PlusExclusief

Deze Amsterdammers wonen in een capsulehotel: ‘Een perverse uiting van de wooncrisis’

Weinig toeristen, veel woningnood: daarom worden hotelkamers nu vaak voor langere tijd verhuurd. Zoals in het capsulehotel CityHub in West. ‘De woningmarkt is klote, dit is een fijne overbrugging.’

Mariel Victorio in haar hotelkamer: ‘Ik vind het juist fijn dat het zo klein is.’ Beeld Susanne Stange
Mariel Victorio in haar hotelkamer: ‘Ik vind het juist fijn dat het zo klein is.’Beeld Susanne Stange

Al zo’n anderhalve maand leeft hij op 6 vierkante meter. De 54-jarige Ewout (hij wil zijn achternaam niet in de krant) had zich deze tijd anders voorgesteld. ­Samen met een vriend zou hij een restaurant beginnen in Frankrijk. Hij heeft hotelschool gedaan, een eigen zaak was een droom.

Dus verkocht de Amsterdammer zijn hele hebben en houwen en verhuisde hij naar de Dordogne. Maar door corona mislukte het plan. Nu is Ewout weer terug en verblijft hij in het CityHub-hotel aan de Bellamystraat in Oud-West, in een ­cabine voor zo’n 600 euro per maand.

Sinds het begin van de pandemie verhuren veel Amsterdamse hotels hun lege kamers voor langere tijd. “Vóór ­corona zaten we altijd vol,” zegt Lotte Alkema (21), die deze woensdagavond in CityHub achter de receptie zit. “Toen de toeristen wegbleven, hebben we ‘flexible ­living’ geïntroduceerd. Gasten konden langer bij ons verblijven, tegen een lagere prijs.”

De bezettingsgraad is nu 40 procent, nog steeds erg laag. Van de longstay, die aanvankelijk bedoeld was voor een maximum van zes weken maar nu onbeperkt is, wordt wel gebruikgemaakt: inmiddels verblijft er al maandenlang een handjevol ‘vaste’ bewoners in het hotel.

“Het is wel klein, ja,” zegt Ewout. “Mijn meeste spullen liggen in een opslag, want ik kan hier niet zo veel kwijt. Het is improviseren.” Maar de cabine is een fijne overbrugging tot hij iets anders heeft gevonden. “De woningmarkt is klote. Het is heel moeilijk om iets te vinden, zeker als je geen vaste werkgever hebt. Ik heb geen vrouw of kinderen, dus ik hou het hier nog wel even uit.”

Gedeelde douches en wc’s

De slaapcabines van CityHub doen denken aan capsulehotels in Japan: elke cabine bestaat uit twee gescheiden ‘kamers’. De ene cabine heeft het bed boven, de andere ­beneden. Gasten slapen in een hokje van drie bij twee, het matras ­neemt bijna de hele ruimte in beslag. In bed kruipen doe je hier letterlijk, maar dat is minder claustrofobisch dan het lijkt: het hokje geeft een gevoel van geborgenheid en is best gezellig.

De compartimenten zijn voorzien van stopcontacten, airconditioning en een leeslamp. Naast het bed is ruimte om rechtop te staan, wat kleren op te hangen en spullen neer te leggen. Het ovalen raampje kan niet open, maar er is wel een ventilatiesysteem. Gasten kunnen eten en werken in een gemeenschappelijke ruimte. Douches en wc’s worden gedeeld.

“In principe mag je wonen in een hotelkamer, zolang je betaalt,” legt Gert Jan Bakker van Stichting !Woon uit. “Maar het is natuurlijk niet echt wonen. Het pand heeft een horecabestemming en voldoet niet aan de richtlijnen waaraan woningen moeten voldoen.” Ook hebben huurders geen huurbescherming, aldus Bakker. “Je kunt dus niet naar de huurcommissie toe als je te veel betaalt.”

Volgens de gemeente is de kamerverhuur van hotels nog altijd conform de vrije markt. “Het staat mensen vrij om langer dan gemiddeld in een hotelkamer te verblijven,” aldus een woordvoerder. Bakker is het daarmee eens. “Het is heel logisch dat hotels in coronatijd nieuwe markten aanboren. En voor veel mensen is het een tijdelijke oplossing. Maar is het ook wenselijk?”

Gemoedelijk

“Ik vind het juist fijn dat het zo klein is,” zegt Mariel Victorio (23) uit Luxemburg. “Ik voel me soms net een kind, in mijn eigen geheime tent.” Victorio woont sinds februari parttime in het hotel. Haar echte woning staat in Rotterdam, maar ze vindt het zwaar om op en neer te reizen naar haar stage bij Makers Unite, een textiel­bedrijf in De Hallen. “Ik ben niet echt een ochtendmens,” zegt Victorio ­lachend.

Kleren liggen verspreid door haar slaapcabine, een eigen nachtlampje staat naast het bed. Een woning zoeken in Amsterdam is geen optie voor Victorio; die zijn te duur en moeilijk te vinden. Omdat ze maar drie dagen in de week in Amsterdam werkt, vindt ze dat het niet waard. Natuurlijk zijn er keerzijden: “Als er een stelletje boven je slaapt, dan hoor je dat wel.”

Ewout woont sinds anderhalve maand in het hotel: ‘Het voelt hier huiselijk. Het enige jammere: je kunt hier niet koken.’ Beeld Susanne Stange
Ewout woont sinds anderhalve maand in het hotel: ‘Het voelt hier huiselijk. Het enige jammere: je kunt hier niet koken.’Beeld Susanne Stange

Ook Ewout is overwegend positief. “Het voelt hier huiselijk en het personeel is top. Het enige jammere: je kunt hier niet koken.” Op een tafeltje in de hoek van de gemeenschappelijke ruimte staat wel wat keukenapparatuur: een ­waterkoker, magnetron en sinds kort ook een rijstkoker – meegenomen door Ewout. “Ik blijf een indo, rijst is belangrijk voor mij.”

Vanavond wordt het een magnetronmaaltijd. Met een stomend bakje nasi schuift Ewout aan bij de receptie. Herman de huiskat – “niemand weet van wie die is” – sjokt voorbij. Een paar toeristen stromen binnen; Engelsen die de dag drinkend hebben doorgebracht in het Vondelpark en een Brabantse moeder en dochter met tassen vol nieuwe aankopen.

Een eigen plek

Alkema, de receptioniste: “De mensen die hier lang zitten ken ik inmiddels wel, we eten samen en zo. Eentje zat er vanaf oktober, die heeft vorige week een woning gevonden.” De gast die het langst verblijft in het hotel is de zogenoemde ‘bloemenmeneer’. “Die komt straks nog wel even roken.”

En inderdaad, tegen het einde van de avond sloft Jelle Kiers (63) op slippers zijn cabine uit, pakje shag in de ene hand, een boeket bloemen in de andere. Kiers heeft een bevriende bloemist in de buurt, de bloemen zijn een ­cadeautje voor de receptie. “Dahlia’s. Mooi hè?”

Voor het hostel doet Kiers al rokend zijn verhaal. “Ik woonde in een seniorenflat bij Kraaiennest,” vertelt hij. “Daar is in 2019 brand uitgebroken. Tot overmaat van ramp kwam er ook nog asbest vrij. Ik kon niet terug.” Kiers woonde een jaar op een camping, maar dat werd koud en was lastig te combineren met zijn werk bij La Place. In ­december tipte een kennis het CityHub-hotel.

Kiers: “Dit was echt een uitkomst. Het was zo ongeveer het enige betaalbare alternatief tijdens corona.” Ondertussen staat hij ingeschreven bij kamerbureaus en op verhuursites, maar vooralsnog zonder succes. “Ik zoek niks groots. Gewoon, een eigen plek. Maar het is allemaal onbetaalbaar of te ver weg.”

Hotel CityHub. Beeld Susanne Stange
Hotel CityHub.Beeld Susanne Stange

Ook Dino Zdralovic (46) wil een vaste woning. De Kroaat is net aan komen fietsen in zijn Thuisbezorgdtenue, zijn dienst zit erop. Hij verhuisde vorig jaar naar Nederland en verblijft in CityHub tot hij een permanente baan heeft, want met zijn flexwerk als maaltijdbezorger gaat het zoeken naar een huis moeizaam.

Bakker noemt de situatie in CityHub een ‘perverse uiting van de wooncrisis’. “Dit is wel een extreem voorbeeld van hoe mensen in de knel komen. We moeten werken aan een oplossing waarbij de belangen van woningzoekenden voorop staan. Voor 600 euro zouden ze een fijne woning moeten kunnen huren.”

Zdralovic vindt het voorlopig wel prima. “Ik heb in veel hostels geslapen, daar deel je slaapzalen en word je wakker als je kamergenoot opstaat of een scheet laat. Hier heb je een eigen plek. Maar op de lange termijn is dit niet houdbaar, dat besef ik ook.”

Onwenselijk

Voor een nachtje in CityHub betalen gasten normaal gesproken rond de 60 euro. De slaapcabines worden per week verhuurd vanaf 200 euro, per maand vanaf 600 euro – de prijs is ­afhankelijk van de vraag en het seizoen. Op dit moment worden de hokjes op Kamernet aangeboden voor 849 euro per maand.

Er zijn meer hotels die hun kamers per maand verhuren, zoals het Bedstee Capsule Hotel (436 euro per maand). Een bed op een slaapzaal in het Dutchies Hostel kost 650 euro per maand.

De gemeente laat weten dat de hotelfunctie door een langer verblijf niet verandert in een woonfunctie. De ruimte hoeft daarom niet aan huurwetgeving te voldoen. Wel kan er een omslagpunt zijn na zes maanden, zegt een woordvoerder. Het permanent bewonen van hotels of daarop lijkende voorzieningen vindt de gemeente onwenselijk en ziet ze niet als alternatief voor reguliere woonruimte. CityHub hanteert officieel een maximum van zes maanden, maar bevestigt dat sommige van de bewoners in dit artikel langer blijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden