PlusPortretten

Deze Amsterdammers wonen in een kasteeltje op vierhoog: ‘Ik hoef het nooit uit te leggen’

Als iemand vraagt waar ze wonen, is het antwoord simpel: daar boven, dat torentje! Vijf huishoudens die uitkijken over de stad beneden. De een ziet boomtoppen en het Rijks, de ander ambulances en zeeleeuwen. ‘Het heeft iets magisch.’

Marloes Schipper (44), beeldend kunstenaar, illustrator en medewerker creatieve BSO Kleinlab. Woont in een torenkamer aan de Prinsengracht.

null Beeld Marjolein van Damme
Beeld Marjolein van Damme

“Ik hoef nooit uit te leggen waar ik woon, iedereen in Amsterdam, en zelfs ver daarbuiten, kent de toren waarin ik woon, op de hoek van de Prinsengracht en de Leidsestraat, boven de bakkerij en tegenover hotel Dikker & Thijs. Er wordt gezegd dat Cuypers, de architect van het Centraal Station en het Rijksmuseum, dit gebouw heeft ontworpen, maar of dat ook klopt weet ik niet. Het is sowieso een uniek gebouw op een heel bijzondere plek. Vanuit de torenkamer heb je rondom uitzicht, van het Rijksmuseum en de Stadsschouwburg tot aan de Pontsteiger en de wapperende vlaggen van de Bijenkorf.”

“Ik heb veel geluk gehad toen ik twintig jaar geleden, na mijn studie aan de kunstacademie, in deze leegstaande torenkamer kon trekken. Ook toen al was het niet eenvoudig om in Amsterdam aan woonruimte te komen. Voorlopig ben ik nog niet van plan te vertrekken. De vier steile trappen naar boven houden mijn conditie op peil.”

Leidsestraat. Beeld Marjolein van Damme
Leidsestraat.Beeld Marjolein van Damme

“Een vriend van me noemt mijn toren altijd de Petteflet, naar het boek van Annie M.G. Schmidt over een jongetje dat in een torenkamer woont. De associatie met het sprookje over Rapunzel in haar torenkamer is ook altijd snel gemaakt. De ruimte is pittoresk en van alle kanten valt er prachtig licht binnen; het is de reden waarom ik nooit een atelier heb hoeven huren. Deze toren en het uitzicht blijven me al jaren inspireren in mijn werk als illustrator.”

“Het pand staat iets hoger dan de omliggende huizen, in de toren is het daarom net alsof je boven de stad uitrijst, dat heeft iets magisch. Normaal gesproken is er beneden in de Leidsestraat altijd rumoer tot diep in de nacht, met een

sliert van uitgaande mensen. Ik heb daar nooit last van gehad, wat dat betreft ben ik een soort zenboeddhist, maar sinds corona valt de stilte mij op; een bijzondere ervaring.”

Joop Winkel (57), ambachtsman, en zoontje Bobbie Winkel (4). Wonen in een torenkamer in Oost.

null Beeld Marjolein van Damme
Beeld Marjolein van Damme

“Sinds ik hier woon, vallen andere torens in Amsterdam me opeens op. Vanuit de toren heb ik fantastisch uitzicht over Oost, de buurt waar ik altijd heb gewoond. In de verte zie ik de plek waar mijn moeder van mij is bevallen, het OLVG, en ook het huis waar ik verwekt ben, in de Linnaeusstraat. Mijn vader was zeeman en klom via de dakgoot naar de kamer van mijn moeder; op de terugweg viel hij van vijfhoog naar beneden en brak hij zijn rug. Negen maanden later werd ik geboren, mijn ouders noemden mij een schitterend ongeluk.”

“Dit gebouw werd halverwege de jaren tachtig gekraakt, het kraakpand heette Het Heftige Huis. Later werd het overgenomen door woningbouwvereniging De Key en gesplitst tot wat hokkerige woningen. Ik ruilde in 2004 mijn huisje met tuin in voor deze torenkamer. Mijn vriendin woonde beneden, haar plek was onze woonkamer, en we sliepen hier. Toen onze relatie strandde, trok ik helemaal in de toren­kamer. Om als exen ook buren te zijn was niet altijd even eenvoudig, maar het was wel fijn dat we onze dochter altijd zo dicht bij ons hadden, ook voor haar. Ze is inmiddels 18 jaar en is net het huis uit, ik trek nu in haar oude slaapkamer, met uitzicht over de daken en de zeeleeuwen in Artis.”

Alexanderplein. Beeld Marjolein van Damme
Alexanderplein.Beeld Marjolein van Damme

“In het weekend is Bobbie bij mij, mijn zoontje. Voor hem maakte ik een bedje in de toren, naast mijn bed, ’s nachts kruipt hij meestal bij me, met zijn giraffeknuffel.”

“Vanuit de torenkamer kijken we graag samen naar buiten. Vooral de brandweerwagens en ambulances die beneden over de Mauritskade voorbij rijden met loeiende sirenes fascineren Bobbie. In de toren is het net alsof we samen in een tent­je boven de bomen zitten.”

Wieke Kremer (33), gynaecoloog in opleiding, en Alfons Hooikaas (41), creative director. Wonen in een torenkamer aan de Weesperzijde.

null Beeld Marjolein van Damme
Beeld Marjolein van Damme

Wieke Kremer: “Ik woon hier nu dertien jaar, het voelde in het begin heel statig, een torenkamer. Dit huis is een woongroep: dat betekent vooral dat we op elke etage de keuken en badkamer delen. Nu met Covid-19 is het fijn om altijd gezelligheid om je heen te hebben.”

“Het gebouw is in 1883 gebouwd, in opdracht van Krasnapolsky, door architectenduo Henkenhaf en Ebert. Zij ontwierpen ook het Victoria Hotel en het Kurhaus en figureren in het boek Publieke werken van Thomas Rosenboom. Later werd het een bankgebouw en kwam er in de tuin een aanbouw met daarin een reusachtige kluis. In de jaren tachtig stond het pand leeg en werd het gekraakt; er bestaat een foto van de kraakactie met een spandoek aan de gevel met daarop de tekst ‘Plicht Verzaakt, Pand Gekraakt’. Uiteindelijk werd het pand overgenomen door een woningbouwvereniging. Een van de krakers van toen woont hier nog altijd.”

Weesperzijde. Beeld Marjolein van Damme
Weesperzijde.Beeld Marjolein van Damme

Alfons Hooikaas: “Wieke en ik hebben nu tienenhalf jaar een relatie. In die jaren werkte ik langere periodes in het buitenland, nu wonen we alweer een tijdje echt samen in de torenkamer op 30 vierkante meter. Je leert hier creatief met de ruimte omgaan; er staan honderden boeken, onze wetsuits voor het windsurfen hangen hier te drogen, en naast het bed staan de kampeerspullen. Normaal gesproken zijn we allebei veel onderweg, we investeren niet echt in nieuwe meubels of een verbouwing. Ik ben sowieso niet zo gehecht aan huizen, maar het uitzicht is wel echt prachtig. Vanuit de toren kijken we uit over de Amstel, waar altijd iets gebeurt, van roeiwedstrijden en de Gay Pride tot de stoomboot van Sinterklaas.”

Kremer: “Je kunt in de toren staan, hij is een meter breed en een meter diep en heeft drie kleine ramen. We hebben een stoel in de torenkamer gezet, daar zit ik te bellen, of ik leg een plank dwars over de vensterbank waar ik dan mijn laptop op zet om te werken.”

Hooikaas: “Voor corona was dit met oud en nieuw de mooiste plek om het vuurwerk boven de stad te kunnen bekijken. Elke avond kijken we vanuit de toren naar mooie en steeds weer andere zonsondergangen.”

Jens Gmiat (52), werkend in hospitality management, en Marjon Caballero (32), accountmanager bij een sportmerk. Wonen in een toren aan de Prinsengracht, hoek Utrechtsestraat.

null Beeld Marjolein van Damme
Beeld Marjolein van Damme

Marjon Caballero: “Jens komt uit Duitsland, ik uit de Filipijnen. We woonden allebei al in Amsterdam toen we elkaar ruim anderhalf jaar geleden leerden kennen. In de eerste lockdown besloten we om samen te gaan wonen. Na drie maanden zoeken en niets vinden, liepen we in juli vorig jaar opeens tegen deze toren­kamer aan. De vonk sloeg meteen over.”

Jens Gmiat: “Het was liefde op het eerste gezicht met de torenkamer, zoals je ook met sommige mensen meteen een bepaalde connectie kunt hebben. Toen ik vanuit Duitsland verhuisde naar Amsterdam, had ik een grote wens: elke ochtend wakker worden met uitzicht over de grachten. Hiervoor woonde ik aan de Keizersgracht, in dit huis kijken we uit over de Prinsengracht en het Amstelveld. We hebben twee balkons, een dakterras en een toren; we kunnen overal genieten van een 360 graden uitzicht. ’s Ochtends zien we de zon opkomen naast het Amstel Hotel en ’s avonds weer ondergaan bij het Rijksmuseum; Amsterdamser wordt het bijna niet.”

Utrechtsestraat. Beeld Marjolein van Damme
Utrechtsestraat.Beeld Marjolein van Damme

Caballero: “We hebben ze laatst geteld; elke dag lopen we 89 treden naar boven. Het is de ideale work-out, zeker nu we niet naar de sportschool kunnen.”

Gmiat: “Vorig jaar hebben we een stuk of twintig grote planten naar het dakterras gesjouwd, de grootste was 2,5 meter lang. Mijn armen doen er nog zeer van.”

Caballero: “Omdat we nu thuiswerken, hebben we van de toren ons kantoor gemaakt, met een ronde tafel erin. Misschien dat we er na corona een verhoogd zitje in maken, vanwaar je uit kunt kijken over de daken.”

Gmiat: “Als ik naar huis ga en de Utrechtsestraat inrijd vanaf het Rembrandtplein, zie ik onze toren al vanuit de verte boven alle andere gebouwen uitsteken. Dat geeft echt een heel speciaal gevoel. Deze plek is ons eigen kleine kasteel.”

Wilma Nekeman (64), ondernemer. Woont in een torenkamer aan de Weteringsschans.

null Beeld Marjolein van Damme
Beeld Marjolein van Damme

­­“De toren en de villa zijn een rijksmonument, gebouwd door architect J. Daverman in 1884 in eclectische stijl. Lang geleden waren de ruimtes naast de toren de dienstvertrekken en was hier de waszolder. Rond 1920 was er een kooi aan de buitenkant bevestigd met een aap, destijds het chique huisdier van de Amsterdamse elite. In de jaren tachtig kocht modeontwerper Frank Govers de complete villa, hij gaf hier beruchte feestjes.”

“Na zijn overlijden werd het pand gesplitst, ik kocht de bovenste etage met de toren. Het was mijn eerste koophuis, tegenwoordig zou zoiets niet meer te betalen zijn. Ik liet een overloop aanleggen tussen het woongedeelte en de toren; het idee was daarboven een atelier te maken, maar dat is er na al die jaren nog niet van gekomen. Kunstenaar Carel Willink had zijn atelier aan de overkant van het water, naast het Rijksmuseum, en heeft het uitzicht op de toren vaak vastgelegd in zijn schilderijen.”

Weteringsschans. Beeld Marjolein van Damme
Weteringsschans.Beeld Marjolein van Damme

“De toren heeft een keer dienst gedaan als bruidssuite. Een jongen belde aan en vroeg of hij zijn verloofde kon verrassen met een huwelijksnacht in de toren. De bruid in spe had er altijd over gefantaseerd in de toren te wonen toen ze nog op het Barlaeus zaten, hier schuin tegenover. Ik kon niet weigeren, die nacht op een groot luchtbed, vrienden hadden de vloer bezaaid met rozenblaadjes.”

“Je komt bij de toren door twee steile ladders te beklimmen. Hij stond lang los van de rest van het pand. Als het flink waait, zwiept de toren heen en weer, dan denk ik: als ie het maar houdt! Maar hij staat er toch al meer dan honderd jaar.”

“Zelf beklim ik de ladders om van het uitzicht te genieten; in de zomer kijk ik tegen het groen van de bomen aan. Dan is het alsof ik in een bos woon. In een toren wonen geeft een gevoel van vrijheid; het groen, de vogels en de mooie luchten maken dit een oase in de stad.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden