PlusAchtergrond

Deze Amsterdamse broers runnen samen een succesvol meubelbedrijf: ‘Wij begrijpen elkaar’

Reinier en Jan Ruijgrok: ‘Soms hebben klanten alleen wat plaatjes van Pinterest geplukt.’ Beeld Lin Woldendorp
Reinier en Jan Ruijgrok: ‘Soms hebben klanten alleen wat plaatjes van Pinterest geplukt.’Beeld Lin Woldendorp

Eettafels, kledingkasten, wijnrekken en stalen deuren – de Amsterdamse broers Jan (32) en Reinier (30) Ruijgrok maken meubels op maat voor klanten in heel Nederland. Inmiddels bestaat hun bedrijf Ruijg Meubels tien jaar. ‘De vier rechterhanden hebben we van onze vader.’

Roos Post

Als kind hielden Jan (32) en Reinier Ruijgrok (30) al van knutselen. Ze groeiden op in Bennebroek, in een gezin met vier kinderen. “We waren altijd al met onze handen bezig. Gaf je ons een stuk hout, een hamer en wat spijkers, dan maakten we daar zo een karretje van,” vertelt Jan, petje achterstevoren, leunend tegen een houten plank. “We bouwden vaak boomhutten in onze tuin,” zegt Reinier. “Samen met m’n vader en opa, die zijn ook erg handig.” Ze hebben het dus niet van een vreemde. Maar dat ze jaren later een goedlopend meubelbedrijf zouden runnen, hadden de twee niet durven voorspellen.

Vanuit hun werkplaats op een industrieterrein in Hoofddorp maken de broers designmeubels op maat voor particulieren en bedrijven door het hele land. Dat er hard gewerkt wordt, zie je meteen als je de loods binnenstapt. Torenhoge stellages met houten planken, een grote lastafel, een kolomboormachine en een lintzaag in de hoek, overal gereedschap. Een kratje bier in de hoek verraadt dat er op vrijdagmiddag wel geborreld wordt.

Experimenteren met steigerhout

Ruijg Meubels ontstond tien jaar geleden, uit een minor ondernemerschap die Reinier volgde. Die was onderdeel van zijn studie bouwkunde aan de Hogeschool van Amsterdam. “We moesten een fictief bedrijfje oprichten,” vertelt hij. “Samen met twee studiegenoten ging ik aan de slag met steigerhout. We bouwden er demontabele loungesets van, die je kunt afbreken zodat ze ’s winters binnen staan.”

Dat was zo’n succes, dat Reinier er na zijn minor mee doorging. “Eerst met die twee studiegenoten, maar die verdwenen al snel naar de achtergrond.” Hij wijst naar z’n broer. “Gelukkig had Jan zin om te komen helpen.”

Het begon met klusjes voor vrienden en familie. “Eerst in de garage van m’n ouders in Bennebroek. Toen dat krap werd, kochten we deze loods in Hoofddorp. We gingen steeds meer experimenteren. We raakten het steigerhout zat, we vonden het te simpel. Het blijft ook niet lang mooi. Toen gingen we aan de slag met ruw eikenhout.” Jan legt z’n hand op een van de machines. “Daar kochten we deze vandiktebank voor, je kunt er hout mee schaven. Zo maakten we onze eerste eikenhouten meubels.”

Elke dag naar de loods

Ruijg Meubels was voor beiden in eerste instantie vooral een bijbaan. Reinier deed nog een master Offshore & Dredging Engineering aan de TU Delft, Jan rondde zijn studie Bedrijfskunde af en werkte een tijdje op een vissersboot. Nu is het bedrijf voor de twee méér dan een fulltimebaan. Dagelijks rijden ze rond 7.00 uur vanuit De Pijp – waar ze allebei wonen – naar hun werkplaats. Vaak zijn ze er tot een uur of zeven, soms tot later. “En eigenlijk altijd in het weekend.”

In Hoofddorp maken ze strakke designmeubels. “Bijzettafels, bureaus, kledingkasten, keukenblokken – we krijgen hele wisselende verzoeken,” zegt Reinier. “Als een klant bij ons aanklopt, weten ze vaak wel wat ze ongeveer willen.” Lachend: “Maar soms hebben ze alleen wat plaatjes van Pinterest geplukt. Wij denken natuurlijk met ze mee, en adviseren over de verschillende mogelijkheden.” Hij doet het ontwerp en maakt de bouwtekeningen. “Alles wat we maken, is maatwerk. Zodat het meubelstuk precies in huis past. Daarom is elk eindproduct uniek: we maken zelden twee keer hetzelfde.”

Alleen de beste materialen

De twee werken het liefst met eikenhout. “Dat is ontzettend fijn materiaal. Het is moeilijk te bewerken, en dat maakt het ook heel uitdagend,” legt Jan uit. Ook doen ze de laatste jaren ze steeds meer met staalbewerking. Daarom hebben ze een tijd geleden een lasmachine gekocht. “We zien dat industrieel design nu erg populair is. We maken bijvoorbeeld veel stalen deuren en glazen wanden met stalen kozijnen. Ook is het nu in om staal met eikenhout te combineren.”

Kwaliteit is voor de broers belangrijk. “Helaas zien we steeds vaker nephout. Of fineer: een dun laagje hout op mdf,” zegt Reinier. “Wij werken alleen met de beste materialen. We halen ons hout bij een grote importeur in Tiel. Het heeft een FSC-keurmerk, een certificaat voor duurzaam en sociaal bosbeheer.” Daar hangt natuurlijk een prijskaartje aan. “We zitten wel in het hogere segment. Dat krijg je als je meubels maatwerk zijn, en je alleen met kwalitatief hoogwaardige materialen werkt.”

Hij gaat voor naar een kleine opbergruimte. “We vinden het belangrijk om goed met ons hout om te gaan en dus niks te verspillen. Daarom maken we snijplanken van de restproducten. Hier ligt inmiddels een flinke stapel opgeslagen.”

Hout uit het Veluwse bos

Nu zijn de twee druk met een project op de Veluwe. “We zijn benaderd door een familie met een eigen bos van 700 hectare. Laatst is daar een boom omgewaaid. Die was van grote waarde, omdat ie ooit geplant was door een familielid.” Jan laat de grote stapel planken zien die voor in de werkplaats ligt. “Van het hout van die boom maken we nu meubels voor de hele familie. Zodat de boom toch nog bij ze blijft.”

“Ze hebben een tante die op Bermuda woont,” voegt Reinier toe. “Zelfs zij wil een tafel van het hout van de boom. Zo staan onze meubels straks ineens aan de andere kant van de wereld.”

Tekst gaat verder onder de foto.

De gebroeders Ruijgrok in hun loods in Hoofddorp. ‘Wij communiceren zonder te communiceren.’ Beeld Lin Woldendorp
De gebroeders Ruijgrok in hun loods in Hoofddorp. ‘Wij communiceren zonder te communiceren.’Beeld Lin Woldendorp

Broers en collega’s

Zoveel tijd met je broer doorbrengen én samen een bedrijf runnen, hoe is dat? Jan kijkt Reinier aan. “Wij communiceren zonder te communiceren. We doen veel op gevoel, uit ons hoofd. We werken niet altijd met gedetailleerde bouwtekeningen. Dat kan alleen als je elkaar door en door kent.” Reinier knikt. “We begrijpen elkaar goed. Dat is het voordeel als je met je broer werkt. En we voelen ons allebei heel verantwoordelijk – het is óns bedrijf.”

Echt ruzie hebben ze nooit, toch zijn er verschillen. “Jan is heel perfectionistisch,” zegt Reinier. “Een goed voorbeeld: hij zou de onderkant van een kast ook schilderen. Dat vind ik niet nodig – die ziet niemand.”

Over de toekomst van Ruijg Meubels zijn de broers het nog niet helemaal eens. Jan wil graag klein blijven. “Ik vind het lastig om meer mensen aan te nemen, het liefst doe ik alles zelf. We hebben weleens stagiairs in dienst, maar ik vind het moeilijk om werk uit handen te geven. Als je gaat groeien, dan moet dat wel.” Reinier ziet dat anders. Hij wil graag opschalen, grotere projecten aannemen. “Zo blijft het werk uitdagend.”

Sowieso vinden de broers het belangrijk om zich te blijven ontwikkelen. Ze volgden allebei geen opleiding tot meubelmaker, maar leerden door het te doen. Ze experimenteren ook graag met nieuwe materialen, zoals Amerikaans notenhout. Jan: “Dat is geweldig mooi hout – maar helaas ook heel duur. Laatst heb ik er een drankkist van gemaakt. Heel ouderwets, met zwaluwstaartverbindingen, een beitel en een handzaag. Het kan ook machinaal, maar ik vind het juist leuk om dat met de hand te doen.”

Zo vader, zo zoons

Het is bij Ruijg Meubels écht een familieaangelegenheid. Een van de loodsen wordt ook gebruikt door vader Jaap, die er graag aan zijn oldtimers sleutelt. Loop je de trap op naar boven, dan is daar een ware mancave: leren banken, een boksbal en een koelkast met koud bier. Reinier: “M’n vader is met pensioen, dus hij komt hier vaak. Soms helpt hij een handje mee. Dat is erg handig, want hij heeft veel technisch inzicht.” Korte stilte. “Toch vinden we dat hij zich er soms wel iets te snel van afmaakt. Grote stappen, snel thuis,” grinnikt Jan. “Ook al hebben we onze vier rechterhanden van hem, we doen het nu toch liever zelf.”

Familiebedrijven

- Op 1 januari 2020 telde Nederland 281.470 familiebedrijven.
- Daarvan is 86% een microbedrijf, dus met maximaal tien mensen in dienst.
- Van die familiebedrijven zitten er 16.990 in Amsterdam.
- In Nederland zijn er 26.285 familiebedrijven in de sector ‘bouwnijverheid’.
- Daarvan zijn er 3775 gevestigd in Noord-Holland.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden