PlusPortretten

Deze amateurmusici gingen na hun vijftigste nog op muziekles

Je bent nooit te oud om te leren, bewijzen deze amateurmusici: zij gingen na hun vijftigste op muziekles. ‘In het begin klonk het nergens naar.’

Peter Krausz (80): ‘Als ik saxofoon speel, valt alles om me heen weg.’Beeld Dingena Mol

Peter Krausz (80)

Speelt sinds 2003 saxofoon

“Ik heb altijd een grote passie gehad voor allerlei muziek, van klassiek en wereld­muziek tot pop en jazz. In mijn jeugd was er geen geld voor muzieklessen, en later had ik er geen tijd voor door een druk leven. Rond mijn veertigste ben ik op eigen houtje dwarsfluit gaan spelen. Zonder les probeerde ik mee te spelen met de radio of een grammofoonplaat, maar dat stelde niet zoveel voor.

Toen ik met pensioen ging, nam mijn vrouw het kloeke besluit dat ik nu maar eens serieus moest beginnen met muziekles. Via via kreeg zij de tip door van een saxofoonlerares, en zo begon ik in 2003 met de saxofoon. In het begin maakte ik er niet structureel tijd voor. Ik had nooit noten leren lezen, deed altijd alles uit mijn hoofd, maar dat begon ik toch als een gemis te ervaren.

Op mijn 79ste besloot ik daarom auditie te gaan doen bij DJAM, een opleidingsinstituut voor jazz en lichte muziek in de Spaarndammerbuurt. Ik werd aangenomen, hoewel ik soms denk dat het eigenlijk iets te hoog gegrepen is. Gelukkig heb ik van de school een heel goede vak­docent toegewezen gekregen, Iman Spaargaren, die mij aanvullend privélessen geeft. Hierbij houdt hij rekening met mijn mogelijkheden, want door een klein herseninfarct is het lezen van bladmuziek voor mij slechts beperkt mogelijk. Maar ik was altijd al gewend om uit mijn hoofd te spelen, dus zo probeer ik deze handicap zo goed mogelijk te compenseren.

Als ik saxofoon speel, is het alsof ik in een hemel kom, waarin alles om me heen wegvalt. Wat ik geweldig vind aan muziek maken, is dat ik speel met mensen die mijn kinderen of kleinkinderen hadden kunnen zijn en dat dat niets uitmaakt. Wat telt is de samenspraak in melodie en improvisatie. Daarnaast heb ik geweldig leuke contacten opgedaan, met wie ik niet alleen over ­muziek praat.

Voor mij is mijn saxofoon een venster naar de wereld. Veel hobby’s die ik had zijn weggevallen door de leeftijd en fysieke problemen. Maar ik moet er niet aan denken dat het saxofoon spelen wegvalt. Dat zou een nachtmerrie zijn.”

Petra Nannes (59): ‘De ukelele heeft iets iets joie de vivre-achtigs.’Beeld Dingena Mol

Petra Nannes (59)

Speelt sinds juni ukelele

“Toen ik op internet een eendaagse cursus ukelele spelen voorbij zag komen, was ik meteen enthousiast. Zeker toen ik een dame in een filmpje er ook nog bij zag ­zingen. Ik dacht: stel je voor dat ik ooit kleinkinderen krijg, hoe leuk zou het dan zijn als ik voor ze kan zingen en ukelele spelen?

Samen met mijn partner ging ik naar die cursus, met het idee: als we het leuk vinden, schaffen we zo’n ding aan. Hij vond het toch wel erg moeilijk om ritme te vinden, maar ik was verkocht. Op die ­cursus leer je vier akkoorden. Daarmee kun je al best wat liedjes spelen, zoals I’m Yours van Jason Mraz. Ik heb daarna het instrument en een lesboek aangeschaft, inclusief drie onlinecursussen.

Ukelele spelen vraagt toch wel wat meer van je dan ik dacht; je moet alles heel vaak herhalen om beter te worden. Elke dag probeer ik daarom wat te spelen, al is het maar een halfuurtje. Onlangs heb ik mijn instrument aan de muur gehangen. Dat staat heel leuk en nu pak ik ’m eerder om even te spelen.

Ik vind het leuke aan de ukelele dat het een toegankelijk instrument is: niet zo groot en ook niet duur in de aanschaf. Bovendien ziet hij er grappig uit en heeft het iets joie de vivre-achtigs.

Zodra ik speel, voel ik me ontspannen, omdat ik dan even met mijn hoofd ergens anders ben. Hoewel ik nog lang niet zo bekwaam ben als ik zou willen, heb ik er nu al heel veel plezier in. Ik heb nog niet voor anderen gespeeld, maar daar komt verandering in, want in januari word ik oma. Ik kan Poesje mauw al spelen, en ­hopelijk tegen die tijd nog een stuk meer.”

Enrico Omar (66): ‘Ik weet niet hoe mijn buren die begintijd hebben volgehouden.’Beeld Dingena Mol

Enrico Omar (66)

Speelt sinds 2009 trompet

“In het begin klonk mijn trompetspel ­nergens naar. Omdat je dan nog geen ­beheersing hebt, ga je alleen maar harder spelen om er wat geluid uit te krijgen.

Ik weet niet hoe mijn buren het hebben volgehouden, maar ze hebben het doorstaan. Vroeger speelde ik basgitaar, maar rond mijn dertigste stopte ik omdat ik ­kinderen kreeg, en daarmee een ander ­levensritme.

Op een gegeven moment begon ik de muziek te missen. Ik zat op salsales en in salsamuziek komt de trompet veel voor. Die springt er vaak zo lekker uit. Heel ­anders dan de bas, die meer stuwend is in de basis. Een nieuw avontuur leek me wel wat, dus ging ik op trompetles. De grootste moeilijkheid was het oefenen van de spieren rond mijn mond en lippen. Door dagelijks te oefenen kwam er op een gegeven moment wat lijn in de muziek. Af en toe dacht ik wel: waarom doe ik dit eigenlijk? Ik ging mezelf vergelijken met mensen die vroeg zijn begonnen en heel aardig kunnen spelen. Die ontmoedigende gedachten horen erbij, maar die moet je wel kunnen relativeren.

Na een paar jaar ben ik naast trompet ook weer basgitaar gaan spelen. Die ­afwisseling is heel fijn. Het spelen op de bas beheers ik aardig, waardoor ik er meer vertrouwen in heb dat dat bij de trompet ook nog gaat komen. Ik speel basgitaar in een band en volg een jazzworkshop bij de Muziekschool Amsterdam, waarbij ik trompet speel. In die workshop worden nummers afgesproken die we gaan ­spelen en waarbij ­iedereen leert te soleren.

Als ik op vakantie ga, gaat m’n trompet soms mee. Zo stond ik een paar jaar geleden in Suriname te spelen, in de tuin van familie. Ik heb een keer in het Bimhuis ­opgetreden met m’n trompet, tijdens de open dag van de muziekschool. Dat was wel een hoogtepunt. Het is mijn droom om nog eens als trompettist te spelen op een leuk feest, met andere muzikanten. Om samen muziek te maken waarop mensen gaan dansen.”

Wendela de Vries (60): ‘Als ik een rare uithaal maakte, dachten ze: wat knap, wat moeilijk.’Beeld Dingena Mol

Wendela de Vries (60)

Speelt sinds 2016 viool

“Ik mocht van mijn ouders op vioolles toen ik negen jaar was, maar ik wilde absoluut niet. In de Donald Duck werd een viool een ‘jankplank’ of ‘knarsbalk’ genoemd, dus ik vond het een stom instrument. Het werd blokfluit en daarna piano, en veel later zangles. Via mijn werk leerde ik jaren later Otto Klap kennen, een voormalig violist. Hij was destijds 70 jaar en had sinds zijn 27ste niet meer gespeeld. We raakten bevriend en hij leerde me ontzettend veel over klassieke muziek. Ik ben ervan gaan houden, met een voorkeur voor de viool.

Op muziekles gaan was in mijn hoofd nooit een optie. Totdat een kennis zei: ‘Ik speel klarinet, maar gewoon op amateurniveau, hoor.’ Ik dacht: dat kan natuurlijk ook! Ik hoef niet geweldig te worden, ik kan ook als een kleuter beginnen. En zo waagde ik de stap en nam ik les.

Vanaf het eerste moment vond ik het fantastisch, maar het is ook ontzettend moeilijk. Al vijf keer heb ik op het punt gestaan om het bijltje erbij neer te gooien. Gelukkig praat mijn geweldige lerares Laurens Moreno me er altijd bovenop. Van haar hoeft niets, plezier is het belangrijkste. Ik krijg de grootste kick als ik heel hard een cd van Mozart opzet en meespeel. Net of je in een orkest speelt.

Toen ik anderhalf jaar les had, heb ik bij een lezing van een vriend over Russische kunst in de twintigste eeuw Russische ­liederen gezongen terwijl ik een paar noten met de viool meespeelde. Het was heel experimenteel en niemand kende die liederen, dus als ik een rare uithaal maakte, dachten ze: o wat knap, wat moeilijk, terwijl dat er helemaal niet bij hoorde. Ik heb mijn goede vriend Otto op zijn 90ste opnieuw aan de viool gekregen. Samen speelden we simpele duetjes. Inmiddels is hij overleden, en vorig jaar heb ik op zijn graf op Zorgvlied voor hem gespeeld. Dat was heel speciaal.”

Wendy Emck-Schat (58): ‘Ik kan echt ontroerd raken door de muziek die ik maak.’Beeld Dingena Mol

Wendy Emck-Schat (58)

Speelt sinds 2014 accordeon

“De man van mijn moeder kon geen noot lezen, maar speelde toch fantastisch ­accordeon. Vooral tango en klassieke muziek. Vanwege zijn artrose gaat het nu niet meer. Door hem ben ik van dat instrument gaan houden. Het mooie aan de accordeon is dat er veel verschillende tonen in ­zitten, alsof er een heel orkest zit te spelen. Vooral de basklanken vind ik prachtig, die zijn zo diep. Eigenlijk zijn het twee ­instrumenten: links speel je de bas en rechts een piano. Met het grote verschil dat je bij een piano ziet waar je je vingers neerzet. Bij een accordeon doe je alles op de tast. Dat maakt het nogal ingewikkeld.

Al 25 jaar geleden deed zich de gelegenheid voor dat ik een accordeon kon kopen. Toen heb ik m’n kans gepakt. Het kwam er alleen alsmaar niet van om op les te gaan. Mijn dochter is er op 8-jarige ­leeftijd mee begonnen en vond dat leuk, tot ze ouder werd en wilde drummen. Sindsdien stond die accordeon alleen maar mooi te wezen in huis. Op een dag dacht ik: als ik er nu niet aan begin, komt het er nooit van. Ik heb les genomen, maar kwam steeds maar aan een uur oefenen per week. Wel had ik er meteen erg veel plezier in.

Doordat ik verhuisd ben, zit ik op het moment niet meer op les. Maar ik speel nog altijd graag. Ik kan echt ontroerd raken van de muziek die ik maak. Als je de juiste toetsen raakt, komen er soms tonen uit waarvan ik denk: wauw! Dan krijg ik gewoon kippenvel. Het werkt een beetje verslavend. Als ik geconcentreerd zit te ­spelen en niet gestoord word, wil ik alleen maar doorgaan. Als ik ’m dan weer neerleg, krijg ik spijt. Nu moet ik eerst nog maar wat meer discipline krijgen en weer gaan lessen. Ik zou zo graag zo van papier willen spelen, en dat het dan meteen ­muzikaal klinkt. Het allermooiste zou zijn als ik er ook nog bij zou kunnen zingen. Dat is mijn doel.”

Over de fotoserie en de fotograaf

Voor haar fotoserie van mensen die op latere leeftijd een muziekinstrument zijn gaan spelen, liet fotograaf Dingena Mol zich inspireren door een ukelele­workshop die ze voor Het Parool vastlegde. Mol: “Ik vond het fantastisch. In twee uur tijd leer je vier akkoorden, waar je al best wat nummers mee kunt spelen.” Door tijd­gebrek kwam het er maar niet van om les te nemen, maar dat veranderde door de corona­crisis. Voor haar verjaardag vroeg Mol een ukelele en ze ging op les. “Het is zoiets leuks. Dat instrument heeft me echt door de coronatijd heen gesleept.” Via via kwam Mol in contact met andere mensen die op latere leeftijd een instrument oppakten. Zo kwam ze op het idee voor deze fotoserie. De serie is nog niet af.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden