er weer veilig kan zwemmen.”

Stine: “Vorig jaar haalden we 750 euro op voor de tijger en daarvoor voor de haai. Dat doen we door cello te spelen, zelfgemaakte armbandjes en schilderijen te verkopen of te zingen. Als er iemand stil blijft staan om te kijken, komen er vaak anderen bij. We delen ook kaartjes uit, zodat mensen zonder kleingeld kunnen storten via een sms’je naar 4333, onder vermelding van onze accounts: Zeeheld en Ravijn.”

Dominique: “We spelen en verkopen meestal gewoon bij ons voor de deur, als het weer goed is. En altijd op Koningsdag, bij vrienden in de Jordaan. Al het geld dat we ophalen, geven we weg. Dat is niet moeilijk, het voelt juist heel goed om iets te kunnen doen voor de natuur. Het zit in ons bloed; mama is al haar hele leven lid van het WNF en ze heeft Hoop te Koop georganiseerd, om geld op te halen voor vluchtelingen. Oma werkte bij Oxfam Novib en mama’s peettante werkte bij Greenpeace. Zelf wil ik later dierenarts worden, of voetballer.”

Stine: “Elk uur belanden er over de hele wereld tien zwembaden vol met plastic in de zee, dat kan echt niet langer zo! Wij eten geen vlees of vis en we scheiden ons afval. Ook hier in Amsterdam zien we vaak plastic verpakkingen rondslingeren, terwijl er gewoon een prullenbak naast staat; dat begrijp ik echt niet. Wij gooien al dat plastic afval eerst weg voor we gaan spelen.”

Dominique: “Voor 100 euro kan er al een dag een speciale boot aan de slag om plastic afval uit de zee te vissen. Ons doel is om dit jaar 1000 euro op te halen, daarmee kan al heel veel gedaan worden tegen de plasticsoep.”

Stine: “Het liefste halen we dit jaar 2020 euro op! Daarvoor kunnen heel veel lespakketten voor inwoners van de Koraaldriehoek mee worden betaald, zeeschildpadden worden verzorgd en opruimboten de zee op.”

Dominique: “Greta Thunberg is wel een voorbeeld voor ons, al lijkt het me niet leuk om zo beroemd te zijn als zij. Vorig jaar deden we ook mee aan de klimaatstaking op de Dam. In de regen zongen we een lied dat we met zijn allen hadden ingestudeerd: ‘Als er minder plastic is, is dat beter voor de vis.’”

Stine: “We hopen door wat we doen bij te dragen aan een plasticvrije wereld, zonder bedreigde dieren.”

Robin Stevenet (16): 'ik kan iets betekenen voor de dieren.'Beeld Marjolein van Damme

Robin Stevenet (16), eerste jaar Mediacollege Amsterdam, opleiding Geluidstechnicus, is sinds zijn dertiende vrijwilliger bij de kleinste dierentuin van Nederland: Stichting Artisklas in Haarlem. ‘Na een dag tussen de dieren kom ik altijd vrolijk thuis.’

“Ik kwam als kind heel vaak met mijn zusje en ouders in Artisklas, een kleine dierentuin opgericht in 1972 door een toenmalig medewerker van Artis, met onder andere stekelvarkens, nandoes, reptielen, insecten, wasberen, poolvossen en veel planten. Toen ik voor school een plek voor een snuffelstage moest vinden, was mijn keuze snel gemaakt; ik hou heel veel van dieren en van de natuur. Tijdens mijn stage moest ik allemaal kleine klusjes doen, zoals prullenbakken legen en verblijven schrobben, maar ik wist meteen dat ik er­mee door wilde gaan.

Ik heb me aangemeld als vrijwilliger en sinds mijn dertiende werk ik elke zondag bij Artisklas; ik snij groenten en fruit voor de dieren, maak de verblijven schoon en geef bezoekers uitleg over de dieren. In het begin kreeg ik huiswerk mee over de verschillende dieren hier, zodat ik alle vragen van bezoekers kan beantwoorden, soms googel ik voor extra informatie.

In drie jaar heb ik wel een band opgebouwd met sommige dieren; als ik de stekelvarkens roep tijdens het voeren komen ze meteen aangerend. De poolvossenfamilie is mijn favoriet, omdat ze er zo ongelooflijk schattig uitzien en heel speels en levendig zijn. Net als de nertsen, die slapen twintig uur per dag, maar de rest van de tijd zijn ze enorm actief.

Artisklas draait honderd procent op vrijwilligers, dat is wel bijzonder. Als ik het met vrienden of klasgenoten over mijn werk hier heb, zeggen ze altijd dat ze ook vrijwilligerswerk willen doen, maar ze doen het nooit. Ik heb ook nog bijbaantjes waar ik geld mee verdien, bij een botenverhuur. Dat is ook leuk, maar bij vrijwilligerswerk is de motivatie anders,die komt helemaal uit mezelf. Ik doe het niet voor het geld, maar omdat het mij een heel goed gevoel geeft om iets voor dieren te kunnen betekenen en de bezoekers een leuke dag te bezorgen.

Ik heb een periode gehad dat ik opeens minder zin had om elke zondag te gaan werken. Toen overwoog ik om ermee te stoppen. Toch hield ik altijd in mijn achterhoofd dat ik iets wat ik zo leuk vind niet te snel moet loslaten. Ik ben blij dat ik heb doorgezet; na een dag tussen de dieren kom ik altijd vrolijk thuis. Ik ben van plan om dit nog heel lang te blijven doen. Ook als ik straks een baan heb.”

Imane Valk (11): 'sinds mijn achtste wil ik de politiek in.'Beeld Marjolein van Damme

Imane Valk (11), groep 8 van De Meidoorn, is oprichter van Jong Plein ’40-’45. Ze zit ook in de kinderraad van de Gemeente Amsterdam en in het 4 en 5 mei Comité van Plein ’40-’45. ‘Door mij in te zetten voor mijn buurt en de stad, hoop ik de wereld ook een beetje mooier te kunnen maken.’

“Ik woon met mijn moeder bij Plein ’40-’45, het is er heel gezellig, met veel leuke eettentjes, winkels en een markt. Toen zij actief werd voor het plein, heb ik zelf Jong Plein ’40-’45 opgericht. Volwassenen nemen namelijk altijd beslissingen, maar ik vind dat kinderen ook hun stem moeten laten horen. Want wij zijn de toekomst. We zijn nu met zijn vijven en hebben al een afvalprikactie georganiseerd, plantjes in bakken op het plein geplant, meegeholpen met de vrijheidsmaaltijd en we denken mee over het nieuwe gezicht van Loekoe, de speelplek op het plein. Buurtbewoners hebben hier veel inspraak. Zo heb ik het idee voor een levensgroot schaakspel op het plein ingediend. Dat gaat er nu komen!

Omdat ik actief ben in de buurt werd ik gevraagd voor het 4 en 5 mei Comité van Plein ’40-’45. Ik heb meteen ja gezegd. Ik vind het belangrijk dat meer kinderen weten dat dit plein het tweede herdenkingsplein van Amsterdam is, en dat het Vrijheidscarillon op het plein een monument is dat eerst op de Dam heeft gestaan. Rondom het comité organiseren we jaarlijks de Dodenherdenking. Elke twee weken beklimt beiaardier Klaas met een ladder het carillon om er liedjes te spelen. Het is jammer dat bijna niemand dit weet.

Sinds mijn achtste wil ik de politiek in. In oktober solliciteerde ik daarom bij de gemeente Amsterdam als kinderraadslid. Een keer in de maand komen we samen. Ik wil me er inzetten voor een meer inclusieve samenleving en gelijke kansen voor iedereen: het maakt niet uit waar je grootouders vandaan komen, we zijn allemaal Amsterdammers met recht op dezelfde kansen. Daarbij wil ik opkomen voor kinderen die het minder goed hebben dan ik; armoede en discriminatie vind ik belangrijke onderwerpen.

Door mij in te zetten voor mijn buurt en de stad, hoop ik de wereld een beetje mooier te kunnen maken. Ik heb een drukke agenda. Ik zit ook op karate en deed in november mee aan het NK. Toch zou ik niets anders willen. Alles wat ik doe, komt uit mijn hart. Als ik andere kinderen zie spelen, denk ik vaak: in die tijd kan ik mij inzetten voor de buurt of huiswerk maken en sporten. Later wil ik politicologie of filosofie studeren. Mijn droom is het om rond mijn 35ste de eerste vrouwelijke minister-president van Nederland te worden.”

Nina van den Wall Bake (8): 'Het voelt fijn als ik kan helpen.'Beeld Marjolein van Damme

Nina van den Wall Bake (8), groep 5 van De BOE, zamelde met haar klas geld in voor vluchtelingen op Lesbos. Van de opbrengst worden door stichting Because We Carry twee kinderwagens gekocht voor in de vluchtelingenkampen Moria en Kara Tepe. ‘Het is goed om iets voor mensen te kunnen doen die uit hun land zijn gevlucht.’

“Samen met mijn klas hebben we boekjes gemaakt, ansichtkaarten en verhalen geschreven; een verhaal over de vriendschap tussen een krokodil en een vogel. We hebben alles verkocht aan de ouders om zo geld in te zamelen voor de vluchtelingen op Lesbos.

Eerder hadden we ook al met de hele klas spelletjes gemaakt voor de kinderen in het kamp Kara Tepe. Met de verkoop van de boeken en kaarten verdienden we ruim honderd euro. Met dat geld kunnen twee kinderwagens worden gekocht voor in de kampen. Daar ben ik wel trots op. Mama werkt voor Because We Carry, dat van alles doet voor de vluchtelingen in de kampen. Volgende week gaat ze een deel van de kinderwagens op Lesbos kopen en uitdelen aan de moeders.

Afgelopen zomervakantie ben ik ook op Lesbos geweest met mama, papa en mijn twee broertjes. Ik mocht toen helpen met het voorbereiden en het uitdelen van het ontbijt. We reden met een kar door het kamp langs de kleine containerhuisjes, waar soms wel vijftien mensen in wonen. Aan iedereen gaven we bananen, brood, tomaat en kaas. Ik had als extra taak om nootjes uit te delen aan de zwangere vrouwen. Ze mochten eigenlijk maar tien nootjes per persoon, maar dat vond ik echt te weinig dus heb ik stiekem veel meer gegeven. De vrouwen lachten dan altijd heel lief naar me. Dat vond ik wel leuk.

De eerste keer dat ik met mama meeging naar het kamp Kara Tepe vond ik dat wel spannend, maar iedereen was er heel lief. Ik heb er veel gespeeld met kinderen. We deden ‘papier, steen, schaar’, daar heb je geen woorden voor nodig, dat was echt leuk. Mijn broertje Boris ging altijd voetballen met de jongens. Eigenlijk was het ons idee om vooraf allemaal ballen te verzamelen en die mee te nemen naar Lesbos, zodat alle kinderen daar kunnen voetballen. Misschien gaat dat nog wel een keer gebeuren.

Het voelt fijn als ik kan helpen, dat legt mama mij ook uit; het is goed om iets voor mensen te kunnen doen die uit hun land zijn gevlucht voor de oorlog én het voelt ook goed voor jezelf.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden