Dealer: ‘Agenten hebben het te druk met liquidaties om zich met ons bezig te houden.’

Plus Reportage

Dealer Jamal (27): ‘Als ik de drie miljoen heb aangetikt, stop ik’

Dealer: ‘Agenten hebben het te druk met liquidaties om zich met ons bezig te houden.’ Beeld ANP

De drugscriminaliteit in Amsterdam is enorm, de overheid heeft zelfs geen idee hoe enorm, blijkt uit onderzoek. Dat geeft dealer Jamal (27) alle ruimte. Het Parool ging twee avonden met hem mee.

Als het gros van de mensen rond zes uur ’s avonds terugkeert van een dag op kantoor, staat Jamal op om zich klaar te maken voor zijn werk: het verkopen van coke, mdma, pillen en wiet. Elke avond begint hij om zeven uur, meestal op de Vespa, als het regent met een huurauto, tot vijf, zes uur in de ochtend, in de weekenden vaak tot één uur ’s middags de volgende dag. “Als ik thuiskom, rook ik een jointje en dan slaap ik de rest van de dag, tot de wekker weer gaat om zes uur.”

Het is zondagavond en Jamal komt aanrijden in een Volkswagen Golf – een huurauto. “De verhuurbedrijven werken samen met drugscriminelen. Ze maken auto’s met opbergplekken, waarin ook wapens worden verstopt.”

Met een rotgang scheurt hij door West. “Sorry voor de haast, maar ik moet straks de stad nog uit, naar klanten, net over de Afsluitdijk. Een koppel met een open relatie, soms feest ik wel­eens met ze mee, maar vanavond niet. Er is nog genoeg werk in de stad.”

De weekenden zijn altijd druk, net als het festivalseizoen en tijdens ADE. Elke maand is het gekkenhuis als de uitkeringen en salarissen weer zijn gestort, vertelt Jamal. “Rond de 24ste van de maand is het feest voor de dealers.”

Agenten in burger

Vorige week verscheen het rapport van onderzoeksjournalist Jan Tromp en hoogleraar Pieter Tops waaruit blijkt dat drugscriminelen grote invloed hebben op het openbare leven in Amsterdam en de autoriteiten de greep hebben verloren. Amsterdam is het centrum van de Europese ­cocaïnehandel en een pakje coke is sneller bezorgd dan een pizza. Jamal kan dat beamen: “In Amsterdam zijn zo’n 10.000 dealers actief, ook brave Oud-Zuid-jongetjes doen het. De een verkoopt een kilo per week, de ander twintig gram.”

Een politiebus rijdt voorbij. “Zag je ze nieuwsgierig kijken?” Bang is hij niet, hooguit voor agenten in burger. “Maar daar heb ik een neusje voor, ik herken ze meteen.” Op een aanhouding op straat na – hij laat het filmpje ervan zien op zijn telefoon – hebben ze weinig last van de politie. “Agenten hebben het te druk met liquidaties om zich met ons bezig te houden. Een collega werd laatst door een wijkagent aangesproken. Die vroeg hem alleen of hij op een wat minder opvallende plek kon parkeren. De Nederlandse politie is een lachertje.”

Hij vraagt of het oké is als hij een sigaret opsteekt en zet de raampjes van de auto open. Zijn mobiel gaat, twee vrouwen bellen via Facetime, de avond is nog jong en er wordt een grammetje (€60) besteld. Ze wisselen kort wat zinnen uit en Jamal sjeest via de Witte de Withstraat naar de Kinkerbuurt. Opnieuw gaat de telefoon: ‘Of hij er al is?’

Op de hoek van de straat wacht een jonge vrouw. Jamal parkeert zijn auto en loopt erheen. De hele transactie duurt maar een paar seconden, dan stapt hij weer in en rijdt haastig weg. “Zij snuift wel zes pakkies per week, samen met haar moeder.”

Een mooie toekomst

Jamals ouders kwamen in de jaren tachtig van Marokko naar Amsterdam, hij groeide op in Bos en Lommer in een gezin met acht kinderen. “Als kind wilde ik advocaat worden. Ik heb er veel gesproken, maar niet voor mijn studie.” Jamal volgde de opleiding handel & administratie. “Een juf zag een mooie toekomst voor mij weggelegd. Ik denk niet dat ze bedoelde in de drugshandel.”

Het snelle geld lonkte, hij begon roofovervallen te plegen. Drie jaar zat hij daarvoor vast. “Op mijn 23ste kwam ik vrij. In detentie begon ik al met dealen, buiten ben ik ­ermee doorgegaan.” Ondanks dit alles komt Jamal ­beleefd, slim en charmant over. “Je zou het niet denken, maar ik ben heel vredelievend. Ik hou niet echt van ­geweld. Of eigenlijk: écht niet.” Een uur later laat hij een filmpje zien van een bed vol (automatische) wapens. “Je moet wel altijd paraat zijn.”

Jamal werkt samen met Mo, ze rijden meestal om de beurt, soms samen, ze zijn hun eigen baas. “We kopen het spul in Rotterdam. De prijs van een kilo coke fluctueert, net als goud: een kilo kost nu 28.000 euro. In de losse verkoop verdien je daar circa 60.000 euro mee.”

Op doordeweekse avonden hebben ze gemiddeld tien tot vijftien ritjes, in de weekenden en tijdens festivals veel meer. Het verdiende geld (“Om de twee dagen tellen we het”), in totaal zo’n 10.000 euro per maand, wordt linea recta doorgesluisd naar Marokko. “We investeren daar in grond en onroerend goed. Voor onszelf houden we minimaal drieduizend euro per maand over.”

We rijden door Jamals buurt, Bos en Lommer, op weg naar zijn collega in Slotervaart om daar wat pakjes coke en pillen op te pikken. Hij wijst uit het raam: “Hier hebben ze de serie Mocro Maffia opgenomen. Die kroeg daar, dat is een boevenhok. Je moet hier je streepjes verdienen, als ­onbekende kun je niet opeens in een buurt gaan dealen. Dan krijg je te maken met hyena’s, die je beroven, maar dat is ons nog nooit overkomen.”

Veel van hun klanten wonen in West, maar hij komt overal, van de Zuidas tot Zuidoost. “We hebben advocaten en directeuren als klant, bekende dj’s, chef-koks, een ceo van een groot sportmerk, ondernemers, ze weten ons te vinden. Maar ook prostituees en toeristen op de Wallen, ze krijgen mijn nummer via jongens op straat.”

In de drie jaar dat ze dealen hebben ze veel gezien. “Seksfeesten op hotelkamers, doorgesnoven mensen, vrouwen die in natura willen betalen. Ik kijk nog maar van weinig dingen op.” Jamal laat een filmpje zien van een knappe vrouw: “Zij werkt in het nachtleven en is een goede klant van ons. Door haar komen we vaak op exclusieve afters.”

Drugsmisbruikers

In de keuken bij Mo wordt de coke uit een grote zak overgeschept in kleine witte pakjes. ‘Teslaatjes’ en ‘Trumpies’ – xtc-pillen – worden in plastic folie gewikkeld. De drugs bewaren ze niet bij hen thuis, maar in een ‘stash-huis’, de stasher krijgt daar iets voor betaald. “Onze voorraad is nu bijna op, dus we gaan zo even wat bij hem halen.”

Na de afspraak met de stasher, voor de warme bakker op de Bos en Lommerweg (“Hier verkopen ze ook wit en bruin”), worden de mannen ingehaald door een VW Golf met twee jonge blondines achter het stuur. Mo herkent een voormalige klant, hij roept uit het raampje: “Alles kán kapot. Alles gáát kapot. Maar dan zijn wij er om jullie te helpen!” De meisjes barsten in lachen uit. Mo glundert. “Mijn hart is maar voor één, mijn lul voor iedereen!”

Jamal en Mo verkopen geen harddrugs, daar zijn ze heel strikt in, en met harddrugs bedoelen ze heroïne en crack. Jamal: “Ik heb geen zin om junkies naar de klote te helpen. Natuurlijk, er zitten ook drugsmisbruikers tussen, maar de meeste klanten zijn drugsgebruikers; ze houden van een feestje en bestellen een keer per week.” Zelf houden ze er ook wel van, een pilletje of een lijntje, maar nooit tijdens het bezorgen. “Don’t get high on your own supply, dat blijft de gouden regel.”

Toch zijn er wel dealers die on the job gebruiken, vertelt een klant, een succesvol onderneemster. “Ik heb er wel-eens eentje over die vloer gehad die bij binnenkomst meteen doorliep naar de wc, voor een nakkie en een kakkie.”

Het volgende adres is in de Jordaan, een netgeklede man van begin vijftig koopt een gram. “Vroeger was naar de dealer gaan een uitje, soms zaten we het hele weekend met een hele groep bij hem thuis aan de kabouterpost (cocaïne, red.). Tegenwoordig stuur je een appje en binnen een half­uur komen ze het brengen. Met die scooterjongens heb je amper contact.”

Een eenzaam beroep is het soms wel, zegt Jamal. Het is vooral heel hard werken. “Ik had een relatie met een fantastische vrouw, ze vroeg mij om eruit te stappen. Dat kon ik niet, het geld, de kick; het is verslavend. Ik heb wel een klein huisje gekocht in Marokko en ik spaar. Als ik over drie jaar de drie miljoen heb aangetikt, stop ik. Dan word ik huisman, Henny Huisman.”

Maar zover is het nog niet. Zijn telefoon gaat: “Ja man, ik ben onderweg.”

Jamal en Mo zijn gefingeerde namen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden