Plus Interviews

Deze Amsterdammers kopen even geen nieuwe kleren meer

Een nieuw seizoen betekent nieuwe modecollecties. Maar niet iedereen holt direct naar de winkels. Deze Amsterdammers lassen een koopstop in.

Nathalie Driessen (45) Beeld Lin Woldendorp

Nathalie Driessen (45)

Tekstschrijver en communicatie- en mediastrateeg uit Oost. Sinds zes maanden hanteert ze een 80/20-regel: 80 procent vintage of duurzaam, 20 procent nieuw.

“In de uitverkoop koop ik soms nog wat van niet-duurzame merken, maar dat zijn dan wel kwalitatieve stukken van bijvoorbeeld Isabel Marant of andere high-end merken, stukken waarvan ik weet dat ik daar de komende twintig jaar nog mee door kan.

Sinds twee jaar plaats ik mijn outfits op ­Instagram (@driessennathalie). Daar viel het me op dat grote influencers dagelijks nieuwe outfits posten in fast fashion of niet-duurzame merken. Die promotie van zoveel fast fashion ging me zó tegenstaan. Het leidde ertoe dat ik op Instagram wilde laten zien dat je er ook leuk uit kunt zien in mooie tweedehands kleding of duurzame merken. En nog voor minder geld ook. Mensen zouden zich ­bewuster moeten worden van hun shop­gedrag en CO2-voetafdruk.

Ik begrijp niet dat veel grote Nederlandse en buitenlandse influencers hier geen verantwoordelijkheid voor voelen: allemaal promoten ze fast fashion, terwijl juist zij zoveel verschil kunnen maken met het enorme bereik dat ze hebben. Ik begrijp hun verdienmodel, maar waar stopt het? Moet dit ten koste gaan van onze planeet? Sommigen van hen hebben kinderen. Hoe kan het dan dat je hier niet over nadenkt?

Natuurlijk: tweedehands schatzoeken is minder makkelijk dan online tien shirtjes via bijvoorbeeld Zara kopen, maar tegenwoordig zijn er steeds meer tweedehands­winkels en duurzame merken online of op Instagram waar je terecht kunt. Je handen ervan aftrekken ­omdat het ‘te lastig’ is, is hetzelfde als zeggen: na mij de zondvloed.”

Elisabeth Heijkoop (53) Beeld Lin Woldendorp

Elisabeth Heijkoop (53)

Freelance (eind)redacteur en voice-over uit Oud-West. Ze besloot begin 2019 een halfjaar niets nieuws te kopen, inmiddels heeft ze haar koopstop verlengd tot 2020. 

“Ik ben dat wat al in mijn kast hing, gaan herwaarderen. Als ik nu iets koop, zijn het de echt mooie tweedehandsparels. En alleen in fysieke vintagewinkels die met zorg selecteren. Wat bij onlineshoppen, of dat nou nieuw is of tweedehands, vaak wordt vergeten, is al het verpakkingsmateriaal en de brandstof die ermee gemoeid gaan. Zeker als je een broek in drie maten bestelt en er dus van ­alles retour moet.

Van sommige tweedehandswinkels word ik eigenlijk ook niet heel blij. Daar hangen vaak nog zulke nieuwe dingen, dat ik soms het idee heb dat het bestaan van zo’n vaak propvolle winkel juist verleidt tot kopen en nieuwe aankopen rechtvaardigt. Zo van: als ík erop uitgekeken ben, is er altijd nog het tweedehandscircuit. En je geweten is weer gesust. Terwijl je in feite als inbrenger van de kleding en als koper ervan de te snelle ­omloop in stand houdt.

Kleding zou weer van kwaliteit en duurder moeten worden, het is te goedkoop. Dat klopt niet, niet voor degene die het in elkaar genaaid heeft én niet voor de aarde. Kleren zouden geen wegwerpartikelen moeten zijn die je aan de lopende band koopt en weggooit, maar gebruiksvoorwerpen waarvoor je iets voelt.”

Ruben Havertz (27) Beeld Lin Woldendorp

Ruben Havertz (27)

Mede-oprichter, uit De Baarsjes, van een tweemaandelijkse box met spullen om je huishouden te verduurzamen. Sinds 1 januari houdt hij een koopstop van een jaar.

“Alleen als ik écht iets nodig heb, koop ik het tweedehands. Het gaat me heel makkelijk af, dus na dit jaar wil ik het zo veel mogelijk doorzetten. Het is namelijk ook gewoon leuk: ik ben zuiniger op mijn spullen, wat ik koop is kwalitatiever, dus gaat het langer mee. Ik merk gewoon dat ik heel makkelijk zonder kan.

Dat werkt aanstekelijk. Oorspronkelijk kom ik uit Limburg; daar leeft de duurzaamheidskwestie wat minder, maar als ik daar nu ben, laten kennissen me vol trots zien dat ze ook iets tweedehands hebben gevonden. Dat vind ik heel leuk.

Ik denk dat we als consumenten enorm veel invloed kunnen hebben: If we stop buying crap, companies will stop producing crap. Spullen hebben we nodig, troep niet. Hetzelfde geldt voor kleding.

Veel bedrijven springen nu slim in op de trend met een hoop greenwashing: ze ­geven meer geld uit aan marketing over hun duurzaamheid dan aan hun daadwerkelijke verduurzaming. Dat niet ­iedereen tijd heeft om dat van elk bedrijf uit te zoeken, is logisch. Maar het begint bij niet kopen. Als je écht iets nodig hebt, koop dan tweedehands en als dat lastig is – bij ondergoed of een tandenborstel bijvoorbeeld – dan duurzaam.”

Marije Douma (39) Beeld Lin Woldendorp

Marije Douma (39)

Eigenaar van een tweedehandskinder­kledingwinkel uit Noord. Sinds 2,5 jaar koopt ze alleen nog tweedehands of duurzaam geproduceerde kleding.

“Ik vind mode leuk, maar het moet niet ­alleen leuk voor mij zijn. De impact die het heeft op de planeet en op de mensen die het maken is zó groot. Ik help liever met opmaken van wat er al is.

Laatst zocht ik lage lak-Dr. Martens. Een zoek­opdracht op Marktplaats en twee dagen later had ik ze in huis. Nog zo goed als nieuw. Tweedehands betekent niet dat iets afgeragd is. Vies? Denk eens aan alle chemicaliën die in nieuwe kleding zit. Bovendien: je kan het toch wassen?

Om anderen ermee te helpen, geef ik tips op Instagram (@marijevanrecyclekid) en bied ik cursussen aan. Over combinaties ­maken met de kleding die je al hebt en het ontdekken van je stijl. Als je weet wat je mooi vindt, doe je ook minder miskopen. Het is niet zozeer gericht op tweedehands, maar vooral op minder consumeren.

De documentaire The True Cost, over de gevolgen van fast fashion, heeft me geholpen in mijn besluit – zo schrijnend. Maar mijn kinderen waren de trigger. Ik wil er alles aan hebben gedaan dat zij ook nog fijn kunnen leven hier. Niet dat ik later denk: ja ik wist wel dat het niet goed ging, maar ach.”

In de kast

De gemiddelde Nederlander heeft 173 kledingstukken (ondergoed en sokken inbegrepen), 7 daarvan zijn tweedehands en 50 liggen al meer dan een jaar ongebruikt in de kast. De gemiddelde Nederlander koopt jaarlijks 46 nieuwe kledingstukken en doet er 40 weg; 16 daarvan worden gerecycled of hergebruikt, maar de overige 24 gaan bij het huishoudelijk afval en worden verbrand.

De vervuiling zit hem echter vooral in het produceren van nieuwe kleding. Voor één spijkerbroek wordt soms wel 10.000 liter water gebruikt en komt 32 kilo CO2 vrij; dat is evenveel als 150 kilometer autorijden en 200 dagen 6 minuten per dag douchen. Tweedehandskleding kopen zou daarin een verschil kunnen maken, mits het in plaats van nieuwe kleding wordt gekocht en niet als ‘extraatje’. De aankoop van 100 tweedehands-kledingstukken bespaart dan de aankoop van zo’n 60 tot 85 nieuwe kledingstukken.

Bronnen: Measuring the Dutch clothing mountain, Hogeschool van Amsterdam; De verborgen impact, Babette Porcelijn; Environmental benefits from reusing ­clothes, Laura Farrant & Stig Irving Olsen & Arne Wangel­

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden